Droom van God *

 

Volken der aarde,
verwoest niet het heelal van de woorden,
snijd niet in stukken met de messen van de haat
de klank, die met de adem tegelijk geboren werd.

Volken der aarde,
dat niet een dood bedoelt, als hij leven zegt –
en niet een bloed, als hij wieg uitspreekt –

 

Deze woorden schreef Nelly Sachs, nobelprijswinnaar uit 1966. Gegrepen door het leed dat haar volk, het Joodse, was aangedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog schrijft ze gedichten die de vernietiging en de dood tot thema hebben. De vraag naar een afwezige/aanwezige God trilt mee in deze woorden. Een soort van refrein, te horen voor de goede verstaander die vertrouwd is met de symboliek en de bijbelse achtergrond, dat nooit echt helemaal ontbreekt. Begrippen als aarde en hemel, licht, donker, liefde, haat, de omschrijvingen van de nacht en de dag, vuur, water, woestijn, zand, berg, wolken, zij allen dragen op de een of andere manier de sporen van het goddelijke. Een sacrale werkelijkheid die de aardse werkelijkheid omgeeft en doordesemt. Als je niet gelovig bent en als je géén gevoel hebt voor deze sacraliteit, als je níet de symboliek en de religieuze verhalen kent, ‘zie je niks, hoor je niks en weet je niks’. Dan ontgaat je waarschijnlijk de innerlijke dynamiek van het sacrale en de vragen van een mens in nood die aan God worden gericht. Je staat dan aan de buitenkant en kijkt er naar. Maar komt het ook binnen, kan het dan ook binnenkomen? Word je hart geraakt, kun en durf je jezelf te laten raken door deze (soms verborgen religieuze) taal?

In onze wereld van de alternatieve feiten, waar sommige presidenten de ene leugen na de andere verspreiden als hun persoonlijke waarheid en waar politici in het spoor van deze leugenprofeten een slaatje hieruit proberen te slaan door dezelfde wegen te bewandelen, wordt waar waarvoor Nelly Sachs in haar gedicht boven waarschuwt.

Völker der Erde
zerstöret nicht das Weltall der Worte,
zerschneidet nicht mit den Messern des Hasses
den Laut, der mit dem Atem zugleich geboren wurde.

Völker der Erde,
O dass nicht Einer Tod meine, wenn er Leben sagt –
und nicht Einer Blut, wenn er Wiege spricht –

Waar (wordt), waarvoor zij waarschuwt. Ik herhaal deze zin om dat drie keer het woord waar naar voren komt: waar hier als waarheid, waarheid als waarde. Maar waar niet als koopwaar voor de hoogste bieder. Verkiezingen zou je een vorm van winst voor de hoogste bieder kunnen noemen: hij of zij die de meeste stemmen verzamelt om gekozen te worden heeft het ‘beste aanbod’ dat wordt beloond. Zo lijkt het vanaf de buitenkant. Dat noemen we democratie, het volk heeft gesproken, het volk heeft gekozen.
Maar wat is de inzet, waarom wordt hij of zij gekozen? Omdat er waar wordt aangeboden, omdat er waardes worden verkondigd die anderen willen onderschrijven en waarvan ze hopen dat het hen iets brengt. Waardes, als hun vorm van waarheid, een waarheid die aansluit bij hun wereldbeeld. Waar die voorspoed brengen zal, een einde aan de ervaren misère etc. etc. De hoogste bieder heeft dan misschien het meest aantrekkelijke verhaal want hij of zij verzamelt de meeste stemmen. Waarom is dat verhaal aantrekkelijk? Omdat het gouden bergen belooft? Misschien te mooi om waar te kunnen worden? Maar als…etc.
Of omdat het verhaal van de tegenstander misschien minder aantrekkelijk is, want er kleven meer nadelen aan. Of omdat de tegenstander gehaat wordt of veracht.
Vaak is het zo dat om de winst te behalen alles is geoorloofd want het doel heiligt de middelen. Om politieke macht te verkrijgen wordt de taal van de leugen verkocht als waarheid, als feit. Wordt digitale middelen ingezet om anderen te verleiden, te lokken, te bedriegen met valse waarheiden, met fictieve feiten, met verdachtmakingen en suggestieve insinuaties. De laatste Amerikaanse verkiezingen zijn hier een goed voorbeeld van.
Politieke macht staat niet op zichzelf, politieke macht zeker in de VS, maar ook in China en Rusland (en waar ter wereld niet?) is gelijk aan economische macht en zeggenschap over belastingen, inkomsten, banen en alles wat daarmee samenhangt. Het is een geheel van waar, koopwaar als ‘verkiezingswaar’, een vorm van bezit waar alles om draait. Om dit naakte feit te verhullen wordt deze waar verpakt in nationalistische, ideologische en zonodig christelijke symbolen en waardepatronen.
Maar, zo vermoed ik, als ‘het volk’ (lees: de bedrogen kiezers) echt in de gaten krijgt dat ze met een kluitje in het riet worden gestuurd, dat zij die het dichtst bij het vuur zitten zich het beste warmen, terwijl alle anderen in de kou blijven staan, dan kan het wel eens snel afgelopen zijn met deze kleptocratische politici. Maar zolang zij de loze praatjes blijven geloven en deze ‘vorm van waarheid’ verkiezen boven wat er echt toe doet en wat er echt speelt in een mensenleven – o blindheid – o domheid – o kortzichtigheid – krijgen ze wat ze verdienen: brood en spelen, en vooral veel lucht, ijdelheid der ijdelheden, met een president als kers op de taart. De rijken rijker, de armen armer en dat niet alleen in Amerika maar ook in Europa. Dat is de trend. Effect van toenemende mogelijkheden en macht van de machtigen. Zij zorgen het beste voor zichzelf, de rest kan het doen met de kruimels.

De tragiek is nu dat wij allemaal gebruik maken van dezelfde taal, dezelfde woorden, dezelfde begrippen. Hoe en wanneer weten we als iemand spreekt of het waarheid is of een vorm van (koop)waar? Waar, om ons te lokken, om ons over de streep te halen om hem of haar politiek te steunen? In onze postmoderne samenleving is het al langer mode geworden om elke vorm van absolute waarheid te ontmaskeren. Vooral dan de claim op absolute waarheid want het is de vraag wanneer een waarheid absoluut is. Bestaat die wel? (Typisch ook een vraag vanuit het postmoderne levensgevoel).
Maar kan de waarheid worden ontmaskerd? Hoe naakt is de waarheid zelf? Is er nog een naaktere waarheid dan de naakte waarheid?
Alle aangekleedde waarheden, alle verhulde waarheden, alle schijnwaarheden kunnen worden ontmaskerd. De maskerade kan worden blootgelegd en de spreker aan de schandpaal genageld. Maar als dat laatste er ook al niet meer toe doet – als schade en schande van de spreker afgleiden als water op een aal, dan wordt het lastig om nog een oordeel te vellen over de waarheid. Alles komt dan aan het rollen…In die samenleving zitten we nu. Het houvast lijkt verder weg dan ooit. Een man een man, een woord een woord, geldt dat nog?

In de orale tradities vertrouwde men op de waarheid uit de verhalen van de verteller. Het waarheidsgehalte ervan, ook al betrof het mythes, gezangen en gedichten, structureerde het geestesleven van de toehoorders. Zij hadden zo een houvast om de wereld te verstaan.
We leven nu al een paar duizend jaar ook in de wereld van het geschreven woord. Religieuze geschriften hebben gezag omdat ze op schrift zijn gezet en omdat wij al eeuwen lang de teksten lezen en bestuderen en ons erdoor laten gezeggen. Ze hebben voor ons een waarheidsgehalte, ze spreken een soort van waarheid waarmee we ons leven inrichten, ons gedrag kleuren en ons handelen vormgeven.
Deze wereld is inmiddels ook de wereld van het beeld. Een overmacht aan beelden overspoelt ons elke dag. Hoe verhouden zich woord en beeld tot elkaar? Lopen we het gevaar dat het geschreven woord degeneert? Het gesproken woord heeft altijd al het risico gelopen om misbruikt te worden, idem het geschreven woord. Maar hoe zit het met het beeld? De meerduidigheid ervan geeft niet zomaar waarheid prijs die voor iedereen hetzelfde is. De inzet van beelden om waarheid te verhullen is bekend. Woord en beeld zijn beiden kwetsbaar voor misbruik.
Toch moeten we het ermee doen.
Nelly Sachs schrijft in een van haar gedichten (uit de cyclus ‘Gebeden voor de dode bruidegom’) over haar geliefde die dood is. In de beschreven pupillen van de geliefde springt de goddelijke kracht naar buiten als goddelijk onweer dat is weggetrokken, pupillen vol van honing van Godsnachten, vol met vuur van de Sinaï waar God tot Mozes en het volk sprak, in woord en vuur! Die ogen zijn nu uitgedoofd. Hoeveel mijlen vol pijn en ontbering zijn er gegaan naar Hem toe, God? Wat is ervoor terug gekregen? Wat hebben wij mogen ontvangen van God? Nelly Sachs schrijft dat de kracht van het voorzien, de zienerkracht uit de ogen is weggevallen in de gouden verrassingen van de Heer, waarvan we slechts de dromen weten.

 

Ich sah, dass er sah.
Jehuda Zwi

 

DEINE AUGEN, o du mein Geliebter,
Waren die Augen der Hindin,
Mit der Pupillen langen Regenbögen
Wie nach fortgezogenen Gottgewittern –
Bienenhaft hatten die Jahrtausende
Den Honig der Gottesnächte darin gesammelt,
Der Sinaifeuer letzte Funken –
O ihr durchsichtigen Türen
Zu den inneren Reichen,
Über denen soviel Wüstensand liegt,
Soviel Qualenmeilen zu o Ihm gehen –
O ihr erloschenen Augen,
Deren Seherkraft nun hinausgefallen ist
In die goldenen Überraschungen des Herrn,
Von denen wir nur die Träume wissen.

Nelly Sachs

 

Slechts de dromen, daarvan weten we, die nemen wij tot ons als wij lezen in de schriften over God. Deze interpretatie van de bijbel als neergeschreven droom van God, een serie gouden verrassingen waarmee wij in ons leven worden geconfronteerd, vind ik een mooie metafoor. Een waarheid die metaforisch rust in de werkelijkheid van alledag waarin het lijden en de liefde beiden de hoofdrol spelen.
Het gedicht is geen statement, het is geen argument, het geeft geen godsbewijs en het maakt ook geen aanspraak op algemeen geldige waarheid. Het vormt geen onderdeel van een politiek discours om de macht, geen woord eruit doet denken aan een verkiezingsstrijd. En toch bevat het meer waarheid dan alle toespraken van de huidige Amerikaanse president bij elkaar en de politici die hem ondersteunen en lof toezwaaien. Waarom? Omdat het verankerd is in het leven, in de dingen die ertoe doen: het verlies van de geliefde, de dood van de bruidegom, de trouw die deze relatie draagt, zelfs tot over de grenzen van de dood heen. Het zijn woorden uit vuur. Dabar, woord en daad vallen samen – dat betekent het Hebreeuwse begrip Dabar – dat wordt ingezet als God spreekt. Een president, een vat vol holle klanken, ijdel getoeter, verongelijkt gezwets. Een kleine krachtige vrouw, een baken in de woeste zee van de taal, ook voor ons. Door wie wil jij je bij de hand laten nemen, wiens waar(heid) mag je leiden?

John Hacking
13 januari 2018

 

bron: Sachs, Nelly, Gedichte, Zürich 1966, (Coron Verlag) p. 36 en 72

 

2015 schedels