Ambitie en evenwicht

 

De balans tussen ambitie en persoonlijke ontwikkeling


 

In de cursus “Bijna afgestudeerd en wat nu?”  komen studenten die zijn afgestudeerd of die voor hun afstuderen staan, drie avonden bij elkaar om ervaringen en verwachtingen uit te wisselen omtrent studie en loopbaan.

Het thema op de eerste avond is hun huidige situatie, wie ze zijn, wat ze tot nu toe hebben gedaan, (en waarom), en wat ze verwachten van de tijd na hun studie. De tweede avond gaat over verlangens, wensen, dromen en idealen. De derde avond over wat ze aan kwaliteiten en mogelijkheden in huis hebben. Kort samengevat handelen de avonden over: “wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik.” De kracht van de avonden is dat studenten met medestudenten kunnen uitwisselen waar ze mee zitten, waar ze naar verlangen, waar ze bang voor zijn. Zo ontdekken ze dat zij niet de enigen zijn die vragen stellen bij hun verdere loopbaan. Of bij hun studiekeuze, die achteraf misschien niet zo goed is geweest omdat ze maar wat hebben gekozen zonder er zelf helemaal voor te willen gaan. Ouders, vrienden en betekenisvolle anderen hebben soms hun stempel gedrukt op een keuze. Sommigen waren goed in wiskunde op de middelbare school, dus werd op de universiteit hiervoor gekozen. Of psychologie leek wel leuk, want je ontdekt ook nog iets over jezelf, dus het werd psychologie bij gebrek aan alternatief. Maar als het eindpunt nadert en de keuze zich aandient om dan iets met dit vak wiskunde of psychologie te gaan doen wordt het soms problematisch. Wat wil ik ermee? Voor de klas staan en lesgeven, me verder bekwamen in onderzoek en de wetenschap ingaan? Of solliciteren bij een bank of een andere instelling waar wiskundigen worden gevraagd? Of bij een instelling voor de behandeling van psychische ziekten?

Vaak blijkt dat deze vragen pas urgent worden op het einde van de studie. Voor velen lijkt het wel of de maatschappij een groot zwart gat is, een sprong in het diepe. De veilige omgeving van de universiteit met het vaste collegerooster, de structuur die de studie biedt, de opgebouwde vriendenkring, dat alles moet worden opgegeven voor een ongewisse toekomst. Studenten die zich in hun studiekeuze laten leiden door een zekere ambitie en die helder voor ogen hebben wat ze willen, bijvoorbeeld arts worden of  tandarts, hebben een duidelijke focus. Hun studie is gestructureerd gericht op een concrete baan, hun perspectief is helder, en ook de stappen die zij hiervoor moeten zetten. Deze groep studenten neemt dan ook niet deel aan de cursus “Bijna afgestudeerd en wat nu?”.  De studenten die wel deelnemen worstelen bijna zonder uitzondering met de vraag “wat wil ik met mijn leven, welke kant ga ik op, waar doe ik het voor?” En precies op dit punt komt de relatie tussen werk/studie en zingeving/spiritualiteit/persoonlijke ontwikkeling ter sprake. Dit thema komt dan ook in alle avonden op verschillende wijze terug. Velen hebben nog niet echt een balans gevonden tussen datgene wat ze willen en datgene wat goed voor hen is. Ze hebben nog niet geleerd om hun eigen behoeftes serieus te nemen. Dat komt vaak omdat behoeftes voor de student in kwestie  niet altijd even helder zijn, soms zitten ze stopt onder andere vragen. Dat merken wij vooral in individuele gesprekken.  De nood is soms hoog. Studenten willen niet alleen maar afgerekend worden op prestaties, op studiepunten, op sociale vaardigheden. Ze willen ook gehoord en gezien worden met betrekking tot hun diepere verlangens, vragen rond leven en soms rond dood,  onzekerheden, schuldgevoelens, angsten,  opgedane positieve en negatieve ervaringen op het gebied van liefde en relaties.

In de loop der jaren hebben wij in ons werk ontdekt dat de maatschappelijke en sociale druk om te presteren is toegenomen. Onze maatschappij wordt steeds complexer en onoverzichtelijker. Om je te onderscheiden van de ‘grijze massa’ moet je opvallen, bijzonder zijn. Dit geluid komt vaak naar voren in gesprekken met studenten. Maar ook zelf leggen ze de lat hoog. Ze willen ook excelleren, vaak ongeacht de prijs die ze daarvoor moeten betalen. Studeren, zeker promoveren en baanbrekend onderzoek verrichten, lijkt soms op topsport. Je moet er veel offers voor brengen, je moet er soms veel voor laten, ook op het gebied van sociale contacten. De promotie gaat voor alles en docenten die studenten op dit pad begeleiden vinden het soms vanzelfsprekend dat werkweken van 70-80 uur worden gemaakt. In gesprekken met promovendi komt dan ook vaak de vraag naar voren hoe ze het volhouden, waar ze hun inspiratie vandaan halen en waarom ze een dergelijke investering van zichzelf eisen. Dan blijkt telkens weer dat ambitie een ding is, maar dat er ook een vaste basis moet zijn waar ze op terug kunnen vallen als het even tegen zit. Kortom dat ze in hun leven ontdekt moeten hebben wat echt belangrijk is en uit welke bronnen ze kunnen putten om het vol te houden. Het leven van een wetenschapper is tegenwoordig zo ingericht dat niet alleen de promotie extra offers vraagt aan tijd en inzet. Als je niet op de een of andere wijze helder hebt waarom je deze offers wilt brengen, hou je het niet vol. Dat wordt zichtbaar in persoonlijke gesprekken met studenten die slachtoffer worden van een burn-out. Naast talent en inzet is motivatie een voorwaarde om te slagen in je studie en je werk. En die motivatie moet ergens vandaan komen. Een aantal studenten geeft in de cursus “Bijna afgestudeerd wat nu?” aan dat het hen heerlijk lijkt om eindelijk een eigen inkomen te hebben. Gewoon materieel goed kunnen leven. Anderen daarentegen vinden dat niet genoeg. Zij verlangen meer. Vooral bij vrouwen is de wens naar een gelukkig gezin soms sterk aanwezig. Centraal staat dan de vraag hoe de carrière te combineren valt met een gezinsleven. Weer anderen gaan een heel andere richting uit. In de loop der jaren zijn er altijd een aantal deelnemers geweest die voor hun doen totaal nieuwe keuzes hebben gemaakt. Een switch in hun leven: in plaats van psycholoog yogaleraar worden, in plaats van biologie studeren kunstzinnige therapie gaan doen. Zij hebben een nieuwe weg ingeslagen die beter bij hen past. “Een mens zal zich altijd blijven afvragen waar de goede wind blaast”, om een oude western te parafraseren. Maar daar kom je alleen maar achter als je die weg gaat. Het gaat om de weg, het onderweg zijn, niet om het doel.

 

John Hacking