de hemel draagt de aarde

“Ontvangen is het eerste

Kennen is het tweede”

Shitao

Wij mensen zijn materie of zo je wilt: vlees: “sarx” in het Grieks. Dat klinkt nuchter en is het ook. Wij zijn vlees: een samenspel van bot, huid, organen en water. Levend vlees, dat wel. Zo lang we leven ademt ons vlees en geeft onze huid mee. We zijn levend vlees dat is bezield. Dat wil zeggen dat we niet dood zijn, dat we leven. Maar de materie die deel van ons is, waaruit wij bestaan, zit ons als het ware op de hielen omdat er een moment komt waarin we nog enkel uit materie zullen bestaan. Als we zijn gestorven blijft ons stoffelijk overschot over. Dat was het dan. Tenminste wat ons lichaam, onze materie betreft. We worden gerecycled, opgenomen in nieuwe cyclussen. Onze lichamen vervallen tot stof dat grondstof wordt in andere processen.

Toch is dit maar een half verhaal. We lopen tijdens ons leven met ons hoofd in de lucht. Of de hemel, als je wilt. We staan op de aarde, en als het goed is, zijn we geaard, (zweven we niet), rusten we in onszelf en hebben we hierdoor houvast. Maar ons hoofd dragen we omhoog en dat is meer dan een metafoor. De hemel raakt aan de aarde aan de horizon maar deze hemel zet zich voort vanaf die horizon tot waar jij staat. Hemel en aarde zijn dus beide onderdeel van ons bestaan. Ik heb het hier over de letterlijke hemel, niet de beloning die ons misschien na de dood zou kunnen staan te wachten. Het is ook niet meteen de hemel als woonplaats van God. Hoewel er wel raakpunten zijn tussen deze metaforen.

Het is niet de aarde die de hemel draagt maar de hemel die de aarde draagt. Zonder hemel zou ons aardse bestaan plat en zinloos zijn. Zonder blik vooruit, zonder oriëntatie, zonder besef van zin en zinvolheid zou ons handelen volslagen nutteloos zijn, van nul en generlei waarde. Kruipen door het stof. Kruipen en kruipen en wachten tot het afgelopen is. De tussentijd vullen met eten, paren en slapen. Niet leren, niet denken, niet weten, niet reflecteren, niet genieten, niet treuren, niet voelen.

In poëzie, in filosofie en in veel van onze reflecties over ons bestaan komt dit terug: weten en ervaren waarvoor we willen gaan, wat belangrijk is, wat kostbaar is in onze ogen. Dat zijn relaties, dat is de liefde, dat is de nieuwe ochtend. Het leven en de hoogte en dieptepunten, de moed en de angst, de nacht en de dag, het zijn allemaal kwaliteiten die ons leven kleuren. Zonder hemel zouden we hier geen weet van hebben. Zonder hoofd in de hemel gericht op dat wat op ons toekomt is het leven donker en doods. De dichter kan het mooi verwoorden – het landschap maakt het zichtbaar dat de aarde door de hemel wordt gedragen. Ik kreeg dit gedicht bij mijn feest waarop werd herdacht dat ik 25 jaar in het pastoraat werkzaam was.

Tussen seizoenen

 

En kleur zijn ogen nu zij wind zijn,
het licht uit lucht gesneden.

Lang gras, nog levend hooi,
verminking waar oogst begint.
Ik groef in kleur waar vol de lucht,
in wind waar vol het gras van is,
in golvend gras, in slapend gras,
ik bracht zand aan het licht,
verpulverd weefsel, vacht om in te slapen.

Blad viel, sneeuw viel de bladeren achterna,
de sneeuw bracht regen, regen stuift op sneeuw.
Reeds schemeren de lichte tinten
van de zon, de golven, ribben van de zee.

*
Verf nat de doden, schilder ze op.
Als grote zachte bloemen in de regen
slapende bomen met sneeuw.
Ovale wind waait dag en nacht
langs knoppen, bijna bladeren, sluit zich
in een voortdurend onderdak verlenen
om ieder ding heen.

De druppel van gedooide rijp
draagt vuurkleur van de regenboog,
het diepste geel, haast groen koud blauw,
nieuw wit, water dat brandt.

*
Een waas van groen, een geheimzinnig
opeenvolgen van soorten, maand na maand
een ander gras strijkt bloeiverstikkend
stuifzand dicht – van fluitekruid
een sluier, ongerepte dovenetel,
kaarsen vol zaad, niemandsverdriet.
Aan hun verbazing komt geen eind, ze kennen
de winter niet.

Christiaan van Geel

De planten in het landschap, het licht in de ochtend, allen hebben weet ervan: en wij dichten het hun toe: leven gaat voort, verder, langs de dood heen, Pasen hoort erbij. De dood heeft niet het laatste woord, de materie kan niet zonder de vorm waarin hij verder zal bestaan en de mens niet zonder de ziel die de dood uithoudt. Herboren worden, opnieuw geboren, gered uit de dood, door het water heen, naar het nieuwe land. Dat is Pasen in optima forma. Weten dat de hemel draagt en weten dat de hemel het laatste woord zal hebben. Alvast een zalig Pasen.

John Hacking

18-04-2014