Creatief zijn en verandering van perspectief

Creatief zijn en verandering van perspectief

Op de Radboud Universiteit van Nijmegen is Change perpective de laatste jaren het ‘adagium’. Iedereen die werkzaam is aan de campus wordt uitgenodigd om van perspectief te wisselen. Het is een uitnodiging en een belofte aan allen, zo het strategisch plan. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Perspectief wisseling veronderstelt dat je weet vanuit welk perspectief je op dit moment de werkelijkheid waarneemt en wat jouw plek hierin is. Je moet weten welke rol je hierin vervult en welk aandeel je hierin kunt hebben. Als dat allemaal duidelijk is zou je eigenlijk meteen je ervan bewust moeten zijn waar je bijvoorbeeld tekort schiet. Wat weet je nu nog niet en wat zou je graag willen weten en willen kunnen. Als je dat laatste ook beseft kun je misschien nieuwe (onderzoeks)vragen formuleren waardoor een zoektocht gestart kan worden naar oplossingen voor je problemen en naar antwoorden op je vragen. Je ambitie is dus mede afhankelijk van de constatering hoe het ermee gesteld is: jouw functioneren, wat je tot nu toe hebt bereikt en waar je naar op weg bent.

Zomaar in het wilde weg roepen dat er van perspectief moet worden gewisseld heeft weinig zin en als het al gebeurt veronderstelt dit waarschijnlijk dat op een bepaald terrein van perspectief gewisseld moet worden. En er wordt natuurlijk gehoopt dat het ook wat oplevert. Want anders is de hele exercitie overbodig en tijdverspilling. Welke verwachtingen verschuilen zich achter deze oproep, welke winst moet worden behaald en welke resultaten bereikt? Daarover laat de tekst over het strategische plan van de universiteit niet zoveel los. Ik heb tenminste nog niets concreets kunnen ontdekken dat echt te meten valt. Transparantie, meer bekendheid geven aan je onderzoek, beter communiceren en je laten bevragen, dat zijn eisen van alle tijden en niet specifiek iets wat bij wisseling van perspectief hoort.

Ik vermoed daarom dat de zoveelste ‘denktank’ die een periode gesleuteld heeft aan een nieuw strategisch plan, gedacht moet hebben dat deze formulering over de wisseling van perspectief in ieder geval nieuwe inzichten zou kunnen opleveren en een hernieuwde motivatie om als medewerker aan de slag te gaan op het eigen werkterrein. Na bekendmaking van dit streven is het vooral een kwestie van publiciteit en het onder de aandacht brengen van zoveel mogelijk potentiële deelnemers. Zet het in de opmaak van elke webpagina en op elk gedrukt stukje papier en het gaat een eigen leven leiden. Maar is dat wel zo? Gaat het werken als je het maar blijft roepen en schrijven? En is de ruimte er werkelijk als er van perspectief wordt gewisseld? Krijgen nieuwe initiatieven de ruimte die ze verdienen, de goodwill,  medewerking en het vertrouwen om te kunnen slagen?

Laten we het onderzoek en het onderwijs, de parade-paardjes van de universiteit, eens onder de loep nemen. Door de dwang om te publiceren en fondsen te werven staat het onderzoek onder druk en niet alleen het onderzoek maar hele onderzoeksinstituten en vooral ook individuele levens van de onderzoekers. Hoe kun je creatief zijn als je voortdurend leeft onder de knoet van de publicatiedwang? Je moet excellent zijn in je vakgebied maar de rust en de ruimte ontbreken om vrij te associëren, te fantaseren, te freewheelen, buiten je kaders te kijken, bij de buren leentje buur te spelen, interdisciplinair te werken en te ontspannen en soms helemaal niets te doen. Creativiteit is een vreemd iets. Je kunt het niet afdwingen, niet opleggen, niet verwachten als het er niet in zit. Creatief kun je pas zijn en pas worden als je ruimte krijgt. Ruimte om te scheppen. En uit het niets, uit het luchtledige, komt niet zoveel voort. Dat is zelfs niet voorbehouden aan een God want ook deze schiep níet uit het niets, maar uit een ‘wohu ta bohu’ een woest en leeg chaotisch begin. Dus verwachten dat onze wetenschappers, omdat ze wetenschapper zijn, scheppend actief zijn, creatief en vernieuwend, is een illusie als je hen daarvoor de ruimte en de tijd niet geeft. En vooral het vertrouwen Hetzelfde geldt voor het onderwijs: een docent die slechts stof behandelt zonder zijn ziel erin te leggen kun je net zo goed vervangen door een computerprogramma.

De studenten als consumenten van al dit moois worden vastgelegd op studiepunten die ze binnen bepaalde tijdsperiodes moeten behalen en de ontwikkeling als ‘hele mens’ die ook oog heeft voor cultuur, poëzie, traditie (niet in het minst de filosofische), ethiek en samenleven staat onder druk. Dat moet je maar in je eigen tijd realiseren, zo lijkt het wel want de leerstof gaat voor en het diploma is alles. Docenten en studenten, onderzoekers en staven houden elkaar in een houtgreep gevangen: controle is het wat de klok slaat, presteren en afgerekend worden op de prestaties die nauw gezet zijn omschreven in plannen en protocollen. Buiten de kaders kijken, buiten de comfortzone treden, volslagen nieuwe ideeën opdoen, “forget it”. Het systeem maakt dat bijna onmogelijk dus moet je al anarchistisch initiatieven nemen om je eigen route te creëren en eigenwijs jouw weg te gaan in dit doolhof van regels en plichten. Maar wie durft en wie kan dit?

Misschien is creativiteit wel allereerst de twijfel aan de almacht van het systeem. De twijfel aan de beheersbaarheid en sturing ervan. De twijfel ook aan je eigen geponeerde zekerheden en verwachte resultaten van je optreden. Dus niet alleen het systeem bevragen en bekritiseren, ook je eigen positie daarbinnen en je eigen mogelijkheden en ambities. Creativiteit begint met twijfel. Met vragen, met het doorzagen van tafelpoten van tafels die stapels papieren plannen dragen die nooit tot uitvoer zullen komen omdat papier geduldig is en de praktijk weerbarstig.

Twijfel is weliswaar de moeder van zekerheid, maar ook de kinderen zullen eens zelf kinderen baren en twijfel en zekerheid wisselen voortdurend stuivertje. Als je deze transformatie niet door hebt – deze verandering die onafgebroken plaatsvindt, – ben je de naam van wetenschapper eigenlijk niet waard en kun je jezelf beter dogmatisch ideoloog noemen, eentje van het erg starre soort. De wal keert het schip, elke zekerheid stoot aan de afgrond waar de leegte alle houvast als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Ik gebruik met opzet een ietwat metaforische en mythische taal in deze omdat het een spel van betekenissen is en blijft. Zekerheden zijn als ballonen die een tijd de aandacht trekken maar uiteindelijk uit het zicht verdwijnen als de wind wat harder gaat blazen. En die wind, niets voor niets een symbool voor inspiratie, voor geestkracht, kan op vele manieren waaien. Een nieuwe beleidslijn uitgezet door een nieuwe leiding wordt niet voor niets een andere wind genoemd en zo zijn de voorbeelden talloos. Change perspective zou een nieuwe wind moeten zijn maar of hij hard genoeg blaast? Zo hard dat de heilige huisjes omver worden geblazen? Zo stevig dat papieren zekerheden en kaartenhuizen van de plannenmakers en de ambtenaren dwarrelen in de wind?

Als creativiteit een voorwaarde is om andere perspectieven te kunnen innemen is moed een vereiste om gebaande paden voor even te verlaten en al zwervend nieuwe wegen te verkennen. Wie voelt zich zo innerlijk, zo geestelijk vrij, om die stap te durven zetten? Als er in een later stadium resultaten worden behaald die tot de verbeelding spreken (Nobelprijzen etc.) wil iedereen je vriend wel zijn, maar in de tijd die daaraan vooraf gaat? In de uren, weken, maanden en jaren dat er strijd moet worden geleverd tegen ingesleten gewoontes, bureaucratische regels en vaste afspraken, sta je waarschijnlijk vaak moederziel alleen. Creatief zijn veronderstelt daarom ook en het is alleen maar slim dat je medestanders, bondgenoten, supporters zoekt die dezelfde idealen delen en die mee op weg gaan op ongebaande paden. Leven is een kunst, zo wordt gezegd, maar creatief durven kiezen voor nieuwe wegen is een levenskunst. De toekomst is ongewis. Maar dat is net het mooie ervan. Dan kun je nog worden verrast.

John Hacking

25 april 2016

L1210228