Reiking naar de Overkant: poëzie van G.vd.Graft

blauw 008

Noem het gebeden

Il se tait en son amour

Sefanja 3,17

 

Er sneeuwt een eeuwige stilte.

Gij zijt niet te beschreeuwen, geen

tongval bereikt uw overzij.

 

Vergeef mij, alles in allen,

dat ik nog lang niet leeg genoeg

ben voor uw stilte. Ik wemel

van dood, een hiernamaals ben ik

van velen. Hoe gij dan liefhebt

ontgaat mij. Een gat in de dag

zwijgt gij, nacht in het holst van het licht.

Ik lig er in bedolven.

 

Ik spreek tegen u, ik noem u,

al ken ik u niet van nabij,

alleen maar van horen zeggen,

alleen maar van horen zwijgen,

ik spreek u tegen binnensmonds,

ik noem u namens mijn lichaam,

laat ons niet vochtig van aarde, o

vaardig naar ons af een ochtend.

 

Vertilt zich de stilte, verslikt

zich de tijd, stort het gat in? Ik

weet niets meer, ik ben alles kwijt.

zal ik ooit zien wat geschreven

Staat, zal ik horen wat gij verzwijgt?

Ik geboren voor de stilte

Wil te vondeling gaan voorgoed.

Zul je mij woordelijk verstaan?

 

Laatste der noem het gebeden:

maak het verleden ongeldig,

Stel de toekomst in gebreke,

breng het verstrooide weer bijeen:

afgeleefd haardvuur vlamvattend,

as die zich hergroepeert, puin dat

Een huis bouwt. En dan twee humane

omtrekken van voltooide pijn.

 

1999 kabalah

 

Onbereikbaar nabij

 

They are all gone into the world of light

Henry Vaughan

O dark, dark dark. They all go into the dark

T.S.Eliot

 

O verduisterd gelaat

aan de andere oever,

 

hoever, hoever

van mij vandaan?

 

Vlakbij, te ver om te gaan.

 

 

Ze woont in de stilte, ze schrijft mij

brieven van vroeger, dan vraag ik

Hoe gaat het. Goed, antwoordt zij

in de lang verleden tijd.

 

Als een kind dat een poos

slaapt en dan wordt gewekt

 

en verder slaapt in de arm

van moeders droefenis,

 

dat is de hoe de liefde is

warm en meedogenloos.

 

 

Die mijn kinderen droeg tot aan

de drempel van het licht, die mijn

 

hand vroeg om over het grote

duister heen mij te redden, waar

 

was ik, je blijft naar mij uitzien,
voorgoed onbereikbaar nabij.

 

G. van der Graft

aarde