Stemming en gestemd zijn

Stemming en gestemd zijn, beiden zijn de atmosfeer die mijn werk kleuren als landschapschilder. Ze kleuren niet alleen, maar geven richting. Ze hebben hun aandeel in de vorm, in de beweging en in de uitdrukking. En ze geven richting aan de keuze voor het materiaal en de kleur. Ik maak dus niet iets dat in mij opkomt om te maken. Ik schilder dus niet vanuit een vooropgezet plan of idee. Ik laat mijn hand zelf de streken zetten en zie wat ontstaat. Omdat mijn thema het landschap is laat ik mij inspireren door het landschap. Dat is telkens anders, nooit hetzelfde. In de Chinese en Japanse landschapschilderkunst is de stemming het thema dat de uitwerking van het beeld bepaalt. De mist in de ochtend, de avondlucht, de berg omgeven door sneeuw, door regen, wolken, het roept een gevoel op, een atmosferisch gevoel. Atmosferisch wil hier zeggen dat je door dit geheel van gevoelens wordt bepaald, gekleurd, gestemd. Het doet iets met je en je verandert. Melancholie, droefheid of een zekere bedruktheid zijn voorbeelden. Maar ook ochtendstemming, de zinderende kleurenpracht van een korenveld (van Gogh), ruisende bomen in de wind, briesende golven op de kust (Monet), het kalme licht dat van de berg afstroomt (Cezanne), en zo zijn er nog tal van voorbeelden op te noemen waarin het landschap, verbeeld in het schilderij, een stemming uitdrukt die je als deel van het landschap (omdat je erin staat) overneemt. Deze dimensie van ervaren van gevoelens overstijgt het schema dat we gewend zijn toe te passen in de psychologie, waarin gevoelens te weinig vanuit de atmosferische dimensie worden bekeken. Een gevoel is niet iets wat je hebt, maar iets dat je overkomt. Een gevoel kleurt je leven en je lichamelijk zelfverstaan. Zoals in het Duits een onderscheid wordt gemaakt tussen “Leib” en “Körper”, lijf en lichaam, zo horen gevoelens vooral bij het lijf, het “Leib” en niet bij het lichaam als “Körper”. Het lijf, nog gebruikt in begrippen als lijfeigenen, met lijf en leden, inlijven, of zoals in het Duits met “mit Leib und Seele” (niet “Körper und Seele), stamt oorspronkelijk af van een begrip dat leven betekent. Lijf, “Leib”, leven, mijn levensweg is een weg waarin wel grenzen zijn, namelijk begin en einde, maar die grenzen kunnen niet driedimensionaal worden uitgedrukt zoals een lichaam, een “Körper” een concrete driedimensionale ruimte inneemt. Het lichaam is materieel, is hier en nu aan te wijzen, vast te leggen op een plaats omdat het concrete meetbare ruimte inneemt. Het lijf heeft wel dat lichaam nodig, veronderstelt het, maar het is breder, zonder vlakken, zonder huid die de grens vormt van het lichaam. Het lijf kan wel volumes ervaren maar dan zonder afgrenzing, zonder beperkingen. Deze volumes zijn ondeelbaar en uit gedeind. Denk aan de longen vol lucht en het gevoel dat ontstaat bij concentratie op de ademhaling in de meditatie. Denk ook aan de ervaring van opgenomen zijn in een landschap of in een beweging (in een voertuig, op een paard, fiets, etc.) Samenvallen met die beweging waardoor er geen onderscheid meer is en je jezelf niet meer bewust bent van je lichaam: idemiteit genoemd – je valt samen met je fiets bv.
Daarnaast kent het lijf een absolute plaatselijkheid: een ervaring van identificatie waarmee het zich onderscheidt van de wijdte waarin het zich bevindt, zoals de toeschouwer op een berg die uitkijkt over het landschap. Dat laatste onafhankelijk van afstanden en de werkelijke plaats die je inneemt in een meetbaar landschap met coordinaten. Denk aan de wandelaar op het schilderij van Casper David Friedrich, op de rug gezien. Deze kijkt uit over wolken, mistpartijen vanaf zijn hoge positie in de bergen. We kijken met hem mee en vergeten dat wij een lichaam hebben. We zijn deel van het geheel en die ervaring, die sensatie en die gevoelens die ons overspoelen zijn atmosferisch. De atmosfeer (dat is niet de gemeten regenbui of windvlaag in dit geval) kleurt onze stemming en bepaalt ons gevoel. De filosoof Hermann Schmitz heeft deze ervaringen beschrijven in een nieuwe fenomenologie waarin de gevoelens een plek krijgen die ze in het andere filosofische discours nauwelijks hebben gekregen omdat de ratio daar als belangrijkste criteria gold. In de Chinese en Japanse schilderkunst wist men dit al lang en zijn zetten hierop in. Daarom blijven zij mij inspireren omdat ze aan iets wezenlijks raken van onze existentie in deze wereld die met onze ratio niet kan worden gevat.

John Hacking
2 november 2016 – dag van de doden