Levensles

 

Toen mijn vader stierf (op 15 december 2017) had hij een pyama aan met deze tekst op zijn borst: “The great unknown”. Toepasselijker kon het eigenlijk niet. Want wat is dood en vooral wat is er na je dood? Is er een ruimte, is er een plek en is er een tijd om in te verblijven? We weten het niet. Degenen die het wel denken te weten kunnen het niet bewijzen want niemand keerde ooit terug uit de dood om te getuigen over wat er daarna is gebeurd. Religieuze visioenen blijven toch op de een of andere wijze steeds visioenen. Ze vinden plaats aan deze zijde van de grens van de dood. Ze hebben alleen overtuigingskracht voor hen die heel graag zouden geloven dat de dood niet het einde is van het bestaan. Maar de dood maakt definitief een einde aan het menselijk bestaan in het lichaam dat je hebt bewoond. Het lichaam is morsdood. Mijn vader was toen de dood hem had aangeraakt, bijna een ander geworden. Ander en anders omdat er geen teken van leven meer uit hem kwam. Hij deed mij denken aan een van de vele dodenmaskers die in de middeleeuwen gemaakt werden van kloosterlingen. Een star gezicht, de mond open, en ook het zijaanzicht was duidelijk een gelaat van een overleden man. Daarvoor nog levend, ademend, al ging dat zwaar en onregelmatig, en nu opeens stil, muisstil, doodstil.
Wat heeft dit lichaam bewoond? Waardoor was dit lichaam een levend lichaam? Wat was dit innerlijke licht, die innerlijke kracht die dit lichaam deed bewegen en deed leven? Ook dat is in nevelen gehuld. Ik vind het beeld van de ziel mooi. Nu hij is overleden is zijn lichaam zielloos. Dat drukt goed uit hoe ik dat heb ervaren.
Mijn vader had tot zijn laatste adem een horloge om zijn pols. Dat was het jaar in het verzorgingstehuis zijn houvast. Dan kon hij zien hoe laat het was en welk moment van de dag het was. Ook al was hij dat na een paar minuten alweer vergeten door de Alzheimer waarmee hij werd geplaagd. Door het telkens vergeten waar hij was en waarom hij daar was raakte hij gedesorienteerd. Dat maakte hem onzeker en vaak ook kwaad omdat hij geen zin had in de handelingen van de verpleging. Toen hij nog thuis woonde was hij vergeten dat hij hier al 57 jaar woonde. Nu hij in het verpleegtehuis zat (hij kwam daar 30 december 2017) dacht hij vaak dat hij thuis in bed lag. Zo reageerde hij ook. “Waarom opstaan? Waarom de hele dag in de stoel zitten in de woonkamer, wat had dat nog voor zin”, zo zei hij vaak. Zo liepen de laatste maanden van zijn leven ten einde. Hij weigerde te eten en later ook te drinken, toen hij, zo denk ik, eenmaal had besloten dat het voor hem niet meer hoefde. Een val uit bed en een eerst verwaarloosde pijnlijke arm hebben dit proces versneld.
The great unknown en het horloge, twee symbolen, twee tekens die tegenover elkaar staan, het onbekende en het tijdelijk houvast. Misschien is dat wel tekend voor een mensenleven. We zoeken houvast, een vaste bodem om op te staan maar uiteindelijk moeten we ook dit loslaten en geven wij ons over aan het grote onbekende, de dood. Ik heb de dood wel eens beschreven als een ‘deur’ waar je doorheen gaat, het leven uit. Daarna valt hij weer terug in het slot en wij de achterblijvers, kunnen er niet achter kijken.
De dood van mijn vader had niks gruwelijks, niks vreeswekkend. Hij kwam voor hem als een oplossing, een verlossing. Ook voor ons geeft dat idee troost. Zijn lijdensweg is afgelegd en voorgoed voorbij. We zullen hem zeker missen en alles voel vreemd, onwerkelijk ook, te moeten beseffen dat hij er nooit meer zal zijn.
Wij hebben in het proces van afscheid nemen alle stadia afgelegd. We mochten en konden erbij zijn. Alleen zijn sterven hebben wij niet meegemaakt. Dat gebeurde na de verzorging die ochtend en 15 minuten later begaf zijn hart het. Daarna zaten wij aan zijn bed. Keken naar hem en raakten vertrouwd met zijn aangezicht, zijn dodenmasker. Na wat heen en weer gebeld te hebben hadden wij een uitvaartondernemer gevonden die ons aansprak. We werden niet teleurgesteld. Samen hebben we besproken wat de volgende stappen zouden zijn. Of we getuige wilden zijn bij het afleggen en eventueel meehelpen. Dat was de eerste keer dat ik zo gedetailleerd heb meegemaakt hoe dit afleggen gaat. Dat waren intieme momenten, kostbaar ook. Niet in het minst omdat ik toen het hoofd van mijn vader voor het eerst in mijn handen heb gehouden. Om hem aan te kleden en te kunnen draaien moesten we hem vasthouden. Ik vond dat een pieta-ervaring. Zo stel ik me ook voor hoe Maria haar zoon Jezus in handen hield. Ik zal dit nooit vergeten zolang ik leef.
Toen mijn vader lag opgebaard, thuis in zijn huis, in de voorkamer, met het gezicht naar de tuin, waar de appelboom stond, waar hij zo trots op was geweest, begon hij meer en meer te lijken op de dagen voor zijn dood. Zijn zachte gelaatstrekken kwamen terug en het beeld van het dodenmasker was verdwenen.
We hebben vijf dagen voor zijn dood zijn hoofd gezalfd met olie. Ook dat was kostbaar en eigenlijk was dit het echte afscheid van hem omdat hij ons toen aandachtig aankeek. Daarna ging dat niet meer en was hij grotendeels afwezig. Al deze stappen in het afscheid, al deze kostbare momenten zijn voor mij een levensles. Ze maken me bewust van het feit hoe sterfelijk we zijn. En hoe dankbaar we mogen zijn voor wat we van hem hebben mogen ontvangen. De ervaring van het sterven, het afscheid, de dood die zo ons leven binnenvalt en een dierbare weghaalt, het zijn allemaal momenten die je bewust kunnen maken van de kwaliteit van dit leven: namelijk van datgene wat er werkelijk toe doet. In je relaties, in je werk, in alles wat je onderneemt, wilt en verlangt. Liefde in een blik, een woord, een aai over het hoofd, daarmee is veel gezegd en zij zijn oneindig belangrijk omdat hier jouw gevoel spreekt. Dat kan door niets anders worden vervangen.
Ik kijk met ontroering en met dankbaarheid terug.

John Hacking
7 januari 2018

 

great unknown

2 gedachten over “Levensles

Reacties zijn gesloten.