De Zelfkonfrontatiemethode in de Studentenkerk (aug. 2015)

Inleiding

 Sinds 2001 wordt in de Studentenkerk de Zelfkonfrontatiemethode, zoals deze door Hubert Hermans en Els Hermans-Jansen ontwikkeld en beschreven is[1], toegepast in gesprekken met hoofdzakelijk studenten. In de loop der jaren zijn de startvragen of ontlokkers aangepast. De laatste keer afgelopen zomer.[2] Ontlokkers zijn in feite uitnodigingen om een gesprek aan te gaan over personen en ervaringen die voor de persoon in kwestie belangrijk zijn. Degene die een Zelfkonfrontatieonderzoek start vertelt in een eerste gesprek over zijn leven en significante onderdelen daarvan. Deze uitspraken die voor de persoon van belang zijn en die licht werpen op zijn waarderingen worden genoteerd, de zogenaamde waardegebieden. In de loop van het gesprek worden zo een aantal waardegebieden verzameld en in een later stadium in de computer ingevoerd. De persoon gaat vervolgens deze waarderingen vanuit zijn gevoel een cijfer geven. Per waardegebied moeten 30 gevoelen worden ingevuld op een schaal van 0 tot en met 5. In het tweede gesprek analyseert de persoon met hulp van de helper, de consultant, de uitkomsten van dit onderzoek. Zo ontdekt de persoon hoe zijn ervaringen met elkaar concreet en gevoelsmatig samenhangen en krijgt hij extra input over zijn waarderingen vanuit zijn gevoel. In dit verslag geef ik een korte beschrijving van de ontlokkers die ik hanteer en de nieuwe ontlokkers of uitnodigingen die ik toepas in het Zelfkonfrontatieonderzoek en waarom ik dat doe. Het denken van Eugen Rosenstock-Huessy speelt een rol in de wijze waarop ik tegen de Zelfkonfrontatiemethode aankijk en hoe ik de methode toepas.

 

Ontlokkers

 

Studenten met een hulpvraag starten een Zelfkonfrontatieonderzoek altijd met een huiswerkopdracht. Dat is ook de eerste vraag van het onderzoek, nadenken over je behoefte waarom je dit onderzoek wilt doen en wat je wilt uitzoeken. Wat wil je graag over jezelf te weten komen. Deze eerste stap kan in het vervolg van het onderzoek mede richting geven aan de vragen die aan de persoon worden gesteld en helpen ook bij het zoeken naar een antwoord op deze vragen. Komt er uiteindelijk uit waar je naar op zoek was of wat je over jezelf wilde weten? Dat is natuurlijk niet gegarandeerd. Niet alleen omdat een mens meer kan vragen dan er antwoorden zijn maar ook omdat de uitkomsten van een onderzoek wel eens in een heel andere richting kunnen wijzen als er onderliggende problemen zichtbaar worden. Bijvoorbeeld je komt met de vraag wat je met je toekomst aan wilt omdat je geen idee hebt wat je wilt gaan doen en je ontdekt in het onderzoek dat er een groot stuk onverwerkt verleden, bijvoorbeeld een rouwervaring, in je leven aanwezig is die al je gevoelens mede kleurt. Je neerslachtigheid als daar sprake van is, komt niet voort uit het feit dat je niet weet wat je wilt, maar vooral uit het feit dat er onverwerkt verdriet meespeelt. Dit is slechts een voorbeeld uit velen.

De volgende vragen van de ontlokkers in het onderzoek hebben betrekking op je verleden, je heden en je toekomst. Daarin volg ik de aanwijzingen van Hermans en Hermans-Jansen. Zij vormen ook een goede start voor het gesprek en dekken voor een groot deel ervaringen en personen die een rol spelen in het leven van de persoon. De ontlokkers activiteit en denken heb ik samengevoegd en ook de ontlokkers afzetten en eenheid omdat ik anders teveel ontlokkers krijg. Dat heb ik al gedaan in 2009 toen ik enkele nieuwe ontlokkers heb toegevoegd.

Genieten, een ontlokker die vooral vraagt naar positieve ervaringen heb ik nu in 2015 qua tekst ingekort omdat die positieve ervaringen toch wel boven komen. In sommige onderzoeken vormen de antwoorden op deze ontlokker soms het enige stukje positiviteit in het verhaal, maar dat is uitzondering. De ontlokker activiteit en denken zijn soms al bij de voorafgaande ontlokkers aan de orde gekomen en vormen daarom soms een herhaling van zetten. In mijn ervaring leveren afzetten en eenheid, zeker met betrekking tot groepen niet zoveel nieuwe inzichten op. Afzetten tegenover bepaalde personen maakt soms de ambivalentie duidelijk in een relatie. Dat is dan weer winst voor het tweede gesprek want zo wordt er een meer volledig beeld geschetst van een persoonlijke relatie.

Nieuw is sinds 2012 de ontlokker die expliciet naar het gevoel vraagt en vooral naar pijn- en angstervaringen. Dan moet de persoon met ‘de billen bloot’ om het maar eens plastisch uit te drukken. Als je in dit onderzoek toch op zoek bent naar waarderingen van situaties, ervaringen en personen, kan het mijns inziens geen kwaad om direct die gevoelens aan te spreken door er naar te vragen.

De ontlokkers tijd en ruimte en persoonlijkheid, imaginaire figuur en zingeving heb ik al jaren geleden toegevoegd (sinds 2002) en nu een klein beetje aangepast qua tekst. Tijd en ruimte vraagt nu ook naar het thuisgevoel of het ontbreken daarvan of naar symbolische voorwerpen met betekenis. De ontlokker persoonlijkheid wijst de persoon op de mogelijkheid dat er verschillende kanten aan hem/haar zouden kunnen zitten in gedrag en wezenskenmerken. Het gaat hier dus niet om oppervlakkigheden. Maar deze ontlokker blijft een moeilijke omdat er een stukje psychologisch inzicht wordt verondersteld bij de persoon in kwestie. Dat is niet altijd aanwezig.

Nieuw sinds 2009 is ook de ontlokker lichaam. De antwoorden op deze ontlokker maken in het tweede gesprek soms goed duidelijk met welke andere waardegebieden lichamelijke klachten samenhangen. Bijvoorbeeld rugklachten met stresservaringen, botsingen met significante anderen, ervaren druk van ouders enzovoort. Ook hier zijn er veel varianten.

De ontlokker imaginaire figuur en zingeving (sinds 2002) leveren soms rijke teksten op en soms weinig dat hout snijdt. Dat blijkt uit de waarderingen. Met de ontlokker zingeving kom je al snel in algemeenheden terecht of net uit bij de vragen waar de persoon mee binnen kwam bijvoorbeeld rond de zin van zijn leven. Daarom heb ik nu deze ontlokker aangepast met de volgende vragen: Voor wie was je en/of ben je van betekenis, waar zou je jezelf aan willen toewijden? Voor wie en wat zou je van betekenis willen zijn? Naast: wat is het meest waardevolle, kostbare, in je leven? En waarvoor leef je?

Met deze nieuwe vragen hoop ik meer expliciet in te zoomen op de aspecten die bij zingeving een rol spelen en die de persoon kunnen helpen zijn vragen scherper te krijgen. Ook vanuit het idee dat een mens waardering nodig heeft. Als die waardering ontbreekt of er is nauwelijks een gevoel dat je er toe doet is de ervaring van zin ver te zoeken. Van de andere kant moet worden opgemerkt dat zingeving niet uit de lucht komt vallen, dat er een zekere investering, toewijding voor nodig is. Op die wijze sturen deze vragen de persoon om eens goed naar zichzelf te kijken.

De ontlokkers die ik nu in het Zelfkonfrontatieonderzoek hanteer zijn:

Vraag:

  • Waarom doe je dit onderzoek en wat wil je graag met dit onderzoek uitzoeken en te weten komen.

Set 1 Verleden

  • Was er in je verleden iets dat je van grote invloed of van groot belang vindt in je leven en dat nu nog in je huidige leven een bepaalde rol speelt?
  • Is er in het verleden een ervaring, een omstandigheid of een persoon geweest die volgens jou van grote invloed was op je leven en die nu nog op de een of andere wijze op je huidige bestaan een zekere invloed heeft? Hoe zou je die invloed omschrijven?

Je kunt in het verleden zover teruggaan als je zelf wenselijk lijkt. Het kunnen ook meerdere personen / gebeurtenissen / omstandigheden zijn.

Set 2 Heden

  • Is er in je huidige bestaan iets dat je van groot belang of van grote invloed acht in je leven?
  • Is er in je huidige bestaan een omstandigheid of een persoon waaraan je grote invloed toekent? Hoe zou je die invloed omschrijven?

Het kunnen ook meerdere personen / gebeurtenissen / omstandigheden zijn.

Set 3 Toekomst

  • Zie je in je toekomst iets dat volgens jou van groot belang of van grote invloed zal zijn op je leven?
  • Zal er, voor je gevoel, een omstandigheid of een persoon zijn die van grote invloed zal zijn in je toekomstige leven?
  • Zal er in je toekomst iets zijn, een bepaald doel, waarvan je verwacht dat het in je leven een belangrijke rol zal spelen.

Je kunt hierbij zover vooruit kijken in de toekomst als je zelf wilt. Het kunnen ook meerdere personen / gebeurtenissen / omstandigheden zijn.

Set 4 Activiteit en denken

  • Is er een aspect van je werk of studie waaraan je een belangrijke invloed toekent?
  • Is er iets waar je trots op bent, een prestatie, een gebeurtenis, iets waaraan je hebt bijgedragen?
  • Is er iets waar je veel over denkt? Is er iets dat je gedachten veel bezig houdt?

Set 5 Voelen

  • Waar ben je bang voor? Wat is je grootste angst?
  • Is er iets in je leven wat pijn doet? Zij er situaties of personen waar je pijn bij voelt? Wat doet dat met jou?
  • Wat doet het meeste pijn?

Set 6 Genieten

  • Waarvan kun je in sterke mate genieten? (noem voor jou het belangrijkste)
  • Waarvan kun je intens genieten?

Set 7 Afzetten en eenheid

  • Wie is de belangrijkste persoon in je leven tegen wie jij jezelf probeert af te zetten?
  • Is er iemand in je leven die op de een of andere wijze belangrijk voor je is, maar met wie jij je niet goed verwant kunt voelen?
  • Wie is de belangrijkste persoon in je leven met wie jij je één voelt?
  • Is er iemand die voor jouw leven belangrijk is en met wie jij je in hoge mate verwant voelt?

(je kunt ook aan een groep denken)

Set 8 Persoonlijkheid

  • Als je naar je persoonlijkheid kijkt, is er dan sprake van verschillende dimensies in je persoonlijkheid of zijn er situaties waarin verschillende aspecten van je persoonlijkheid aan het licht treden, zo ja geef eens een voorbeeld.
  • Zijn er mensen bij wie je andere kanten van jezelf kunt ervaren.

Set 9: Tijd en ruimte

  • Is er een tijd of ruimte die voor jou belangrijk is. Waar voel jij je thuis? (of helemaal niet)
  • Is er iets in deze tijd of ruimte dat voor jou van bijzondere betekenis is.

Set 10 Lichaam

  • Zijn er aspecten van je lichaam die een belangrijke rol spelen in je leven?
  • Heb je lichamelijke klachten en zijn er omstandigheden waarin die optreden?
  • Hoe sta je tegenover je lichaam?

Set 11 Imaginaire Figuur

  • Is er een denkbeeldig iemand in je leven die bijzonder belangrijk voor je is? Welke rol speelt deze figuur en is het misschien iemand die je bewondert, waar je mee praat, een adviseur, een geestelijk leidsman, een vijand, een monster, een mens in dierengestalte (totem), iemand die tot je spreekt over de toekomst, een denkbeeldige geliefde, een beeld dat tot leven komt, een dode persoon die nog aanwezig is? Je kunt ook aan bijzondere dromen denken.

Set 12 Zingeving

  • Voor wie was je en/of ben je van betekenis
  • Wat is het meest waardevolle, kostbare, in je leven?
  • Waarvoor leef je? Waar zou je jezelf aan willen toewijden? Voor wie en wat zou je van betekenis willen zijn?
  • Ben je religieus, en welke gevoelens heb je daarbij? Wat is voor jou de kern van je religieus beleven en waarom is dat voor jou belangrijk? Hoe komt je religieus gevoel tot uitdrukking in je dagelijks leven?

Algemeen ervaren

  • Hoe voel ik mij de laatste tijd in het algemeen gezien

Ideaal ervaren

  • Hoe zou ik mij in het algemeen gezien graag willen voelen

Methode

 

In de visie van Hermans en Hermans-Jansen is het subject een gemotiveerde verhalenverteller die als een soort auteur zijn eigen leven beschrijft als acteur. Hij geeft zo betekenis aan zijn leven uitgedrukt in waarderingen.[3] In het Zelfkonfrontatieonderzoek wordt deze auteur op een dialogische wijze (door feedback en ondervraging van de helper, de consultant) uitgenodigd zijn ervaringen mede te delen en te waarderen. Daartoe dienen de ontlokkers maar ook de ervaring, scherpzinnigheid en alertheid van de helper is van belang. Omdat de helper overzicht heeft over de methode, de bril opzet van de methode, kan hij vragen stellen die afgaan op het gevoel van de verteller. Vragen als “waarom is dit voor jou belangrijk”, “wat doet het met jou”, ‘welk gevoel geeft je dit”, “wat raakt je zo daarin”en “word eens concreet, beschrijf het eens zoals het was, zoals je het hebt beleefd” etc. zijn enkele voorbeelden hiervan.

Voor de persoon in kwestie geldt dat hij in het begin geen idee heeft van de methode noch van de bril die kan worden opgezet om op deze wijze eens naar zichzelf te kijken. In het tweede gesprek leg ik dan ook altijd uit dat deze bril ook van pas kan komen in de tijd na het onderzoek en nodig ik de persoon uit om zich deze bril eigen te maken. De bril is het model van de cirkel waarin zes categorieën staan beschreven die allemaal een positie bevatten waarin bepaalde gevoelens overheersen. Deze methode en de indeling van gevoelens in categoriëen[4]  geeft zicht erop hoe jij als persoon je in bepaalde situaties gedraagt en wat daar de winst- en verliesrekening van is voor je gevoelsleven en je waarderingen.

Het ondergaan van het Zelfkonfrontatieonderzoek is dus tevens een kennismaking met de theorie erachter en de bril die wordt opgezet. Dat geeft de persoon in kwestie ook de ruimte om deze bril te bekritiseren. Het is niet zo dat voetstoots moet worden aangenomen dat deze bril ook de (enige) juiste is bij de analyse van de gevoelens. Het onderzoek is sowieso tijd- en ruimtegebonden, in de loop van de tijd en met veranderende contexten verschuiven ook de betekenissen. Als de persoon in kwestie in de gaten krijgt dat betekenissen en dus waarderingen tijd- en ruimtegebonden zijn en dat door het benoemen van de gevoelens als het ware (nieuwe) ruimte ontstaat is al heel veel gewonnen.

Eugen Rosenstock-Huessy beschrijft in een studie over de taal[5] dat personen in beweging komen als zij aangesproken worden door een bevel of een opdracht en hierop positief reageren. Deze beweging zet een verandering in gang. Rosenstock-Huessy beschrijft het gedrag van subjecten vanuit de grammatica en deze beschrijving kan zijn vruchten afwerpen voor de toepassing van de Zelfkonfrontatiemethode. Een voorbeeld: personen die tijdens het onderzoek veel nadruk leggen op “ik vind”, ‘ik ben van mening” bevestigen hiermee hun ik-positie en daarmee hun autonomie. Vanuit het ik is het lastig om in beweging te komen want het individu wil niet de greep op zijn leven verliezen en geen onverwachte veranderingen toelaten als dat ik een onzeker iemand is. “Ik vind” formuleringen leveren in het eindresultaat van het onderzoek niet zoveel waarderingen op, ze zijn nauwelijks significant in het geheel van het leven en het waarderingspatroon vanuit het gevoel. Hoeveel vreugde, hoeveel kwaadheid , hoeveel eigenwaarde en kracht geeft een “ik ben van mening-zin”? Afgezet tegenover personen en conflicten die er voor de persoon echt toe doen is de uitkomst meestal schamel en weinigzeggend. Want meningen kunnen veranderen als de wind maar de relatie met bijvoorbeeld je vader of moeder is een blijvende.

Rosenstock-Huessy maakt je er dus bewust van erop te letten dat de persoon als een jij wordt aangesproken en als een jij antwoord geeft. Dan is hij zelf betrokken, participeert hij als acteur in het verhaal en is hij niet de auteur die aan de touwtjes trekt en alles vanuit een hautaine positie overziet. Kunst is de persoon zo uit te nodigen dat bij het invullen van de lijst met gevoelens zoveel mogelijk gevoel boven komt, dat wil zeggen dat de waardegebieden zo concreet en zo persoonlijk mogelijk moeten zijn. Hoe meer betrokkenheid hoe meer gevoel en hoe meer er geduid kan worden vanuit het gevoel. Ambivalente waarderingen leveren in dit licht extra moeilijkheden op die nader moeten worden verkend als ze tenminste de moeite waard zijn en als ze samenhangen met onderliggende mogelijke problemen. Anders zijn ze soms slechts een effect van onzorgvuldig samengestelde waardengebieden waar twee tegenovergestelde situaties bijeen zijn gebracht zodat je een dubbele waardering krijgt. 

De opvattingen over betrokkenheid van de psycholoog zoals die door Rosenstock-Huessy naar voren worden gebracht in het boekje over ‘De taal van de ziel’, namelijk dat de psycholoog niet enkel moet handelen als een buitenstaander, iemand die zaken turft alsof hij een statisticus is, of een onbevangen wetenschapper op afstand, spelen ook een rol in het Zelfkonfrontatieonderzoek. Het thema ziel is in de psychologie verdacht, om niet te zeggen taboe. Toch pleit Rosenstock-Huessy voor precies deze ingang. Een mens wil worden aangesproken op zijn ziel, op zijn ‘lotsbestemming’, hij wil tot in zijn ziel worden geraakt en niet alleen maar verstandelijk rationeel betrokken raken. Een mens wil ergens warm voor lopen, het gevoel hebben dat hij er toe doet, dat er mensen zijn die om hem geven en dat hij een mens is die om iets en iemand geeft. Dan kan hij ook de stap zetten om zich ergens aan te wijden, om zich toe te wijden, waardoor zijn leven zin krijgt. Psychologisch onderzoek dat enkel bestaat uit het invullen van vragenlijstjes en het analyseren ervan op de computer om zo tot abstracte bevindingen te komen is Rosenstock-Huessy een gruwel en ik sluit me hier graag bij aan. Met abstracties help je geen mens, met abstracties stop je hem alleen maar in een hokje, ook al levert dat verzekeringsgeld op voor de therapeut in kwestie. Het subject zelf is er nauwelijks mee geholpen want hij is er niet een uit velen. De persoon wil het gevoel van uniciteit en belangrijkheid bevestigd zien, ook in de relatie met de helper, de psycholoog. Dat komt eerst en vooral tot uitdrukking in het luisteren zonder etiketten op te plakken om het verhaal te duiden. Dat is dan ook de kracht van de Zelfkonfrontatiemethode dat de persoon zelf het zware werk moet doen van de duiding. De diagnose komt na de analyse maar als de helper het ziet maar de persoon niet is er niks gewonnen. Het kwartje moet bij de persoon zelf vallen.

De benadering van de Zelfkonfrontatiemethode in het tweede gesprek verschilt daarom van een rationele aanpak en beoordeling van ervaringen, omdat de ervaren gevoelskant hier extra belicht wordt. Dat is een terrein dat veelal niet expliciet bekeken wordt bij een rationele analyse en weergave van gebeurtenissen omdat het afstand nemen kenmerkend is voor deze reflectie. De reflectie is in feite altijd al een stap verder en schiet daarmee vaak over het gevoel heen. De zelfkonfrontatiemethode heeft als opzet om precies dit gevoel boven te halen en te laten spreken, zelfs voordat de abstractie een kans krijgt om het gevoel onder het tapijt te moffelen. Hoe kan abstract denken deze uitspraak waarderen zoals door Vasili Grossman gedaan in een van zijn verhalen?: “Het levende menselijke hart is het mooiste wat er in de wereld bestaat. Het vermogen tot liefhebben, geloven, vergeven en het opofferen van alles in naam van de liefde is magnifiek.”[6] Terwijl in de Zelfkonfrontatiemethode meteen duidelijk wordt welke gevoelscomponenten hier een hoofdrol vervullen en wat hun dynamiek kan zijn.

De helper, consultant, houdt natuurlijk een professionele afstand tot de belevingswereld van de persoon in takt maar professioneel handelen wil niet zeggen dat je zelf niet meedoet. Ook jouw ziel is in het geding en jouw ziel en jouw passie kleurt mede de wijze waarop je luistert en teruggeeft. Anders kun je het onderzoek ook door een computer laten verrichten, wat dan ook bij sommige onderzoeken op ander terrein gebeurt. Maar de persoon in kwestie zal hier niet echt mee geholpen zijn omdat zijn persoonlijke beleving en de reactie die dat oproept niet meetelt. 

Rosenstock-Huessy merkt ook op dat in het gebruik van de taal via de grammatica in het gesprek voortdurend een wisseling plaatsvindt van persoon en die wisseling heeft betekenis. In de eerste persoon treedt een zekere autonomie aan het licht, een vorm van onaantastbaarheid. In de tweede persoon kun je jezelf voorstellen wat de ander doormaakt en lijdt omdat hier ook het appèl van de ander aan jou kan klinken. De tweepersoon is betrokken op de ander: spreker en luisteraar, die telkens van positie wisselen. In de derde persoon komt de zakelijke kant aan het licht, de benadering van de dingen buiten jou. Hij benadert het zelf zichzelf? Wat is in deze zelfmedelijden, zelfbeklag? Is dat vanuit de derde persoon of vanuit de tweede? Wat wordt hier als gekwetst ervaren, de eerste persoon in zijn autonomie? Als je vanuit deze grammatica met nieuwe ogen kunt kijken naar het verhaal van de persoon komen vanzelf nieuwe vragen boven die verdiepend kunnen zijn en die de persoon helpen dichter bij zichzelf te komen. Als de inzet van het Zelfkonfrontatieonderzoek zelfkennis en verandering is, dat wil zeggen het ombuigen van waarderingen of het leren dat waarderingen relatief zijn, waardoor nieuwe geestelijke en psychologische ruimte ontstaat om te functioneren, te leven, dan kan deze grammaticale benadering van het spreken je ervan bewust maken dat je door het gebruik van de taal greep krijgt op de dingen en op de betekenissen. Noemen van de dingen bij hun naam, het je ertoe verhouden, een naam geven aan dat wat je bezig houdt en waar je greep op probeert te krijgen, het noemen van de onbewuste krachten die je leven kleuren maakt ze minder onbewust en brengt ze aan het licht. Chaos ervaren en onzekerheid zijn in de ogen van Rosenstock-Huessy ook fenomenen waar de taal ontbreekt waardoor het individu alle gevoel voor tijd en ruimte verliest. Pas het benoemen geeft een zeker houvast en plaatst ze terug in de tijd en de ruimte. Zo is het ook in de therapie als ervaringen worden bovengehaald, benoemd en geduid. Ze krijgen een naam, een gezicht en daardoor een betekenis. De transformatie van slachtoffer van je verleden naar meester over je ervaringen en hun uitwerking is in gang gezet via de weg van betekenissen, waarderingen en ten diepste door ze een naam te geven. Een naam geven wil ook zeggen dat je durft om je ertoe te verhouden, dat je de relatie durft aan te gaan. Mensen zonder naam, gebeurtenissen zonder naam zijn niet alleen anoniem, ze roepen daarom ook onverschilligheid op of angst omdat ze vreemd zijn en onbekend. Dan is er nog geen echte verhouding, geen echte relatie ontstaan. Pas het benoemen, elkaar kennen bij je naam, maakt de weg tot gesprek, communicatie, onderling begrip mogelijk. De naam is een weg naar vrede. En dat op veel terreinen: persoonlijk, innerlijk en inter-relationeel. Tussen de volken komt dit tot uitdrukking in het vredesverdrag en het onderlinge gesprek, weer ‘on speaking terms’ zijn met elkaar. Ook hier heeft Rosenstock-Huessy boeiende dingen over gezegd.

Conclusie

 

In dit kort overzicht van nieuwe ontlokkers en enkele suggesties met betrekking tot de methode houd ik een pleidooi voor een betrokken helper die niet schroomt om zijn eigen ziel in het proces te betrekken door gespitst te zijn op waarderingen van de persoon met betrekking tot zingeving en spiritualiteit. Daarbij is de helper niet het model, niet het voorbeeld en ook niet de aangever, maar wel de kritische luisteraar die zowel inzoomt op de zielenuitingen van de persoon als wel rekening houdt met zijn eigen zielenroerselen. Ik pleit dus niet voor een abstracte benadering maar een persoonlijke persoonsbetrokken invulling waarin de persoon en niemand anders dan de persoon centraal staat in het onderzoek. Het benadrukken van die autonomie naar de persoon toe is een van mijn stokpaardjes: “je bent de baas”. De kunst is dan ook dat de persoon zijn leven in eigen hand neemt met alle haken en ogen die daaraan zitten. De helper is er alleen maar om de persoon een duwtje in de goede richting te geven. Als de analyse van taal en grammatica in het persoonlijk gesprek daar een handje bij kan helpen is dat alleen maar winst en worden vooronderstellingen  op een nieuwe wijze zichtbaar. ‘Wie spreekt hier en wie zegt hier iets en wat is de inhoud van de boodschap?’ Deze vraag zou in dit licht voortdurend mee moeten spelen op de achtergrond in het hoofd van de helper om erachter te komen hoe de persoon zijn eigen zelf-zijn beleeft, gestalte geeft en waardeert.

Als op het einde van het onderzoek het kwartje is gevallen, de persoon ontdekt heeft door eigen diagnose waar pijnpunten zitten en waar deze door komen is al heel veel gewonnen. Trauma’s zijn er niet in een keer mee opgelost, maar als de persoon de stap durft te zetten om die elementen van het trauma in een nieuw therapeutisch proces te benoemen en zich zo ertoe probeert te verhouden is er al heel veel winst behaald. De stap naar transformatie, weg uit het verleden met zijn neerdrukkende waarderingen, is gezet.

John Hacking

14 augustus 2015

Noten:

[1] Vgl. Hermans, H.J.M., Hermans-Jansen, E., Self-Narratives. The construction of meaning in Psychotherapy. New York London 1995 ( The Guilford Press) pag. 35 en 275-276

[2] De ontlokkers die ik tussen 2009 – voorjaar 2015 heb gebruikt, zijn deze:

Vraag

Heb je een vraag waarmee je hiernaar toe bent gekomen en/of wil je iets uitzoeken

 

Set 1 Verleden

  • Was er in je verleden iets dat je van grote invloed of van groot belang vind in je leven en dat nu nog in je huidige leven een bepaalde rol speelt?
  • Is er in het verleden een ervaring, een omstandigheid of een persoon geweest die volgens jou van grote invloed was op je leven en die nu nog op de een of andere wijze op je huidige bestaan een zekere invloed heeft?

(of zijn er meerdere personen)

Je kunt in het verleden zover teruggaan als je zelf wenselijk lijkt. 

Set 2 Heden

  • Is er in je huidige bestaan iets dat je van groot belang of van grote invloed acht in je leven?
  • Is er in je huidige bestaan een omstandigheid of een persoon waaraan je grote invloed toekent?

(of zijn er meerdere personen) 

Set 3 Toekomst

  • Zie je in je toekomst iets dat volgens jou van groot belang of van grote invloed zal zijn op je leven?
  • Zal er, voor je gevoel, een omstandigheid of een persoon zijn die van grote invloed zal zijn in je toekomstige leven?

(of zijn er meerdere personen)

  • Zal er in je toekomst iets zijn, een bepaald doel, waarvan je verwacht dat het in je leven een belangrijke rol zal spelen.

Je kunt hierbij zover vooruit kijken in de toekomst als je zelf wilt.

Set 4 Activiteit en denken

  • Is er een aspect van je werk of studie waaraan je een belangrijke invloed toekent?
  • Is er iets waar je veel over denkt?
  • Is er iets dat je gedachten veel bezig houdt? 

Set 5 Voelen

  • Waar ben je bang voor?
  • Wat is je grootste Angst?
  • Is er iets wat pijn doet in je leven?
  • Zijn er situaties – personen waar je pijn bij voelt – wat doet dat met je?
  • Wat doet het meeste pijn? 

Set 6 Genieten

  • Wat is het meest belangrijke waarvan je in sterke mate kunt genieten?
  • Wat is het meest belangrijke dat je momenten van intens genieten kan geven? 

Set 7 Afzetten en eenheid

  • Wie is de belangrijkste persoon in je leven tegen wie je jezelf probeert af te zetten? (of groep mensen)
  • Is er iemand in je leven die op de een of andere wijze belangrijk voor je is, maar met wie je jezelf niet goed verwant kunt voelen? (of een groep mensen)
  • Wie is de belangrijkste persoon in je leven met wie je je één voelt? (of groep mensen)
  • Is er iemand die voor jouw leven belangrijk is en met wie je je in hoge mate verwant voelt? (of een groep mensen)

Set 8 Persoonlijkheid

  • Als je naar je persoonlijkheid kijkt, is er dan sprake van verschillende dimensies in je persoonlijkheid; zo ja geef eens een voorbeeld. (tegenstellingen bijvoorbeeld)
  • Zijn er situaties waarin verschillende aspecten van je persoonlijkheid aan het licht treden, zo ja geef eens een voorbeeld.
  • Zijn er mensen bij wie je andere kanten van jezelf kunt ervaren.

Set 9 Ruimte en tijd

  • Is er een ruimte en/of tijd uit je verleden, of je heden, die voor jou belangrijk is? Beschrijf die ruimte en/of tijd eens en vertel waarom deze voor jou belangrijk is.
  • Is er een ruimte en/of tijd waarin je jezelf bijzonder thuis voelt of waar je goede herinneringen aan hebt of net helemaal niet?
  • Is er iets in deze ruimte en/of tijd dat voor jou van bijzondere betekenis is, je mag zo breed mogelijk kijken

Set 10 Lichaam

  • Zijn er aspecten van je lichaam die een belangrijke rol spelen in je leven?
  • Heb je lichamelijke klachten en zijn er speciale omstandigheden waarin die optreden?
  • Hoe sta je tegenover je lichaam?

Set 11 Imaginaire figuur

  • Is er een denkbeeldig iemand in je leven die bijzonder belangrijk voor je is
  • Welke rol speelt deze figuur en is het misschien iemand die je bewondert, waar je mee praat, een adviseur, een geestelijk leidsman, een vijand, een monster, een mens in dierengestalte (totem), iemand die tot je spreekt over de toekomst, een denkbeeldige geliefde, een beeld dat tot leven komt, een dode persoon die nog aanwezig is?’
  • Je kunt ook aan bijzondere dromen denken

Set 12 Zingeving

  • Wat is het meest waardevolle, kostbare in je leven?
  • Waarvoor leef je? Waar ga je voor?
  • Ben je religieus, welke gevoelens heb je daarbij en in welke situatie.
  • wat is voor jou de kern van je religieus beleven en waarom is dat voor jou belangrijk.
  • Hoe hangt je religieus gevoel samen met de rest van je leven.

Algemeen ervaren

Hoe voel ik mij de laatste tijd, in het algemeen gezien 

Ideaal ervaren

Hoe zou ik mij in het algemeen gezien graag willen voelen 

[3] Hermans, Hermans-Jansen o.c. pag. 15-16

[4] Zes categorieën worden onderscheiden waarin de relatie met Z (Zelf) en A (Ander) centraal staan. In deze opsomming staan eerst de namen van de categorieën, vervolgens de globale kenmerken/associaties en tenslotte de mythologische figuren waar ze meer corresponderen. Dit model is veel genuanceerder dan hier weergegeven maar het zou nu te ver voeren hier nader op in te gaan en daarvoor verwijs ik naar Hermans, Hermans-Jansen voor verdere uitwerking. Zie ook:  Hermans, H.J.M., Hermans-Jansen, E., Het verdeelde gemoed. Over de grondmotieven in ons dagelijks leven, Baarn 1999 (Uitgeverij H. Nelissen)

+ HH: Kracht en eenheid,  

volheid, wederzijdse bevestiging en bezieling,

Inspirator – Afrodite

+ Z: Zelfstandigheid, succes                                                 

prestatie, volharding, invloed, organisatie, exploratie, 

held – Odysseus

+ A: Eenheid liefde,

verzachting, ontvankelijkheid, ontroering,  verbondenheid,troost, ergens thuis horen,

geliefde – Muzen

– Z:  Agressie, boosheid                                                                                 

Zich afzetten, verzet plegen, oppositie voeren, destructief                                                   

duivel – Eyrenen (schikgodinnen)

– A:  Onvervuld verlangen

afscheid, verlies, onbereikbare ander  , gemis van eenheid

onbereikbare geliefde – Orfeus

– LL:  Machteloosheid en isolement,

slachtoffer, overspanning, leegte

gevangene – Tantalus

[5] Vgl. E. Rosenstock-Huessy, De taal van de ziel. Vertaling van Angewandte Seelenkunde (1924) van Eugen Rosenstock-Huessy, Vught 2014 (Skandalon) en ook: Eugen Rosenstock-Huessy, Het wonder van de taal, Vught 2003 (Skandalon)

[6] Grossman, Vasili, Een klein leven. Korte verhalen en essays, 20145 (Uitgeverij Balans)