Goede Vrijdag 2016

Goede vrijdag 2016 Studentenkerk Nijmegen

VII

Hij sleepte zijn lichaam

als het blinde spook

van zijn onmogelijke ochtend.

Opeens ontvlamde

de dag

in de onverhoedse bossen.

Hij zag de gloed,

herkende de roep.

Het lichaam hielp zijn ziel overeind,

begon te lopen.

Jose Angel Valente


Openingslied: Wij die met eigen ogen

t. H. Oosterhuis, m. Ik wil mij gaan vertroosten


Welkom

Welkom in deze viering. Welkom om met elkaar stil te staan bij lijden en sterven

van Jezus, op deze Goede Vrijdag.

Vier momenten uit dit verhaal staan vandaag centraal,

vier beelden die het verhaal illustreren.

Vier situaties die geschilderd zijn om stil te staan bij

en om de aandacht te vestigen op het lichaam van Jezus.

De pijn van zijn sterven. Een gekruisigd, gekweld lichaam.

Alle vier de afbeeldingen gaan over:

Jezus mens geworden God, lichamelijk hier op onze aarde.

Gedichten in deze viering geven daarbij een eigen accent,

ook en vooral ten aanzien van het lichaam.

De afbeeldingen zijn ook een verkenning, een aftasten van die lichamelijkheid.

Wat betekent het dat deze mens, zoon van God, wordt gekruisigd…

Wat doet zijn pijn met ons?

En wat de pijn van zijn dierbaren die op afstand toekijken?

Een vraag ook die ieder van ons op zijn eigen wijze

en misschien in zijn eigen leven kan beantwoorden en betekenis kan geven.

Pijn die misschien ook aan ons leven raakt …

Ik wens ons een goede viering toe en veel sterkte en inspiratie.

 

Wat eraan vooraf ging

Jezus wist het. Over twee dagen zou er Pasen worden gevierd, feest van het ongedesemde brood. Jezus wist het. Dan zou de mensenzoon worden overgegeven. Gegeven in de handen van zijn vijanden om te sterven aan het kruis. Zijn bloed zal vloeien, de engel van de dood zal hem niet overslaan. Zijn leven komt ten einde.

Hogepriesters en ouden van het volk beraadslagen hoe ze Jezus makkelijk kunnen vangen. Judas biedt zich aan en ontvangt 30 zilverlingen, het loon voor zijn verraad. Die nacht ligt Jezus aan met de twaalf om het feest van Pasen te vieren. Het verraad wordt aangekondigd door Jezus en Judas vertrekt. Na het zingen van de lofpsalmen gaan ze naar de Olijfberg. Jezus bidt in de tuin Getsemanee en vraagt of de drinkbeker aan hem voorbij mag gaan. Maar weet dat niet zijn wil zal geschieden. Na drie keer te hebben gebeden staat hij op. Hij maakt de leerlingen wakker.

De vijand nadert. Jezus wordt gevangen weggevoerd nadat Judas hem heeft gekust. Petrus die hem nooit zou verraden en die gezworen had met hem in de dood te gaan hoort vroeg in de ochtend de haan kraaien. Judas, spijt gekregen over zijn verraad, gooit het geld in de tempel en verhangt zich. Alle leerlingen zijn gevlucht.

Jezus wordt verhoord. Beschuldigd, verhoord, geslagen, bespot. Eerst bij de hogepriester, dan in het paleis van Pilatus. Aan het volk getoond eist dat zijn dood aan het kruis. Barabas, een rover en moordenaar wordt vrijgelaten. Na te zijn gegeseld wordt het oordeel over hem voltrokken: hij zal sterven aan het kruis.

 

Lied: Met de boom des levens

t. W. Barnard, m. I. de Sutter


Afbeelding 1 aan het kruis

Marcus 14, 21-39

Toen brachten ze hem naar buiten om hem te kruisigen. Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen.  Ze brachten hem naar Golgota, wat in onze taal ‘schedelplaats’ betekent.  Ze wilden hem met mirre vermengde wijn geven, maar hij nam die niet aan. Ze kruisigden hem en verdeelden zijn kleren onder elkaar; ze dobbelden erom wie wat zou krijgen. Het was in het derde uur na zonsopgang toen ze hem kruisigden. Het opschrift met de aanklacht tegen hem luidde: ‘De koning van de Joden’. Samen met hem kruisigden ze twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links.  De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red jezelf toch door van het kruis af te komen.’ Ook de hogepriesters en de schriftgeleerden maakten onder elkaar zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet; laat die messias, die koning van Israël, nu van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven!’ Ook de twee andere gekruisigden beschimpten hem.

Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield.  Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide stem: ‘Eloï, Eloï, lema sabachtani?’, wat in onze taal betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hoor, hij roept Elia!’ Iemand ging snel een spons halen, doordrenkte die met zure wijn, stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken, terwijl hij zei: ‘Laten we eens kijken of Elia komt om hem eraf te halen.’ Maar Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit. En het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën. Toen de centurio, die recht tegenover hem stond, hem zo zijn laatste adem zag uitblazen, zei hij: ‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.’


Lied: God mijn God, waarom hebt gij mij verlaten



Afbeelding 2 kruisafname

Het gezicht van een mens valt op de grond.

Wie zou het kunnen oprapen

en met dit gezicht

de papieren valkuilen ontlopen?

De schreeuw van een mens valt op de grond.

Wie zou hem kunnen terughalen

en via zijn code

de verdwenen talen ontcijferen?

De hoop van een mens valt op de grond.

Wie zou een ander mens kunnen maken

en de hoop opnieuw

op zijn plaats zetten?

Een in zichzelf gekeerd mens valt op de grond.

Wie zou de wereld kunnen uitwissen

om die mens omhoog te helpen?

De wereld van de mens valt op de grond.

Wie zou kunnen blijven kijken

met lege blik?

Roberto Juarroz


Meditatie

Jezus ligt op de grond, het kruis is neergehaald.

Was hij al lang dood toen ze hem van het kruis losmaakten?

Was zijn lichaam al koud en stijf of voelt hij nog warm aan?

Daar ligt hij dan, Messias, een verlosser, dood, een lijk.

Een corpus getekend door pijn en lijden, alle leven uit hem weggevloeid.

En ook voor zijn medestanders, zijn volgelingen, zijn dierbaren:

elke belofte lijkt in rook opgelost.

Zijn woorden verdampt, zijn leerlingen in verbijstering achterlatend.

De pijn van zijn sterven maakt hen monddood, slaat hen met stomheid.

De pijn van zijn lijden woedt als een vuur in hun binnenste en wordt hun pijn.

Langs de weg hadden ze hem gehangen, voorbijgangers passeren.

Typisch, die gewoonte van de Romeinen, om de openbare weg te versieren

met kruisen, met veroordeelde gekruisigden.

Velen zien hem zo hangen en drijven de spot met hem.

Geen redder in de buurt, niet van de aarde, niet uit de hemel om hem te redden

uit dit lijden. Van dit kruis. Van deze straf.

De dood komt na enkele uren.

Omdat hij al is gestikt hoeven ze zijn benen niet te breken.

Daar ligt hij dan, een god verkleed als mens.

Een centurio spreekt het uit: werkelijk deze mens was Gods Zoon.

Was. Ik zeg het met nadruk. Wat is hij nou?

Is hij op dit moment, in dit uur, meer dan enkel corpus, stoffelijk overschot?

Het lege graf van Paasochtend is hier niet aan de orde.

Niet op dit moment! Niet op dit uur!

Elke verwijzing hiernaar komt te vroeg, is nu op dit moment géén troost.

Een zo te vroeg komende verwijzing naar het lege graf

wil niet waar hebben wat zich hier voor onze ogen afspeelt:

een gruwelijke dood, een zinloze dood, een verachting van een mens,

een ontkrachting van elke hoop.

Het gezicht van een mens valt op de grond, een laatste schreeuw,

waarom heb je mij verlaten, de hoop is vervlogen.

Een belofte ongedaan gemaakt, een wereld van God blijkt onmogelijk,

breekt niet aan.

Niet nu, niet op dit moment.

De wereld van een mens, een mensenzoon, Zoon van God,

een mensenkind, valt op de grond.

Wie zou kunnen blijven kijken met lege blik?



Lied: Dodenlied: Als boten uit het niets vandaan

t. H. Oosterhuis, m. Schoon Lief


Afbeelding 3 pieta

Als we na de dood opstaan,

als ik na de dood

naar jou kom zoals ik vroeger kwam

en in mij is er iets wat jij niet herkent

omdat ik niet dezelfde ben,

wat een pijn doet sterven, weten dat ik nooit

de randen zal bereiken

van het wezen dat jij voor mij was zo diep binnen

in mijzelf,

als jij ik zou zijn en jij mij helemaal doordrong

waarom is deze grens dan zo blind,

zo rampzalig deze muur van woorden

die plotseling bevroren

nu ik je het hardst nodig heb,

ik zeg je kom en soms

kijkje me nog aan met een tederheid

alleen uit de herinnering geboren.

Wat een pijn doet sterven, naar jou komen, je kussen

wanhopig

en voelen dat de spiegel

mijn aangezicht niet weerspiegelt

noch voel jij

van wie ik zielsveel heb gehouden

mijn hunkerende onaanwezigheid.

(Elegie: fragment)

Jose Angel Valente


 

Meditatie

‘Wat een pijn doet sterven,

weten dat ik nooit de randen zal bereiken,

van het wezen dat jij voor mij was,

zo diep, binnen in mijzelf…

‘Wat een pijn doet sterven,

naar jou komen, je kussen, wanhopig…’

Piëta, com-passie, mee-lijden, passie, lijden, het lijden doorstaan.

De dode Jezus, gestorven aan het kruis,

zijn lijden is voorbij, maar zijn moeder lijdt.

Wat een pijn doet sterven…

Wij kijken toe, wij zien het, wij voelen het, misschien.

Wij lijden mee, we laten ons raken door dit lijden…

Vandaag, vanmiddag, en op andere tijden, andere dagen.

Van de week misschien na de aanslagen in Brussel,

de bedroefde verslagen gezichten…wanhopigheid, verdriet…

Met allen die lijden, om hun gestorven dierbaren, al die moeders,

vaders, broeders, zusters, kinderen in deze wereld.

Passie: lijden, pijn, tekent met bloed het kleed van de aarde,

Het tekent geesten en lichamen van mensen.

Harteloosheid, wreedheid, onverschilligheid, zijn de nagels

aan het kruis waaraan velen hangen.

Een mensengeschiedenis lang. Het is niet voorbij.

Talloos de slachtoffers die vallen – ook deze week – dichtbij en elders

in oorlogen, aanslagen, moordpartijen…

Nemen wij hen in gedachten, staan wij stil bij al dit lijden

in stilte, diep in ons hart, in ons persoonlijk gebed…

Ontsteken wij lichten bij het kruis – opdat het vuur in ons mag gloeien,

opdat wij niet onverschillig toekijken, spotten als de voorbijgangers,

achteloos onze schouders ophalen.

Ontsteken wij lichten bij het kruis om hen te gedenken die vielen,

die stierven, en hen die nu lijden, pijn lijden,

die wachten op onze barmhartigheid en koesterende armen.

Ontsteken wij lichten om ook onze eigen pijn te verlichten…

 

Lied: Ik zal in mijn huis niet wonen

t. H. Oosterhuis, m. A. Oomen

 

Lichtjes aansteken – muzikaal intermezzo


Afbeelding 4 graflegging

Marcus 15, 40-47

Van een afstand keken ook enkele vrouwen toe, onder wie Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses, en Salome. Toen hij in Galilea verbleef, waren deze vrouwen hem gevolgd en hadden ze voor hem gezorgd, net als vele andere vrouwen die met hem waren meegereisd naar Jeruzalem Toen de avond al gevallen was (het was de ‘voorbereidingsdag’, dat wil zeggen de dag voor de sabbat), kwam Josef van Arimatea, een vooraanstaand raadsheer, die zelf ook de komst van het koninkrijk van God verwachtte. Hij raapte al zijn moed bijeen en ging naar Pilatus, die hij om het lichaam van Jezus vroeg. Het bevreemdde Pilatus dat hij al dood zou zijn en hij riep de centurio bij zich, aan wie hij vroeg of Jezus al gestorven was, en toen de centurio dat bevestigd had, gaf hij het lijk aan Josef.Josef kocht een stuk linnen, haalde Jezus van het kruis en wikkelde hem in het linnen. Daarna legde hij hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang. Maria uit Magdala en Maria de moeder van Joses keken toe in welk graf hij werd gelegd.


Lied: Wait for the Lord

t. en m. Taizé


Slot – wegzending

De nacht valt – het graf wordt afgesloten.

We verlaten na het lied in stilte de kerk. U mag nablijven als u wilt….

Alvast een goede voorbereiding op Pasen….Wel thuis.


Lied: Nu valt de nacht

t. A. den Besten en J. Wit m. Mainz 1628

1. koor, 2 allen, 3 koor, 4. koor, 5 koor


 

XV

Lichaam, het verborgene,

heimelijke, bodem

van het ontkiemen,

het licht,

fijne draadjes

vloeibaar ,

merg,

meeldraden waarmee het lichaam

om zich heen de lucht

stut, gewelf,

tere vogel, eindig, weefsel

van lichamelijk licht tot het einde

het ontwaken.

Jose Angel Valente

Een gedachte over “Goede Vrijdag 2016

Reacties zijn gesloten.