Spoiled generation

 

 

“Spoiled generation”?

Nooit meer” thuis”

Kenmerk van de huidige tijd in de Westerse samenleving is dat wij eigenlijk “nooit meer thuis” zijn.

We zijn voortdurend onderweg: naar school, naar ons werk, naar onze hobby, naar onze vakantiebestemming, naar een plek om uit te rusten, bij te komen en terug te keren naar onze dagelijkse bezigheden. In een middeleeuwse context was je waarschijnlijk bijna “altijd thuis” omdat er door de meeste mensen buiten de handelsreiziger en de pelgrim, de geestelijke, de overheidsdienaar, vorst  en de soldaat geen reizen werden gemaakt. Iedereen bleef waar hij was: thuis. De ervaring van de wereld bleef dan ook meestal beperkt tot het eigen dorp of stad. Het begrip land was eigenlijk al een “fictie”, Europa  een onvoorstelbaar iets, en later toen de beide “Amerika’s” werden ontdekt  leidde dat tot zoveel beroering en emotie dat de meest vreemde ideeën opgang deden. Goudkoorts, zucht naar gewin, voorstellingen van een  aards paradijs, de verlangens en interpretaties waren talloos. Maar ook toen was voor de meesten niet weggelegd dat zij hun dorp of stad ooit zouden verlaten. Ze stierven waar ze waren geboren zonder ooit een voet buiten hun leefgebied te hebben gezet.

In onze tijd hebben wij door de moderne vervoersmiddelen,de toegenomen welvaart, de communicatiemiddelen onze horizon verbreed. We hebben nog wel een uitvalsbasis, daar waar we eten en slapen, maar dat voelt toch anders als een paar honderd jaar geleden. We leven als het ware in een nieuwe wereld. We noemen dat globalisering, de wereld, de globe als woonplaats. Wij zijn overal thuis, of nergens.

Wat zijn de effecten van een dergelijke ervaring? Was het vroeger beter toen men geen idee had van de uitgestrektheid van de wereld, toen men de grenzen van het leefgebied nauwelijks overschreed? Dat is natuurlijk nooit meer te achterhalen, maar het wekt wel mijn verwondering dat het voor velen van ons, zo lijkt het,  vanzelfsprekend is geworden om de wereld als leef- en woongebied te ervaren.

De concrete ruimte geeft ankerpunten in het leven, de plek waar je woont en leeft geeft houvast. Mensen gaan pas weg als zij dat houvast niet meer vinden of als er een levensbedreigende situatie ontstaat. In de geschiedenis kwamen grote massabewegingen tot stand omdat er honger werd geleden, of omdat er  gezocht werd naar nieuw leefgebied met betere kansen om te overleven en een goed bestaan op t e bouwen met het oog op de toekomst. Oorlogszuchtige motieven, hebzucht en verlangen naar roem en gewin hebben vaak een rol gespeeld in de verkenning van de “terra incognita”. Nu is de wereld grotendeels bekend, in kaart gebracht en benoemd. Google kijkt vanaf de satelliet overal op neer, elke straat, elk dorp, elke stad valt vanuit de lucht te bespieden.

Als de wereld voor velen het terrein is om zich voort te bewegen, waar vindt het individu dan nog ankerpunten, waarin vindt het houvast, ook geestelijk?

Toen de wereld klein was, vast lag in erfopvolging, in beroepskeuze en levensloop waren die ankerpunten nooit ver weg. Wie je was en wat je kon worden hing af van je sociale context. Je geestelijke vermogens en doorzettingsvermogen, je zin naar avontuur kon daar verandering in brengen zodat je kon stijgen op de sociale ladder. Heden ten dage is dat niet veranderd maar de mogelijkheden zijn enorm toegenomen. Met de concrete leefruimte is ook de geestelijke ruimte aan keuzemogelijkheden gegroeid. Het zelf dat zich herkende in de concrete situatie van alledag, “zo is het altijd geweest”, krijgt nu ongekende mogelijkheden om zich virtueel in te leven.

Alles mogelijk?

Als alles mogelijk is bestaat het gevaar dat het individu elk houvast verliest als er geen maatstaf is en geen criterium om het nieuwe te proeven en te toetsen.

De intrede van de computer in de leefwereld van het individu, reeds op jonge leeftijd, leidt niet alleen tot een nieuwe kijk op de wereld, maar geeft ook ongekende virtuele mogelijkheden. Het zelf dat al grotendeels virtueel werd beleefd, vooral in het hoofd, gaat rationeel de wereld verkennen om te ontdekken wat er te koop is. Deze virtuele exercities zetten standaarden uit, mede aangereikt door anderen en door stromingen en opvattingen in de maatschappij. Maar al gauw zal blijken dat elke standaard er maar een is en dat de mogelijkheden eindeloos blijken. Hoe vind je dan je weg in deze nieuwe ruimte? Wat is waardevol, wat van blijvende waarde, wat een houvast dat je verder brengt op je levensweg?

Met deze en andere vragen wordt de huidige generatie geconfronteerd. Toegenomen mogelijkheden brengen een enorme verantwoordelijkheid met zich mee om de juiste keuzes te maken. Zo kan het individu het beleven. Daardoor neemt de druk toe om goed te kiezen. Als alles mag en alles kan, ook op jonge leeftijd, zal een keer het moment komen dat de grenzeloze hoeveelheid zo overweldigend kan zijn dat het individu zichzelf kan verliezen. De doem van de materie, de concrete hel van het teveel wordt dan waarheid. Ouders die hun kinderen “verwennen”, dat wil zeggen geen grenzen stellen aan het verlangen om te hebben en te ondergaan kunnen hun kinderen opzadelen met een gebrek aan onderscheidingsvermogen en een gemis aan besef dat niet alles even waardevol is. Kortom door niet te leren zich dingen te ontzeggen wordt een hypotheek genomen op de toekomst waarin elke tegenslag grotere dimensies in de beleving kan krijgen dan misschien concreet het geval is. Door te ervaren dat het ook goed kan zijn om niet je zin te krijgen, door je te leren aanpassen aan de omstandigheden maak je al vroeg in de ontwikkeling kennis met de realiteit dat het leven ook hard kan zijn en dat je verliezen kunt lijden, dat je niet alles naar je hand kunt zetten.

Het lichaam als grenservaring

Grenzen en afgrenzing zijn noodzakelijk om het overzicht te behouden, om de oriëntatie niet te verliezen. Het eigen lichaam vormt zo’n grens. Het is de meest intieme en directe grens. Het eigen lichaam schept ook een lichaamsbewustzijn, een geestelijke ruimte om zich heen. Iemand op de huid zitten is letterlijk de grens van de lichamelijkheid overschrijden.

Het lichaam kan ons ook helpen om ons te oriënteren in de concrete ruimte. De beleving van het lichaam door het zelf, de verwachtingen, de verlangens, de waarneming van andere zelven in hun lichaam, het effect van communicatie en uitwisseling, dat alles heeft een sterke virtuele component. De computer is in die zin eigenlijk een uitvergroting van het zelf, een toename van de actieradius van het zelf. De machine is eindelijk deel geworden van het menselijk lichaam zonder dat we het zelf misschien in de gaten hebben. De auto, de trein, de boot en het vliegtuig waren het eigenlijk al: zij vergroten de concrete ruimte van het menselijk lichaam in de tijd en de ruimte om ons heen. Het zijn uitvergrote zelven. Ook dat wekt nauwelijks verwondering als je kijkt naar de vanzelfsprekendheid en het gemak waarmee wij ons verplaatsten.

Het lichaam is onze eerste concrete grens met de omringende wereld. In het lichaam kunnen we ons thuis voelen, hoewel dat laatste niet voor iedereen hoeft te gelden. Denk maar aan mensen die hun mannelijkheid of vrouwelijkheid beleven terwijl ze een ander ‘verkeerd’ lichaam hebben. Het lichaam kent verschillende ruimtes: allereerst de ruimte die het lichaam zelf is en die het inneemt in de ruimte om ons heen. Waar ik sta kan niet iemand anders staan. Vervolgens de ruimte die wij geestelijk innemen met ons lichaam, de ruimte om ons heen en de wijze waarop wij ons lichaam ‘poneren’, neerzetten, laten zien in de ruimte. Hoe doorschrijden we een ruimte waar naar ons wordt gekeken, wat stralen we uit, welk gevoel brengen wij met ons lichaam tot uitdrukking. Dat alles heeft met de beleving van ons lichaam en ons zelf in het lichaam te maken. Maar misschien is er ook nog een andere ruimte, minder concreet, minder op de voorgrond. Namelijk de ruimte in ons hoofd, de ruimte die wij ons voorstellen als wij helemaal alleen zijn met onszelf. Een innerlijke ruimte, de ruimte van ons denken en voelen. En misschien is er nog een andere, een diepere ruimte. In de mystieke traditie  wordt daar soms over gesproken: de diepste meest innerlijke ruimte, waar niemand bij kan komen van buiten, waar we onaantastbaar zijn, een lege ruimte, een ruimte waar wij volgens de gelovigen diep in onszelf God kunnen  ontmoeten omdat er geen hindernissen, geen invullingen, geen echte inhoud is. Uit ervaringen van martelslachtoffers, gevangen uit kampen in de Tweede Wereldoorlog,  is deze ruimte, deze onaantastbare ruimte geen fictie, maar diep ervaren werkelijkheid. Misschien hebben we nooit zo diep moeten gaan in ons leven om een ervaring te hebben van deze onaantastbare diepste grond in onszelf. Maar niet ervaren wil niet zeggen dat deze ruimte ook niet existeert.

Gevoel wijst de weg

Als er dus al verschillende ruimtes zijn vanuit ons lichaam en vanuit de ervaring van de werkelijkheid van ons lichaam in de omringende ruimte, dan kan dat betekenis  hebben voor ons “zelf – verstaan”. Gevoelens kunnen  de grenzen markeren van onze virtuele werkelijkheid als zelf. Maar gevoelens, dat weten we allemaal, zijn ook richtinggevend. Ze sturen ons gedrag, ze bepalen onze grondhouding. Luisteren naar je gevoel kan zijn als luisteren naar een innerlijk kompas. Grensoverschrijdingen in gedrag komen gevoelsmatig soms hard aan, mensen die hun eigen grenzen niet bewaken, die over zich heen laten lopen betalen vroeg of laat hiervoor een prijs. Grenzen worden ‘en masse’ overschreden in het geval van oorlog. Mensen worden opgeroepen om hun land te verdedigen, of om hun leven te geven voor een zaak. De wereldoorlogen zijn een voorbeeld van de verspilling van mensenlevens op wereldschaal. Hier telt het individu niet meer.  Geen grens is heilig.

Maar mensen kunnen ook nog op een andere manier verspild worden: namelijk als er geen beroep op hen gedaan wordt om hun talenten in te zetten, als ze worden weggezet als overbodig, nutteloos, van nul en generlei waarde. In onze maatschappij zijn er tal van individuen die dit aan den lijve ervaren en die zich in hun gedrag hieraan aanpassen. Ze houden zich staande in hun eigen wereldje van het dakloos, verslaafd, of afgeschreven zijn. Als in onze samenleving de tendens opgang maakt om alleen de allerbesten, de allerslimsten, de allersnelsten uit te kiezen, dan zullen velen het gevoel krijgen dat als zij daar niet bij horen, minder waard zijn. Ook in hun eigen ogen kunnen ze dan minder waard worden als ze nooit geleerd hebben zichzelf te waarderen als kostbaar en waardevol. Als zij zichzelf niet kennen, zichzelf niet gekend voelen allereerst door zichzelf, hoe moeten ze zich dan gedragen als anderen hen niet willen leren kennen?

Het ontbreken van grenzen in de opvoeding, de gestalte van het eigen leven, de ontdekking van je mogelijkheden en kansen, kortom grenzen in de totaliteit van je leven, behelst vele gevaren die op latere leeftijd funest kunnen uitpakken. Een grens is een uitdaging omdat ze je terugbrengt bij jezelf. Een grens stelt eisen aan je. Een grens kan een vruchtbare plaats zijn van inzicht volgens de Duitse theoloog Tillich. Een grens heeft altijd twee kanten aan de grenslijn. Een grens kan dus oriëntatie bieden, een houvast, een richtpunt, een horizon. Aan een grens kun je groeien. Je kunt haar op een positieve en op een negatieve manier overschrijden. Het gevoel kan daarbij richtingwijzer zijn – of de grens een bijdrage levert aan je welbevinden, aanzet tot groei of dat het een beperking vormt, het begin van een gevangenis. Als je  thuis bent  in je lichaam, je voelt je gevoelsmatig thuis bij jezelf, je hoeft niet elke dag van jezelf bergen te verzetten en de hemel te bestormen, je mag er zijn zoals je bent, dan ben je op de goede weg. Dan heb je alles in huis om je levensreis te reizen, een wandeling door het leven.

John Hacking