Controle is het adagium

Omdat we denken zoveel invloed te kunnen uitoefenen via onze (denk)machines en onze netwerken hebben we het idee dat we het wel allemaal kunnen controleren. Doelen worden geformuleerd, visies worden op papier gezet en verspreid, de weg er naar toe beschreven en dan volgt het wachten. Maar niet lang want er moet worden gecontroleerd of we op weg zijn naar de verwezenlijking van de doelen en of er geen kinken in de kabel zitten die oponthoud veroorzaken. Er zij mensen nodig die doelen bedenken opdat het geheel efficiënter wordt en meer oplevert met wat je bedenkt. Dat kan materieel worden vertaald en ideëel.  Quota moeten worden gehaald anders heb je gefaald. Wetgeving moet worden nageleefd anders krijg je anarchie. Fraude moet worden bestreden, ook in de wetenschap, anders krijg je onwaarheid en weet niemand meer waar hij aan toe is. Er zijn mensen nodig die de rol van controleur willen spelen en die daar plezier aan beleven. Je kunt niet alles aan de machines overlaten want een klein foutje kan leiden tot grote complicaties. Het verkeerssysteem is een goed voorbeeld. Als daar fouten worden gemaakt in de begeleiding van de automobilisten op de snelweg heb je al snel een file en kost het de samenleving, dwz. de betrokken individuen en organisaties zakken vol geld omdat gemaakte afspraken niet kunnen worden nageleefd.

De nieuwe informatiemogelijkheden en technieken maken het mogelijk om alles te controleren. Zo lijkt het. Het lichaam onderworpen aan monitoren, bloeddruk, hartslag, en af en toe een totale bodyscan, alles wordt gemeten. Met die kennis gewapend kan er eigenlijk niets meer verkeerd gaan. Dat denken we, maar we weten dat dát een illusie is. Ziektes treden onverwacht op, hersenen vallen uit en het hart kan het zomaar begeven. Daar is geen kruid tegen gewassen hoe hard de medici ook roepen dat het beheersbaar kan blijven. We zullen op het terrein van het lichaam moeten dulden dat er een grote mate aan onzekerheid zal blijven bestaan.

Aan de grenzen gaan we meer en meer controleren of er geen ongewenste goederen en vreemdelingen de denkbeeldige grens passeren. Dat is nooit waterdicht want de grenzen zijn uitgestrekt. Daarom komt er nu een bodyscan: vreemdelingen en toeristen, vluchtelingen en andere reizenden moeten zich onderwerpen aan nieuwe vormen van controle. Het afnemen van DNA en de opslag ervan is een van de mogelijkheden en als de machines die dat allemaal registeren en vasthouden even niets te doen hebben kunnen ze ook worden ingezet voor de eigen bevolking. Het land  is een vesting en die moet je verdedigen. Indringers zijn niet gewenst.

Hetzelfde vindt plaats in de informatienetwerken: er wordt gespeurd naar verdachte uitingen die wijzen op terrorisme, mogelijke aanslagen en activiteiten van potentiële vijanden van de staat. Om die doelen te bereiken: het opsporen van gevaarlijke individuen en het elimineren ervan, zijn alle middelen geoorloofd. Privacy is een relict uit het verleden en weegt niet op tegen de winst van een aanslag die voorkomen kan worden. Bias, het af en toe verkeerd diagnosticeren van een individu op basis van kenmerken, terwijl deze onschuldig is maar toe schuldig wordt verklaard, wordt op de koop toe genomen. Wat is het leven van een enkeling, schuldig of niet, tegenover het leven en de veiligheid van de eigen staatsburgers? Kortom zo gaan die dingen.

Wat betekenen democratie, invloed van de kiezer en burgerparticipatie en burgerrechten nog in deze? Zijn ze illusoir geworden, fictie, overbodig, een lastig probleem voor de controleurs? Niemand heeft het totale overzicht over de informatiestromen, niemand is nog echt de baas. Informatie is altijd en overal en de mogelijkheden om uit te wisselen en te beïnvloeden groeien met de dag. Onbeheersbaar. Moeten we niet eens anders gaan denken over controle? Wat zal ons dat opleveren?

John Hacking

13 oktober 2013