Rust

Rust

Van Thomas a Kempis is bekend dat hij zei dat hij rust vond in bos en boek. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. In deze jachtige tijd met de druk op presteren en het ondergaan en meemaken van “happenings”, want je moet toch kunnen meepraten en ‘pronken’of jezlef ‘tonen’ op sociale media, is rust een schaars goed geworden. Als je de hele dag geregeerd wordt door de drang om op je smartphone alle berichten te lezen en te reageren heb je geen rust. Zelfs ‘s nachts niet. Maar dat doe je jezelf aan en niemand vraagt van je om 24 uur online te zijn.

In het bos kun je rust ervaren als je alle verplichtingen en dwang loslaat. Gewoon wandelen, snuiven, de lucht van de bomen en bloemen opsnuiven, kijken naar het pad, het groen, de omgeving waarin je je bevindt. Zitten op een bank en wachten op niets. Want er is niets om op te wachten en toch is dit niets alles, of heel veel, namelijk genieten van het moment, het ogenblik. Dat wat zich in je ogen, voor je blik, afspeelt, manifesteert. Meer hoeft niet, oren, ogen, neus en huid doen mee in dit voelen en waarnemen. Je bent deel van het geheel. Bosdeel, stukje bos. Stukje hout dat ook kan weglopen.

Maar ook in een boek is rust aanwezig als je al lezende meegenomen wordt in de stroom van het verhaal, geboeid, gegrepen wat zich daar via de letters aan betekenis openbaart en waarin je als het ware verzeild bent geraakt en meedoet als lezer. Jij brengt de tekst tot leven en voor je ogen speelt zich af wat er op papier (of E-book) staat afgedrukt. Dat is een soort van reis, een tocht langs de ankerpunten die de schrijver heeft uitgezet maar die jij wel moet willen volgen door het boek ter hand te nemen. De roman, zeker een spannende tekst, heeft het in zich om je “zu fesselen” als de auteur verstand van zaken heeft en je raakt met zijn woorden. Waarom dat zo is en hoe dat kan blijft ook een beetje geheim. Jouw context, bestaande uit jouw ervaringen, jouw ankerpunten in je leven, je passies en je belangstelling, speelt daar een grote rol in.

Ik heb dat nu met poëzie. Ik sla een bundel op van een dichter/es die ik nog niet ken en ik heb meteen iets van “die ga ik lezen/die koop ik”. Wat is dat? Waarom die directheid, dat zeker weten? Wat maakt het verschil uit tussen die lees ik en die laat ik meteen weer vallen? In een oogwenk is het soms al duidelijk. Maar ik vraag me af waar nu precies het verschil in zit: waarom mij de ene auteur wel aanspreekt, boeit en de ander totaal niet. Natuurlijk is het ook misschien een vooroordeel dat op de achtergrond meedoet. Maar dan nog. Bij gedichten, nog meer dan bij een roman, want die moet je echt gaan lezen, is een eerste indruk van belang omdat dan snaren geraakt kunnen worden, de snaren van je ziel. Dit kan door het opgeroepen beeld, de spanning in de tekst tussen de beelden, de voortgang, beweging, dynamiek en het thema dat wordt aangeroerd. Liefdesgedichten maken vooral bij verliefde mensen indruk maar ook bij hen die smachten naar liefde, die op zoek zijn naar liefde, die een liefde hebben verloren of die misschien voor de eerste keer kennis maken met liefde. Er is geen algemene wet voor op te stellen.

Bij mij is het landschap een thema dat me raakt omdat ik ook landschapschilder ben en extra gevoelig voor de uitstraling van het landschap. Het licht in de het landschap, de sfeer, het moment van de dag, het open en gesloten landschap, het vergezicht, de bergen, de zee, het moeras en vooral de horizon, raakpunt van hemel en aarde. Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw, ik kan er alleen maar van genieten. Voor ons in West Europa een bijna vergeten dimensie van het landschap omdat het zo weinig sneeuwt. Il neige sur Liege, zong Jacques Brel, ik zie het zo voor me. Daarom verzamel ik al jaren gedichten waar sneeuw in voorkomt.

Zo is ook het winterse landschap, de ongerepte sneeuw op het veld een schoolvoorbeeld van rust, stilte, niets beweegt, niets wordt gehoord, alles gedempt. In mijn beleving een toppunt van sacraliteit. Ik zeg met opzet ‘mijn beleving’ want ik wil niet generaliseren. Maar er zijn ook heel wat Japanse dichters en schilders die een dergelijke ervaringen kennen en beschrijven of schilderen. Dat vind ik inspirerend, dat een idee door velen wordt gedeeld, ervaren, beleefd. Dus als je vraagt ‘wat geeft je leven zin?’ is het ook de ervaring van die sacraliteit in het landschap en de uitdrukking die je daar zelf aan probeert te geven in je werk, je tekst, je schilderij. Dat is een belangrijk deel in mijn leven naast relationeel gekleurde onderdelen. Dat geeft rust, een zeker houvast en vooral veel levenslust en voldoening. Dat ligt niet op het niveau van presteren maar op het niveau van ondergaan en weergeven. Existeren en laten gebeuren, meemaken, je er aan toe vertrouwen. Net zoals je op je bankje kijkt naar het landschap, niets hoeft, nu niet, zo meteen niet. Zitten en wachten, en kijken, voelen, ruiken, proeven. Het echte ogen-blik.

John Hacking

3 juli 2015

sacraal landschap