Idealisme en depressie

Idealisme en depressie

Sommige thema’s in het leven zijn ‘fragwürdig’, ze roepen niet alleen vragen op maar zijn ook de vragen waard. Iets wat een vraag waard is, of meerdere vragen, is van waarde. Het bevragen en het zoeken naar antwoorden is een begaanbare en belangrijke weg om met die thema’s om te gaan. Zo verkent Martin Heidegger in zijn boek over metafysica van alle kanten de vraag ‘waarom er zijn is, en veeleer niets’. Dat is een klassiek filosofisch thema dat in elke generatie filosofen opnieuw de kop opsteekt. Dat wil dus zeggen dat er tot nu toe nog geen definitieve antwoorden op die vraag zijn gegeven en dat die definitieve antwoorden waarschijnlijk ook niet gegeven kunnen worden. Maar dat maakt het vragen niet minder interessant en niet minder noodzakelijk. Dat er een zekere noodzaak is om dergelijke vragen te stellen is op het eerste gezicht voor de niet-filosoof misschien niet zo evident, maar als je al een beetje wilt nadenken over je eigen leven, waarom je leeft, waarvoor je leeft, waartoe je leeft, bijvoorbeeld, kan komen die vragen als het ware opeens als een soort van zeegolf op je strand van het leven gerold. En ze blijven komen, net als eb en vloed.
Misschien is dat ook wel het geheim van de ervaring van zingeving, van zin in je leven, de acceptatie dat deze belangrijke vragen als een soort eb en vloedbeweging je leven beheersen zonder dat je erin verdrinkt. Ze stimuleren je eerder om ermee te spelen, de zee inlopen, en weer terug, de golven over je heen laten komen en achter de zich terugtrekkende golven aanlopen, wetend dat ze na een tijd weer komen opzetten. Dit weten, dat wil zeggen, er kennis van hebben, weet van hebben, van deze dynamiek, en dit aanvaarden als het spel van het leven, dit accepteren, is al een grote stap in de goede richting die je zou kunnen samenvatten met het begrip ‘vrede hebben met je leven’.
Gisteren werd in de tuin van de Studentenkerk aan de Radboud Universiteit te Nijmegen een wintereik geplant voor Matthijs. Een herinneringsboom aan zijn leven, aan plekken die voor hem belangrijk waren. Twee jaar geleden is hij uit het leven gestapt. Samen met ouders, familie, vrienden en medestudenten is de boom geplant. Bij de boom staat een bord met de tekst voor Matthijs, voor gerechtigheid en vrede. Die vrede heeft Matthijs op zijn eigen wijze gevonden. De weg die hij koos liet velen in verbijstering achter. Ook nu nog hadden medestudenten verdriet bij de herinnering en konden zij troost en steun vinden bij elkaar.
Wat is dit als jonge mensen, vol van levenslust en idealisme, dat zich uit in studie en activiteiten voor een betere wereld, toch besluiten om uit deze wereld en dit leven te stappen. Hoe kan het zijn dat hun idealisme waar ze zo vol van zijn omslaat in het tegendeel en zelfs in een doodswens. Cynisme is teleurgesteld idealisme. Ironie zit daarbij in de buurt maar is minder cynisch en zwartgallig. Ironie wekt nog lachlust op. Cynisme alleen verbittering. Daarin schijnt geen licht meer. Maar cynisme is nog wat anders dan een doodswens. Een hang naar het einde door zelfdoding.
Goethe schreef tijdens de Romantiek al een populair geworden verhaal dat veel navolging vond: het lijden van de jonge Werther. Hij leed aan het leven en de wereld en velen herkenden zich daarin. Deze roman is vaak weggezet al ‘romanticisme’, een uitvloeisel van de romantiek en de beleving van de wereld vanuit een romantisch wereldbeeld. Toch denk ik dat romantiek niet zozeer een verband hoeft te hebben met zelfdoding omdat romantiek na Goethe vooral ook de samenvatting is van een levensgevoel. Een doodswens maakt daar niet bepaald deel vanuit. Persoonlijk zou ik romantiek meer verbinden met melancholie en niet met depressie. Melancholie is een soort van verlangen en soms van verdriet om en naar een verloren gegane situatie, iets in het verleden, een relatie, een tijdperk, een landschap, een cultuur. Dat kan smal en heel breed zijn. Zo heb ik een romantisch, melancholisch verlangen naar het oude Japan, het land toen de techniek nog niet zijn intrede had gedaan. Zo lees ik voor het slapen gaan, ik ga er zelfs eerder voor naar bed, het boek van Lafcadio Hearn, Japans Geister, (Berlin 2015) dat over zijn reizen naar Japan gaat rond 1890. Hij trouwt met een Japanse uit een huis van Samoerai en maakt zich de cultuur eigen. In zijn boek, een soort van dagboek, beschrijft hij zijn indrukken. Ook de bezoeken aan tempels waar hij over uitweidt, krijgen veel aandacht. Deze verhalen vervelen mij geen enkele seconde, ik kan er van smullen en ze verplaatsen me als het ware in de tijd van toen. Ook de middeleeuwen, de tijd van de Romeinen, het rijk van Dgenghis Khan, etc etc. het heeft allemaal mijn belangstelling omdat ik van geschiedenis hou en omdat ik vanuit een melancholische stemming wel eens heel graag zou willen meemaken hoe het toen was.
Als landschapschilder ben ik en blijf ik gegrepen door het landschap. Ook het oude Chinese en Japanse landschap dat vanuit Taoïsme en Shintoïsme een bijzondere betekenis krijgt omdat alles als het ware een sacraal sausje krijgt. Dat klinkt misschien een beetje oneerbiedig maar zo is het niet bedoeld. Ik kan er helemaal in opgaan. Ik vermoed dat de glossy foto’s van landschappen en ruïnes, de opgepimpte foto’s die nu op internet circuleren ook zo’n romantisch verlangen vertegenwoordigen. Romantiek is dus nooit ver weg en melancholie hoort bij het leven zoals je ook de jeugd achter je laat en je dromen van toen. Misschien kun je het leven wel beschrijven als een ui: telkens komt er een schil bij aan de buitenkant maar de binnenkant doet ook nog altijd mee. De buitenkant die je aan de wereld laat zien kan daarom wezenlijk verschillen van wat er binnen in zit. Positief wil dit zeggen dat het kind in jou mee kan en mag doen, negatief kan dit uitpakken dat je iets anders laat zien dan je werkelijk bent.
Met depressie is misschien iets dergelijks aan de hand: dat verschil tussen buiten en binnen. Krachten die je aantrekken om je te uiten, je te manifesteren in de wereld, de lat hoog, de ambitie stevig, om de wereld te veranderen, de mistoestanden aan te pakken en zelf van beslissende betekenis willen zijn. Stoot je dan met de kop tegen de muur, tegen het leven dat lastiger, meer veeleisend en zwaarder is dan je had gedacht, tegenslagen die je uit het veld slaan, en dat kan alleen maar omdat je nog niet echt geworteld bent, dan kan misschien je levensgevoel omslaan: van positief naar negatief. Ik weet niet of het zo werkt, maar ik beschrijf het omdat het deze vragen waard is. Depressie wordt beschreven als een van de grootste volksziekten op dit moment en velen slikken anti-depressiva. Er is dus iets aan de hand in onze samenleving en dat is niet alleen een kwestie van doorgeslagen romantiek, van een levensgevoel à la Werther uit Goethes roman.
Depressie zou je zo kunnen omschrijven als gevoel: ik ben niet meer te helpen, niemand kan me meer helpen. Beide uitspraken klinken absoluut en werken ook zo. Ben je daarin halsstarrig, koppig en vastberaden, dan kun je misschien ook op zoek gaan naar een oplossing, namelijk er definitief uitstappen, want alles is beter dan dit uitzichtloos lijden.
Mijn moeder heeft bijna 20 jaar gelden deze weg bewandeld. Een weg die eindigde in het water van een vijver waar zij zichzelf met alle kracht onder water heeft gehouden en stierf. Vooral deze laatste daad houdt mij nog elke dag bezig. Waar komt die kracht, die wilskracht, die koppigheid en vastberadenheid vandaan om die stap te zetten en uit te voeren. Er zit een radicalisme in deze daad die misschien het tegendeel is het de daadkracht in het idealisme: er helemaal voor willen gaan. Maar nu dan met een heel andere uitkomst. Is depressie dan omgekeerd idealisme? Teleurstelling die naar binnen slaat en die elk rationeel argument uit handen slaat omdat je ervan overtuigd bent dat je leven geen zin meer heeft en dat niets en niemand je meer kan helpen. Het meest pijnlijke vind ik dan ook de eenzaamheid die daar bij komt want dit gevoel kun je eigenlijk met niemand echt delen. En omdat je niet kunt delen ga je het ook niet proberen want de mensen om je heen zitten in een andere ‘mood’. Letterlijk op een ander spoor, een andere route, zij worden nog gedreven door een drang naar leven en jij door een drang naar dood. Ik vermoed dat Freud in zekere zin gelijk heeft als hij spreekt over ‘doodsdrift’ en ‘levensdrift’. Ze zijn beiden krachtig maar hun intentie, hun gerichtheid is tegengesteld aan elkaar.
Vanmorgen bij het opstaan dacht ik terug aan de gesprekken die ik had met medestudenten, ook over depressie en depressieve gevoelens. Ik vroeg me af waarom er vaker bij de ‘idealistische’ studies zoals culturele antropologie en biologie vaak studenten rondlopen die last hebben van depressieve klachten. Nou is dat niet aan deze studies voorbehouden maar de vraag kwam bij me boven en ik weet ook niet of het klopt. Het resultaat van dit vragen is deze tekst.
Omdat ik veel schilder en ook de verhalen van Jezus en Maria heb opgepakt om die op verschillende wijzen uit te beelden, vooral vanuit het perspectief van henzelf, een soort van verkenning, vraag ik mij af hoe de leerlingen de dood van Jezus hebben beleefd. Ze zaten in zak en as maar het verhaal doet daar eigenlijk luchtigjes over want het graf is leeg en Jezus verschijnt. En niet al te lang daarna, zeg maar 50 dagen, kort voor een rouwperiode, krijgen ze de geest. Ontvangen ze vanuit de hemel geestkracht en gaan ze er tegen aan, om de boodschap van vreugde – dat de dood niet het laatste woord heeft – en dat Jezus is opgestaan en met hem zijn leer, te verspreiden over het middellandse zeegebied.
Vanuit menselijk perspectief van rouw en verdriet wel erg snel allemaal, zou je denken. Is er dan niemand die eraan onderdoor gaat, die eraan kapot gaat? Jawel,die is er. Die is zelfs de kwade genius geworden, instrument in de handen van de satan (zo staat er) (dus ook van God, want die laat het toe)opdat Jezus gevangen zou worden genomen en veroordeeld aan het kruis. Judas is zijn naam. Een naam die daarna alle eer en alle glans heeft verloren. Maar voor sommige exegeten was Judas net de grote idealist, de man voor wie het rijk van God niet snel genoeg kon komen, een hemelbestormer. Franz Rosenzweig noemt dat soort mensen hemeltirannen. Ze willen met alle kracht en alle geweld de hemel op aarde brengen, wat het ook moge kosten. Een soort van idealisme dat we bij alle radicale en religieuze groeperingen tegenkomen. Judas liet zich leiden door deze verlangens en zijn loon was dertig zilverlingen. Na zijn verraad kwam het berouw en kreeg hij in de gaten dat zijn daad volslagen zinloos was om zijn doel te bereiken. Geen hemels leger dat Jezus kwam ontzetten, een macht die de Romeinen het land uitdreef. Einde oefening, einde levensdoel, een grote mislukking. En er staat, hij ging heen, nadat hij het geld in de tempel had gesmeten, en verhing zich. Een tragische existentie is hij genoemd, een mislukt mens. Ik noem hem een idealist die door de depressie is ingehaald en die alleen de dood nog als laatste uitweg zag.
De religieuze tradities in het Christendom doen Judas geen recht als ze hem alleen wegzetten als satans’knecht. Als instrument in handen van de boze. Of je nu wel of niet in satan, de tegenstrever gelooft, hij wordt duidelijk ten tonele gevoerd in de bijbel. Hij is een partij om rekening mee te houden, zo staat er. Voor mijn betoog maakt dit niet zoveel uit of je als lezer er wel of niet in gelooft. Kern van de zaak is dat er ook voor Judas redding moet zijn. Als Jezus van Nazareth er alleen maar is voor de goeden en de rechtvaardigen, de braven en de mensen op het rechte pad is dat een ‘Fehlentscheidung’ zou de Duitse theoloog Helmuth Gollwitzer zeggen, zo vermoed ik. In zijn boek dat ik heel lang geleden heb gelezen en dat precies hierin van betekenis voor mij is, met de titel ‘Krummes Holz, aufrechter Gang’, zegt hij dat Jezus ook voor Judas is gestorven en als dit niet zo is, is het hele Jezus project een zinloos gebeuren. Ik druk me misschien wat kras uit als ik dit beweer maar het komt erop neer dat wij een mensheid zijn waarin iedereen met iedereen verbonden is en elke daad heeft effect op al die anderen. Hoe je het wendt of keert, dat leert ook het Taoïsme, die samenhang is er en daaraan kun je niet ontsnappen. Als je depressief wordt kan dat betekenen dat je de wereld en je leven alleen nog maar kunt beleven vanuit je individuele perspectief en verlies je alle samenhang met de anderen om je heen. Maar ook dat is een ‘Fehlentscheidung’, een foute inschatting. Want als je dood bent hebben er velen verdriet, al die mensen die innig met jou verbonden zijn. Dat is bewijs genoeg hoe wij met elkaar samenhangen, bewijs genoeg voor elke religie, elk geloof, elke visie op de wereld. We dragen allemaal de gevolgen, de vruchten en de straf van de daden die we verrichten, ver weg en dichtbij. Voor vrede en gerechtigheid staat er bij de wintereik, een boom die stormen en kou kan doorstaan. Een mooie weg om te gaan met elkaar in herinnering aan hen die ons voorgingen en waarop wij mogen rusten in ons idealisme.

John Hacking
12 maart 2016

006

2 gedachten over “Idealisme en depressie

Reacties zijn gesloten.