Levend houden van de waarheid

Levend houden van de waarheid

De waarheid is geen dode letter. Dat kan ze ook nooit zijn op straffe van het verlies van haar levendigheid. De waarheid is gedifferentieerd. Ze is veelzijdig en niet op een aspect vast te leggen. De waarheid is persoonlijk, want anders betekent ze niets voor mijn persoonlijke existentie. De waarheid is sociaal, dat wil zeggen dat anderen haar kunnen onderkennen en onderschrijven in hun specifieke situatie. Ze kunnen er mee instemmen. Dat is wat anders dan objectiviteit ‘an sich’. Waarheid is dus intersubjectief van karakter en op het niveau van de intersubjectiviteit kan ze worden verdiept en verveelvoudigd omdat ze kan raken aan meerdere existenties. De waarheid is een veranderlijk fenomeen omdat ze grenst aan het wonder en bewondering kan oproepen. Ze heeft heuristische waarde omdat ze als waarheid significant is en significeert (in de zin van dat ze aanzegt wat ze wil zeggen, dat ze haar betekenis op die wijze duidelijk maakt). Zo geeft ze betekenis die zich verder verdiepen en transformeren kan in degenen die haar uitdragen en voortbrengen. De waarheid transporteert zo inhoud en loopt daarin niet vast. Ze loopt niet vast in het eigen gelijk. Vastlopen in het gelijk is een vorm van verzanden en daarin zou ze ge-lijken op een lijk, aangespoeld aan de oever van de zee. De waarheid lijkt eerder op het ritme van de stroming, de golfslag dan het wrakhout dat aanspoelt en dat door de strandjutter kan worden verzameld. De waarheid nodigt telkens uit tot nieuwe vertalingen en betekenissen, nieuwe reacties en nieuwe verdiepingsslagen. De waarheid is dus reflexief, draait niet om zichzelf maar kleurt wel de inhoud en geeft inhoud aan de reflectie als momentum. De waarheid is een fenomeen. Fenomenaal en ervaarbaar op veel niveaus. Daarom kan ze ook op verschillende manieren worden gecommuniceerd.

Leven en spreken vanuit deze waarheid is meer dan een getuigenis. Het is een wijze van bestaan, van existeren. Het is een voortdurend op weg zijn en een voortdurend aanpassen aan wisselende en zich transformerende omstandigheden. In deze waarheid heeft de tijd een plaats en wordt het verleden niet afgeschreven. Wat morgen zal plaatsvinden is soms in statu nascendi al aanwezig in het heden. Tijd en ruimte spelen een rol in deze waarheid en zonder tijd en ruimte connectie zou deze waarheid alleen maar een theoretisch construct zijn (misschien in de vorm van een formule).  Op het terrein van de abstracties waardevol en interessant maar op het gebied van de concrete levensinvulling ‘fragwürdig’; terecht mag en kun je dan vragen wat de zin voor je leven is van deze waarheid. Een boek dat aan veel van deze omschrijvingen van waarheid beantwoordt is de bijbel. Misschien is dat op het eerste gezicht niet evident, maar als je jezelf moeit getroost om de teksten te lezen en wel zo dat de diepere lagen ook boven komen, dan kun je mooie en wonderbaarlijke dingen ontdekken.

Vannacht lag ik wakker en dacht een teksten uit de bijbel die precies het ontdekkingskarakter van de waarheid en de dialogale structuur ervan aan het licht brengen. Jezus die zich laat gezeggen door een vrouw uit Kanaan in Matheus 15,21-28, (variant Marcus 7, 24-30), het betalen van belasting voor de tempel in Matheus 17,24-27,  de bruiloft van Kana in Johannis 2,1-11, de overspelige vrouw in Johannes 8, 1-11, en op het scherp van de snede de discussie over de afstammelingen van Abraham in Johannes 8,31-59. Het hele evangelie van Johannes is ondanks de stelligheid waarmee Jezus daarin ten tonele wordt gevoerd een groot getuigenis van het dialogale karakter het verkennen van de waarheid in de persoon van Jezus. Geen enkel ander evangelie laat Jezus zo spreken in de relaties met de mensen die hem volgen of die tegen hem zijn. Maar ook de vorm waarin waarheid wordt verkend in de evangelies via de ‘maschal, de gelijkenis, is een voorbeeld van het communicatieve en dialogale karakter van de waarheid waarin de luisteraar mag en kan instemmen met het gehoorde anders kan het zijn waarheid niet worden en leert hij er niets van voor zijn persoonlijk leven.

In Tenach, de Joodse bijbel, is de tekst van Job waarin God eerst de satan toestemming geeft om Job te testen (Job 1,6- 2,10) en later het spreken van God (vanaf hst. 38) een voorbeeld waarin geleerd wordt van het gebeuren en waarin langzaam waarheid gestalte krijgt. Genesis 18, 16-33 is een voorbeeld waarin God luistert naar Abraham om de stad niet te verwoesten als er tien rechtvaardigen worden aangetroffen. Exodus 3 en 4, de roeping van Mozes en de opdracht om het volk te redden, het gemor van het volk na de uittocht uit Egypte en de tocht door de woestijn, en speciaal Exodus 17, 4-6, 33, 12-23, 34, 8-9 zijn staaltjes van een bijzondere dialoog tussen God en Mozes waarvan de uitkomst niet van te voren vaststaat en waarheid gevonden wordt in het gesprek. Psalmen die vaak tegenstrijdige boodschappen bevatten over de rol van God – zijn straffende hand en zijn reddende hand, vaak samen in een psalm, zijn een ander voorbeeld waarin waarheid niet als een vaststaand feit wordt geponeerd, maar een vorm van ervaring is die groeit en die kan groeien en veranderen.

Argumenteren met een beroep op een schriftcitaat, hebbende de waarheid in pacht, weten hoe het zit en hoe het moet, is dus ook op bijbelse gronden een vorm van handelen dat niets maar dan ook niets begrepen heeft van het levende karakter van de waarheid die pas in het gesprek aan het licht kan komen. Als er in dit gesprek een vorm van openheid is voor elkaars waarheid en elkaars staan in een zichzelf voortdurende transformerende waarheid. Het vastleggen ervan in een uitspraak is de dood in de pot. Want geen enkele betekenis, en dat wil ik stellen met nadruk, geen enkele betekenis is absoluut. Het argument dat hiervoor het allersterkste pleit is het verbod om God vast te leggen op zijn naam, op een naam, op een aantal omschrijvingen, ook al betreffen die zijn handelen. God zelf wil niet worden vastgelegd, niet worden verankerd in een onwankelbare onveranderbare waarheid. Waarom zou een mens dan wel moeten worden vastgelegd en daarvan afgeleid betekenissen moeten worden gevonden die voor altijd en eeuwig vastliggen? Ook dogma’s zijn kinderen van hun tijd, vaak ontstaan in een cultuur van strijd. Daarvan zijn ze het eindresultaat maar er is geen enkel dogma dat God kan vastleggen, noch een dogma dat de mens definitief vastlegt. En zonder geloof, dwz vertrouwen vaart geen dogma wel. Betekenissen hebben instemming nodig en instemming een mens die een soepele en veranderbare geest heeft. Waar zou Mozes, waar zou Jezus zijn als hij niet adequaat had kunnen reageren op zijn situatie? Waarheid ontstaan als momentum en past zich aan als momentum. Daarom kan ze inspireren en daarom kan ze ons in leven houden. Misschien is het God zelf wel die zo een tipje van de sluier oplicht om ons aan te zetten om dat pogen, dat streven naar verdieping van de waarheid die ons doet leven, te zoeken, te leven en voor te leven. “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”, zei Jezus. Misschien is de volgorde dan ook wel zo: bega de weg, ontdek zo je waarheid en vind je leven in die waarheid gaan je levensweg. Een goede reis. Weet je gaat niet alleen.

John Hacking

20 mei 2016

 

DSCN8671