Gezag, heilige boeken en geweld

Bijna alle heilige boeken uit de wereldreligies zijn geschreven in een periode waarin het niet vanzelfsprekend was dat iedereen kon lezen en schrijven. Er werd door een lid van een bepaalde groep, meestal de priesterklasse, voorgelezen en het volk luisterde. De teksten zijn dan ook zo geschreven dat ze zingend of citerend voorgedragen kunnen worden. Zo blijft het ook langer in het geheugen hangen. De geletterden die op hetzelfde niveau staan omdat ze kunnen lezen en schrijven discussiëren over de inhoud van de teksten en de over de interpretaties. De toehoorders die niet kunnen lezen en schrijven blijven zo in een afhankelijke positie van de lezer en interpreet. Ook in de tijd van Jezus zien we deze bewegingen. Het rabbijnse Jodendom kent een veelheid aan stromingen en interpretaties die in de Talmoed naast elkaar mogen bestaan. In het Nieuwe Testament zie je al dat er veel verschil van mening is tussen de uitleggers van de schriften maar ook dat Jezus heel vaak het laatste woord heeft. In feite heeft er dan al een selectie plaatsgevonden en is de “christelijke” interpretatie of wat daar voor door mag gaan, de visie van Jezus (volgens de evangelist) de belangrijkste. Desondanks zijn er nog veel onopgehelderde tegenstellingen en is er tegenspraak in de evangelieteksten, brieven en andere geschriften in de christelijke Bijbelboeken. Het kerkelijk leergezag zal er in de komende eeuwen dan ook alles voor doen om dit glad te strijken en te spreken met een mond. Het feit al dat er een instantie ontstaat zoals het kerkelijk leergezag legt al getuigenis af van dit gegeven: de interpretatie is voorbehouden aan een select gezelschap van uitverkorenen. Het optekenen van de heilige boeken vindt dus grotendeels plaats in een tijd van ongeletterdheid. Bij het uitvinden van de boekdrukkunst verandert deze situatie fundamenteel. Het protestantisme, als verzet tegen de exclusieve interpretatie van de katholieke kerk, is niet denkbaar zonder deze uitvinding van de boekdrukkunst. In een klap werd de bijbel, vertaald in de volkstaal, toegankelijk voor elke gelovige die had leren lezen en schrijven. Het gevolg is een veelheid aan interpretaties die zich vertalen in even zovele stromingen binnen de protestantse kerk. 

Nu veel mensen kunnen lezen en schrijven is de interpretatie van de teksten geen alleenrecht meer van een beperkte groep bevoorrechten. Sinds de ontdekking en toepassing van de hermeneutiek weten we dat hermeneutische principes voor alle teksten gelden en dat elke interpretatie er maar een is. Wat de rabbijnen al beweerden, namelijk dat een waarheid niet voor alle tijden hoeft te gelden en niet voor alle situaties, wordt nu langzaam algemeen onderkend. Wat in de Middeleeuwen gold hoeft nu niet meer te gelden. De maatschappij verandert, de context verandert en het beeld van de wereld en op de werkelijkheid verandert. En dat voortdurend. Nieuwe technische uitvindingen op het terrein van communicatie en techniek geven onze wereld een totaal nieuwe gestalte. Niet meer het horen, niet meer het zelf lezen, maar de werkelijkheid van de virtualiteit neemt nu de overhand, de computer is de baas. De technische mogelijkheden om digitaal en daardoor virtueel te communiceren scheppen een totaal nieuwe situatie. Daardoor lijkt het alsof de geschriften van lang geleden van hun bijzondere positie worden verstoten. Zij worden maar even zovele waarheden naast ander even zovele waarheden. De claim dat ze rechtstreeks afkomstig zijn uit een goddelijke mond is niet meer te houden omdat exegese en hermeneutiek haarfijn de ontstaansgeschiedenis en de veranderingen blootleggen in de teksten. Ik vermoed dan ook dat alle nadruk op de orthodoxie van de leer en de geschriften, het hechten aan één interpretatie, het verklaren van de eigen vaak conservatieve interpretatie van de heilige boeken als de enige juiste ook een vorm van verzet is tegen de moderniteit.

Als er veel waarheden naast elkaar kunnen en mogen bestaan is de claim op dé waarheid een vorm van absolutisme, en vorm van dictatoriaal gedrag dat met deze waarheid in de hand zich gerechtigd voelt om andere meningen, dus andere mensen te bestrijden. Hoever dit kan gaan zien we in de geschiedenis als de “ketters en andere vijanden van het geloof of die ene filosofie” een voor een op de brandstapel branden. Tijdens de Franse Revolutie worden ze vakkundig onthoofd door de guillotine en tijdens de Tweede Wereldoorlog bedrijfsmatig vergast en verbrand in de crematoria. Hitler, Stalin en Mao en later de adepten van deze grootheden in massavernietiging en genocide hebben vrij spel en verklaren hun visie tot de enige ware. Die afwijkt sterft of wordt opgesloten. Boekverbranding kondigt meestal al aan wat er gaat gebeuren. Als er geen boeken meer zijn van de tegenstemmen hebben de interpreten van het tegengeluid geen poot meer om op te staan en wordt hun stem gesmoord. De verwoesting van de bibliotheek van Alexandrië door de Romeinen was in die zin niet alleen vandalisme maar, zo vermoed ik, ook een vorm van het onderdrukken van elke vorm van tegengeluid op basis van interpretatie van boeken. Maar het is te lang geleden om hier goed over te kunnen oordelen. De verbanning en vernietiging van de Talmoed nadat de Romeinse keizer Constantijn het christendom heeft aangenomen is hiervan een ander voorbeeld. De boekverbranding in Berlijn na het aantreden van Hitler maakt dit nog beter duidelijk. De namen van de auteurs die uit de gratie waren gevallen worden een voor een opgelezen en dan verdwijnen hun producten in het vuur. Overbleef de bijbel van de nazi’s “Mein Kampf” en de abjecte geschriften van Alfred Rosenberg over de nazi-ideologie, het daarbij horen racisme en antisemitisme.

Een zelfde beweging maken wij in onze dagen mee in Irak en Syrië waar de groep ISIS een islamitisch kalifaat tracht te vestigen gebaseerd op hun kortzichtige interpretatie van Koran en Sharia. Mohammed, de profeet wordt vooral voorgesteld als een heldhaftige strijder, een veroveraar en elke gedode medestander wordt regelrecht getransporteerd als martelaar naar het paradijs. Elke gruweldaad begaan tegenover christenen, Yezidi’s, moslims, medegelovigen dus die niet zo strikt in de leer en de toepassing ervan zijn wordt gesanctioneerd met een beroep op de koran en op de nieuwe leider van dit kalifaat, de zelf uitgeroepen kalief. Ook dit, zo vermoed ik, is een vorm van verzet tegen de moderniteit. Ondanks het feit dat alle moderne communicatiemiddelen worden ingezet om een boodschap van terreur te verspreiden over de wereld. Als er heldhaftig op een You-Tube film wordt verkondigd dat hun vlag zal wapperen boven het Witte Huis in Washington en dat Amerika zal waden in bloed moet ik denken aan de uitspraak van een van de leiders van de orks in deel 3 van de Ban van de Ring, gebaseerd op het boek van Tolkien. Deze ork zegt nadat hij een soldaat heeft afgeslacht: “de tijd van de mens is ten einde gekomen, het tijdperk van de orks begint”. De leden van ISIS zijn de orks van onze dagen. Met dezelfde pretentie, dezelfde bloeddorstigheid en aangevuurd door hetzelfde kwaad. Elke nuancering ontbreekt, elke wil tot dialoog en tot samenleven met anders denkenden ontbreekt. Zij willen macht en wel absolute macht, alleen heerschappij. Voor anderen is er geen plaats. We weten wat er in de film In de Ban van de Ring met de orks gebeurt. Wie weet breekt dit sneller aan dan we verwachten voor de leden van ISIS, maar ook in de film moet er gevochten worden tot het laatst tegen deze overmoedige en overmachtige vijand. Er is geen weg terug, maar ik hoop toch en verwacht dat de moderniteit en de krachten die daarin ontketend zijn zullen overwinnen, dat pluriformiteit, diversiteit, humaniteit en menswaardigheid ook in de toekomst bepalend zullen zijn en niet de bloeddorstige mening en de waarheid van enkelingen.

John Hacking

22 augustus 2014