Poëzie: begin van alles….

Afbeelding

 

 

Poëzie: begin van alles….

 

“Alles begann mit dichtung und hat sich nie sehr weit davon entfernt.”

Georg Steiner, Gedanken dichten, Berlin 2011 (Suhrkamp) pag. 38

 

Georg Steiner legt een basis onder mijn opvatting dat de werkelijkheid ook en vooral poëtisch is en dat poëzie een sleutel is om de werkelijkheid die wij waarnemen en die ons omgeeft te leren kennen. Het is een bijzondere sleutel en hij ligt misschien niet voor de hand in een werkelijkheidsopvatting die vooral op empirische waarheid berust. Maar ook de empirie moet het hebben van perceptie en van toetsen van die perceptie en de taal waarin dit plaatsvindt, vindt haar oorsprong in de poëzie. Ik kan me dus helemaal vinden in de uitspraak van Steiner dat alles met “dichtung”  begon en daar in de buurt is blijven hangen.  Steiner zegt, ik citeer:

 

“ In diesem Essay unternehme ich den Versuch zu erhellen, in welchem Ausmass alle Philosophie Stil ist. Keine philosophische Aussage ausserhalb der formalen Logik kann von ihren semantischen Mitteln und ihrem Kontext getrennt werden.” (pag. 67)

Poëzie bewaart de relatie tot de gesproken taal en gaat dus volgens Steiner vooraf aan proza. Poëzie is verwant met muziek en poëzie versterkt de herinnering.

“Weil sie in ihrer schriftlichen Form die Dynamik der gesprochenen Sprache bewahrt, weil sie ihrem Wesen nach stimmhaft ist und der Musik verwandt, geht Dichtung der Prosa nicht nur voraus, sondern ist paradoxerweise die natürliche Ausdrucksweise. Im Gegensatz zur Prosa stärkt, nährt Dichtung das Gedächtnis.” (p. 30-31)

Georg Steiner leest grondig en hij analyseert filosofische opvattingen sinds de oude Grieken. Hij wil net al Wittgenstein de vragen rond taal en betekenis fundamenteel stellen:

Wittgenstein: “Man vergisst immer wieder, auf den Grund zu gehen. Man hängt die Fragezeichen nicht tief genug.”  (pag. 47)

 

In feite is dit een “Aufklärungsversuch” om de taal van de filosofie te “ gronden” in de werkelijkheid van de poëzie. De poëzie levert de instrumenten om de ondoorgrondelijke werkelijkheid aan te vatten, te benaderen, in metaforen te bestuderen en in taal de toehoorders te verleiden. Filosofie gebruikt argumenten die constructies zijn op basis van poëtische concepten. Als ik spreek over hemel en aarde gebruik ik poëtische noties om iets uit te drukken wat voor mijn waarnemen van de werkelijkheid te groot is. Hemel en aarde kan ik niet bevatten en toch spelen zij een rol in mijn taalspel, in de wijze waarop ik betekenis toeken en in de waardering die ik hecht aan mijn staan in de werkelijkheid op aarde onder de hemel. Van een metaforische poëtische benadering maak ik dan een sprong naar de ervaarbare en waargenomen hemel boven mij en aarde waarop ik sta. Dit heen en weer tussen metafoor, tussen poëtische notie en datgene waarnaar ze in werkelijkheid verwijzen noem ik spreken, communicatie, taal. Taal is dus niet vast te leggen in het ene of het andere, het is niet alleen empirie en niet alleen “dichtung”.

Steiner schets zo een horizon om onze filosofen eens grondig onder de loep te nemen – en daarnaast de werkelijkheid van ons eigen spreken eens goed tegen het licht te houden.

Dichten is het dichten van afgronden, of de poging daartoe. Afgronden die zich openen als wij met onze taal de werkelijkheid willen vatten. Ons verlangen om met een woord of met woorden dat te pakken wat ons omgeeft. Om exact uit te drukken wat we ervaren. De kloof blijft tussen mij, de ervaren werkelijkheid en de uitdrukking ervan in taal. Nooit zal ze worden gedicht. Is dat een open wonde? Een feilen, een falen? Misschien is de mislukking wel de voedingsbron, de inspiratie voor het verlangen om uit te drukken, in te drukken, te vormen, kneden in woorden, waar we vol van zijn. Zodat wij nooit stoppen met spreken.

 

John Hacking

22-23 juni 2012