woord van God

Het woord van God

Motto 1:

Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert

zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen,

zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –

zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug,

niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.

Jesaja 55,10-11

Motto 2:

“Voor mij is een geestelijke crisis altijd een teken van gezondheid. Ze is een poging om zichzelf te vinden, om een nieuw geloof te verwerven. Een ieder die zich bezighoudt met geestelijke vraagstukken maakt een geestelijke crisis door. Hoe kan het anders? De geest dorst naar harmonie, het leven is disharmonisch, en het is deze tegenstelling die voor beweging zorgt. Ze is tegelijkertijd de bron van onze pijn en van onze hoop, maar ook een bevestiging van onze geestelijke diepte en mogelijkheden.”

Andrei Tarkovski

geciteerd in:

M. Dijkstra, De kamer die je diepste – pijnlijke – wens vervult,

in Filosofie magazine 2006, nr. 10 p. 32-35

Veel teksten zin donker en ondoorzichtig. Veel bijbelverhalen zijn niet op het eerste gezicht helder. Je weet niet wat er achter schuilt en of er wel iets achter schuilt. Toch blijven ze mij fascineren omdat al eeuwenlang mensen gegrepen zijn door deze teksten. Gadamer, een Duitse filosoof, heeft een opgemerkt dat hij op het spoor van zijn methode, de hermeneutiek kwam, toen hij zich realiseerde dat elke uitspraak ook gelezen kan worden als een antwoord op een vraag. Op welke vraag geeft dit stukje tekst antwoord? Als je de vraag op het spoor komt, stoot je op de betekenis van de tekst. Maar een tekst kan veel antwoorden, en dus veel vragen bevatten. Het scheppingsverhaal zoals wij dat kennen uit Genesis 1 zou je een antwoord op de vraag kunnen noemen “waarom alles er is, wat er is” en “waarom er 7 dagen bestaan die samen de week vormen, met als hoogtepunt de sabbat, de 7e dag”. De verhalen uit Genesis 2-3 zou je antwoorden op de vragen kunnen noemen “waarom er dood is in het leven” en “waarom man en vrouw samen een verbond vormen”. Misschien zitten er nog wel veel meer vragen onder deze teksten. De methode van Gadamer is daarom voor mij een handzame methode geworden bij het lezen van teksten en het beluisteren van uitspraken. Ook in een gesprek kun je dat goed toepassen. Wat klinkt er eigenlijk achter de woorden? Achter de stelligheid waarmee dingen worden gezegd?

Bijbelverhalen zijn voor mij altijd verlokkelijke verhalen geweest omdat ik intuïtief aanvoel dat er veel meer aan de hand moet zijn. Er wordt niet zomaar een verhaal vertelt, een tekst gelezen. Verhalen hebben in de geschiedenis mensen letterlijk tot omkeer aangezet. Er is een gezegde dat luidt: “Haal de ervaring uit de tekst en de mogelijkheid tot werkelijk veranderen raakt afwezig”. Toespraken en teksten over abstracta, over niet ervaarbare dingen, of zonder ervaring van de spreker kunnen mij niet boeien.

Pas als het verhaal raakt aan de ervaring van de spreker, of voortkomt uit die ervaring gaan de luisteraars rechtop zitten. Zo is het ook met bijbelverhalen. Als ze niet raken aan jouw ervaringen, of als je geen moeite doet om ze te laten raken, blijven het vreemde onbekende, bizarre verhalen.

Al heel vroeg hebben deze verhalen mij echter in hun greep gekregen. Natuurlijk maak je door je studie theologie een hele ontwikkeling door. Je ontdekt dat je de verhalen niet zo letterlijk moet lezen als je misschien zou willen. Ze zijn geen objectieve verslagen van een gebeurtenis. Ze zijn gekleurd, opgeschreven met een bepaalde bril. Deze bril, dit perspectief is niet meteen evident omdat we toch duizenden jaren later leven. En in de oorspronkelijke tekst, die niet toegankelijk is zonder veel studie, stoot je op tal van vertaalproblemen en een gebrek aan “Vorverständis”. Je kent de context niet, het is niet jouw wereld en de gebeurtenissen doen vreemd aan. Nog meer de claims die worden gelegd in de teksten en de “zekerheden” die worden verwoord. In de loop der jaren heb ik ontdekt dat bijbelse teksten eerst en vooral poëtische teksten zijn. Dat valt misschien tegen voor mensen die van mening zijn dat God rechtstreeks uit de hemel zijn woorden gedicteerd heeft zonder tussenkomst van menselijke interpretatie. Maar gedichten zijn voor mij zoals Paul Ricoeur, een Franse filosoof, schrijft een bril op de werkelijkheid met een extra dimensie. Omdat “de vorm van een gedicht kan werken als een lens die de werkelijkheid blootlegt, die ‘werkelijker’ is als de dagelijkse werkelijkheid”. En dat is volgens mij ook in de bijbel aan de hand.

Wat is er dan werkelijker dan de dagelijkse werkelijkheid? Dat heeft volgens mij met het geheim van God te maken. In de loop der jaren heb ik ontdekt dat onze dagelijkse werkelijkheid niet de enige werkelijkheid is. Er is meer aan de hand, of met andere woorden, een andere werkelijkheid schijnt er als het ware doorheen. Je kunt het vergelijken met de dingen die in de krant verschijnen of op tv. De berichten beschrijven de dagelijkse werkelijkheid. Voornamelijk datgene wat er gebeurt en hoe erop gereageerd wordt. Maar wat mensen nou werkelijk hopen, waar ze diep van binnen naar verlangen, hoe zich dat uit in liefde, in inzet en in inspiratie, blijft vaak onzichtbaar in het nieuws. En toch leven mensen, houden ze van elkaar, zetten ze zich in voor elkaar. Zonder die vaak verborgen liefde en inzet zou de menselijke wereld al lang vergaan zijn, zeg ik wel eens. Dat is voor mij een vingerwijzing naar de andere dimensie van de werkelijkheid. Ik hoef niks te bewijzen. He feit dat we als mensheid nog steeds bestaan is teken genoeg.

Jij bent de lens

Jij bent niets dan de lens in de lichtstroom

je kunt ontvangen, geven en bezitten

zoals de lens het licht ontvangt,

geeft en bezit,

meer niet.

Licht zijn

of in het licht zijn,

zelf niets meer zijn,

zodat het licht geboren kan worden,

zelf niets meer zijn,

zodat het geconcentreerd en verspreid kan worden.

D. Hammarskjöld

De laatste tijd, om precies te zijn, in de adventperiode van 2006, zijn de bijbelse teksten voor mij ook Woord van God geworden. Het Woord van God = het Woord van God. Niet van de auteur die de tekst opschreef, niet van de groep die het geheel dirigeerde. Dat is-teken is belangrijk. De auteur die het woord schreef werd stem van God; niet zijn eigen stem, niet zijn eigen idee, maar datgene waardoor hij gegrepen werd, kwam op perkament, op papier te staan. De auteur als ‘spreekstem’ van God. Niet een rechtstreekse verbinding alsof je God aan je mobiel hebt, maar toch zo dat er iets van de goddelijke werkelijkheid doorklinkt en doorwerkt in het woord. In veel verhalen staat dan ook geen woord teveel. Het kerstverhaal heeft zoveel woorden als nodig zijn om de kern te vermelden, dat het Woord Gods daad werd, dat het Woord Gods gestalte aannam van een kind in een kribbe. Wat we horen zijn de getuigen van dit gebeuren, hoe ze het ervaren en hoe ze reageren. Meer staat er niet. Geen ethiek, geen moraalprediking, geen levensopdracht, alleen de beschrijving van dit wonderbaarlijke gebeuren.

Hoe ik dat allemaal zo zeker weet? Nou ik heb het ontdekt. Ik heb ontdekt hoe het woord kan werken en hoe het werkt. Het mensenwoord en het Woord van God. Het is voor mij het Woord van God geworden. Eerst was het dat niet. Toen was het nog gewoon schriftwoord, woord van een auteur, een schrijver of een redactie in een ver verleden. Waarom is het dan nu Woord van God geworden en betekent voor mij Woord van God?

Het is voor mij Woord van God geworden omdat ik erdoor ben geraakt. Niet één keer, maar vele keren. En het gebeurt telkens weer. Het Woord werkt als je jezelf ermee inlaat. Als je moeite wilt doen om erin door te dringen door studie, aandacht, investeren. Als je moeite doet om het door je heen te laten gaan, deel te laten worden van je eigen ervaring. Als ik me verdiep in een bijbels verhaal ga ik soms helemaal gloeien, het neemt me in bezit, ik raak er vol van. Dan opeens weet ik waarvoor ik het doe, al die moeite, dat proberen door te dringen in de betekenis, de kern ervan. Ik zie het voor me, nu, hier en nu in ons dagelijks leven, ik zie het werken, het werkt in mij en het werkt in de woorden die ik spreek. Ik zeg niet dat God in mij aan het woord is, of dat ik bode ben, maar ik zeg dat ik ervaar dat het woord in mij werkt en dat het iets met mij doet. Bescheidenheid is en blijft belangrijk. Ik ben geen profeet. Ik ben geen direct contact met God, ik heb geen garanties, geen extra kennis, geen extra gaven. Maar wat ik wel weet, is dat als je je inlaat met het Woord van God, het Woord van God in jou veranderingen teweeg brengt. Het moet door jou heen gaan, vanuit je eigen ervaring, het moet iets met je doen en het doet iets met je…

Daarom uit respect die hoofdletter Woord omdat volgens goed bijbels gebruik Woord ook daad betekent: God spreekt en het is er, het spreken is ook een doen, een werken. En dat is ook voor mij de betekenis van het woord indachtig het citaat uit Jesaja, dat het Woord van God niet vruchteloos terugkeert. Het werkt en het tekent, beïnvloedt de werkelijkheid door de mens die het opneemt en verwezenlijkt. Alleen als ik luister naar het woord, het lees, ben ik op dat moment niet met iets anders bezig. Als ik me laat inspireren erdoor en ervan getuig, of het in daden omzet, is de werkzaamheid aanwijsbaar. Natuurlijk elk woord werkt, ook elk mensenwoord. Daarom is taal het grootste geschenk van God aan de mensheid zei de Joodse filosoof Frans Rosenzweig. Daarin heeft hij volgens mij groot gelijk. Misschien is ons leven wel een soort ontdekkingsreis om de kern van ons bestaan te verkennen en te ontdekken. Om uiteindelijk thuis te komen bij onszelf en bij God. Het Woord van God is een touwladder hier naar toe. Elk woord een uitgestoken hand, een gebaar van uitnodiging. We hoeven die uitgestoken hand alleen aan te pakken. Wat houdt je tegen….?

Onze grootste angst

Onze grootste angst is niet, dat we onvolmaakt zijn.

Onze grootste angst is, dat we mateloos krachtig zijn.

Het is ons licht, niet onze schaduw, die ons het

meest beangstigt We vragen onszelf: wie ben ik om

briljant te zijn, talentvol, fantastisch?

Maar: wie ben jij om dat niet te zijn? Je bent een

kind van God. Als je je onbelangrijk voordoet,

bewijs je de wereld geen dienst Er is niets verlichts

aan jezelf klein te maken, opdat andere mensen

zich bij jou niet onzeker voelen.

We zijn allemaal bedoeld om te stralen als kinderen.

We zijn geboren om de glorie van God, die in ons is,

te openbaren. Die is niet alleen maar in sommigen

van ons; die is in iedereen.

En als wij ons licht laten stralen, geven we onbewust

andere mensen toestemming hetzelfde te doen.

Als wij bevrijd zijn van onze eigen angst bevrijdt

onze aanwezigheid vanzelf anderen

 


vrijdag 22 december 2006

John Hacking

Een gedachte over “woord van God

Reacties zijn gesloten.