De omslag van lichaam naar digitaal

Sluipenderwijs besteden wij via ons lichaam meer en meer tijd achter de computer of aan alle andere apparaten waarmee wij digitaal communiceren met elkaar. De digitale werkelijkheid is aan een inhaalslag begonnen op de materiële werkelijkheid van communiceren via een gesprek face to face in levende lijve. Ons lichaam hebben we nog wel nodig om de woorden in te tikken, om te praten, om waar te nemen, te lezen wat we ontvangen en te oordelen over wat we ontvangen, maar de lichamelijke functies krijgen een andere rol omdat de technische mogelijkheden (die aanpassingen zijn aan de lichamelijke situaties) het lichaam in nieuwe uitingsvormen dwingt. Alles wat nog op waarneming via ogen en oren is gefundeerd wijkt nog niet zoveel af van de dagelijkse praktijk die wij gewend zijn in het contact. Spreken met elkaar via het beeldscherm, vergaderen, bellen, het zijn varianten op het vertrouwde. Het zijn aanpassingen die aansluiten bij het bekende. Alle programma’s en applicaties die hierop inspelen heb je meestal snel geleerd en zijn snel vertrouwd.

Maar echt nieuw, echt afwijkend zullen de controle – mechanismen worden waarmee wij in de nabije toekomst te maken zullen krijgen. En dan heb ik het niet over camera’s bevestigd aan drone’s die over ons hoofd cirkelen en die regelmatig beelden verzenden naar de studio’s waar deze beelden worden bekeken, geanalyseerd en opgeslagen. Deze vorm van bewaking is niet nieuw. Alleen wat meer geavanceerd, zeker als gezichtsherkenning goed werkt. Ik doel op lichamelijke herkenning via bloed, lichaamseigen stoffen zoals speeksel, zweet, en uiteindelijk onze uniekek DNA-structuur. Een strijkje speeksel en de computer analyseert als robot (die de toegang bewaakt) razendsnel welk vlees hij in de kuip heeft. Dat betekent dat je al een keer uitgebreid bent geanalyseerd, verwerkt en opgeslagen. Je bent al digitaal verwerkt, je lichaam bevat geen geheimen meer en is een digitaal lichaam geworden naast het materiële waarin jij in rondwandelt.

Het zal een tijdje duren voordat de meeste mensen in zulke databanken zijn opgeslagen, maar misschien pakken ze het slimmer aan en scannen ze een grote groep waarvan de kinderen dan niet meer opnieuw zo uitgebreid gescand moeten worden. Of ze zoeken naar andere verbanden tussen individuen als het niet alleen maar om het lichamelijke gaat. En de “niet-gescanden”, wat staat hen te wachten? Doen zij niet mee, vallen ze buiten de boot, behoren zij tot de laatste wilden?

Als we nog wat verder in de toekomst kijken kun je je ook afvragen wat er van het lichaam nog echt nodig is in een digitale wereld. Is een verbinding tussen hersenen en computer niet voldoende? Is de rest niet overbodig en hinderlijk want er moet voedsel worden verzorgd en de houdbaarheid van het lichaam is beperkt. Het hele lichaam voortdurend vervangen kan wel eens heel duur blijken te zijn en niet praktisch als veel activiteiten in een nieuwe digitale werkelijkheid plaatsvinden. Kortom staat het lichaam als materiële grootheid op de tocht? Zal het een keer definitief worden ingeruild voor iets anders? Zover is het natuurlijk nog lang niet, maar het is wel goed om vanuit deze grenservaring terug te redeneren naar de huidige situatie: wat vindt nu plaats en met welk doel en welke consequenties heeft dat voor ons lichamelijk en geestelijk welzijn? Om maar niet te spreken van democratie, vrijheid, zinvolheid en meer van deze concepten die aan de basis liggen van onze samenleving.

John Hacking  21 maart 2013