Het poreuze en omsloten zelf – moderne doorlaatbaarheid

Na de Verlichting werd het menselijke zelf minder poreus: de mens kwam meer op eigen benen te staan en werd pas echt autonoom. Dit stelt de Canadese filosoof Charles Taylor in zijn boek “Een seculiere tijd”. Daarin analyseert hij de huidige religieuze situatie en de ontstaansgeschiedenis ervan. Toen de mens zichzelf ervoer als wezen met een poreus zelf was hij nog onder invloed van allerlei machten en krachten buiten hem die invloed uitoefenden. Denk aan de Middeleeuwse mens die geteisterd kon worden door angsten ook voor een leven na zijn dood in de hel. Stamverbanden en familieconstructies bepaalden zijn leven. Omdat hij tot een bepaalde groep hoorde lag dat meestal vanaf de geboorte vast. Als boer werd je geen ridder.

In de moderne tijd is daar verandering in gekomen: wij hebben onze eigen identiteit ontdekt en kunnen ons afzetten tegen natuurkrachten, stamverbanden en ons bewust worden van irreële angsten. Taylor noemt dat nu een omsloten zelf, en zelf dat zich kan afschermen tegen de invloeden van buiten. De mens ontdekt dat hij zijn leven kan leiden op een puur menselijke basis waarin hij zelf de lijnen uitzet. Autonomie in deze wil zeggen ook soms los van God en los van een transcendente werkelijkheid die ons leven zou sturen/aansturen. Resultaat van deze ontwikkeling uit de Verlichtingsomslag is een toegenomen vrijheidsbewustzijn, wetenschappelijke ontdekkingen, een rationele levenshouding en een drang om te scheppen, te ontdekken, te sturen en in de hand te houden. De werkelijkheid wordt bestuurbaar en handelbaar. Een zeker reductionisme, een vorm van kortzichtigheid is hier niet vreemd aan want de ratio overziet slechts een klein deel van de werkelijkheid. De romantische poging om ook het gevoel een grotere plek in te ruimen in de werkelijkheidsbenadering is slechts ten dele geslaagd omdat ook de toegang via het gevoel een beperkte is. Een mens die zich vooral door zijn gevoelens laat leiden loopt al snel het gevaar speelbal te worden van zijn emoties die weer afhankelijk zijn van de wijze waarop hij met de dingen omgaat. Dat zien we terug om ons heen: mensen die impulsaankopen doen, die zich laten leiden door het moment om te consumeren en ze doen dan precies waar de economische planners op uit zijn: groei van de economie door toegenomen consumptie. De mensen moeten daartoe worden verlokt en dat is een nooit aflatend gebeuren. Onze samenleving is vergeven van verleidingen.

Maar klopt dat? Is het zelf eerst poreus geweest en is het nu omsloten, afgeschermd, meer een eenheid, een autonoom iets? En daarnaast leven wij, zo Taylor, tegen de gemeenschappelijke achtergrond van een leefwereld met een omsloten karakter, een immanent achtergrondkarakter? Kenmerkend daarvoor is dat mensen hoe dan ook hun leven zelf ter hand willen nemen en dat ook daadwerkelijk doen, ongeacht het feit of ze wel in een transcendente werkelijkheid geloven of niet. Buiten enkele uitzonderingen die nog in een magische wereld leven geloven de meesten toch in pragmatisme en wetenschap om de werkelijkheid gestalte te geven. Kortom is het zelf en de wereld omsloten in plaats van poreus?

In mijn vorige studieverlof heb ik de vraag onderzocht of er nog sporen van het transcendente zijn te vinden in de beleving van het landschap. Hiervoor ben ik te rade gegaan bij oudere en hedendaagse kunstenaars zoals Casper David Friedrich, Armando, Anselm Kiefer en Kaii Higashiyami. Een verslag van deze zoektocht staat op een website: http://hemel-aarde-horizon.canandanann.nl/. Ik kom tot de conclusie dat de westerse wereld veelal afscheid heeft genomen van een transcendent landschap, een landschap dat verwijst naar God, maar in het Oosten, in de mystieke traditie van Japan, is dit geenszins zo. Ook kunstenaars als Anselm Kiefer zijn in zekere mate bezeten om de religieuze wortels van onze werkelijkheid bloot te leggen in een (joodse) mystieke benadering van het landschap. Het is dus een kwestie van perspectief, van willen zien. Sporen van God zijn er ook in een afgesloten, omsloten achtergrond maar dan moet je wel sporen willen zoeken, willen zien. Want waarom zou wat in de Middeleeuwen common sense was nu opeens totaal verdwenen moeten zijn? As het zelf toen poreus was en nu niet meer gaat het in wezen toch om een zelfde zelf. Of is dat illusoir? Is het zelf zo geëvolueerd dat er van het oude poreuze zelf geen spoor meer over is; is het zelf zo hard en zo dichtgeslagen dat de omgeving er geen vat meer op heeft? En hoe zit het met lichaam dan? Welke rol speelt het lichaam concreet in deze zelfervaring van de werkelijkheid. Dat heb ik onderzocht in mijn laatste studieverlof dit jaar en ook deze tekst is gepubliceerd: http://wereld-zelfbeeld-lichaam.canandanann.nl/

Het menselijk zelf is vooral een lichamelijk zelf. Het zelf woont als het ware in het lichaam, dat is zijn thuisbasis, het kan niet anders. Het lichaam is een ‘auto-topos’, een zelfplaats.  Maar het zelf kan er ook afstand van nemen door er (reflectief) tegenover te gaan staan en het lichaam te onderwerpen aan allerlei handelingen. Als we nu spreken over poreus en omsloten heeft dat ook een lichamelijke component, zo vermoed ik. Een volstrekt omsloten zelf dat volledig autonoom is en niets van beïnvloeding van buiten wil weten moet dus zijn zingeving uit zijn eigen tenen halen. Dat is natuurlijk illusoir, want geen enkel zelf is een monade. Steeds is er invloed van buitenaf. Alleen al de gevoeligheid voor een zich uiteindelijk destructief uitwerkend nationalisme met nefaste gevolgen is een argument om dit autonome karakter van het zelf te loochenstraffen. Waarom zouden er miljoenen hebben meegedaan in vernietigende oorlogen als ze allemaal zo omsloten, zo autonoom waren geweest?

Geen mens kan in feite zonder de aanwezigheid van zorgende anderen, anders heeft taal maar ook liefde en onderlinge betrokkenheid geen kans. Mensen aan wie dit ontbreekt kun je nauwelijks mens, nauwelijks humaan, noemen. Dus doen alsof het zelf niemand nodig heeft, of doen alsof het zelf helemaal op zijn eigen kompas kan varen, op zijn eigen rationele vermogens is een misvatting. Onze hele economie hangt op dit moment af van speculaties en onverwachte ingrepen. Omdat massaal ingezet wordt op groei om de bergen schulden te dekken en te beheersen, wat illusoir zal blijken te zijn, omdat we ons volledig afhankelijk hebben gemaakt van virtuele geldstromen die onbeheersbaar en oncontroleerbaar zijn geworden, omdat op die wijze toch iemand de rekening moet betalen, zowel de uitbuiting van grondstoffen, de toename van armoede, de teloorgang van het leefmilieu voor velen, kun je toch echt niet spreken van een omsloten immanent kader en een omsloten autonoom zelf want we zijn overgeleverd aan speculanten en roofkapitalisten. Deze keer niet aan een Middeleeuwse straffende en onberekenbare God maar aan onszelf, onze lieve medemensen die zogenaamd het beste met ons voor hebben. Als dat niet naïef is en geloven in magisch handelen is? De magie van de economische beheersbaarheid zonder te willen betalen, zonder te willen inleveren, zonder te leven volgens de mogelijkheden die er daadwerkelijk zijn en die offers kosten omdat 2/3 van de mensheid niet deelt in de economische voordelen waar wij al 100 jaar van profiteren in het rijke Westen, die magie heeft waarschijnlijk zijn langste tijd gehad. Ze kan met recht de partner van het vooruitgangsgeloof worden genoemd dat na het verlies van de religieuze invloed op de maatschappij het roer heeft overgenomen van de godsdiensten die vooral een geloof in een leven in het hiernamaals levend hielden.

Je kunt daarom concluderen dat wij een leven leiden als collectief op basis van uitbuiting en onrecht want een groot deel van de wereldbevolking betaalt de prijs hiervoor. Wij zijn dan misschien wel een omsloten zelf, vooral afgesloten voor de nood van de anderen die niet meedelen, en koesteren ons dan lekker in het zonnetje van onze eigen autonomie en vrijheid. Maar wij zijn ook poreus: poreus vooral voor de verlokkingen en verleidingen van de moderne maatschappij, de drang naar geld, macht, bezit, een mooi lichaam en status. Het meest irrationele op dit moment is een geloof in een economie die geen rekening houdt met de ware kosten en die weigert deze ware kosten mee te nemen in de kostprijs van de producten. Hoeveel kost een flesje cola als we milieubelasting, een rechtvaardige loon en eerlijke grondstofprijs, een eerlijk transportbedrag gelet op luchtvervuiling en energieprijs, zouden meetellen? Hoeveel een stukje vlees als de ontginning en de verwoesting van talloze hectaren oerwoud en de verdrijving van de autochtone bevolking verdisconteerd worden? Wat zal het worden? We zullen worden ingehaald door onze eigen onnozelheid die wij als autonomie verkopen. Ons zelf zal er niet beter op worden hoe vrij we ons ook mogen voelen. Met vrijheid is het net als met liefde: je bent pas echt vrij als iedereen het is, liefde is pas waarachtig als ze allen toekomt en niet alleen de uitverkorenen.

John Hacking

18 mei 2011

In deze tekst heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de tekst van Tiemo Meijlink over Charles Taylor, verschenen in 2010-2011 Kerk en Stad, informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente Groningen en Damsterboord.