Verbetering

Het gras geeft mee, werkt nooit tegen en als er even niets is dan veert het op en staart fier naar de horizon

Sinds het begin van de mensheid, (ook al liggen de eerste sporen in een heel ver verleden), is er een streven naar verbetering van leefomstandigheden en leven geweest. Kenmerkend voor de mens is de zelfreflectie over zijn leven en leefomstandigheden. Deze vorm van reflectie heeft in de loop der tijd geleid tot tal van verbeteringen: op het terrein van wonen, voedselproductie, vervoer, techniek, arbeid, bewapening, internet, digitalisering…En dit zijn maar enkele voorbeelden. Sommige in de geschiedenis van de mensheid heel recent. Veranderingen gaan steeds sneller en vinden steeds ingrijpender plaats. Heeft het eeuwen geduurd voordat de mechanisering tot bloei kwam, nu vinden in decennia veranderingen plaats en straks in jaren, maanden en weken. Ook het lichaam legt daar getuigenis van af. We worden ouder, de medische techniek en de verbeterde leefomstandigheden verschaffen ons de mogelijkheid van een langer leven. De hang naar verbetering, een kwalitatieve sprong voorwaarts, is het adagium van de mens. Daarin is volgens mij de mens echt onderscheiden van het dier. Hoewel, op lange termijn zal dat nog moeten blijken. Op macro – niveau, en dan heb ik het over honderden miljoenen jaren is het overleven van de mensheid helemaal nog niet zo zeker.

De mens leert, hij leert van het hier en nu maar ook van het verleden. Reeds in de 8e eeuw schreef de Chinese monnik Shitao over dit leren van het verleden (Altertum) het volgende:

„Das Altertum ist ein Werkzeug zur Erkenntnis. Ein Wandler zeichnet sich dadurch aus, dass er es als Werkzeug wahrnimmt, jedoch nicht zu einem von den Alten wird. Ich habe noch nicht einen Menschen gesehen, der in der Tat das Altertum als Werkzeug betrachtet, um es zu wandeln. Oft ist es zu bedauern, dass Menschen im Alten steckenbleiben und es nicht wandeln. In solchen Fällen schnüren die Erkenntnisse sie ein. Wenn die Erkenntnisse durch den Zwang zur Ähnlichkeit eingeschnürt werden, dann wird man durch sie nicht erweitert. Deswegen nutzt der Edle das Altertum, um das Heute zu eröffnen.“

Het is dus kunst om van het verleden zo te leren dat het heden er baat bij heeft. Dus niet steken blijven in oude gewoontes en gebruiken, in dingen die eigenlijk voorbij zijn en dus ook niet meer werken. Maar wat is dat? Wanneer werken dingen niet meer? Wanneer zijn er andere mechanismen nodig om de op ons toekomende ontwikkelingen een plaats te geven in ons leven? De inzet van onze zintuigen is daarbij van belang. Gaan we een tijd tegemoet dat ogen en oren er minder toe gaan doen? Dat onze beeldcultuur en luistercultuur vervangen gaan worden door een andere wijze van waarnemen? Als onze werkelijkheid meer en meer gedigitaliseerd wordt en alles in digitale formules wordt gegoten zal dat, zo vermoed ik, ook effect hebben op de wijze waarop wij communiceren en hoe wij onze samenleving gaan inrichten.

In een volledig gedigitaliseerde samenleving waarin alles met alles verbonden is gelden andere wetten. Energiebehoud, energievoorziening, energieverspreiding zouden dan wel eens de allerbelangrijkste grootheden kunnen worden waar alle activiteiten op gericht zijn omdat zonder die energie geen digitalisering werkt. Zoals er nu al gigantische complexen verrijzen met dito koelsystemen omdat de enorme berg van data op te slaan en te verwerken, zo zullen er in de toekomst nog grotere systemen komen om het geheel van de menselijke samenleving te sturen en te beïnvloeden. Als we streven naar verbetering houdt dat automatisch in dat wij ook graag in de hand willen houden hoe het verder moet. En hoe meer we dat willen, hoe meer macht, invloed en mogelijkheden we moeten hebben om ontwikkelingen te sturen. Als de toekomst gaat verlopen via de weg van de digitalisering zal daar alle handelen op gericht zijn. Alle andere zaken zijn dan bijproduct, of effect van dit primaire streven. Vervoer, wonen, werken zijn alleen maar mogelijk als de samenleving meer en meer digitaal functioneert. Als nu de elektriciteit uitvalt en de computers in de beurscentra stilvallen, valt ook de economie stil. Idem geldt dit voor ziekenhuizen en voor elk systeem dat meer en meer afhankelijk wordt van de digitale werkelijkheid.

Maar is er een evolutionaire stap voorwaarts te maken zodat wij als lichamen niet alleen maar afhankelijk zijn van de digitale werkelijkheid? Zeker als onze lichamen ook nog eens gekoppeld kunnen worden aan de computer. Kunnen we zintuigen ontwikkelen waarmee we ook niet-digitaal kunnen communiceren? Via geluidsgolven, lichtgolven of andere golven misschien? En kunnen we daarvoor een apart zintuig ontwikkelen of hebben we dat misschien al? Zit het in ons brein verstopt maar wordt het nog te weinig geactiveerd? Bijvoorbeeld dat deel van ons brein dat ons voorziet van dromen tijdens de slaap? In de film De tijdmachine (2002) losjes gebaseerd op het boek van Wells, en verfilmd door zijn kleinzoon Simon Wells, wordt de leider van de Morlocks, (een resultaat van de evolutie toen mensen ondergronds gingen) voorgesteld als telepathisch begaafd. Via telepathie leest hij alles gedachten en deelt hij ook bevelen uit. Is telepathie de volgende stap in de evolutie van de mens? Is telepathie een middel om te ontsnappen aan de dictatuur van het getal, de digitale vertaling van de werkelijkheid?

Shitao, onze Chinese monnik die traktaten schreef over schilderkunst in zijn tijd, merkt op dat ons bewustzijn voor iedereen gelijk is. Maar het gaat erom hoe wij het inzetten of gebruiken om onze werkelijkheid te bestuderen. Ik citeer:

„Die Dummen und die Gewöhnlichen teilen sich das gleiche Bewusstsein. Wenn der Dumme nicht verdunkelt wäre, dann wäre er ein Weiser. Wenn ein Gewöhnlicher nicht befleckt wäre, dann fände er zur Klarheit. Gewöhnlichkeit gründet auf dummen Eingebungen. Dummheit gründet auf Verdunkelung.

Daher sind die Höchsten Menschen unfähig, die Dinge nicht zu erreichen. Sie sind unfähig, sie nicht zu erhellen. Erreichen sie sie, dann verändern sie diese. Erhellen sie sie, dann wandeln sie diese. Empfangen sie Sachen, dann sind diese ohne Gestalt gegeben. Ordnen sie Gestalten an, dann sind diese ohne Spuren gegeben. Sie versetzen die Tusche in Bewegung, als ob das Bild bereits vollendet wäre, sie beherrschen den Pinsel, als ob sie sich im Nicht-Handeln übten. Auf der kleinen Fläche einer Bildrolle erfassen sie Himmel und Erde, Berge und Ströme und die Zehntausend Dinge, ihr Herz ist aber leicht als ob all das gar nicht vorhanden wäre. Wird die Dummheit entfernt, kommt Weisheit auf. Wird das Gewöhnliche abgetan, stellt sich Klarheit ein.“

Zijn wij in staat de domheid uit ons leven en de kortzichtigheid te verwijderen, door ons bewustzijn te richten op die onderdelen van de werkelijkheid die er voor ons als menselijke en lichamelijke wezens toe doen: dat wil zeggen kwalitatief belangrijk, zinvol en wijs? Met het oog op de dood die nog steeds voor allen geldt houdt deze vraag haar urgentie, hoe graag we ook willen dat het beter wordt. Hoe graag we misschien ook die laatste grens van leven zouden uitstellen.

John Hacking 12 juli 2013