crisis

 

Crisis als kans voor groei en transformatie

Een crisis veroorzaakt door een ervaring die diep ingrijpt in het zelf-verstaan en het verstaan van de wereld hoeft niet zonder uitweg te zijn. Er kunnen veranderingen optreden, er kan een groeiproces plaatsvinden uit deze crisis. Naast emotionele en geestelijke littekens als gevolg van deze crisis bestaat er kans op genezing. De ervaring van crisis kan transformeren in een nieuwe houding ten aanzien van wereld en zelf-verstaan.  Hoe dat proces kan verlopen wordt hier geschetst aan de hand van een globaal model ontleend aan L. Nieuwenhuizen.  Ik volg zijn tekst in grote lijnen.

  1. Verschillende niveaus van beleving

Mensen functioneren vanuit verschillende belevingsniveaus van de werkelijkheid.

 

  • Het eerste niveau is dat van de vaardigheden en mogelijkheden om met de “urgente” zaken van alledag om te gaan. Het gaat om de toepassing van vaardigheden en het overwinnen van moeilijkheden (“coping”)  in het dagelijkse leven. Dit noemen we het vaardighedenniveau.
  • Het tweede niveau betreft het persoonlijk en geestelijk handelen. Het verwijst naar rollen en gedragspatronen die door het individu zijn ontwikkeld op basis van ervaringen. Wij noemen dat het persoonlijk/geestelijk handelingsniveau.
  • Het derde niveau betreft de wijze waarop het individu zichzelf “in de wereld” ziet. Dit niveau vertegenwoordigt de individuele overtuigingen als vorm van zelf-verstaan in de wereld. Deze aannames vormen een soort kern in het verstaan van de eigen existentie en het zelf; zij kunnen worden beleefd als absolute waarheden, als vaste grond waarop de eigen identiteit gegrondvest is. Dit noemen wij het basis-geloofsniveau.

Deze belevingsniveaus kunnen we  theoretisch worden onderscheiden maar in werkelijkheid overlappen ze elkaar en beïnvloeden ze elkaar. Uiteindelijk krijgen alle drie de niveaus betekenis vanuit het individu en de context waarin dit individu verkeert. Ook dat is een wisselwerking. Het is een dynamische structuur die met dit statisch model (met de nodige restrictie) kan worden geduid.

  1. Elk niveau kent een balans

Elk niveau kent een cruciale balans tussen twee uiteinden. Op het vaardighedenniveau betreft dit de balans tussen enerzijds  “coping” (een adequate omgang met) en anderzijds moeilijkheden in de dagelijkse praktijk. Het individu ervaart stabiliteit op dit niveau als hij de situatie in voldoende mate kan beheersen en problemen kan oplossen. Op het persoonlijk/geestelijk handelingsniveau bestaat er een balans tussen enerzijds het individuele antwoord op en anderzijds de eisen van bijvoorbeeld de (geïnterpreteerde) wil van God, van andere mensen, persoonlijke doelen en de omgeving. Balans wordt op dit niveau ervaren als er een balans bestaat tussen “walk and talk”, tussen woord en daad. Op het basis-geloofsniveau bestaat de balans tussen enerzijds de individuele overtuigingen rond zelf en werkelijkheid en anderzijds de ervaringen van de concrete realiteit waarin men leeft. Het individu ervaart stabiliteit in zijn identiteitsbeleving als zijn huidige ervaringen in overeenstemming zijn met het basisgeloof in hem zelf en de wereld. Als dit basisgeloof als een soort absolute waarheid wordt beschouwd blijft het in stand; net zolang als de beleving van de werkelijkheid hiermee overeenkomt en de juistheid ervan hierdoor bevestigd wordt. Een belangrijk product van deze balans tussen overtuiging en ervaring is de vorming van waarden en prioriteiten waarmee het individu zijn leven gestalte geeft. Als een mens opgroeit in een cultuur waarin het “wij” (gezin, familie) centraal staat of in een cultuur waarin vooral het “ik” (individu) heeft dat gevolgen voor zijn invulling van zijn waarden en prioriteiten. Zelfbeeld en het verstaan van de relatie met anderen worden hier door in hoge mate gekleurd. Het zou interessant zijn om te onderzoeken of mensen opgevoed in een “wij-cultuur” anders op bepaalde (traumatische en ontwrichtende) ervaringen reageren dan mensen opgevoed in een “ik-cultuur”.

 

Verstoringen van de balans op een niveau levert verschillende reacties op. Op het niveau van de vaardigheden heeft dat andere implicaties dan op beide andere niveaus. Als er een balansverstoring plaats vindt heeft het individu de neiging om terug te keren naar de status quo. Als echter blijkt dat dit onmogelijk is en als het individu de nieuwe situatie onder ogen moet zien kan er een proces van verandering plaatsvinden en van herwaardering van gedrag, verwachtingen, en uiteindelijk waarden en normen. Het tweede en derde niveau komen dan in beeld. Balansverstoring op het vaardighedenniveau leidt tot verstarring om op een gezonde wijze urgente zaken aan te pakken. Pogingen om te herstellen pakken vaak verkeerd uit omdat ze bestaan uit ontkenning en/of indamming van het probleem en schaamte. De crisis biedt echter ook kansen waardoor het individu zich meer bewust wordt van zijn geestelijke situatie waardoor het stellen van vragen op het persoonlijk/geestelijk handelingsniveau mogelijk wordt. Enerzijds kan het eigen gedragspatroon worden bijgesteld of anderzijds de verwachtingen die het individu ervaart van anderen (God, omgeving, eigen doelen etc.). Een crisis op het basis-geloofsniveau (eventueel veroorzaakt of aangezwengeld door een crisis op het vorige niveau) kan leiden tot een verandering van de individuele hiërarchie van prioriteiten (in waarden en normen) en het houvast dat deze bieden aan het individu. Dit vindt meestal echter alleen maar plaats als de crisis echt ingrijpend en pijnlijk is en verandering onontkoombaar is. Deze transformatie die ook een strijd is, vormt volgens veel onderzoekers het cruciale moment in de persoonlijke geestelijke reis naar heling en een nieuw zelf-verstaan. Vanuit de verandering op het basis-geloofsniveau kunnen er ook veranderingen plaatsvinden in gedrag en verwachtingen en in “coping”-mechanismen op de andere niveaus. De persoon in kwestie maakt dus een transformatie door van een bestaande situatie die uitmondt in een crisis. In het model leidt deze crisis tot een verdiepende ervaring op het persoonlijk/geestelijk handelingsniveau en op het basis-geloofsniveau waarin opties worden verkend en nieuwe keuzes worden gemaakt. Uiteindelijk worden de veranderde basishouding en gedragingen verankerd in nieuw gedrag en toegepast bij nieuwe uitdagingen. Als de crisis onomkeerbaar is, biedt transformatie de enige kans tot een uitweg. Als ze omkeerbaar is hoeft dit niet het geval te zijn.

  1. De reis tot genezing

Crisis kan een essentieel leerproces in gang zetten dat het hele systeem hervormt en nieuwe kracht geeft. Transformatie en genezing gaan daarom hand in hand met leren. Leren kan starten met experimenteren en vergelijking van resultaten. Genezing vindt pas plaats als nieuwe inzichten in praktijk worden toegepast en als alle drie de niveaus zijn doorlopen – met andere woorden als op die niveaus een nieuwe balans is gevonden. Er bestaat steeds de keuze tussen acceptatie en afwijzing van de situatie. Afwijzing betekent dat de persoon niet tevreden is met nieuwe gezichtspunten en activiteiten en dus op zoek moet naar andere of dat hij nog teveel vast hangt aan de oude situatie en nog niet heeft geaccepteerd dat er iets fundamenteels veranderd is. Pas op het niveau van het basisgeloof en de basisovertuigingen kan die omkeer plaatsvinden: d.w.z. acceptatie van de nieuwe onomkeerbare situatie en daar het beste van maken. Dan begint de weg omhoog naar een nieuwe betekenisgeving aan het dagelijks leven. Dat kost vaak veel energie en tijd. Bij acceptatie van de nieuwe situatie hoort ook de acceptatie van de pijn die hierbij hoort. Deze wordt dan niet meer beschouwd als iets vreemds of oneigenlijks.

  1. Spirituele/geestelijke pijn

Spirituele/geestelijke pijn kan worden gedefinieerd als pijn die geassocieerd wordt met onverwachte gebeurtenissen die een plotselinge verandering van de realiteit bewerkstelligen die buiten de controle van het individu valt. In het model komt deze pijn overeen met een verstoring van de balans op diverse niveaus van functioneren. Spirituele/geestelijke pijn is niet hetzelfde als spiritueel/geestelijk ongemak. Spiritueel/geestelijk ongemak wordt ervaren als er een zekere mate van verstoring van de balans op een niveau, maar het individu slaagt erin om dit te beheersen. Bijvoorbeeld een valse beschuldiging hoeft niet desintegrerend te werken. Als echter de ”coping – mechanismen” ernstig tekort schieten kan er een crisissituatie ontstaan dat ongemak doet omslaan in pijn. De veerkracht ontbreekt dan om beiden polen in de balans te houden, of de veerkracht wordt zo overbelast dat alle elasticiteit verdwenen is (bij burnout bijvoorbeeld). Dit kan door het individu worden ervaren als een breuk in de beleving van de werkelijkheid (bijvoorbeeld bij de ervaring van de plotselinge dood van je kind). Via onderzoek naar de beleving van de pijn en op welk niveau deze wordt ervaren (en in welke mate), kan blijken of de pijn op elk niveau even groot is of niet. De pijn op het persoonlijk/geestelijk handelingsniveau kan bijvoorbeeld anders zijn dan op het basis-geloofsniveau. Iemand kan steun ontlenen aan zijn geloof om de moeilijke existentiële situatie vol te houden. Maar het kan ook omgekeerd zijn. Helder maken waar de pijn zit kan een bijdrage leveren aan een interventiestrategie om een genezingsproces in werking te zetten.

Symptomen die samenhangen met verstoring van de balans op het niveau van de vaardigheden zijn: verwarring, verstarring, ontkenning, zich overweldigd voelen, frustratie, kwaadheid, intense droefheid en depressie. Symptomen die aan het licht komen op het persoonlijk/geestelijk handelingsniveau zijn: kwaadheid, spijt, schuldgevoelens, behoefte aan vergeving, aanhoudende wrok, wraakgevoelens, zich mislukt voelen, zoeken naar en verwarring omtrent Gods wil. Op het basis-geloofsniveau zijn symptomen: ‘had niet verwacht dat het leven zich zo zou tonen’, desillusies, zoeken naar een verklaring en verwarring daarover, zoeken naar een persoonlijk appèl, het gevoel hebben dat het leven onrechtvaardig en oneerlijk is.

  1. Interventiemodel

Bij een trauma of crisis kan de verstoring van de balans worden zichtbaar gemaakt en geduid. Als er een verstoring van de balans op een niveau plaatsvindt, kan dat het hele systeem beïnvloeden. Een mogelijke manier van interventie kan uit de volgende stappen bestaan:

  1. Schep een gespreksruimte waarin de persoon zich veilig voelt en uitgenodigd om te praten; geef onvoorwaardelijke positieve aandacht, schep een sacrale ruimte waar het goddelijke wordt gerepresenteerd door woorden of door een voorbeeld, luister naar het verhaal van de persoon. In deze fase zal de persoon een open houding aannemen om zijn ervaringen te delen of hij trekt zich terug in het defensief.
  2. Het voornaamste doel in deze stap is het beoordelen van de effectiviteit van de bijvoorbeeld Hoewel in de eerste fase al duidelijk kan worden hoe dit zit is het toch belangrijk om de vraag te stellen hoe de persoon ermee omgaat en ermee om kan gaan. Drie redenen om dit te doen is het helder krijgen van gevoelens, het benoemen en identificeren van bestaande “coping – mechanismen” en het scheppen van de mogelijkheid voor de persoon om de rol en het belang van zijn of haar geestelijke/spirituele reis te noemen.
  3. In deze fase worden vragen gesteld om een oordeel te krijgen over de incongruentie op het persoonlijk/geestelijk-handelingsniveau. Als dit niet in evenwicht is kan dit onder de aandacht worden gebracht door zich ervan bewust te worden. Verwoording van en begrip voor de situatie van verstoord evenwicht is vaak de eerste stap in de erkenning van een situatie waar wat aan moet gebeuren.
  4. In deze fase wordt het bewustzijn aangescherpt met betrekking tot de basis veronderstellingen ten aanzien van zelf en wereld. Een crisis kan leiden tot een nieuwe realiteit voor de persoon, om op een andere wijze zichzelf en de wereld waar te nemen. Vragen in deze fase hebben te maken met verandering: “heeft deze ervaring je veranderd of wat doet deze ervaring met jou? Zal het in de toekomst anders zijn?”
  5. De overgang van fase 4 naar 5 assisteert de persoon in het veranderen van de focus van “hoe de situatie mij geraakt heeft” naar “hoe kan ik mijn toekomst gestalte geven”. Het is ook een verandering van reactief naar proactief gedrag. Van slachtoffer zijn naar enige controle hebben. De persoon kan worden geholpen met het vormgeven van nieuwe overtuigingen met betrekking tot zelf en wereld. Prioriteiten kunnen anders worden geordend.
  6. Als een persoon veranderingen heeft meegemaakt en doorgezet op een dieper niveau volgen vaak ook de andere niveaus. De persoon kan worden geholpen met zich voorstellen en inleven in nieuwe rollen, gedragspatronen en vormgeving van relaties op basis van de vorige omslag.
  7. In de implementatiefase probeert de persoon nieuwe “coping – mechanismen” uit en worden praktische oplossingen toegepast. Dit “trial and error”- proces duurt zo lang totdat de persoon de nieuwe realiteit kan beheersen. Het bereiken van dit stadium leidt tot een nieuwe ‘normale’ situatie waarin elk niveau in balans is. Hoewel niet noodzakelijk alle pijn verdwenen is, geeft de situatie de persoon wel een gevoel van hoop en vrede.

Dit model kan een hulpmiddel zijn, een soort kompas om te navigeren. Het is ontworpen om de hulpverlener een handvat te geven en om de weg te verkennen bij deze strategie om te komen tot een geestelijke/spirituele reis van de persoon in crisis. Het biedt tevens een hulpmiddel om te herkennen waar de persoon zich bevindt in dit proces en waar inzicht nodig is om verder te komen. Dit model laat tevens zien dat een structurele aanpak en de ontmoeting op het geestelijk/spirituele terrein hand in hand kunnen gaan. Heldere cognitieve structuren in dit proces kunnen hulpverleners uit andere disciplines helpen om ervaringen uit te wisselen op basis van dit model.  Tevens biedt het model de mogelijkheid om de eigen posities en intenties kritisch te evalueren en erover te reflecteren. Dit is een proces georiënteerde aanpak die behulpzaam kan zijn op een terrein waar anders alleen de intuïtie de weg moet wijzen.

Literatuur: L . Nieuwenhuizen, Creating a Shared Language, in: the Journal of Pastoral Care & Counseling, Winter 2007, Vol. 61, no 4 p. 329-341

1 De term belevingsniveau is een vrije vertaling van “level” – dit om te voorkomen dat niveau in de ruimtelijke zin wordt verstaan – het betreft hier een zekere mate van beleving die gekleurd is door intensiteit, object of inhoud, context en uiteindelijke betekenisgeving.

2 Ik spreek hier in eerste instantie van basis-geloofsniveau in plaats van ‘core beliefs’ wat ook met diepste overtuigingen vertaald kan worden, omdat het een vorm van vertrouwen betreft die het individu een basis verschaft om de werkelijkheid en het eigen leven te verstaan. Hiermee sluit ik aan bij psychologen als E.H.Erikson e.a. die spreken over basisvertrouwen als een noodzakelijk iets.

3 Ik signaleer hier dat er wel degelijk verschillen bestaan in de beleving van de werkelijkheid vanuit het zelf. Een ego-identiteit is niet hetzelfde als een ‘wij-identiteit’, waarin vooral het collectief centraal staat. In veel niet westerse culturen staat vooral deze ‘wij-identiteit’ centraal. Sommige auteurs noemen de ontwikkeling van een ‘ik-cultuur’ dan ook een aberratie in de geschiedenis van de mensheid. Dit heeft ook gevolgen voor het zelf-verstaan en de eigen identiteitsopvatting.