Liturgie als bron voor de theologie

Liturgie als bron voor de theologie

 

Liturgie is zo oud als het leven van de gelovigen. Liturgie is een bron van inspiratie voor velen die eraan deelnemen. Maar in het hedendaags tijdsgewricht draagt de liturgie, omdat ze uitgevoerd wordt door mensen, ook soms de sporen van een soort van identiteitscrisis waarin velen vooral in West Europa lijken te verkeren. Ondanks de liturgievernieuwingen die in allerlei kerken hebben plaatsgevonden blijft het een spannende bezigheid liturgie te vieren die aansluit bij het hedendaags beleven van mensen. Maar het omgekeerde geldt ook: willen mensen zich nog conformeren aan een liturgie als ze niet direct biedt wat ze ervan verwachten.

Het is dus een dubbele beweging: proberen aan te sluiten bij het publiek en van de bezoekers verwachten dat ze ook wat moeite doen om in te stappen bij wat er gebeurt in de viering en dat dingen niet willekeurig of zomaar plaatsvinden, maar een bedoeling en een betekenis hebben.

Alex Stock, een Duitse katholieke theoloog, heeft een hedendaags theologie proberen te ontwerpen die hij poëtische dogmatiek noemt. Hij laat zich inspireren door onder andere de esthetiek van de liturgie en de christelijke verbeelding van het geloof. Anderen zijn hem hierin voorgegaan. De Joodse filosoof, een van mijn persoonlijke grote theologische inspiratiebronnen, Franz Rozenzweig ontdekte aan het begin van de 20e eeuw opnieuw de liturgie als bron voor de theologie. Zijn eigen ervaring van Jood-zijn, een soort van herontdekking maakt hij mee tijdens het bijwonen van een viering in de synagoge. Daar ontdekte hij hoezeer hij geraakt werd door zijn wortels en door de wijze waarop in de beleving van het geloof God dichterbij kon komen in zijn persoonlijk leven. Met recht mag je hier spreken van een soort van openbaringservaring. In zijn hoofdwerk de Stern der Erlösung doet hij hiervan verslag en beschrijft hij uitgebreid deze nieuwe inzichten.

In onze vieringen van de Studentenkerk hebben wij sinds de jaren zestig ons laten inspireren door de poëzie van Huub Oosterhuis. Deze dichter, theoloog heeft door zijn liederen zijn stempel gedrukt op de Nederlandstalige inhoud van de liturgie. Veel van zijn liederen zijn opgenomen in zangbundels. Zijn teksten spreken velen aan. Oosterhuis is geen dogmatisch theoloog maar zijn theologische opvattingen keren wel in de vorm van verkenningen terug in zijn gedichten. Ik ervaar zijn werk als dichter schrijver vooral als een vorm van aftasten, van voorzichtig nieuwe wegen verkennen, van, geïnspireerd op bijbelse teksten, proberen opnieuw te wortelen in deze tijd en in de traditie. Zijn werk is een vorm van herbronning. Oude bronnen opnieuw vertalen en in nieuwe woorden gieten. Dat niet iedereen hiervan gecharmeerd is neemt hij op de koop toe. Geen enkele dichter spreekt iedereen aan.

Een van zijn liederen rond de tafel verwoordt mijns inziens mooi hoe hij vieren en delen, herinneren en actualiseren van het evangelie verstaat. Dat lied begint met een uitnodiging om het hart te openen en te bidden, en een vredeswens. Het lied eindigt met dezelfde vredeswens. En met de wens om de hand te openen en het brood te nemen. De vredeswens kadert dus het geheel in.

 

Voorganger: Open uw hart en bid met mij en vrede zij met u allen.

Gij die van oudsher spreekt tot mensen in vele talen,

in zichtbare en onzienlijke dingen,

en naar ons zoekt in hemel en aarde.

 

Allen: Wij zegenen U omdat Gij eens en voorgoed gesproken hebt

in één van ons uit U geboren

voor alle eeuwen en vlees geworden

stof van de aarde: Jezus van Nazareth.

 

Iedereen wordt uitgenodigd om zijn hart te openen en te bidden. Zonder die opening van hart is er geen gebed. Geen relatie, geen liturgie, geen viering. Dat is essentieel. Als je uitnodiging niet aanneemt kan er niets plaatsvinden.

Als het gebed inzet valt op dat rechtstreeks tot God wordt gebeden – God die tot ons spreekt als vanouds, in vele talen, in veel dingen. Een God die naar ons zoekt.

Als de voorganger dit heeft neergezet, dit heeft gebeden volgt het antwoord van de gemeente. Een antwoord als zegening, als dank voor Jezus van Nazareth, stof uit stof, vlees geworden zoon van God. Wat volgt is de nadere duiding van de voorganger. Wie was hij en welke betekenis heeft hij. Hoe maatschappelijk relevant is nog voor ons, hier in deze tijd, deze wereld. Wat volgt is eigenlijk een kleine geloofsbelijdenis met eigentijdse woorden.

 

Voorganger: Die mens geweest is, alleman, Adam, in deze altijd dezelfde wereld

van bijna-mensen, tastende handen, dove oren, gewapende vrede;

die vuur en licht was, levend water, sterke wijnstok,

woord als een weg, maar werd geplunderd en uitgedoofd.

 

De gemeente geeft antwoord, vervolgt met wat vooraf ging aan zijn dood. Zijn woorden ter herinnering, ter navolging, evangelie verspreid over de hele wereld. Als een zee te worden gedronken, gegeten als brood, zaad in de grond. Een proces dat nooit af is, dat duurt en voortduurt en dat telkens opnieuw moet worden opgepakt.

 

Allen: Die heeft gezegd: “Ik ben gekomen om als een zee te worden gedronken,

om brood te worden, zaad in de grond.”

 

Voorganger: En daarom heeft hij voor vriend en vreemde,

voor goed en kwaad zichzelf ontledigd

en wist en weet ten einde raad niets te doen

dan God te zijn voor ieder mens in deze wereld.

 

Ten einde raad, zegt de dichter, wist deze mens, de Adam, deze uitgedoofde, gemartelde, gekruisigde, in deze wereld, niets anders te doen, dan God te zijn voor ieder mens in deze wereld. Dat was de inzet, dat de intentie. God zijn, met alle mislukken dat er was. Daarom antwoordt de gemeente: wij zijn het, tot wie gesproken wordt – tot wie wordt gezegd – doet aan elkaar wat ik gedaan heb. Brood, mijn lichaam voor jullie, bloed, mijn ziel voor jullie. Brood en wijn als verwijzing naar mijn leven, delen van brood en wijn om mijn leven op een nieuwe wijze voort te zetten.

 

Allen: Wij zijn die mens tot wie hij zegt:

“Dit is mijn lichaam, levend brood dit is mijn bloed, mijn ziel voor u –

doet aan elkaar wat ik gedaan heb.”

 

Dan kan de voorganger jubelend uitroepen, biddend spreken tot God met woorden van de dichter: ongekende, roepende ander, eeuwige verte….Vader geworden in deze zoon van mensen, onze vader. Deze God, deze kracht die zegenen wij.

De dichter is zich bewust dat ons geloof niet absoluut, niet onwankelbaar is. Het is tastend, zoekend, soms vol twijfels. Maar in het brood ontvangen wij ons eigen leven van lief en leef, ons leven verbonden met de zoon, de naam van God.

Betekenissen rollen over elkaar heen en versterken elkaar, vullen elkaar aan en duiden elkaar.

 

Voorganger: Gij ongekende, roepende ander, eeuwige verte,

Gij die in deze zoon van mensen onze Vader geworden zijt,

wij zegenen U, wij bewonderen U

en in dit brood op onze handen, ontvangen wij in tastend geloof

uw naam, uw zoon, ons eigen leven van lief en leed.

 

De gemeente kan niet anders dan vragen om begrip, hopen en bidden dat het binnen mag komen wat hier voor onze ogen plaatsvindt in breken en delen. Zingend achter de woorden, dat de Geest mag werken, inspireren, tot inzicht mag leiden. Maar ook in een groot gebaar mag leiden tot wat wij ten diepste hopen, ondanks vrees, ondanks aarzeling en weerstand, dat wij ooit oog in oog staan mogen met God.

Dat God ons deelgenoot maakt van zijn wezen, dat wij worden verlost. Dat niets meer overblijft dan zien en zwijgen en eeuwig zijn. Meer woorden heeft de dichter niet om dit eindvisioen te beschrijven. Maar het is voldoende.

 

Allen: Doe ons verstaan in dit klein teken,

in deze ruimte, luisterend, zingend achter de woorden,

dat het ooit waarheid worden zal wat wij van U verwachten in hoop en vrees:

dat wij ooit zullen spreken met U van mens tot mens,

tot niets meer overblijft dan zien en zwijgen en eeuwig zijn.

 

Voorganger: Open uw hand en neem dit brood en vrede zij met u allen.

 

Zo is het gebed, de strekking rond. Gezegd is wat gezegd moest worden. Niets hangt meer in de lucht rond de tekens die hier centraal staan. Brood en wijn hebben hun verankering gekregen in de herinnering aan de zoon en aan het feit dat wij zijn lichaam zijn en dit brood en wijn delen met elkaar zoals hij heeft gedaan.

Het is een lied, een gebed, om mee te nemen naar huis. Om te overdenken en vooral om binnen te laten komen. Laat de aarzeling, laat de onzekerheid die eruit spreekt maar zijn werk doen. Laat de jubeltoon en de zegening maar klinken naast de voorzichtige verkenning. Hoop en vrees spreken beiden uit dit lied. Onze maatschappij klinkt erin door. Uiteindelijk is liturgie niet functioneel in de zin dat een doel moet worden bereikt. Als er al iets wordt bereikt vindt dat buiten ons plaats, buiten onze inzet en onze acties. Inspiratie laat zich niet afdwingen, net zo min als geloof en geloven. Daarom eindig ik met de woorden die ook op de site van Alex Stock staan afgebeeld, een gedicht van Hölderlin die in Duitsland velen heeft geïnspireerd.

 

Die Linien des Lebens sind verschieden.
Wie Wege sind und wie der Berge Grenzen.
Was hier wir sind, kann dort ein Gott ergänzen.
Mit Harmonien und ewigem Lohn und Frieden.
Friedrich Hölderlin

 

De lijnen van het leven zijn verschillend

Zoals wegen zijn en grenzen aan de bergen.

Wat wij zijn, kan daar een god vervullen.

Met harmonieën en eeuwig loon en vrede.

 

John Hacking

27 oktober 2016

 

l1220349