Transformatie

Transformatie

Leven is transformeren. Niets gaat verloren. In het Japans wordt dat uitgedrukt met het teken MU. In deze kosmos blijft alles op de een of andere manier in stand ook al is er een verlies aan energie en wordt het universum steeds kouder. Het ene wordt omgezet in het andere. Maar niets kan weg als je op atomair niveau kijkt. Maar zo goed kunnen we natuurlijk nog niet kijken en het blijft op de een of andere wijze theorie, theoretische en afgeleide kennis.

Maar ik zou me nu willen beperken tot het thema leven en transformatie, twee grootheden die al tal van onderscheidingen bevatten en tal van vragen kunnen oproepen. Leven, organisch leven (is er ook anorganisch leven mogelijk?) blijft op de een of andere wijze een geheim want gedurende het leven is de dood niet aanwezig en als de dood intreedt is het leven voorbij, heeft het opgehouden te bestaan.

Leven is transformeren: van de ene toestand in de andere, van klein naar groot en van groot misschien ook wel naar klein. Het eerste van klein naar groot zien we om ons heen: zaadjes die uitgroeien tot bomen, ei- en zaadcel die samen een foetus vormen en later als mens deze wereld binnenkomen door de deur van het geboortekanaal. En dan ben je er ineens, een baby, met alles erop en eraan. Klaar om uit te groeien tot een mens en om daarna weer langzaam af te sterven tot het uur van je dood aanbreekt.

Het ritme, het levenspatroon kent bij de mens een eigen duur, bij de boom ligt dat weer anders en bij dieren is er ook een verschil, afhankelijk met welk dier de mens vergeleken wordt. Zoogdieren lijken op ons of wij op zoogdieren maar met amoeben, bacteriën en andere levensvormen hebben we op het eerste gezicht niet zoveel gemeen hoewel ons lichaam er wel vol mee zit. Toch werkt in al deze vormen een kracht: leven. Maar is het wel een kracht, is het wel iets dat je kunt benoemen, duiden, aanwijzen? Leven klinkt tamelijk abstract. En transformatie van dit leven is nog een beetje meer abstractie, zo lijkt het.

Maar als we ook al geen greep kunnen krijgen op het begrip en verschijnsel leven zelf en niet op transformatie als zodanig, dan nog kunnen we ervan leren. Dat mijn lichaam, dat mijn denken, mijn handelen, mijn voelen en mijn betekenis-geven voortdurend plaatsvindt en verandert (ook al merk ik dat meteen op omdat de duur van deze acties verschilt en ik dus niet in de gaten heb dat ik verander) zet aan tot reflectie. Wie ben ik eigenlijk, wie was ik en wie zal ik morgen zijn als ik voortdurend verander? Wat zegt dat over het bestaan en de ervaring van mijn identiteit. Bestaat dat wel, identiteit, een zelf, een wezen dat een vorm van constante bevat? Eigenlijk ben ik een verzameling cellen in verschillende constellaties die allemaal leven, werken, informatie verzamelen, energie opnemen en afgeven. En daarbij kan ik dat ook nog noemen en beschrijven en betekenis geven.

Als je op dit niveau kijkt ontdek je dat mijn denken en mijn betekenis-geven wel het meest relatieve is van mijn bestaan. Mijn lichaam gaat nog een hele tijd mee maar mijn gedachten, die zijn wel zo kortstondig, zo beperkt, zo onvolledig en zo relatief dat het een grote domheid is om deze te verabsoluteren. Als mijn gedachten, mijn betekenissen samen zouden vallen met de werkelijkheid zoals die werkelijk zich manifesteert. Mijn gedachten zijn niet meer en niet minder mijn verwerkte indrukken en mijn geselecteerde impressies die ik dan weer expressief uit in taal en beeld. Een  selectie van een selectie, een weergave van een miniem klein stukje werkelijkheid dat ik zelf ben.

Als alles in beweging is, alles transformeert, als het leven met mij een spelletje speelt door mij steeds in beweging te laten zijn, steeds te laten transformeren, waar vind ik dan nog houvast? Niet in mijn gedachten, niet in mijn lichaam, niet in de werkelijkheid om me heen. Ben ik dan zonder houvast? Misschien daarom houden we zo vast aan onze eigen impressies, oordelen en vooroordelen. Omdat we anders ten onder gaan aan twijfel en onzekerheid? Als we durven inzien en toegeven dat alles maar dan ook alles voortdurend transformeert, kunnen we dan die waarheid aan?

Maar op een ander, misschien dieper niveau, is het ook een mooie ontdekking: je bent deel van een groter geheel, deel van een kosmos, universum dat transformeert op oneindig vele wijzen. Misschien is dat inzicht het begin van verlichting, het inzicht dat je met alles en iedereen verbonden bent en dat de verabsolutering  van je particuliere perspectief niet meer is dan een kortzichtige domheid, een vorm van anticiperen op de werkelijkheid die de plank misslaat omdat er nog zoveel meer te beleven valt.

Dus het inzicht ligt voor je voeten, je verbondenheid in deze kosmos kun je ervaren als je maar durft. Transformeer en leef.

John Hacking

22 april 2016

L1210167