Overweging Studentenkerk 8 sept 2019

“Dikke neus” zei onze secretaresse toen ze hoorde over de woorden die Jezus zijn volgelingen voorhield: breken met je ouders, je gezin, je familie. Niet hechten aan bezit en zelfs niet aan je leven. Begrijpelijk. Logisch ook. Wie wil dat nou, wie is bereid zoveel offers te brengen voor de weg van Jezus. Wie kiest voor de weg van God, via het volgen van de geboden en regels, zoals in de eerste lezing wordt gezegd, en wat door Jezus radicaal wordt geïnterpreteerd in de vorm van je kruis opnemen, zal uiteindelijk leven vinden.
In de eerste lezing beperkt zich dit leven tot zegening, tot zegen in het nieuwe land en veel nakomelingen. Dat is concreet en tastbaar! In het evangelie hierover géén woord: daar houdt het op bij het leerling zijn. Hoe interpreteren we deze tekst? Stel dat Jezus vandaag zou rondlopen, hoe zouden de mensen op de sociale media op hem reageren? Wat zou de overheid met hem doen? Dit ontregelend optreden? De veiligheid van huis en haard radicaal ter discussie stellen? Maar dat is fictief. Wij luisteren nú als leerling van Jezus naar deze woorden hier op déze plek. Maar de vraag blijft staan: Hoe kan geloven ons troost bieden als het zó moet?
De eerste lezing uit Deuteronomium lijkt helder te zijn. God heeft het voor ons uitgestippeld via geboden en regels. Die volgen en dan kom je er wel. Maar we weten ook dat dit niet helemaal waar is. De wederwaardigheden van het volk van Israël vertellen soms een ander verhaal. Het blijft vallen én opstaan en velen lopen vreemde goden achterna. Ze worden én ze zijn vervloekt. Ze worden afgestraft door een toornige God. In de context van Jezus gelden deze woorden uit Deuteronomium onverkort. Maar Jezus geeft er een eigen draai aan. Hoe zit dat? Wat betekent dat? Zijn deze woorden opgetekend ná de dood en opstanding van Jezus? Toen de eerste christenen hevig werden vervolgd. Om hen zo een hart onder de riem stekend, met deze radicale tekst? En is voor hen de opstanding uit de dood van Jezus ook een vorm van troost? Of zijn de woorden tijdens het leven uit de mond van Jezus opgetekend? Een soort van voorspelling, een visioen hoe het zal gaan lopen? En daarmee een levend getuigenis van zijn radicale oproep hem te volgen? Hoe je hier tegen aan kijkt maakt dus nogal wat uit. En wij, wat kiezen wij? Wat durven wij te kiezen? Gaan we voor het leven of gaan we voor de dood?
Ik vermoed dat dit een van de meest radicale en controversiële teksten is uit het Nieuwe Testament. Waarom praat Jezus zo? Wat wil hij eigenlijk? Lopen er teveel achter hem aan en wil hij hen zo uitselecteren? U merkt het allemaal vragen en nog geen antwoorden. Het blijft gissen. Laten we daarom de camera eens op onszelf richten, op onze tijd. Op onze verleidingen en uitdagingen, onze keuzes tussen zegen en vloek. Hoe kan geloven en de weg van Jezus ons troosten en troost bieden? Mij persoonlijk biedt de keuze voor God en de keuze voor Jezus troost in de zin dat de realiteit zoals wij die nu aantreffen niet het laatste woord heeft. Ik kan niet accepteren dat het is zoals het is en dat alle kwaad onbestraft blijft. Dat alle onrecht een kwestie is van eenmaal pech gehad. Ik ben als kleine mens niet in staat het geheel te overzien. Dat is te groot en te complex, maar ik hoop wel op een zinvol verband. Dat lijden, dat sterven, dat het leven niet voor niets is. Maar dan redeneer ik vanuit een verlangen en een hoop dat het onrecht en het lijden niet het laatste woord heeft. Dat is menselijk maar klopt het ook?
Maar ik zit ook niet op een beloning te wachten ná mijn dood, in een hiernamaals. Dat vind ik nu niet interessant én ook geen goede reden om te kiezen. Die worst van een tijd na de dood in het hiernamaals is wel eeuwen lang mensen voorgehouden. Ik ben teveel beïnvloed door alle denkers die dit hiernamaals-geloof en vooral de beloning hebben bekritiseerd. Terecht denk ik want ook in het Oude Testament hoor je daar niemand over. Het gaat over het hier en nu: over het hier en nu volgen en liefhebben van God. Of het in de voetsporen treden van Jezus als vleesgeworden woord van God. Als Jezus een doorgeefluik is van het woord van God – als hij dat woord zichtbaar maakt in zijn leven, in alles wat hij doet en hoe hij leeft en sterft en opstaat uit de dood, dan is dat een uitnodiging om te volgen, om je over te geven.
Het komt er eigenlijk op neer dat je jouw eigen autonomie opgeeft. Je laten gezeggen door een heteronomie, een autoriteit die van buiten komt. God die van buiten, heteronoom eisen stelt aan jouw autonomie. Je bent niet de baas over je leven – over je bestaan! Je hoeft maar ernstig ziek te worden en je leven staat op zijn kop. De dood van een dierbare ontwricht je bestaanszekerheid en het duurt soms heel lang voordat je weer een beetje meer harde grond onder je voeten voelt om verder te gaan. Om te kunnen genieten, je over te geven…
Wat we uiteindelijk in dit leven kunnen leren is dat het niet draait om mijn autonomie en dat mijn autonomie niet het laatste woord heeft. Dat is volgens mij de echte inhoud van de radicale eis van Jezus. Ook al spiegelt de digitale wereld ons deze autonomie voor als laatste grond. Als bodem onder ons bestaan – zoiets als “ik ben de baas”. “Ik zit aan de knoppen”. Jezus lijkt een beetje op een zen-monnik die ontregelende vragen stelt, die zonder huis en haard van hot naar haar rondtrekt door het land. Dit kruis met sleutels en klok is mijn persoonlijke symbolische verbeelding van deze oproep van Jezus. De sleutels duiden op de belofte van heil via het kruis. Het horloge wijst op de tijd die je rest, en op het feit dat het nooit te laat is om te kiezen, om op je schreden om te keren.
Als ik de radicale oproep van Jezus om zelfs je leven op te geven goed versta betekent dit voor mij dat ik geen beeld, maar dan ook helemaal geen beeld van God moet maken, want elke invulling, elke verwachting, elk verlangen naar heil, naar verlossing, naar zekerheid en controle, wordt gelogenstraft. Durf je leven te verliezen – het kruis is de route van Jezus: overgave, loslaten! Maar dat is mijn persoonlijke invulling. Dat hoeft niet voor iedereen te gelden. Ik laat mij ook inspireren door het Zenboeddhisme dat niet in het bestaan van God gelooft. Er is géén god, er is géén transcendentie, niets achter of onder de werkelijkheid, géén goddelijk plan, géén zin, géén bedoeling, géén hemel. Alles draait om het hier en nu, om deze aarde, deze immanentie, dit bestaan. Dat is misschien ontnuchterend, vooral als je hoopt op een beloning, op een plan, een goddelijk plan, waarin alles weer goed komt. In die zin staat zen haaks op het christendom waar het Rijk Gods wordt beloofd. Verlichting in dit Zenboeddhisme is niet meer en niet minder het inzicht verkrijgen dat het hier en nu plaatsvindt, in dit leven, en dat alles met alles samenhangt en dat elke onderscheiding in de zin van substanties, identiteiten, fictief is. Wij zijn deel van een groot geheel – alles hangt met alles samen en valt met alles samen – je kunt onderscheiden maar er is géén onderscheid. Het is dus een radicale aanvaarding van dit bestaan in dit hier en nu. Volledige overgave aan dit bestaan – er is niks anders, er is geen alternatief.
Het troostvolle aan de radicale woorden van Jezus zou ik daarom dan ook in deze Geest willen verstaan, Geest met een hoofdletter. Aanvaard je bestaan. En wel zo dat je alles durft weg te geven – zelfs je leven, om Jezus te volgen. Om God te dienen, om God in liefde te dienen. En wie en waar is die God dan? Misschien is er een glimp op te vangen, een verwijzing in deze wereld? Misschien is het al datgene waarvan we geloven dat het voortgekomen is uit de hand (metaforisch gesproken) van een liefdevolle God: allereerst wij mensen. Dat is onze aarde, onze wereld waarin we leven, waarin wij als gelovigen, als mensen die zich durven overgeven, het onmogelijk gedachte kunnen realiseren. Namelijk liefde verspreiden – mensen in nood bijstaan – een medemens redden. Dicht op de huid, dichtbij, in ons eigen bestaan, op onze eigen weg. Daar kan God aan het licht komen, wordt het woord van God vlees! We hoeven onze ogen maar te openen en dan zullen we zien. Veel inspiratie, dat is, veel Geestkracht op deze weg. Amen.


John Hacking


Gelezen: Deut. 30,15-20 en Lucas 14,25-33