Naar een nieuwe filosofie van het lichaam

“De filosofen hebben tot nu toe de wereld geïnterpreteerd; het komt erop aan de wereld te veranderen” (Karl Marx, de elfde “These over Feuerbach”)

Deze oproep van de (bijna) in vergetelheid geraakte Karl Marx heeft gevaarlijke kanten. Hij was (en hij kan) een inspiratie (zijn) voor een utopisch project. Het “communisme” is daar een van de meest bekende voorbeelden van. Het is tot nu nooit echt gelukt omdat de voorwaarden niet aanwezig waren om het project “communisme” tot vervulling te laten komen. Een van die voorwaarden is controle, absolute controle over de burgers in de maatschappij. Die controle is nodig om de geschiedenis in de juiste banen te leiden zoals Marx zich dat voorstelde. Het huidige Noord Korea doet nog altijd pogingen om dit project te verwezenlijken: maar het kan niet zonder leiderscultus, persoonsverheerlijking en het verstoppen van de gruwelijke gevolgen ervan zoals honger, armoede en mensenrechtenschendingen. Zeker geen voorbeeld om na te volgen omdat het de mensheid verder terug brengt dan de middeleeuwen, misschien zelfs verder terug dan het Romeinse tijdperk (hoewel dat ook zijn gruwelijkheden kende en zijn persoonsverheerlijking in de vorm van een goddelijke keizer).

Marx wilde een revolutie, een omwenteling in de maatschappij die zijn weerga niet kende in de geschiedenis. De arbeider aan de macht. Dat ging niet zonder bloedvergieten, niet zonder offers en strijd zoals hij dat noemde. De “proletariërs” van de hele wereld hoefden zich alleen maar te verenigen om dan de politieke en economische macht te grijpen en dan zou de heilstaat alras aanbreken. Jammer voor de grootindustriëlen, de kapitalisten en de grootgrondbezitters. Zij hebben hun kansen gehad en die verspeeld. Zij hebben te lang geteerd op de krachten van hun fabrieksarbeiders en landarbeiders, ze zijn rijk en machtig geworden over hun ruggen, en daarmee zou het “communisme” in één keer schoon schip maken.

Alle experimenten op dit terrein zijn tot nu toe faliekant mislukt ondanks de retoriek van de communistische partijen in Rusland, China en Noord-Korea. Bergen doden zijn het resultaat van deze inzet om het “communisme” als moderne heilsleer te verwezenlijken. Varianten zoals het fascisme en andere totalitaire ideologieën hebben tot hetzelfde geleid: doden en nog eens dode lichamen. Bergen lijken. Een resultaat van de moderniteit, zou ik het willen noemen. Fabrieksmatig geproduceerde doden. Dat is ook een van de kenmerken van de “vooruitgang”. De eerste wereldoorlog en in een zwakke vorm de oorlog van 1870 tussen Frankrijk en Duitsland (dat toen aan het ontstaan was) maken dit zichtbaar: de mens, zijn lichaam wordt een verlengstuk van de machine. Het menselijk lichaam zelf doet er niet toe. Het moet aan de knoppen zitten om de machine te bedienen en als alles goed gaat is deze machine vreselijk effectief. Een machinegeweer is een wapen dat een einde maakte aan alle “middeleeuws aandoende” bestormingen van een stuk land. Onder het mom van vooruitgang, mobiliteit, effectiviteit werden en worden machines ontworpen die het leven makkelijker en aangenamer moeten maken. Dat geldt ook voor de militaire variant van dit proces. Alleen wordt de effectiviteit hier anders gemeten dan bij de burgerlijke varianten. Toch blijken ook vandaag de dag alle uitvindingen, hoe effectief en gruwelijk ook in hun gebruik, niet te garanderen dat daarmee ook de doelen gehaald worden die de politici zich stellen als ze besluiten tot politiek en militair ingrijpen in een ander land. De inval in Irak, Afghanistan, de val van de regimes in Noord Afrika (Egypte, Tunesië en Libië), het wachten op de volksrevolutie in Syrië en Jemen, de extreme “islamisering” van Soedan, Somalië en tal van andere landen, het zijn kortom allemaal voorbeelden waar het wapengeweld niet de doorslag geeft want welvaart, democratisering, participatie van de burgers en welzijn zijn doelen die niet met wapengeweld en techniek worden behaald. Noch met het inzetten van infiltratietechnieken, spionage, cliëntelisme, omkoping, manipulatie, mediabeheersing etc. Rusland is een goed en tragisch voorbeeld hoe een overheidsmaffia de economie naar haar hand probeert te zetten en tegenstanders (vooral journalisten en mensenrechtenactivisten) ‘rücksichtslos’ uit de weg ruimt door hen gevangen te zetten of te vermoorden.

In de film de “Matrix” – over een baarmoeder voor de dan levende mensheid, zijn de lichamen van de mensen via een primitief mechanisme dat lijkt op een koppeling van een gastank aan een auto met hun nek gekoppeld aan een reuzencomputer. Een machine die alles beheerst en die alles met elkaar verbindt. Een groot systeem van energiestromen. Mensen maken daar slechts virtueel deel van uit. In feite vormen zij een soort van voedingsbron, energiebron voor de machines. Vrijheid en bevrijding betekenen in deze film het terugwinnen van de lichamelijke en daarmee verbonden geestelijke autonomie. Het resultaat is dat de ‘bevrijde’ soortgenoten strijd moeten leveren tegen de machines, een opgave die bijna onmogelijk lijkt omdat de wereld door de machines beheerst wordt. Vanuit het standpunt van de machines is het trouwens absurd om een menselijk soort in stand te houden in de vorm van een lichaam want wat is de winst voor de machine? Als het lichaam energie levert in welke vorm dan ook is de lichamelijke constitutie als zodanig niet noodzakelijk, zeker als dat lichaam zich ook nog kan bevrijden uit deze wurggreep. Vanuit de machine gedacht is elke vorm van energiewinning relevant en is de menselijke variant er slechts een van. Hier wringt de film want het wordt niet echt duidelijk hoe dit zit. Of ik heb niet goed genoeg opgelet en is mij de betekenis ontgaan. Dat kan natuurlijk ook.

Wat de film duidelijk maakt is dat de machines de werkelijkheid aansturen en bepalen. De mensen gekoppeld aan de computer leven slechts virtueel. In feite bestaan zij helemaal niet zoals zij zich dat voorstellen. Ook dat maakt de film niet echt duidelijk: wat is vanuit de machine gezien de winst hiervan? Maar waarom zouden machines de wereld willen beheersen? Wat levert dat dan op? Dat is een menselijke vraag die natuurlijk niet geldt voor een machine want dan zou deze menselijke eigenschappen krijgen. De discussie is dus bij voorbaat al zinloos om vanuit de machine te gaan denken ook al maken filmregisseurs daar dankbaar gebruik van in hun science-fiction films zoals de “Terminator”. Ik zou graag aan de andere kant van het spectrum blijven: het menselijk lichaam en de betekenis van dit lichaam ook voor de filosofie. Als het waar is dat het menselijk lichaam ondergesneeuwd dreigt te raken door allerlei technische ontwikkelingen met als gevolg dat het lichaam niet  meer de baas is maar slechts zich aanpast dan heeft dit gevolgen die de moeite waard zijn om te overdenken. Hier ligt volgens mij de taak van de filosofen. Niet de wereld veranderen door haar te controleren of te sturen, maar door garanties en waarborgen te formuleren opdat het lichaam autonoom kan blijven en daarmee verbonden de menselijke vrijheid. In dit licht koppel ik dus vrijheid aan lichamelijke autonomie. Vrijheid verstaan als een vorm van geestelijke vrijheid, zelfbeschikkingsrechts, zelfbeslissingsrecht, een vrije keuze op de vorm van leven die men wil hebben, kortom zoals dat in de traditie van het “humanisme” wordt geduid en gepoogd tot stand te brengen. Met alle mitsen en maren en alle beperkingen van dien. Maar hol ik hiermee al niet achter de feiten aan? Zijn we technisch niet al te ver gevorderd om deze “humanistische” eisen nog te kunnen vervullen? Want als wij al in het kader van effectiviteit, mobiliteit en gebruiksgemak ons overgeleverd hebben aan de computer, de auto, de mobile telefoon, de body-scan, en (aan wat nog komt) het  te lezen DNA-profiel, de volledige lichaam-screening, de complete geestelijke checkup etc. en als ons lichaam in het kader van de gezondheid helemaal in kaart is gebracht en afleesbaar, kortom als we ‘wireless’ verbonden zijn met de ons omringende computers omdat dat zoveel makkelijker is dan de ouderwetse communicatiemiddelen, waar blijft dan nog mijn lichamelijke vrijheid, mijn geestelijke autonomie, mijn eigen keuze? Heb ik nog wat te kiezen als mijn lichaam helemaal in kaart is gebracht en vastgelegd in kenmerken, codes, formules die door elke machine in elke gebouw leesbaar, afleesbaar zijn? Zover is het nog niet, maar het zit er wel aan te komen. Nanotechnologie om het DNA in een cel te scannen, “singulariteit” waardoor je gaat samenvallen met de computer (volgens de adepten die dit voorstaan), aanpassing van het lichaam door nieuwe robottechnieken die je van binnenuit repareren etc. etc. De mogelijkheden lijken eindeloos.

Is vrijheid inmiddels al een illusie? Is het een te verdedigen goed? Is lichamelijke en geestelijke autonomie is van een ver verleden maar een fictie of een onmogelijke wens met het oog op de toekomst en de beheersing van alle lichamelijke, geestelijke, economische en milieutechnische problemen? Als we toch aan het aanpassen zijn kunnen we net zo goed afstand nemen van de huidige lichamelijke constitutie want die brengt veel te veel nadelen met zich mee in de vorm van kwetsbaarheid, ziekte en uiteindelijk de dood. Maar wat zijn onze hersenen dan zonder het lichaam? Wie ben ik zonder mijn hersenen, zonder mijn lichaam, zonder mijn materie waaruit ik besta? Vragen te over waar een filosoof zich over zou kunnen buigen in het licht van de moderniteit en de zogenaamde vooruitgang. Is er een nieuwe filosofie van het lichaam nodig terwijl wij nog niet eens echt een oude filosofie van het lichaam hebben? Het lichaam, de meest verwaarloosde dimensie in het filosofisch discours, wordt urgent. De moderne technieken en mogelijkheden zullen ons dwingen om hier bij stil te staan. Er is geen andere (uit)weg willen we onszelf nog serieus blijven nemen.

John Hacking

25 oktober 2011