Onttovering

 

De onttovering van de wereld

 

 

“Het symbool geeft te denken: deze formule die ons enthousiast maakt zegt twee dingen; het symbool geeft; maar het geeft te denken, iets om te denken. Al gevend stelt het iets; de formule suggereert dus tegelijkertijd dat alles in raadselen al gegeven is, en dat men toch altijd weer alles moet beginnen en herbeginnen binnen de ruimte van het denken.” pag. 62

“Mijn overtuiging is dat men niet moet denken achter de symbolen, maar vanuit en volgens de symbolen, dat hun kern onverwoestbaar is, dat zij de openbarende grond van het woord vormen. Dat woont te midden van de mensen; kortom het symbool geeft te denken. Anderzijds dreigt het gevaar dat we de symbolen zogenaamd rationeel herhalen, dat we de symbolen, als zodanig rationaliseren, en ze zo verstarren op het vlak van de beelden, waar ze ontstaan en zich ontplooien.” pag. 72-73

Paul Ricoeur in Kwaad en bevrijding, Rotterdam 1969

 

De wereld lijkt onttoverd. Toegankelijk voor elke vorm van kennen lijken alle geheimen op termijn ontsluierd te worden. Het geheim van het leven en het geheim van de dood, het geheim van het ontstaan van de kosmos, het geheim van de energie  en het geheim van God. Natuurlijk zal het nog even duren, maar het begin is gemaakt. De wetenschap wordt ingezet als instrument.

Maar valt er in deze nieuwe wereld nog wel te leven? Wil de mens wel wonen in een huis waarin geen donkere hoeken meer zijn? Donker omdat niet alles bekend is, donker omdat de duisternis veelbelovend is, omdat talloze projecties deze duisternis kunnen omzetten in licht. Duisternis die verlangens oproept, die doet huiveren en die met vreugde vervult omdat alles mogelijk is.

In een onttoverde wereld is datgene mogelijk geworden wat haalbaar is en daarbuiten is er niets. Daar moeten we het mee doen. De droom is (bijna) uitgeschakeld als de ervaring van de toetsbare en meetbare realiteit tot uitgangspunt dient voor onze wensen en verlangens. Of is er toch nog een klein, grijs, schemergebied, waar de droom kan aarden? Een klein beetje hoop dat de realiteit zoals we haar beleven ook een droom zal zijn? Want kunnen we bewijzen dat we reëel zijn? Dat de wereld om ons heen “echt” is zoals we haar ervaren, dat wil zeggen dat er geen alternatieven zijn? Met andere woorden gaan we op in de materiële wereld? Is dat onze laatste horizont? En stel nou dat we de geest poneren als alternatief. Een “durchgeisterte Welt” als mogelijkheid en als werkelijkheid. Komen we dan verder? Is dat ook geen luchtfietserij?

 

Een onttoverde wereld veronderstelt in de tijd een betoverde wereld. De inzet van de onttovering is bevrijding. Maar bevrijding waarvan? Van de betovering? Maar wat is dan de inhoud van de betovering? Wat is de bindende, verbindende, gevangen – makende kracht van de betovering? In welke gevangenis houdt de betovering ons gevangen? Naïviteit? Onwetendheid? Domheid? Magie? Waan? Fictie?

Werkt de betovering via het symbool? Wordt de (lijfelijke) beleving van de werkelijkheid en de geprojecteerde (vermoede) werkelijkheid bijeengehouden door het symbool? Een ervaring van eenheid op basis van een gevoel van integratie in een groter geheel zonder dat de aandacht voor het individuele, het bijzondere verdwenen is? En omgekeerd, is onze werkelijkheidservaring diabolisch geworden, dat wil zeggen gekenmerkt door fragmentatie, verscheurdheid, contradictie, verwarring?

De platte eendimensionale tegenoverstelling van licht en donker, een magische wereld en een verlichte wereld, een betoverde en onttoverde wereld, een symbolische orde en een diabolische orde in de werkelijkheid doet geen recht aan de meerzinnige beleving en gelaagdheid van de werkelijkheid. Zoals Paul Ricoeur terecht opmerkt bestaan er meerdere gestalten van de hermeneutiek naast elkaar en mogen we de ene niet tegen de andere uitspelen vanuit de gedachte dat een hermeneutiek de beste papieren heeft om de werkelijkheid te kennen. Alleen al onze lichamelijke gekleurdheid van onze beleving van de werkelijkheid geeft te denken en tekent ons menselijk perspectief. We kunnen ons niet verplaatsen in een plant of dier, een steen of een ander object om vanuit dit perspectief de omringende werkelijkheid te ervaren: het milieu, de context, de beleving van de seizoenen en de tijd als dat al mogelijk is. Het getuigt dan ook van hybris onze ervaring van de werkelijkheid te verabsoluteren terwijl we wezens zijn op doortocht. Misschien is ons leven wel een overgangsfase, een doortocht, met begin en eindpunt, binnen het kader van een groter geheel. Een kosmische reis. De hechting aan het lichaam door de ziel die beschreven wordt als een proces van wedergeboorte in het chassidisme en hindoeïsme heeft oude papieren en als beeld heeft ze een zekere aantrekkingskracht. Maar hoe het ook zij, welke symboliek er ook gekozen wordt om meer licht te werpen op onze menselijke existentie, garanties hebben we eigenlijk niet in handen en ook de keuze voor een hermeneutiek gebaseerd op een objectief  controleerbare wetenschappelijke lezing van de werkelijkheid brengt ons niet echt verder. Opgesloten als we zitten in een voortdurende “semiosis” kunnen we niet buiten dit proces treden en vormt de taal en de betekenisgeving de structuur waaruit we niet kunnen ontsnappen. Misschien vormen daarom taal en betekenisgeving wel de gevangenisdeuren en muren van onze betoverde – onttoverde wereld. In beide fasen van betovering en onttovering is de taal hetzelfde gebleven. De bevrijding hoe dan ook ervaren kan zich niet losmaken van de taal. Taal en mens zijn met onzichtbare ketens verbonden en zoals Nietschze als wist, zijn dat de stevigste banden.

Dit beseffend zou het wel eens zo kunnen zijn dat theologen de nieuwe tovenaars van de toekomst kunnen worden: verhalen en beelden tot spreken brengen, symbolen inzetten om tot een nieuwe (aloude) ervaring van de werkelijkheid te komen, een ervaring van eenheid en verbondenheid, van aandacht voor het kleine en individuele, dwars tegen alle zakelijkheid en nuchterheid in, tegen alle overheersing van het monocausale economische denken dat alles tot nut en geld reduceert. Echt onttoverd is de wereld als de reductie volledig is geworden. Maar ook dat zal schijn blijken te zijn, een hersenspinsel, een fata morgana. De sluier, Maya, zoals de hindoeïsten zo mooi omschrijven, is ook hier niet echt weggenomen. Het symbool geeft te denken, omdat het geeft wat niet in het denken meer gedacht kan worden, hoogstens nog beleefd (waarschijnlijk), in het leven dat het waard is om geleefd te worden.

 

John Hacking