Het gesynchroniseerde zelf

Synchroniteit is door de moderne techniek een feit. Peter Sloterdijk stelt dat wij nu in een synchrone wereld leven doormiddel van de technische mogelijkheden die wij hebben. Het zelf loopt synchroon met andere zelven. Kijk naar het gebruik van de mobiele telefoon en de sociale media. Alles vindt bijna tegelijkertijd plaats en daarnaast is er ook nog ruimte om met de hele wereld contact te houden rondom andere thema’s. Alles in het hier en nu en in een wip, hoewel die letterlijk meer tijd kost dan het zenden van een sms’je.

Wat betekent dat voor de zelfwaarneming van het zelf? Wat voor de lichamelijke ervaring van de werkelijkheid? Ik vermoed dat het zelf meer en meer artificieel wordt – het gaat meer en meer deel uitmaken van de artefacten. Het zelf wordt een product van de technische ontwikkelingen en is dat grotendeels al. Als een soort uurwerk loopt het synchroon met andere zelven: dezelfde interesses, dezelfde handelingen, dezelfde afhankelijkheid en verslaving. Wat wil het zelf met deze daden bewijzen, wat compenseren, wat is de intrinsieke waarde voor het zelf om verlengstuk te worden van de techniek? Welke droom, welke utopie wil het zo verwezenlijken?

Is het een onverhoopte en nu mogelijk gemaakte vorm van uitbreiding van het zelf (een extended self of extended mind – de term is (o.a.) van Andy Clark). Weliswaar virtueel, maar toch, de wereld binnen handbereik. Is het een voortdurend ervaren van genot en geluk omdat de illusie wordt gewekt dat er contact is dat prettig verloopt en dat je zo naar je hand kunt zetten door kleine en flitsende handelingen? Dus een versterking van het ego, het eigen autonome besef, het gevoel iemand te zijn? Al die anderen die niet meedoen omdat ze niet kunnen of niet willen kunnen zo worden weggezet als mislukkelingen of middeleeuwers. En dat sterkt het ego weer, geeft de burger moed, het zelf zelfvertrouwen.

Okee, de mens als verlengstuk van de machine omdat hij nou eenmaal machinaal is ingesteld en zijn energie erop richt de machines naar zijn wil te laten handelen. Het omgekeerde is nu gebeurd: de machines nemen het over en daarvoor hoeft het nog niet zo gewelddadig te worden als in de film de Matrix. Het gaat sluipend, voorzichtig met totale eigen goedkeuring omdat het niet als overname wordt ervaren maar als vooruitgang en innovatie. Maar hoe meer je je er mee inlaat, hoe meer je erdoor gekleurd en bepaald gaat worden. Koop een i-pad en je hebt geen rustig moment meer onderweg. Koop een i-phone en je kunt net als op de i-pad alle wereldnieuws voortdurend binnen je privé-sfeer ontvangen en becommentariëren. Weg rust, alles is afleiding geworden of beter alles wat eerst afleiding was is nu werkelijkheid waartoe je je voortdurend moet verhouden. Je wordt gelijkgeschakeld met wat er in de wereld gebeurt en met wat er via berichten op je af wordt gevuurd. Vluchten kan niet meer, schuilen is onmogelijk of straffe van contactverlies en onbegrip. Hoe dan ook moet en zal je synchroon lopen met de rest van je vrienden, collega’s en kennissen anders tel je niet (meer) mee.

De betekenis voor het lichaam van deze ontwikkelingen? Je lichaam ondergaat een reductie: de neus doet al minder mee, en ook de benen want je moet stilzitten om je berichten te lezen en te beantwoorden. Je wordt een zittende volger, een kijker, een bespieder, een voyeur van de wereldgebeurtenissen die via de techniek je leven binnenstromen en die niet zijn te stoppen. Je vingers en je ogen moeten zich aanpassen aan het toetsenbord, de snelheid van de beelden en de kleine omvang van je toestel. Met dikke vingers is dat nog een hele klus.

Zie je nog de bomen om je heen, de vlinders, hoor je de insecten en ruik je de bloemen? Zie je nog en praat je nog met je medemens op het terras op zie je enkel je telefoon, je life-line met het zogenaamde buiten? Helemaal synchroon lopend maar niet met je ziel want die weet niets van sms’en en van computeren en van sociale media. Is er dan een ziel? Ik vermoed van wel, alleen heeft het zelf die nog niet ontdekt want het is teveel afgeleid.

John Hacking

24 mei 2011

Synchroniteit is door de moderne techniek een feit. Peter Sloterdijk stelt dat wij nu in een synchrone wereld leven doormiddel van de technische mogelijkheden die wij hebben. Het zelf loopt synchroon met andere zelven. Kijk naar het gebruik van de mobiele telefoon en de sociale media. Alles vindt bijna tegelijkertijd plaats en daarnaast is er ook nog ruimte om met de hele wereld contact te houden rondom andere thema’s. Alles in het hier en nu en in een wip, hoewel die letterlijk meer tijd kost dan het zenden van een sms’je.

Wat betekent dat voor de zelfwaarneming van het zelf? Wat voor de lichamelijke ervaring van de werkelijkheid? Ik vermoed dat het zelf meer en meer artificieel wordt – het gaat meer en meer deel uitmaken van de artefacten. Het zelf wordt een product van de technische ontwikkelingen en is dat grotendeels al. Als een soort uurwerk loopt het synchroon met andere zelven: dezelfde interesses, dezelfde handelingen, dezelfde afhankelijkheid en verslaving. Wat wil het zelf met deze daden bewijzen, wat compenseren, wat is de intrinsieke waarde voor het zelf om verlengstuk te worden van de techniek? Welke droom, welke utopie wil het zo verwezenlijken?

Is het een onverhoopte en nu mogelijk gemaakte vorm van uitbreiding van het zelf (een extended self of extended mind – de term is (o.a.) van Andy Clark). Weliswaar virtueel, maar toch, de wereld binnen handbereik. Is het een voortdurend ervaren van genot en geluk omdat de illusie wordt gewekt dat er contact is dat prettig verloopt en dat je zo naar je hand kunt zetten door kleine en flitsende handelingen? Dus een versterking van het ego, het eigen autonome besef, het gevoel iemand te zijn? Al die anderen die niet meedoen omdat ze niet kunnen of niet willen kunnen zo worden weggezet als mislukkelingen of middeleeuwers. En dat sterkt het ego weer, geeft de burger moed, het zelf zelfvertrouwen.

Okee, de mens als verlengstuk van de machine omdat hij nou eenmaal machinaal is ingesteld en zijn energie erop richt de machines naar zijn wil te laten handelen. Het omgekeerde is nu gebeurd: de machines nemen het over en daarvoor hoeft het nog niet zo gewelddadig te worden als in de film de Matrix. Het gaat sluipend, voorzichtig met totale eigen goedkeuring omdat het niet als overname wordt ervaren maar als vooruitgang en innovatie. Maar hoe meer je je er mee inlaat, hoe meer je erdoor gekleurd en bepaald gaat worden. Koop een i-pad en je hebt geen rustig moment meer onderweg. Koop een i-phone en je kunt net als op de i-pad alle wereldnieuws voortdurend binnen je privé-sfeer ontvangen en becommentariëren. Weg rust, alles is afleiding geworden of beter alles wat eerst afleiding was is nu werkelijkheid waartoe je je voortdurend moet verhouden. Je wordt gelijkgeschakeld met wat er in de wereld gebeurt en met wat er via berichten op je af wordt gevuurd. Vluchten kan niet meer, schuilen is onmogelijk of straffe van contactverlies en onbegrip. Hoe dan ook moet en zal je synchroon lopen met de rest van je vrienden, collega’s en kennissen anders tel je niet (meer) mee.

De betekenis voor het lichaam van deze ontwikkelingen? Je lichaam ondergaat een reductie: de neus doet al minder mee, en ook de benen want je moet stilzitten om je berichten te lezen en te beantwoorden. Je wordt een zittende volger, een kijker, een bespieder, een voyeur van de wereldgebeurtenissen die via de techniek je leven binnenstromen en die niet zijn te stoppen. Je vingers en je ogen moeten zich aanpassen aan het toetsenbord, de snelheid van de beelden en de kleine omvang van je toestel. Met dikke vingers is dat nog een hele klus.

Zie je nog de bomen om je heen, de vlinders, hoor je de insecten en ruik je de bloemen? Zie je nog en praat je nog met je medemens op het terras op zie je enkel je telefoon, je life-line met het zogenaamde buiten? Helemaal synchroon lopend maar niet met je ziel want die weet niets van sms’en en van computeren en van sociale media. Is er dan een ziel? Ik vermoed van wel, alleen heeft het zelf die nog niet ontdekt want het is teveel afgeleid.

John Hacking

24 mei 2011