Glass House Communication

“Face-to-Face” communicatie wordt een wijze van communiceren die misschien in de toekomst moet gaan concurreren met de wijze waarom wij met elkaar spreken via mobile, Ipad en computer. Van aangezicht tot aangezicht veronderstelt dat wij elkaar opzoeken, aankijken en spreken. Vooral dat eerste, de moeite die je ervoor moet doen gaat tellen want je moet misschien eerst een afspraak maken, een datum plannen, vastleggen en ernaar handelen. Je moet misschien een stukje reizen, kortom het gaat niet vanzelf. Even mailen, even “skypen”, even bellen gaat sneller en effectiever.

Maar we leven in een samenleving waarin het ene bericht het andere opvolgt en veel is redundant, dat wil zeggen het voegt niets toe. Het is overbodig omdat het allemaal eender is. Maar we zijn eraan gewend, we weten niet beter. Het zou pas echt opvallen zo de filosoof Vilém Flusser, als de beelden niet veranderden, maar zouden blijven wat ze zijn. De straten, de reclames, de berichten zouden stilstaan, niet elke seconde ververst worden op je scherm. Dat zou heel bevreemdend werken. Maar we zijn gewend aan de verandering en merken het niet meer op.

Op de sociale media komen de berichten, de beelden, de opmerkingen voorbij alsof het zacht buitje regen is. En als er iets bijzonders gebeurt lokt dat zoveel reacties uit dat het lijkt alsof het stortregent. De beelden uit de film de Matrix waarin die digitale stroom als regen die langs de ramen stroomt wordt verbeeld is nog altijd treffend.

Maar wat krijgen we ervan mee, hoeveel kun je lezen en onthouden, hoeveel is belangrijk? En hoeveel is echt zo waardevol dat je graag meer ervan zou willen? Je kunt een zoekmachine inschakelen, hashtags formuleren en en verzamelen, veel verder kom je niet want de echte waarde zit niet onder de tekens, niet in de berichten, niet in de hoeveelheid maar in de zoekvraag. Waarnaar ben je op zoek en vind je dat via je verbindingen? Soms kom je interessant artikel tegen dat aan je wensen beantwoordt en dat je verder kan helpen. Maar dan ben je al verder aan het zoeken op het niveau van de inhoud omdat je bepaalde vragen duidelijk hebt geformuleerd.

Maar ben je nu op zoek naar waardevol contact, naar mensen om mee te communiceren, naar een soul-mate, een iemand waarmee je je hart kunt delen, dan zul je merken dat dát niet mee valt want je weet niet wie de echte persoon is aan de andere kant van de verbinding. Het snelste kom je daar toch nog achter via de echte ontmoeting,het gesprek van mond tot mond. En dan spelen ook andere factoren mee, lichaamsgeur, uitstraling, intuïtie, gevoel, feromonen, een eerste indruk, klank en kleur van de stem, lichaamsbouw, en het eigen verwachtingenpatroon en de ervaringen die je eerder hebt opgedaan met mensen en contacten. Dat kan allemaal niet als je slechts communiceert via Facebook of Twitter.

Op de sociale media hebben veel mensen ook de behoefte om slechts een kan van zichzelf te laten zien: de mooie kant. Daarom is er een alleen een ‘like” functie en niet een “dislike” functie. Dat laatste geeft teveel negatieve feedback en dat willen de bouwers van de media niet. Dat geeft teveel complicaties. Sociaal kan dan snel omslaan in asociaal. het wordt dan onbeheersbaar. Maar een gevolg van deze ontwikkeling is dat mensen dus ook niet een deel van zichzelf laten zien dat negatief is. De media dwingen je in het keurslijf van het leuk gevonden te worden en om anderen leuk te vinden.

Daarom stel ik voor om ons niet te laten voorschrijven wat de media willen maar om zelf te communiceren binnen de mogelijkheden die er zijn op internet zoals wij dat zelf graag willen: in een vorm van een glazenhuis. Daarin ben je helemaal zichtbaar. Daarin laat je alle kanten van jezelf zien en ben je niet bang om ook stil te staan bij wat je moeilijk vindt of waar je moeite mee hebt. Centraal zou moeten staan: open communiceren met elkaar, bijna zoals in het echt. Dat kan in een groep, binnen een bepaalde beslotenheid waar eerlijkheid en oprechtheid bovenaan staan. Maar of dat te verwezenlijken is? Of er genoeg mensen zijn die dat aandurven?

John Hacking

6 november 2013