Wereld als spiegel

Wereld als spiegel

De wereld ervaar ik als een grote spiegel. Niet om mezelf in te spiegelen, alsof ik een soort van Narcissus ben die in het water van het meertje naar zichzelf kijkt en op zichzelf verliefd wordt, nee, de wereld houdt mij een spiegel voor en zet mij zo op zijn plaats. De wereld zegt mij als het ware: dit ben jij! Jij bent deel van, onderdeel van deze wereld en ik als wereld bepaal mede hoe jij jezelf ervaart. Als mens ben je sterfelijk, kwetsbaar, afhankelijk ondanks je grootheidsfantasieën die op kunnen steken, ondanks je wanen die kunnen leiden tot vernietiging van velen. De wereld is een spiegel waarin ik mag ervaren hoe groots en ontzagwekkend alles is. En ik, als klein individu mag daar deel van uitmaken. Een stip op de landkaart, een nietigheid, een niets. En toch groot in denken en doen, in fantaseren en verwachten. Een subject, onderworpen aan de krachten van de natuur, van het leven, van de kosmos, en zo vol verlangen en passie.

Tijdens RadboudHappiness, een week van geluk op de campus van de Radboud Universiteit te Nijmegen in de week van 1-5 juni 2015, werd me duidelijk dat de vertrouwde op eeuwen gebaseerde structuren van de kerk door het inrichten van parochies, leef en woonplekken, vierplekken en gemeenschappen, rijp zijn voor verandering. De virtuele wereld van het digitale tijdperk kondigt zich aan en dat vraagt nieuwe aanpassingen. Onze westerse maatschappij is door en door individualistisch. Dat is het resultaat van een proces, ingezet in de late middeleeuwen en dat zich volop aankondigt tijdens de Verlichting. Communisme en Fascisme zijn in feite pogingen om dit proces een halt toe te roepen, bij te sturen en van een nieuwe richting te voorzien. Ze zijn mislukt. Bij voorbaat al omdat het individu ondergeschikt werd gemaakt aan het collectief en aan de collectieve idealen. In praktijk betekende dit dat een paar leiders de koers uitzetten en die richting opdrongen aan de volgelingen. Alsof zij opeens de geest hadden gekregen en wisten waar het heil vandaan kwam. Een vorm van messianisme gebaseerd op valse verwachtingen want de mens is niet alleen maar opofferingsgezind. Hij wil ook iets voor zichzelf en wel zo snel en zo veel mogelijk. Daarop is onze kapitalistische maatschappij gebouwd en onze economie draait op dit vleesgeworden verlangen.

Een mens is een individualist en hij is een gemeenschapswezen, afhankelijk van en ingebed in een groep. In vele groepen en verbanden. Maar in dit beginnende digitale tijdperk ontstaan nieuwe verbanden, nieuwe groepen die met dit begrip eigenlijk niet meer goed beschreven kunnen worden. Netwerk is misschien een beter begrip, maar ook dat schiet te kort omdat het niet over een net gaat, een vangnet, een vertakt net, maar over iets virtueels, iets ongrijpbaars. We noemen het een netwerk omdat we de internetverbinding voorstellen als een groot net van knooppunten en doorgeefpunten. Maar deze metafoor dekt eigenlijk de lading niet. In deze metafoor van het netwerk zijn de knooppunten als het ware de individuen, de subjecten die met elkaar verbonden zijn. Al die zelven (auto), die ik-jes, gevangen in een lichaam (auto-topos, zelfplaatsen), die samen vallen met hun lichaam, zijn een soort zelfknoopunt (autonodus) in dit grote verband. Maar ze zijn in werkelijkheid geen reële zelven, geen reële lichamen, maar virtuele knooppunten. Dat jij achter de knoppen van je pc zit of aan je mobiel doet daar niets aan af. Vanuit de digitale werkelijkheid gezien ben je een verzameling van eentjes en nullen en niets meer. Al jouw kenmerken, al datgene wat jou tot uniek subject maakt is voor de digitale realiteit niet meer dan een optelsom van nullen en enen. Een paar meer of minder maakt helemaal niets uit.

Als je deze digitale realiteit serieus wilt nemen heeft dat nogal wat gevolgen voor onze kijk op de werkelijkheid, op de mens en op de religie als zodanig. Is God ook een optelsom van nullen en enen, een verzameling betekenissen die omgezet kunnen worden in een digitale taal? Of is hij meer dan dat? Of minder? Een niets? Niet te vatten in nul en een? Maar ook de mens is in het geding. Valt hij samen met zijn digitale werkelijkheid of is hij meer dan dat? En hoe moeten we dat dan uitdrukken? De week van geluk  tijdens RadboudHappiness maakte me duidelijk dat we niet meer alleen moeten blijven denken vanuit de structuur van gebouwen en gemeenschappen in de kerk maar dat we de wereld in moeten, ons door de wereld moeten laten beleren. Niet in je hok blijven zitten met een air van “we hebben de waarheid in pacht en als je iets wilt kom je maar naar ons toe”. Die tijd is voorgoed voorbij. Alle arrogantie en zelfgenoegzaamheid in de religies hebben de wereld geen heil gebracht. Ze hebben niets toegevoegd hoe hoog de verwachtingen ook waren. Ambtenaren in de religieuze systemen die voortbouwen op de oude structuren en die kost wat kost die in stand willen houden omdat ze anders hun houvast dreigen te verliezen gaan het pleit niet beslechten want ze zijn aan de verliezende hand. Het individualisme is slechts één vorm van samenleven, maar het is in onze maatschappij zover ontwikkeld, dat het moeilijk is om een alternatief te bedenken dat origineel is en dat de fouten van de voorgaande ontwikkelingen voorkomt. Die fouten zijn vooral het niet serieus nemen van de individuen en hun verwachtingen, hun behoeftes en hun noden. Kardinalen (in Nederland bijvoorbeeld) die rücksichtlos kerken sluiten omdat er geen geld voor is en omdat er geen priesters zijn, maar die nalaten de gelovigen te ondersteunen in hun zoektocht en vooral in hun pastorale noden maken kardinale blunders. Het gaat om mensen niet om stenen. Uiteindelijk staan ze alleen.

Wat kan de wereld je dan leren ook als je godsdienstig bent, ook als je verlangt naar een groep, naar gelijkgezinden en naar anders-gezinden, waarmee je wel in dialoog kunt treden? Allereerst dat je uit vlees en bloed bestaat, dat het leven kort is, je tijd kostbaar en dat je dus niet je leven moet verspillen aan zinloos geweld, aan enkel behoefte bevrediging opgewekt door je lichaam, je verlangen etc. Ik vermoed dat veel lustbevrediging niet meer is dan compensatie voor iets wat je fundamenteel in je leven tekort bent gekomen. Of dat nou in de (vrijwillige) seksindustrie, de verslaving of de consumentenindustrie zichtbaar wordt, maakt niets uit. Het is coping, een gedrag van behoefte bevrediging waaronder andere verlangens schuilen die niet zijn bevredigd. In seksindustrie en verslaving ben je niet meer dan dat: namelijk je bent slaaf geworden, slachtoffer en object van je eigen passie. Je hebt de teugels uit handen gegeven. Je bent onderworpen aan krachten die sterker zijn dan je eigen vrije keuze. Ook dat is terug te draaien, er is een uitweg mogelijk als je dat aandurft, er radicaal, dat is tot in de wortel, ervoor kiest. Maar naast het feit dat je leven beperkt is en je tijdspanne relatief voordat je sterft is er ook de voortdurende mogelijkheid om elke dag opnieuw geboren te worden: telkens als je ontwaakt breekt er een nieuwe dag aan. Op zich vind ik dat al een wonder, elke dag wakker worden, elke dag nieuwe kansen, een nieuwe weg om in te slaan. Dat is eigenlijk onvoorstelbaar, maar het kan. Het is werkelijkheid telkens weer. Ook dat leert ons de wereld waarin we leven en waarin we handelen. Hoe de toekomst er dan verder uit zal zien? De wereld zal ons leren. Voortekenen zijn er al lang. Het gaat ook om de goede duiding ervan en het inslaan van wegen die geen Holzwegen zijn, doodlopend dus. Hoe je dat weet? Door te gaan lopen, dan merk je het vanzelf.

John Hacking

12 juni 2015

wereld als spiegel