Pelgrimeren: kans om te transformeren

Het verlangen opmerken

‘In mensen leeft een verlangen dat hen wegdrijft uit de sleur van alledag en de beperktheid van hun vertrouwde omgeving.’ Zo beschrijft filosoof en kerkvader Aurelius Augustinus al in de vierde eeuw heel treffend de situatie van de mens. En dat geldt nog altijd. Midden in deze welvaartsmaatschappij vol overdaad, midden in de economische crisis, tegen de hectiek, de stress, de dagelijkse sleur  en de hoge eisen die aan ons gesteld worden in, houdt het verlangen diep binnen in ons, de vraag wakker naar wat een geslaagd en zinvol leven is. Verlangen is meer dan een concrete wens. Hoe vaak maak je niet mee dat je de dingen die je ontzettend graag wilt bezitten, eigenlijk helemaal niet nodig blijkt te hebben? Wie rent van het bevredigen van de ene wens naar het vervullen van de andere,  wordt begerig en valt gemakkelijk ten prooi aan verslaving.

Verlangen is serieuzer, verlangen wil – ook als het zich niet concreet laat beschrijven – gezien en opgemerkt worden.  Wanneer het verstand vraagt, het verlangen lokt en de ziel zoekt,  krijgt het hart benen. Dan ga je op weg. Het verlangen begeleidt je, het is diep in je geworteld. Het verlangen is ‘de charmante manier van God om in ons de herinnering aan hem wakker te houden’ (schrijver Erich Purk), want ‘alle wegen die de mens gaat, laten hem zien dat zijn hele leven een pelgrimstocht naar God is’ (Aurelius Augustinus). Om die reden zal je verlangen nooit helemaal  in vervulling gaan, maar het laat je ook niet los. Er steekt een ongelooflijke kracht in. Het is het begin van elke verandering, elke metamorfose.

uit: “De weg van mijn verlangen”,  een spirituele pelgrimsgids van Peter Müller (ISBN 9789079956098) p. 25

Zo is het landschap een kans om te ontdekken waar jouw ziel naar toe wil en waar ze zich momenteel bevindt. Het landschap bevat ankerpunten, een mogelijke route, een doel. Maar daarvoor moet je dan wel openstaan. Als je gevangen zit in je eigen huis, met deuren en ramen dicht, is het moeilijk om een houding van openheid aan te nemen. Je ziet dan enkel de muren van je zelf gekozen gevangenis, ook al wil je misschien je woning niet zo noemen. Pas als deuren en ramen opengaan en iets van het licht dat buiten schijnt binnen kan treden kan ook de blik op het landschap zijn werk doen. Woon je in een stedelijke omgeving dan is het landschap misschien minder zichtbaar en zijn er elementen in je blikveld die misschien minder inspirerend werken omdat ze je terugwerpen op je taken en plichten, de consumptieve verlangens, de doodsheid of saaiheid van je dagelijks bestaan als dat inmiddels een sleur is geworden. Dan moet je eruit, weg uit de stad, de natuur in, het liefst met uitzicht op een verre horizon. Dan ervaar je de krachten van het weer, de geur van je omgeving, het licht uit de hemel. Als je zo omgeven door niets dan wind en licht om je heen kijkt kun je misschien gaan begrijpen wat het zeggen wil dat het landschap een appèl inhoudt. Een uitnodiging om eens dieper in jezelf te kijken, te voelen, te ervaren. Wat vind je echt belangrijk, wat doet er echt toe in mijn leven, van welk verlangen ben ik vol, en is een vervulling van dit verlangen dat wat ik wil? Of is er nog iets anders, sluimert er onder het oppervlak nog meer, iets wat verwijst naar het transcendente karakter van de werkelijkheid, door sommigen ook een verwijzing naar God genoemd? Het landschap biedt dus meer dan één kans. Het landschap buiten kan een landschap binnen worden. Een reis buiten kan een weerspiegeling van de reis binnen zijn. Daarom is het goed om af en toe een kleine reis door het landschap te maken en te leren van de wolken, de wind en de vogels. Laat de bomen je maar groeten, zij weten hoe het zit. Zij hebben al heel lang geleden een houding ontwikkeld hoe in het landschap te gedijen. Zij passen zich aan, ze hebben voet aan de grond gezet, zij dringen met hun wortels door. Hun bladeren zijn een afspiegeling van de tijd. Klinkt dit vaag? Misschien. Maar wat zijn onze lichamen meer dan de huid en het hout van een boom? Maakt bloed het verschil? Of onze hersenen? Dat wij kunnen lopen terwijl de boom vaststaat? Zijn het onze illusies die het verschil maken, of ons utopisch verlangen dat maar al te vaak ontaardt in een bloedbad omdat wij als mensen kost wat kost onze zin willen doordrijven? We zijn materie. Na onze lichamelijke dood onderscheidt ons niets meer van de dode boom. Tijdens ons leven kunnen we van de bomen leren. Net zoals de boom leert van zijn omgeving. Wij kunnen deze kennis doorgeven zoals de boom zijn ervaringen doorgeeft aan de vrucht. Of is dit teveel interpretatie. Hebben bomen een verlangen, weten zij van weg en doel? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het landschap niet alleen landschap is. Het landschap inspireert (mij) en omdat het inspireert moet er volgens mij meer aan de hand zijn. Dat méér onderzoek ik graag, schilder ik graag, verken ik graag, zonder meteen op zoek te zijn naar antwoorden, definitieve aanwijzingen of conclusies. Er hoeft hier niets te worden verdedigd, geen apologetische commentaren te worden geleverd. Het landschap is, het wordt, het verandert en het past zich aan. Het landschap doet zich aan je voor. Net als de boom voor je neus. Hij / het is er. Door er te zijn werpt het meteen een vraag op, zo voel ik dat, de vraag namelijk wie ben jij? Wat wil jij? Waaraan heb jij echt behoefte, en hoe wil jij jezelf manifesteren. Misschien is deze vraag niet meteen het eerste wat bij je opkomt in het landschap, maar als je een tijdje aan het pelgrimeren bent, komt ze vanzelf boven. Daarom trek je wandelschoenen aan en geniet van de herfst, het landschap en van wie jezelf bent en wilt zijn.

John Hacking

24 okt 2011