Selfie: flirt met de dood

Selfie: flirt met de dood

Postkarte

Ein vergilbte
Postkarte
bleibt

abkratzen
der aufgehäuften
Zeit

bis transparentes
Blut
durchsickert

imaginäre Haut
die der Tod
mit sich bringt

Tanikawa Shuntaró

Blanchot, een Franse filosoof heeft veel nagedacht over het schrijven van een tekst, een gedicht. Voor hem is het een vorm van confrontatie met het extreme, zoals de dichter/zanger Orpheus die in de onderwereld toch omkijkt naar zijn gestorven geliefde Eurydice. Schrijven is een poging om richting oorsprong te bewegen, iets wat nooit zal lukken want de oorsprong is een soort van verdwijnpunt, een niemandsland. Waarom dit streven, wat is de inzet?
Misschien is het wel een vorm van romantisch verlangen naar een ervaring die er niet meer is, die er misschien ook nooit geweest is, maar die de gebreken van het heden moet vervangen. “Coping” dus. Ervaren existentiële breuken en afgronden overspringen door het woord. Shuntaró, een Japanse dichter verwoordt dit mooi:

Wie es ist

Und wieder steht ein befreundeter Toter
hinter seinem Reisekoffer
weiss weder aus noch ein

ermüde vom Suchen nach seiner Seele
bleiben wir zurück
hinter einem Teller Mandeljelly

Der Regen lässt nach
ein Sonnenstrahl hellt den Himmel auf
Börsenzahlen flimmern über die Strasse

Alles wie es ist
bewegt sich
in Richtung Erinnern

Tanikawa Shuntaró

Dat is misschien de reden van ons streven, ons pogen de oorsprong te vinden. We zijn altijd te laat, nooit in het hier en nu, elke keer grijpen we ernaast, is het voorbij, “helaas!”. Maar er is ook een voorruit, een morgen. Shuntaró, de dichter, zegt dat wij allen acteurs zijn in nog niet geschreven romans. Of misschien wel in reeds lang geschreven teksten. Maar wat zich dan tussen de regels verbergt? zo Shuntaró, is het verleden, is het toekomst. We weten het niet. Feit is dat wij gevangen zijn in de tijd, in de kooi waarvan de tralies de uren zijn, de minuten, de seconden, maar ook de dagen, maanden en jaren. Blanchot gelooft dat wie schrijft naar het duister, naar de hel wordt getrokken, zo Yra van Dijk die een prachtig boek schreef over de leegte en het wit in de poëzie. En wat doet de schrijver daar? Juist, zijn verloren geliefde terug proberen te winnen. Schrijven is dus een romantische beweging, misschien vol van melancholie, vol van verlangen dat niet meer vervuld zal worden. Maar het is eigen aan de mens om verbinding te zoeken, zelfs over de grenzen van de dood heen. Dit verbindingsverlangen komt in het woordje ‘en’ prachtig tot uitdruk in weer een ander gedicht van Shuntaró:
Und

Wenn es Sommer wird
schrillen wieder
die Zikaden

Feuerwerke
angefroren
im Gedächtnis

ferne Länder
neblig verschwommen
doch das Weltall direkt vor der Nase

Welch ein Gnade
der Mensch
kann sterben

lässt zurück nur
die Konjunktion
>und<

Tanikawa Shuntaró

Als schrijven een zoeken is naar wat er daarvoor in de beleving van de werkelijkheid gestalte kreeg in een gedachte, een gevoel, een emotie, dan is het woord steeds te laat. Blanchot noemt dit proces een grote mislukking, een afgrond zelfs, maar ook de basis voor elke tekst. Als het benoemd wordt, wordt het beschrevene als het ware al gedood, want de allereerste directheid van het contact is verdonkeremaand achter de woorden. Nomer=tuer, noemen is doden, zou je kunnen zeggen. “Door het noemen kunnen we de dingen overmeesteren” en “ Hölderlin en Mallarmé beseften dat het woord vernietigt wat het noemt” zo Yra van Dijk. “Door iemand te noemen, kondig je de mogelijkheid van de dood al aan” want elke benoeming is een scheiding, een afscheiding van de concrete persoon. Dat geldt ook voor jezelf: “als je jezelf noemt, scheid je je meteen van jezelf, word je een onpersoonlijke aanwezigheid.” (Yra van Dijk, Leegte, leegte die ademt, pag 90). Het is als met muziek, niet te pakken, wel te beluisteren en het is voorbij.

Zimmer

Wie Geister
schwirren die Viertelnoten
durchs Zimmer

Musik
verrät niemals
ihr Geheimnis

vergeblich
das Werken
der Wörter

im Stille
erstirbt
das heute

Tanikawa Shuntaró

Als schrijven dus een hollen achter het woord is, een trachten het woord te plakken op wat er was of komt, een onmogelijke puzzel, dan is schrijven ook een voortdurend afscheid. Melancholie ten top. Weemoed trekt als mistflarden door de zinnen, omgeeft de bergen van woorden en onttrekt de werkelijkheid aan het gezicht en aan het gevoel dat met de ervaring een pas op de plaats maakt.
Dat bracht mij op het idee om ook zo naar het beeld te kijken. Wat is een foto? Een achterhaalde poging, een mislukking om een ervaring te vangen. Het is steeds een achteraf bij het bekijken van de foto. En bij het maken zelf, de confrontatie, zit het toestel tussen jou en de werkelijkheid, is er geen directheid want het toestel bepaalt en kleurt de mogelijkheden en de werkelijkheid van de weergave. Zelfs de perceptie, de oorspronkelijke openheid wordt erdoor bepaald want je levert je over aan het toestel.
Als zelf-benoemen zelfverraad is, de dood binnen halen omdat je gescheiden raakt door je taal van de werkelijkheid is de foto dat ook. Elke selfie is daarom een flirt met de dood, elke selfie is een uiting van romantiek en is in diepste wezen melancholiek omdat het iets wil pakken wat ongrijpbaar is. Fotografie maakt dit nu mogelijk: ook het beeld pleegt verraad aan ons. En wij geven ons willoos over. We weten niet beter. Ook niet als het vakantie is, en we ons toestel vullen met vakantiekiekjes. In feite is elk woord, elk beeld vakantie van de werkelijkheid, een klein afscheid, een pas op de plaats, moment van rust die aan de stilte, de leegte grenst, het niets. Het wit van de dood. De sneeuw die in zijn witheid alles bedekt en aan het oog onttrekt. Stilte, rust, leegte.

John Hacking
11 juli 2015

literatuur:

Shuntaro, Taniwaka. Minimal. Gedichte, Zürich 2015, (Secession Verlag für Literatur)
Van Dijk, Yra, Leegte, leegte die ademt. Het typografisch wit in de moderne poëzie, Nijmegen 2006 (Uitgeverij Vantilt)