Kosmos, taal, God en zin

Het ontstaan van ons heelal met de talloze sterrenstelsels roept niet alleen verbazing en verwondering op maar maakt ons ook bewust van de menselijke al te menselijke invulling van het begrip God in de bijbel en in andere religieuze geschriften. Ten tijde van het ontstaan van de bijbel had men een andere kijk op de wereld en de geschiedenis en dat blijkt vooral uit de omschrijvingen die gegeven worden van God, zijn optreden, zijn acties in het licht van de geschiedenis van het volk en de profeten van de Hebreeërs en later Israël. In het boek Job wordt de schepping zoals wij haar kennen vanuit het perspectief van toen toegeschreven aan God. Geen woord over supernova’s, sterrenstelsels, het uitdijend heelal en wat al niet meer. Het lijkt dan ook dat die al te menselijk beschreven God eigenlijk geen plaats meer heeft in onze opvattingen over de kosmos. Want zou deze God echt aan het begin van alles staan? Heeft hij alles veroorzaakt, of in theologische termen verwoord, geschapen? Het valt nauwelijks te begrijpen en nauwelijks te rijmen hoe deze in menselijke woorden beschreven God dit voor elkaar heeft kunnen krijgen en dat het nog steeds duurt, voortduurt, op weg naar een ongewis einde. Over een paar miljard jaar is onze zon uitgegroeid tot een rode reuzester en wordt de aarde opgeslokt. Dan zijn wij er natuurlijk niet meer, maar het blijft een filosofisch interessante vraag hoe het dan zit met onze religie en ons geloven in God als schepper en verlosser. Voor mezelf heb ik de volgende oplossing bedacht.

De bijbelse en andere verhalen over God geven een menselijk houvast. Dat is geen wetenschappelijk houvast en het kan makkelijk onderuit geschoffeld worden door elke atheïst. Maar desalniettemin zijn verhalen meer dan verzamelingen van leuke en minder leuke berichten, mythes, sprookjes, verslagen van geïnterpreteerde gebeurtenissen (vaak lang achteraf). Verhalen geven houvast, of kunnen dat geven omdat mensen daar hoop aan ontlenen. Verhalen maken iets in jezelf los, ze kunnen je gaan dragen ook al voel je op je klompen aan dat ze je niet zullen redden of dat ze niet het laatste antwoord hebben. Een gek kan meer vragen dan een wijze kan beantwoorden, maar het omgekeerde geldt ook: verhalen zijn een vorm van wijsheid die de kortzichtigheid van elke gekke vraag overstijgen. Verhalen raken aan het mysterie van de onbeantwoorde en niet te beantwoorden vragen. En dat zijn er velen in ons leven. Wat is leven? Wat is bewustzijn, wat is liefde, wat is de ziel, wat is de geest, wat is materie, wat is tijd? We gebruiken de begrippen dagelijks alsof het de normaalste zaak van de wereld is, maar wat weten we eigenlijk, hoeveel kennis hebben we om deze begrippen te duiden en in te vullen. Idem voor het begrip God, een soort van verzamelbegrip dat het mysterie in takt laat.

Feit is dat velen getroost, gesteund en bemoedigd werden en worden door verhalen en liederen (psalmen) uit de bijbel en uit andere religieuze geschriften. Ook poëzie kan deze werking hebben en veel bijbelse teksten zijn dan ook poëtisch. Ze verkennen en ze leggen een andere horizon open, anders dan de welbekende van morgen gaat het regenen omdat de Bilt dit meldt. Ze tasten een horizon af die met zin in het leven, met zingeving, met diepgang, met je durven toe te vertrouwen te maken heeft. Ze verkennen de weg in het landschap die je levensweg wordt. Want jij gaat die weg, gedragen en gesteund door datgene wat je geestelijk bezig houdt en beheerst. Kortom datgene dat je ziel draagt en voedt. Verhalen hebben hierin een onmiskenbare functie. Ze zijn voedsel voor de ziel. Je moet er niet aan denken dat je hele leven bestaat uit het verteren van rationele taal die wetenschappelijk gefundeerd is en waar geen spelt tussen te krijgen is. Die taal bestaat volgens mij ook niet want taal is op zichzelf al een mysterie. Formules, die misschien het ideaal van een wetenschappelijk verantwoorde taal het dichtst benaderen, zijn eveneens een vorm van taal die deelheeft aan dit mysterie, maar daar kom je niet ver mee als je een brood wilt kopen. En stel dat je alle fictie, alle mysterie, alle geheim fundamenteel wilt afzweren dan nog stelt het leven je voor een groot raadsel want je lichaam en je transformaties in de tijd, veroorzaakt door dit lichaam, roepen tal van vragen op die ook met de wetenschappelijke benadering niet worden opgelost. Waarom ga je dood? Wat maakt je leven voor die grens van de dood de moeite waard? Wat doe je met je kostbare tijd? Wat geeft je geluk en wat neemt het geluk van je af? Je bent niet alleen op de wereld, je bent er omdat er anderen zijn die je op deze wereld hebben gezet, door je geboren te laten worden. Ook dat is al een mysterie niet als het eindpunt, de dood.

We kunnen niet meer dan het vanuit ons menselijk perspectief bekijken net zoals de mier zijn wereld vanuit zijn mierenperspectief ervaart. En bij dat menselijk perspectief hoort onlosmakelijk de taal en met de taal de verhalen. Alle pogingen dit te ontkennen of als minderwaardig af te doen miskennen de fundamentele gegevenheid van de menselijke existentie als talig en als lichamelijk wezen. Daar moeten we het mee doen, daar kunnen en willen we het meedoen. Alleen maar bevestiging, alleen maar onderschrijven van dit prachtige gegeven met eindeloos veel mogelijkheden en perspectief. God mag daar gerust deel van uitmaken, hoe gebrekkig soms ook verwoord.

John Hacking

6 mei 2014