De gelaagdheid van werkelijkheid en tijd – omgaan met stress en drukte

 

 

De mogelijkheid om de werkelijkheid van alledag te ervaren via de zintuigen wordt door de moderne techniek geholpen via “augmented reality”, virtueel toegevoegde werkelijkheid aan de beelden die je ziet. Je kijkt naar de beelden van een straat en je mobiele telefoon voegt er automatisch de adressen van restaurants aan toe. Bovenop datgene wat je ziet worden als het ware lagen toegevoegd zodat er meer informatie beschikbaar komt over de beelden die aan je oog voorbij trekken. De beelden kunnen op velerlei manieren worden aangevuld. De moderne computertechnieken als toegevoegde “apps” maken dit mogelijk. Maar misschien is deze techniek ook een afspiegeling van wat al lang in het brein van een mens plaatsvindt. Dat komt het meest pregnant te voorschijn in de beleving van de tijd. Wat is tijd? Is tijd een voortschrijdend proces waarin je jezelf bevindt? Schrijdt de tijd gelijkmatig voort¬? Wat doet ons dat veronderstellen? Hoe hangen tijd en de beleving van de ruimte, onze leefruimte samen? Wat is het “nu”, het ogenblik van het nu? Kun je dat wel bevatten? Zijn er verschillende dimensies in de beleving van de tijd te onderscheiden en wat doen die dimensies met jou? Ben je eraan onderworpen en leidt dat tot het gevoel dat je steeds te laat bent, steeds tekort schiet, steeds achter de feiten aanholt? Kortom in welke tijdsdimensie vul jij je leven in? Is dat in een rationeel kader afgebakend met taken en plichten, opdrachten en wensen? Vindt dat plaats in een biologisch kader, luisterend en levend naar de biologische klok, gekoppeld aan de ritmes van de dag, de week, het seizoen? Is er wel een onderscheid tussen tijd en tijden? Is er een Westerse tijd en een niet-westerse tijd zoals Jean François Lyotard aangeeft? Is er een tijd vóór de tijd, een onbekende levenstijd waar je niets meer vanaf weet maar die misschien toch nog doorwerkt in je leven, zoals de tijd in de baarmoeder zoals Peter Sloterdijk die beschrijft? Vragen, vragen en (nog) geen antwoorden. Het beeld van een gelaagde werkelijkheid en een daarin een gelaagde tijdsbeleving biedt mogelijkheden om op deze vragen wat nader in te gaan via enkele hypotheses. Via onderzoek is gebleken dat onze waarneming en ons handelen onderworpen is aan een drie seconden mechanisme. Deze tijdelijke structurering van ons waarnemen en handelen volgens het patroon van drie seconden wordt beschreven in “Drie Sekunden Gegenwart” door Ernst Pöppel, (hersenonderzoeker en medisch psycholoog) in het themanummer van het filosofisch tijdschrift “der blaue reiter”, met de titel “No Future! Philosophie des Augenblicks” (Aachen, Ausgabe 31 1/2012) p. 16-20. Ook onze taal past binnen dit ritme van drie seconden. Iemands hand langer vasthouden dan drie seconden roept een bevreemdend gevoel op, muziek is gestructureerd in ritmes die aangepast zijn aan dit mechanisme, en onze hersenen vinden het heel moeilijk dingen samen te voegen die langer duren dan drie seconden. Dat blijkt ook uit de weergave van herinneringen als die grotere tijdsspannen bestrijken. Als dit allemaal waar is, dan betekent dit dat onze beleving van de tijd een constante is die door het evolutionaire proces tot stand is gekomen. Dat is de fysieke kant van de zaak. Maar hoe zit het met psychische kant, de belevingskant van de tijd? Waar komt het gevoel vandaan geen tijd te hebben, of tijd te weinig te hebben? Dat kan niet gebaseerd zijn op het mechanisme van drie seconden. Dat is waarschijnlijk onderworpen aan een ander proces, iets wat zich in onze hoofden afspeelt en dat gebaseerd is op kloktijd. Rationeel hebben wij onze tijd ingedeeld via een patroon. Het uurwerk legt daar getuigenis van af en ook de gestructureerde werktijden, vakantiedagen en vrije – tijd. Slaaptijd en tijd van waken, tijd waarin men alert is, waarin men geconcentreerd werkt, waarin men opdrachten afhandelt en uitvoert, en tijd waarin men dommelt, soest, mijmert, wacht, niet weet wat met de tijd te doen, verveling, sluimeren… Hans Ulrich Gumbrecht, literatuurwetenschapper, onderscheidt in “Das Ende der Zukunft. Über eine neue Form der Zeit als Prämisse von Erfahrung“ in het zelfde themanummer van „der blaue reiter“ p. 49-53 tussen „zin-culturen“ en „presentie-culturen“ op basis van onderzoek naar de verschillende vormen van zelfreferentie. Ik citeer vrij uit zijn tekst: In de “zin-cultuur” is de heersende zelfreferentie het subject of de subjectiviteit, d.w.z. dat de realiteit wordt waargenomen vanuit een als het ware ‘lichaamsloze” waarnemer die vanuit een excentrische positie tegenover de wereld van de objecten staat en hieraan betekenissen verleent. In de “presentie-cultuur” wordt de geestelijke en lichamelijke existentie in de zelfreferentie betrokken. In de “presentie-cultuur” wordt de mens beschouwd als deel van de objectwereld en niet ervan gescheiden. Op een hoger complexiteitsniveau verwerkelijkt de mens zich in een “zin-cultuur” door de pogingen om de wereld om te vormen gebaseerd op handelingen en wensen voor de toekomst. Een dergelijke drang naar verandering ontbreekt in de “presentie-cultuur”, de mens ziet zichzelf als onderdeel van een gegeven structuur of kosmologie. Gumbrecht pleit voor een hernieuwde aandacht voor de “presentie-cultuur” in een wereld die meer en meer virtueel aan het worden is. Dat brengt ons automatisch bij het besef dat onze beleving van de tijd meer zou moeten aansluiten bij onze lichamelijke behoeften en onze zingeving (wat vinden we werkelijk belangrijk – wat doet er echt toe) dan bij onze wensen en onze virtuele en complexe realiteit van onze rationele wereldbeelden. Zou het zo kunnen zijn dat er niet alleen in de beleving van de tijd dimensies zijn te onderscheiden maar ook in de beleving van het zelf? Is er sprake van een oppervlakkig en van een dieper zelf? Waarin zit dat dan, dat laatste? Hoe is het lichamelijk verankerd? Hoe woont het zelf als “autos”, als zelf, in het lichaam en op welke wijze doet het dat? Is het zich bewust van die lichamelijkheid? Het zelf dat door het wonen in het lichaam weet ervan heeft, maar ook vaak niet, het zelf dat het lichaam kan verstoren, dat een verstoorde relatie met het lichaam heeft gekregen (door traumatische ervaringen bijvoorbeeld), het zelf dat samenvalt met het lichaam en niet beter weet. De varianten zijn er in diverse maten en vormen. Meditatie kan ertoe leiden dat het zelf zich bewuster wordt van de eisen van het lichaam en dat het ontdekt dat het bepaalde aspecten van het lichaam heeft verwaarloosd. Voortdurend in stress leven heeft gevolgen voor geest en lichaam. Het zelf is niet meer thuis, voortdurend onderweg, onder het juk van een opgelegd tijdregime. Misschien kan het helpen in de ervaring van de tijd meer acht te geven aan het ritme van drie seconden. Ademhalen volgens dit ritme, besluiten nemen om iets te zeggen na drie tellen etc. Op die wijze kom je al tegemoet aan het innerlijk ritme van de tijd en daarmee ook aan de innerlijke mens, het zelf in het lichaam. Het loont de moeite om het eens uit te proberen. John Hacking 2 december 2011

Een gedachte over “De gelaagdheid van werkelijkheid en tijd – omgaan met stress en drukte

Reacties zijn gesloten.