Rijpen en rijp worden

 

rijpen en rijp worden

Overweging 5 september 2006

Opening Academisch jaar faculteit Theologie

John Hacking

Vrucht dragen, rijpen en rijp worden, zijn stappen in een groeiproces.

Meestal kun je dat niet verhaasten, hoeveel mest en extra licht je ook toevoegt, elke vrucht heeft zijn tijd nodig, om zoals in het geval van bijv. de druif de grondstoffen om te zetten in suikers zodat vogels ze aantrekkelijk vinden, en de zaden, die in de vrucht zitten verspreiden.  Het zuur van de vogelmaag werkt daarbij bevorderend, de zaden gaan open en een nieuwe plant komt aan het licht. Heel in het kort en summier heb ik hiermee een levenscyclus geschilderd.

In het evangelieverhaal uit Johannes wordt het beeld van de wijnstok gebruikt om de relatie aan te geven tussen de ranken, de leerlingen en Jezus, de wijnstok. God de Vader treedt in dit verhaal op als hovenier, wijnboer. Nadruk ligt op de verbondenheid, de verbondenheid van Jezus met zijn leerlingen, en omgekeerd de oproep om met Jezus zelf verbonden te blijven. Je daarvoor inzetten, het houden van de geboden, in eenheid met zijn liefde. Dat is de kern van deze passage.

Maar over al deze beelden en inhouden wil ik vandaag slechts in beperkte mate spreken. Vanmiddag wil ik vooral spreken over rijp worden en rijpen. Wat is dat rijpen, en vooral wat is rijpen in de context van de universiteit? Op het eerste gezicht heeft het te maken met een eindproduct, een einddoel.

Het is de laatste fase in een proces. Maar is dat wel zo? Wanneer ben je rijp, gerijpt? Als je je master op zak hebt, je promotie? Of begint het dan pas? Het proces van rijping en was de tijd daarvoor alleen maar groei, groeien en de voorwaarden scheppen om vrucht te  ragen? Of ben je als mens ook al in een fase van rijping zelfs aan het begin na je geboorte? Ben je rijp voor…ja voor wat?

De tekst van Johannes zou de indruk kunnen wekken dat vrucht dragen vooral een kwestie is van eigen inzet en betrokkenheid.  In die zin lijkt ze op te roepen tot activisme, concrete inzet. Maar is vrucht dragen, en het rijpen van de vrucht niet eerder resultaat van geduldig afwachten, van hopen ook dat het goed komt? Iets waar je zelf eigenlijk niet zoveel invloed op hebt als je zou willen.

Rijp worden is vooral laten rijp worden. Rijpen is eerst en vooral beseffen dat je niet alles in de hand hebt. Dat je bent overgeleverd aan processen die groter, machtiger dan jezelf zijn. Rijp worden kan misschien niet zonder groeipijn, groeistuipen. Niet zonder crisis, zonder momenten in je leven waar je moet laten zien wat je waard bent en of je ruggegraat hebt,  of je tegenslagen, een gebrek aan warmte, aan water, aan licht, wel te boven kunt komen.

Niet zozeer door activisme, door oplossingen aangedragen door allerlei moderne guru’s met prachtig klinkende oplossingen, maar eerder door gewoon de situatie uit te houden, het vol te houden, niet op te geven, je niet te laten ontmoedigen, zodat je verdort,  droog wordt van binnen, de levenssappen niet meer voelt stromen, het contact met de aarde, met je waterbronnen verliest,  je wortels niet meer voelt, kortom overgeleverd bent aan een droeve en voortijdige dood. Teveel droogte maar ook teveel vocht is beiden niet goed. We kunnen hier in Nederland in juli en augustus over meespreken. In de context van de universiteit betekent dit dat je goed in de gaten moet houden waar het juiste evenwicht, het juiste midden ligt. In het plantenleven is het meestal zo dat als de vrucht gevormd is, ze is bijvoorbeeld mooi rond en vol van vorm, ze is zoals ze moet zijn, dan is het een kwestie van tijd, van wachten, van warmte en goede omstandigheden dat ze kleur krijgt en tot volle rijpheid komt. Ze is dan meestal al uitgegroeid, zo hoeft niet groter te worden, alleen rijper.

Aan kennis en informatie is er op een universiteit geen gebrek. Aan mogelijkheden om te studeren en je te ontwikkelen ook niet. Maar wie bepaalt wat je kiest, wie bepaalt wat goed voor je is,  waar het juiste midden ligt, hoe je je tijd inzet, investeert, wat is belangrijk voor je en wat is verspilling van energie en mogelijkheden? Hoe deel je je studietijd in, je tijd voor je vrienden en familie, voor een baan? Wat past bij je, welke studie, welk beroep, welk perspectief? Wat is het je waard om 5,6, 7 jaren te studeren, hobbels te nemen zoals Grieks, Latijn en Hebreeuws om er later misschien nooit meer iets mee te doen? Kortom hoe weet je dat je op de goede weg zit – in balans bent, de goede keuzes maakt die bij jou passen en die jou verlangen recht doen?

Vanuit de Studentenkerk hebben we heel vaak gesprekken met studenten over deze vragen: wie ben ik, wat wil ik, wat kan ik, wat mag ik van mezelf, wat moet ik van mezelf, hoe vinden anderen mij, hoe denk ik dat ik moet zijn voor anderen, waar ben ik bang voor, wat lukt me wel en wat niet – kortom hoe sta ik in het leven en wat heeft het leven voor mij in petto? Jullie zullen begrijpen dat wij de antwoorden níet hebben. We hebben geen rek zoals bij Albert Hein waar je zomaar antwoorden die bij je passen uit kunt pakken en toe kunt passen op je leven. Géén pasklare antwoorden. Wat we wel hebben zijn vragen. Verdiepende vragen, vragen die er toe doen. Vragen die verder kijken dan de eerste indruk,  vragen die jou kunnen inspireren om zelf eens verder te kijken  naar wie je bent en wat je voortdrijft.

Wat vind jij nou het allerbelangrijkste in je leven?

Wat verwacht jij nou van het leven?

Wat ben je zelf bereid om te investeren in je leven?

Drie heel simpele vragen. Op het eerste gezicht! Het zijn vragen die eigenlijk inzetten bij het begin van een rijpingsproces. Het zijn vragen die je aanmoedigen om eens stil te staan bij jezelf. Even een pas op de plaats, onderga het maar, je hoeft ook niet meteen de antwoorden paraat te hebben. Iets wat ik zelf heb geleerd in mijn leven is geduld hebben. Het uithouden van de spanning als ik nog geen antwoorden heb. De overgave en het vertrouwen dat de antwoorden wel een keer zullen komen maar dat nu ook nog twijfel heerst en een gezond wantrouwen tegen alle makkelijke antwoorden en simpele oplossingen. En dat geldt voor mij persoonlijk op heel veel terreinen van mijn leven, zeer zeker op het terrein van geloven. We komen er wel, gaande weg, langzaam, als we onze weg, onze levensweg vervolgen, als we, ook al is er soms twijfel, zelf vertwijfeling, dapper door blijven zetten, wachten, wachten en nog eens wachten.

Want dat is volgens mij een van de grootste geheimen van ons leven en van het feit dat wij rijpen, dat wij rijpen kunnen: wij zijn het zelf niet – het is een kracht in ons, noem het God, of een goddelijke kracht, die dit proces aanstuurt en begeleidt. In die zin voel ik mij gedragen, voel ik mij verbonden met de wijnstok, ook al waait de wind soms fel en koud, striemen harde regens mijn huid, word ik af en toe bijgesnoeid door de landman en worden dorre takken verbrand. Ik voel me gedragen omdat ik weet en besef dat de werkelijkheid groter is dan de werkelijkheid die ik met mijn zintuigen waar kan nemen. Ik voel me gedragen omdat ik kennis heb gemaakt met onvermoede krachten die in je kunnen wonen als je geconfronteerd wordt met pijnlijke en moeilijke dingen: Ziekte, dood, verdriet, rouw noem maar op. En ik vermoed, eigenlijk weet ik het wel zeker, dat die krachten in ons allen schuilen. Alleen moet er soms iemand zijn, of een gebeurtenis plaatsvinden, waardoor die krachten gemobiliseerd kunnen worden.

Wat we vanuit de Studentenkerk eigenlijk doen is eigenlijk alleen maar ‘geboren laten worden’, geboren laten worden wat er eigenlijk al in zit. Je draagt zelf je antwoorden al met je mee; je bent voorbestemd om te rijpen. Je bent er rijp voor…om de goede keuzes te maken – om uit te groeien tot de bestemming die op jou ligt te wachten. Alleen durf je…en heb je tijd? Veel sterkte toegewenst bij deze ontdekkingstocht deze rijpingstocht dit nieuwe studiejaar. Graag wens ik ons dit allen toe: studenten, docenten en medewerkers.

pastedGraphic.pdf