Beheersen, geloof en depressie

horizon

Beheersen, geloof en depressie.

Opvallend blijft in onze moderne tijd van zelfexpressie en “self-exposure” dat het lichaam nog steeds met schaamte blijft omgeven. Dat merk je bij de apotheek waar je gesteld bent op privacy als een medicijn voor een of andere kwaal moet worden afgehaald, zeker als het een middel is waar men niet graag mee te koop loopt. Schaamte en lichaam horen vaak bij elkaar. Dit voorbeeld laat zien dat je niet alles rond je zelfpresentatie in de hand hebt en dat de rol die je speelt om jezelf te presenteren in een gezelschap hier wat deukjes kan oplopen. Vreemd toch eigenlijk dat velen in het openbare leven een masker opzetten, hun kwetsbaarheid en zorgen angstvallig verbergen. Deze week herdachten we de zelfdoding van een student die iedereen kende als een van de meest hulpvaardige en vriendelijkste medestudenten. Hij stond bekend als iemand die voor de volle 300% zich inzetten en als hij naast iemand liep was het net alsof er een soort knop was aangezet van een denkbeeldige radio die voortdurend verhalen, anekdotes en wat al niet op je afvuurde. Zo vertelde een vriend. Maar eenmaal thuis achter een gesloten deur brak ook de eenzaamheid op de een of andere wijze binnen in dit panster van de gekozen presentatie. Misschien heeft deze eenzaamheid uiteindelijk een aanzet gegeven tot de fatale afloop, maar dat weet ik niet. Wat is dit, populair zijn en naar buiten een en al interesse en jovialiteit en naar binnen een soort van hopeloosheid en het besluit om definitief een einde te maken aan het leven? Hoe kan dat, zijn er oorzaken aan te wijzen?

Ik vermoed dat waarschijnlijk een verklaring te vinden is in het feit dat het lijkt of het leven uit je hand glipt en dat je het gevoel en de overtuiging hebt (wat een vorm van geloven is) dat je geen greep meer hebt op je leven en dat je de dingen niet (meer) naar je hand kunt zetten. Lichamelijke klachten kunnen een dergelijk geloof versterken en bevestigen: je bent niet meer te redden, geen arts of andere hulpverlener kan je helpen want je situatie is ongeneeslijk. Als je aan een project werkt en dingen lopen voorspoedig, jouw bijdrage doet ertoe en je krijgt bevestiging en op jouw aandringen gaat het de goede kant uit, dan kan dat een gevoel van macht geven, van “yes”, een soort van “mij lukt het” en dat maakt blij en geeft een kick. Je zelfvertrouwen krijgt een “boost”. Typisch trouwens deze begrippen in het Engels, duidelijk voortkomend uit een samenleving waar zelfredzaamheid, zelfmaakbaarheid en dromen van een glanzende “selfmade-man carrière” centraal staan. Geen greep hebben op de dingen is hier als vloeken in de kerk. En toch is dat wat volgens mij een van de hoofdoorzaken is voor het feit dat je het hoofd laat hangen en denkt, voelt en ervaart dat je leven steeds leger en zinlozer wordt omdat je niet voor elkaar krijgt of omdat de dingen niet lopen zoals je verwachtte. Had je dan een te hoge ambitie? Was je zin voor realiteit te pover? Stond je niet genoeg met beide benen op de grond? Want dan zijn teleurstellingen heel snel mogelijk en kun je al heel snel je vertrouwen verliezen omdat je leven gebaseerd is op valse verwachtingen. Dan ben je een idealist die al heel snel verandert in een pessimist. Manisch, de hele wereld aankunnen en dan depressief, “zum Tode betrübt” – deze omslag, een zware kluif als je hier op basis van je psychische constitutie last van hebt.

Wat is nu realisme in deze benadering van de werkelijkheid als je af en toe van een koude kermis thuiskomt? Als je (zwaar) teleurgesteld moet ontdekken dat het leven er niet zo uit ziet als je hebt verwacht? Kun je dan loslaten, je ambities relativeren, ze met een korreltje zout leren nemen? Of is cynisme je antwoord, maar nog niet het gevoel dat het dan helemaal geen zin meer heeft? Misschien is dat ook kenmerkend voor jongeren: hun idealisme is heel sterk en als het dan tegenvalt schieten ze in de tegenovergestelde houding. Cynisme is misschien meer iets voor ouderen die teleurgesteld veel jaren en veel teleurstellingen achter zich hebben en die het ook aan moed ontbreekt om een definitieve stap te zetten, weg uit het leven. Jongeren, met name ook pubers, zijn misschien radicaler, ook in hun afwijzing van het leven als de dingen tegenzitten.
Misschien is het geloven in de eigen almacht wel in het spel, een vorm van narcisme, maar dan meer kwetsbaar en minder “rücksichtslos” uit op eigen bevestiging? En als deze almacht niet uitkomt, al het niet zo blijkt te zijn dat je almachtig bent, je op een bepaald moment gewoon niet meer de energie hebt om het masker op te houden en de rol te spelen die men van je verwacht en die je in de loop der jaren goed hebt leren spelen. Je kunt heel lang je teleurstellingen verbergen. Daar zijn we soms echte meesters in. “Ze moesten eens weten” denk je misschien heimelijk. Maar dat levert allemaal niet zoveel op voor je zelfvertrouwen. Je hebt er weinig aan in je leven want het geeft geen houvast. Geloven in jezelf kan alleen maar goed uitpakken als dat geloof ook omgeven wordt door zelfrelativering, door anderen die je een spiegel voorhouden waarvan je kunt leren. Die wil moet er dan wel zijn. In je hybris, je hoogmoed zou het hier wel eens aan kunnen ontbreken omdat jaren lang zaken je misschien voor de wind gingen omdat je heel goed was in je rol en in je gedrag. Maar als dat eenzijdig gericht is op aardig gevonden worden, op alleen je sterke en positieve kanten laten zien maak je ook je zelf behoorlijk wat wijs.

Kun je hierin veranderen als je dat gedrag al jaren praktiseert? Natuurlijk. Op je bek gaan is niet verkeerd. Maar durf je ook ervan te leren? Durf je het geloof in jezelf ook op een andere wijze in te vullen dan alleen maar vanuit je ambitie en je verwachtingen, je dromen? Accepteer je van jezelf je minder goede eigenschappen, je stommiteiten, je mislukkingen. Ze horen er nu eenmaal bij. De wereld is nu eenmaal niet volmaakt en zeker jij niet. Maar je hoeft ook niet te doen alsof je een mislukkeling bent, een volslagen nietsnut. Het gaat om het juiste midden: je kunt een hoop dingen en je bent niet voor alles geschikt, niet alles gaat je evengoed af. Mag dat? En vooral mag dat van jezelf? Durf je je toe te vertrouwen aan machten en krachten buiten jou? Die groter en veelomvattender zijn? Dan heb ik het nog niet eens over een religie of over een God, maar bijvoorbeeld over het leven zelf. We worden geboren en gaan dood. Een onverbiddelijk proces, een wetmatigheid waaraan we ons of we willen of niet moeten onderwerpen. Overgeven is echter mooier, dat kost misschien ook strijd maar klinkt vriendelijker. Geloven is vooral vertrouwen: vertrouwen op de kansen die komen, geloven in je zelf en geloven en vertrouwen dat het het goed gaat komen, goed kan komen omdat je niet de baas bent over je leven en over de wereld. Op het diepste punt van je ellende, je lijden, de dieptepunt waar je in kunt komen, kun je twee kanten uit: knokken en doorgaan of de moed opgeven. In onze rouwgroep vertelde een deelnemer hier jaren geleden over. Hij verloor zijn moeder en een half jaar zijn vader aan de dood. Zijn wereld stortte in en hij heeft toen vreselijk geworteld met de vraag “waarom zou ik blijven leven”. De uitkomst was positief, hij koos voor strijd, voor het leren dragen, voor de worsteling en voor het leven. Dat is niet ieder gegeven, maar het is wel een mogelijkheid. Dat geloof ik nu weer, en daar vertrouw ik op.
Geloof, vertrouwen valt niet uit de hemel, komt je niet zomaar aanwaaien. Er moet worden gezaaid en vooral hard gewerkt en je moet niet te bang zijn om te verliezen, te mislukken en wat al niet. Gaande de weg ontdek je wat je vertrouwen waard is want het groeit onder het lopen, onder het leven zelf.

John Hacking
22 mei 2015