Op leven en dood – over spiritualiteit

 

Op leven én dood spiritualiteit in een hedendaags licht.

 

Motto: Een brandende kaars is voldoende,

om de ruimte van onze gedachten,

onze gebaren, onze geschriften te begrenzen.

Edmond Jabès

 

Ons leven is beperkt, het heeft een bepaalde duur, een bepaalde intensiteit. Dat is het dan. Dat is een harde waarheid. De dood wacht op elke levende.

Maar ook tijdens ons leven is er al dood, beperktheid: ‘ons kennen is stukwerk’, schreef Paulus die zichzelf tot apostel uitriep; ‘ons leven is fragment’ zei Abel Herzberg. Daar moeten wij het mee doen. Maar dat valt niet altijd mee. Talloos zijn de pogingen om onze kennis en daarmee ons leven uit te breiden, te verlengen, te funderen tegen de dood.

De dood is als een zee, een golf die je overspoelt, geen dijk is er tegen bestand, geen wering is hoog genoeg. En toch proberen wij het, omdat wij onze eigen dood nog niet kennen en daarom tegen beter weten in, het onmogelijke willen geloven: leven in overvloed, leven ‘als een God in Frankrijk’, in een land van melk en honing, een paradijs zonder dood (en daarom misschien ook zonder boom van goed en kwaad.) Natuurlijk weten we dat het een droom is, dát laatste; maar het is wel een droom die ons gaande houdt; het is de (vaak onbewuste) motivatie op een dieper niveau onder ons handelen, ons streven naar inzicht en kennis in de processen van het leven.

 

‘Maar vaak reikt het licht van onze kennis niet verder dan de grenzen van het kaarslicht in een donkere kamer’. ‘Daarom is onze teleurstelling groot, dat wij niet over de grenzen van het licht heen kunnen reiken’, zegt Edmond Jabès, een Franse filosoof. “Schrijven is dan misschien niets anders dan een beetje licht om de woorden verspreiden.” Of anders uitgedrukt: schrijven ‘als een tijdelijke barrière tegen de dood’, als een poging om beetje bij beetje enkele diepere fundamenten bloot te leggen in ons leven. Een basis waarop we onze betekenissen kunnen grondvesten, een manier om een richting te vinden om verder te gaan op onbekende wegen.

Dat is ook de strekking van dit artikel: het is een poging om te articuleren in het aangezicht van de dood. Voor mij persoonlijk komt dit overeen met de uitdaging om te leven dankzij het fragmentarische, het mislukte, het cynische en het bittere. Dat noem ik spiritualiteit, geestkracht, inspiratie die ons kan dragen. In eerste instantie moeten wij het zelf dus doen: bewustworden van onze eindigheid! Vervolgens is er dan ook een moment van gedragen worden, weten dat in elk fragment ook het geheel is meegegeven. Abel Herzberg schreef hierover dit prachtige gedicht:

 

Want alles is fragment

 

Al door het zeggen van het woord

Deelt men, scheidt men en schendt

Het al omvattende, dat men niet kent,

Dat ik aanwezig weet, of alleen maar vermoed,

Dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet,

Dat mij beheerst, dat mij gehoorzaamheid gebiedt,

En als ik zoek en luister, dan vind ik het niet.

Eén troost blijft:

 

Er is in ieder woord een woord,

Dat tot het onuitsprekelijke behoort;

Er is in ieder deel een deel

Van het ondeelbare geheel,

Gelijk in elke kus, hoe kort,

Het hele leven meegegeven wordt.

 

Onze eindigheid als uitgangspunt voor elke vorm van spiritualiteit, dat is wat ik beoog. “Door de dood begint alle denken” schreef de Joodse filosoof Frans Rosenzweig in zijn beroemde boek “Der Stern der Erlösung”. Die zin heeft mij nooit meer losgelaten.

Hoe waar deze woorden telkens worden merk ik dagelijks in mijn werk, als ik geconfronteerd word met het plotseling sterven van mensen, als er afscheid genomen moet worden en als het onvermijdelijke onder ogen moet worden gezien.

Ik heb het in mijn eigen leven ervaren met de dood van mijn moeder. Zij was het leven moe geworden en resoluut heeft zij de stappen gezet die zij nodig vond. In het water vond zij haar redding, een weg naar omhoog. Maar wat haar een uitweg bood uit ondragelijk psychisch lijden, bracht ons soms tot diepe vertwijfeling: waarom op moederdag, waarom zo, waarom zo radikaal, elke andere uitweg afwijzend?

De dood werpt een ander licht op het leven; hij is niet alleen de grens ervan, hij maakt het leven mogelijk, de dood is de bestaansvoorwaarde voor het leven. De dood werpt het leven in het diepe – al zwemmend, al levend, vind je je weg.

Vandaar ook dit uitgangspunt als het over spiritualiteit gaat in onze tijd, in onze samenleving, voor onze toekomst. Dat is niet alleen een nuchter uitgangspunt, het is ook de enige grond van zekerheid om op te staan. De rest zal allemaal moeten blijken.

 

Waarom leven wij, waartoe? Eeuwenlang hebben deze vragen de spirituele agenda van de mensheid bepaald. Ook wij kunnen niet zonder die vragen, telkens komen ze boven in situaties van verdriet en lijden. En al zijn wij misschien niet altijd in de stemming om antwoorden te zoeken, toch kunnen we niet zonder deze vragen, op straffe dat ons leven leeg, inhoudsloos wordt.

Misschien willen wij ze soms wegstoppen, onderdrukken, net zoals je een bal onder water probeert te houden, Maar hoe harder je duwt, hoe sneller hij weer bovenkomt. Lucht onder water wil alleen maar naar boven, zo is het ook met vragen rond zin en lijden: zij moeten worden geuit, besproken, in woorden omgezet.

Waar draait het om in ons leven? Wat is echt belangrijk, wat buitenkant? Elk van ons zal hiermee aan de gang moeten gaan, antwoorden proberen te vinden, door schade en schande wijs proberen te worden. Ook dat zal een bodem blijven onder elke vorm van spiritualiteit. De geest kan nu eenmaal niet zonder vormgeving, zonder concrete antwoorden door mensen gegeven op de vragen van het leven, op de vragen rond de zin van het bestaan.

 

Maar waar is dan een verder houvast te vinden, welke schreden kun je zetten op je levensweg verder dan de dood, verder dan de zekerheid van het einde? Of anders geformuleerd wat is echt de moeite waard in ons leven, om je in te verdiepen, als krachtbron, stromend water dat leven geeft, een heiland met antwoorden op je vragen?

De talloze religieuze uitingen van mensen liegen er niet om: mensen staan bol van verlangens en hun gedrag is religieus; dat blijkt ook vaak uit de invulling van sport en hobby tot en met de vakantie, het werk en de studie. Een mens is een religieus dier. Al zijn uitingen kunnen ook religieus worden verstaan.

Maar daarmee zijn wij er nog niet, dat is letterlijk te weinig, te oppervlakkig, te vaag. Waar het nu om gaat is de vraag naar de kwaliteit, de vraag naar de diepte, de dragende grond. En niet voor iedereen gelden dezelfde voorwaarden, niet iedereen deelt dezelfde gevoelens en opvattingen.

Er is pluraliteit, ook in beleven, ondanks de waarheidsaanspraken van de gevestigde godsdiensten. Waarheid is eerst en vooral een leven leiden in waarheid, in overeenstemming met datgene waar je in gelooft. Waarheid is bovenal integriteit, plausibiliteit en getuigenis. Spiritualiteit die in naam van velen wil aanspreken kan niet zonder dit laatste: zonder gedrag dat getuigt van de diepere beweegredenen, de gedrevenheid en het durven. Vooral het op het spel durven zetten van je leven voor datgene waar je in gelooft. Of beter waar je op vertrouwt.

Want daar draait het voor mijn gevoel altijd om in geloven: geloven is de concrete uitwerking van je religieus verlangen, het is de vormgeving ervan in relatie tot een God. En dat is een relatie die gekenmerkt wordt door het feit dat je durft je toe te vertrouwen. Dat is een ander soort waarheid dan de waarheid van het objectieve feit of de gebeurtenis die heeft plaatsgehad. Het is een manier van leven, een leven dat risico’s durft te nemen ondanks alle beperktheid, ondanks alle onzekerheid. Een leven dat waarheid zal worden in het getuigenis. Getuigen van je ten diepste bezielt, waar je je leven voor op het spel durft te zetten.

 

Het is een soms op de tast zoekend verder gaan, met de twijfel in je bagage, maar ook met de moed in je hart dat je al gaande de weg pas antwoorden zult vinden. Het is een manier van leven getekend door de hoop als voornaamste kracht; de hoop is de grote motor, de drijvende kracht achter al je gedachten en schreden.

Maar waar kom je God dan tegen, waar ontmoet je mensen geraakt door de vinger, het woord van God zodat hun leven een en al getuigenis is of worden kan? En ben je zelf misschien die mens?

De mystici geven verschillende antwoorden. Antwoorden die mij persoonlijk erg aanspreken. God vind je op vele plaatsen. Eén woonplaats is je eigen hart, een andere woonplaats is de kosmos die je omgeeft, weer een andere woonplaats is de nabijheid van de arme en de geknechte mens. God dien je door naar de stem van je eigen hart te luisteren en in stilte alles aan Hem voor te leggen, God dien je door de aarde naar zijn wil te beheren en de naaste arme en slaaf te bevrijden van zijn armoede en slavernij.

Daar is moed voor nodig en veel vertrouwen, want de logica van ons verstand zet ons vaak op het verkeerde been. Ons hoofd kent niet de redenen van het hart, dat wist reeds Blaise Pascal. Maar durven wij het aan om met ons hoofd blind te varen op het hart? Durven wij af te dalen in onze eigen diepten om daar God te ontmoeten in de stilte? Durven wij hem te zoeken in de ons omringende wereld, die volgens de Chassidische meesters vol is met zijn vonken? Durven wij Hem te ontmoeten in de gestalte van onze medemens naast de kant van de weg?

 

Het zijn allemaal vragen die wij zelf moeten beantwoorden. Niemand kan het voor ons doen. We zullen zelf in ons eigen leven de antwoorden moeten zoeken. Maar wij hebben ook steun van buiten: onze menselijke geschiedenis is vol van dergelijke vragen en de verschillende antwoorden die erop gegeven zijn.

Wij hebben niet alleen de heilige schriften en de schriftelijke getuigenissen van grote mannen en vrouwen, wij hebben ook de mensen om ons heen, onze ouders, onze vrienden en vriendinnen waar we, als het goed is, veel liefde van hebben ontvangen en nog ontvangen.

Want misschien is dat wel het grootste geheim in een mensenleven: de hemel ligt binnen handbereik, als wij één zijn van hart en van hoofd, één van instelling en van daden. Maar dat is altijd gemakkelijk gezegd. Laat het maar eens zien, getuig maar eens met je leven, wat je woorden, je opvattingen waard zijn. Hoe jij als mens in de liefde gelooft, hoe jij als mens mag ervaren dat je gedragen wordt door liefde. Dat de liefde de alles overheersende kracht is waar het allemaal om draait. Als God liefde is en als die liefde in ons leven werkt, sterk als de dood, dan kan er niets verkeerd gaan. Dan is ook de dood uiteindelijk een vallen in Gods’liefde, een zien van aan-gezicht tot Aangezicht.

 

Het was Edmond Jabès die schreef: ‘de slaap is niet altijd het verlies van bewustzijn. God liet de wereld slapen om haar te scheppen, en sliep toen zelf in bij de schepping, opdat Hij van zijn kant door haar geschapen zou worden.’

Het is dus aan ons om als wakkere kinderen Gods zijn liefde aan de man te brengen. Dat is niet alleen de droom van God, het is ook onze eigen droom, als wij waker geworden als nieuw mens dit leven mogen betreden bij de geboorte. Spiritualiteit is dus niets anders dan in het aangezicht van de dood leven dat de liefde ervan af springt.

 

John Hacking

 

 

 

 

 

 

Een gedachte over “Op leven en dood – over spiritualiteit

Reacties zijn gesloten.