Bergen

L1200368

Bergen

“Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal komen mijn hulp? “Ps 121,1

Bij het begin van de introductie 2015 op de Radboud Universiteit werd in de viering Psalm 121 gelezen. De predikant ging hier in zijn overweging op in en stelde dat in de traditie grofweg twee mogelijkheden werden genoemd, namelijk gevaar komt van de bergen (want het is gevaarlijk erdoor heen te reizen) of God is op de een of andere wijze aanwezig in de bergen. Hij koos in zijn uitleg voor de eerste variant: bergen die gevaarlijk zijn en Gods hulp is daarbij nodig om dit gevaar te bedwingen. Ik zou zelf voor de tweede variant gekozen hebben want ik schilder mijn halve leven al bergen omdat ze zo ontzagwekkend zijn en omdat op de een of andere manier aan de bergen een sacrale dimensie zit. Dat vind ik niet alleen maar dat vinden de Japanners bijvoorbeeld ook over de berg Fuji en talloze andere volken over hun bergen die majestueus zijn.

Bergen zijn plek van Gods’ontmoeting, ook in de bijbel. De berg Sinaï verandert zelfs van naam als God erop neerdaalt om met Mozes te spreken en heet dan Horeb. Elia verkeert in een spelonk in de bergen als God aan hem voorbij gaat. Offers worden gebracht op een offerhoogte in de bergen. Kortom bergen gelijk te stellen aan gevaar is maar een halve waarheid. Maar het gaat mij niet om de inhoud van de overweging en nog minder over wie er nu gelijk heeft. Bergen en dalen, vlaktes en hoogtes vormen in het landschap een eigen dimensie. Als mens, klein en nietig, ben je als het ware onderworpen aan hun grootsheid zoals een mier in onze tuin. Dat gevoel een mier te zijn in dit reusachtig landschap kan je bescheiden maken. Maar het is opvallend dat je, uitkijkend over de verte, ook een gevoel kunt krijgen van almacht, van je opgenomen voelen in een groter verband, een soort van oceanisch gevoel. Mij geven de bergen kracht en moed als ik voel hoe de wind waait en hoe het vergezicht mijn gemoed stemt en kleurt. Alle grenzen, alle bekrompenheid vallen als het ware van je af. Op eens leef je in een andere dimensie. Dat is bijna niet te beschrijven maar als je het ondergaat vergeet je het nooit meer. Dat is ook wat ik met mijn schilderijen probeer te benaderen, op te roepen, wakker te maken: de bergen geven je een nieuw inzicht in de werkelijkheid, ze zetten je op een andere wijze neer in deze existentie. In een stad of dorp doe je andere ervaringen op, meer begrensd, meer ingeperkt, maar in de bergen, in het landschap kan de wijdte je overmeesteren zodat je meegenomen wordt. Vrijheid is een goed woord voor dit gevoel. Geen abstracte vrijheid maar frisse berglucht die al je zorgen even doet vergeten.

Daarom vind ik deze psalm 121 zo mooi – de belofte die erin gedaan wordt – God als een schaduw aan je zijde, ongrijpbaar maar toch aanwezig, niet vast te leggen, maar toch op de een of andere wijze ervaarbaar, heeft een dimensie die het logische en rationele overstijgt, net als de wijdte die zich voor je blik openbaart. Bergen zijn grillig, kunnen gevaren herbergen, hebben een eigen dynamiek waarmee we rekening moeten houden omdat we gewend zijn om in huizen te wonen en op pleinen te verkeren. Wonen in de bergen hoeft dan ook niet. Maar ervan genieten, je laten overweldigen door hun uitstraling en hun aanblik dat kan nooit genoeg.

John Hacking

18 augustus 2015

bergen