“Barbaren”

Friedrich Schiller, de Duitse schrijver, vraagt in 1795, hoe het kan dat – na alle “Aufklärung” – ‘Verlichting’ – wij nog steeds barbaren zijn. Een vraag die Schiller, zo Thomas Hettche, die hem citeert, stelt in zijn werk: “Über die ästhetische Erziehung des Menschen (…).” En Hettche vervolgt, Schiller citerend: “Das Zeitalter ist aufgeklärt, heisst es dort, das heisst die Kenntnisse sind gefunden und öffentlich preisgegeben, welche hinreichen würden, wenigstens unsre praktischen Grundsätze zu berichtigen. Der Geist der freien Untersuchung hat die Wahnbegriffe zerstreut, welche lange Zeit den Zugang zu der Wahrheit verwehrten, und den Grund unterwühlt, auf welchem Fanatismus und Betrug ihren Thron erbauten. Die Vernunft hat sich von den Täuschungen der Sinne und von einer betrügerischen Sophistik gereinigt. So resümiert Schiller durchaus stolz die Leistungen seiner Epoche, um dann aber zu fragen: woran liegt es, dass wir noch immer Barbaren sind?” (pag. 39)

Kortom ondanks de Verlichting, de schijnbare overwinning van het verstand op het ‘onverstand’, de domheid en het bijgeloof, is de barbarij niet verdwenen. Dat blijkt telkens weer ook uit de oorlogen die worden gevoerd en de gruwelijkheden die daarbij plaatsvinden. Tot op de dag van vandaag is beschaving slechts een dun laagje dat onder bijzondere omstandigheden vaak snel loslaat. Tevoorschijn komt een mens en komt menselijk gedrag dat vaak met geen pen te beschrijven is omdat het alle beschrijvingen tart. Bedenken bijvoorbeeld dat je een heel volk als het Joodse, wilt uitroeien inclusief anderen die daarbij horen zoals zigeuners, Oost-Europeanen, homosexuelen, en alle andere vijanden van de staat, in concentratiekampen, getuigt van een vorm van barbarij die eigelijk nauwelijks voorstelbaar is. Ware het niet dat het daadwerkelijk zo heeft plaatsgevonden.

Ook de Duitse filosoof Peter Straser breekt zich hierover het hoofd en vraagt zich af hoe dit kan en hoe dit ontiegelijke kwaad de harten en geesten van mensen kan beheersen dat ze tot dergelijke daden in staat zijn. Strasser die nadenkt over de werkelijkheid van Europa en het begrip ‘Avondland’, gebruikt het beeld van de strijd van de titanen die onder het juk van de goden vandaan komen om opnieuw hun verschrikkelijke macht en drang tot destructie tot uitvoer te brengen. Na de beide wereldoorologen lijkt het nu weer alsof de periode van bezinning voorbij is en dat nieuwe/oude krachten zich opnieuw roeren: “Wij zijn het volk, wij willen bepalen wat er met en in Europa, het Avondland gebeurt, wie welkom is en wie buiten moeten blijven.” Strasser legt een verband met de tijd voor Wereldoorlog Twee als hij schrijft:

“Ein Volk, ein Reich, ein Führer!” Das war Titanismus als Massenkult, unterstützt von den Riesenmaschinen, die der Zeit entsprachen. Jünger sprach vom Kult des “Arbeiters”, heute treten uns nicht mehr glühende Stahlöfen, Dampfhämmer und eine gigantische Kriegsproduktion vors innere Auge, sondern die elektronische Hightech-Welt, in deren Hinter- und Untergrund freilich die Silos mit den Atombomben und chemischen Waffen darauf warten, endlich entsiegelt zu werden, am das Inferno über die Welt zu bringen.” Dubieuze krachten zijn nu aan het werk: Het zijn mensen die de straat op gaan en die de macht eisen voor het volk, (wie dat dan ook moge zijn, het is altijd een groep die anderen uitsluit, die in hun ogen niet bij het volk horen). Die krachten manifesteren zich o.a. in gewelduitbarstingen tegen vluchtelingen en het in brand steken van huizen van asielzoekers. Een vorm van barbarij die haaks staat op de christelijke opdracht om de vreemdeling te ondersteunen en op te vangen.

Kan die christelijke en bijbelse boodschap nog een halt bieden aan dergelijk geweld? Durven we nog aan onze opdracht als christenen vast te houden om de vreemdeling een thuis te bieden? Naastenliefde laten gelden boven de mentaliteit van ‘ik eerst en boven alles’? Strasser schrijft en hij is niet erg mild in zijn oordeel:  

“Die neuen Herren (darunter viele weibliche Gestalten), die sich ins Zentrum der Macht schieben, indem sie erfolgreich behaupten, die Vox populi hörbar und bald auch spürbar zu machen, sind, äusserlich oft unansehnlich, ihrem Auftrag nach “titanische” Gestalten: Sie befeuern das dämonische Urwesen, das in jedem Kollektiv schlummert, sie öffnen den Keller der Instinkte, welche zur Opferbereitschaft und zur Mordlust drängen: zur Lust daran, den Himmel auf die Erde herabzuholen, indem alles, was dem eigenen grössenwahnsinnigen Trachten, der eigenen Gier zur Selbstvergottung entgegensteht, ausgelöscht wird.”

Strasser herkent in de woede van die agressieve demonstranten, hun a-tolerante gedrag tegenover andersdenkenen, asielzoekers, vluchtelingen, mensen die afwijken van de de norm die de demonstranten opeisen als de enige ware, namelijk bevestigd hun eigen oordelen en vooroordelen, een vorm van barbarij die opnieuw aan het licht komt nadat we de tijd van de nazi’s in Duitsland achter ons hebben gelaten. Moderne media en technieken laten zien hoe hard deze groepen kunnen schreeuwen en hoeveel onheil ze willen en kunnen aanrichten als je hen hun gang laat gaan. Badinerend erover praten, of roepen dat het zo’n vaart niet loopt, is gevaarlijk want daardoor worden ze onderschat en kunnen ze hun woede blijven botvieren.En dat niet alleen, ze leggen ook de samenleving plat en blokeren de democratische krachten die in onze samenleving werkzaam zijn. Strasser schrijft:

“Wesentlich an den titanischen Epochen ist ihr grundlegender Amoralismus und eine “Wut”, die sich gegen alles richtet, was man nicht selbst ist. Zu lange musste man im Dunkeln ausharren, als Teil des tellurischen Heeres der Verfemten, während an der Oberfläche die Schalmeienklänge einer sogenannten “Menschlichkeit” und ihrer “ Rechtskultur” dafür sorgten, dass sich am Schluss jedwede absolute Autorität, allen voran die der Götter und des Gottes, in ein hässliches Gezänk auflöste – Ausdruck dafür, dass die vitalen Krafte des Lebens blockiert und zersetzt worden waren.”

Wat is dat voor een angst die velen in hun greep dreigt te krijgen en te houden zodat ze alle middelen willen inzetten om vluchtelingen te weren en de muren rond Europa hoger dan ooit te bouwen? Vergezeld dan van de tirades van volksophitsers die de ondergang van Europa voorspellen als we onze grenzen open blijven houden? Populisten die niets beter weten te melden dan dat de ondergang aanstaande is, dat de Islam de grootste bedreiging is en dat alleen onverdraagzaamheid en zelfverdediging de enige wapens zijn tegen dit ‘gevaar’ van buiten. Strasser beschrijft die angst alsvolgt, een angst die zelfs over lijken gaat en die aanzet om de meest drastische maatregelen goed te keuren:

“Eine urmächtige Angst, uns im Kampf ums Überleben nicht gegen die heranströmenden Massen der Elenden durchsetzen zu können, macht sich in unseren Herzen breit. Während auf den Meeren, zusammengepfercht in schwankenden Booten, die der Last nicht standhalten, Tausende und Abertausende ertrinken, Männer, Frauen, Kinder, tönen bei uns, die wir auf dem Trockenen sitzen und hinausschauen auf die Todesstätten, die Propheten des Untergangs immer schriller: Jawohl, wir werden untergehen, als Volk, als Staat, als Kultur, falls wir nicht jene untergehen lassen, die auf der Flucht sind. Nein, nicht untergehen lassen (wir bleiben vorerst sprachlich noch “human”), aber wegdrängen, abschieben, in meerumzäunten Konzentrationslagern bündeln, und zwar rasch und umfassend …”

Wie had gedacht dat 60-70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog weer dergelijke geluiden op straat en in de sociale media te horen zouden zijn? Oproepen tot vernietiging, oproepen tot opsluiting en deportatie van ongewenste vreemdelingen. Strasser schrijft dat het lijkt alsof we ons opeens in een van de meest zwarte scenario’s van science fiction bevinden waarbij geopolitieke overtuigingen en opvattingen bepalen hoe wij tegen anderen aankijken en hoe de wereld er in onze ogen uit moet gaan zien, opdat we veilig ons gewone leventje kunnen voortzetten, niet bedreigd door allerlei mensen van buiten. De anderen, de vreemdelingen worden tot demonen verketterd, ze zijn het gevaar voor onze samenleving, zo lijkt het en zo worden ze neergezet. Barbarij in volle glorie, alleen hebben we het niet in de gaten en verklaren we de ander, de ongewenste vreemdeling tot barbaar die ons beschaving bedreigt. Maar we zijn het zelf die getuigen van barbarij.

Strasser legt ook een verband met de aangekondigde eindtijd door dwaallichten zoals in mijn ogen de Heer Bannon in de VS en andere aanhangers van de Alt-Right-beweging, waar ook in Nederland meneer Baudet mee pronkt, meneer Wilders en veel anderen die niet veel op hebben met andersdenkenden, met humanisme en met democratie in de ware zin van het woord, namelijk dat iedereen een stem in het kapittel heeft en dat de vreemdeling net zo goed meedoet als de niet-vreemdeling.

Eindtijd verkondiging en de militaire aanpak van het probleem hangen samen volgens Strasser, dat wil zeggen, er komt een oorlog op wereldschaal, een totale eindafrekening, een fenomeen waar ook de aanhangers van de militante Islam, leden van IS, op hopen, net als fundamentele christenen en Joden.

“Es ist, als ob wir in der schwarzen Science Fiction lebten; als ob, bei höchstem technischen Knowhow, der Kampf der Welten ausgebrochen wäre, unter maximalem Einsatz aller Ressourcen. Das ist die Paranoia, die mit dem Wiederauftauchen der titanischen Urgewalten nach dem Rückzug der Götter unsere Seelen zu durchfluten beginnt. Volk-ohne-Raum-Phantasien treiben gespensterhaft durch die Gehirne. Statt in christlichen Kategorien zu denken, denkt man wieder in kontinentalen Verschiebungsstrategien, “grossraumpolitisch” eben.

Das ist authentisch militärisches Räsonnement, eine hysterische Vorlaufbewegung zu künftigen Endzeitszenarien. Die Millionen und Abermillionen, die heute auf der flucht sind, sind uns, nach einer kurzen Phase aufflackernder Willkommenssentimentalität, zu einer  existenzbedrohenden massa damnata geworden, die allerlei Teuflisches, Vampirisches und hochexplosiv Terroristisches mit sich führt.”

Strasser is dan ook bang dat wij ‘als kinderen van het licht’, voorvechters van een Europese vrede en pleitbezorgers voor gerechtigheid en opvang van vreemdelingen het heel zwaar gaan krijgen. Komen we niet in een zwarte nacht terecht, een herhaling, maar dan misschien erger, dan wat er in 1934-1945 gebeurde in Europa en in de wereld? Hoe kunnen we die nacht afwenden, zijn we sterk genoeg om tegenwicht te bieden tegen deze moderne barbarij?

Rechts populisme leidt uiteindelijk vaak tot de roep om een ‘messias’, een ‘verlosser’ die het ‘volk’ de weg wijst uit de dreiging. Een weg die volgens deze ‘verlosser’ niet zonder offers kan worden afgelegd. Maar het is een weg naar de afgrond omdat de verlangens naar verlossing onder dit streven – hoe begrijpelijk ook – niet deugen. Ze zetten in op de verkeerde manier, ze sanctioneren geweld en intolerantie als of dit de juiste middelen zijn om het doel te bereiken. Als je eenmaal begint met moorden is het einde zoek en wacht alleen de ene vergelding na de andere. Strasser beschrijft dit proces zo;

“Das ist die Stunde derer, die man heute, scheinnaiv verharmlosend, “Rechtspopulisten” nennt. Grund genug, den Stimmungshintergrund des Populismus auszuleuchten. Diagnostische Pauschalierungen wie “Politik-” oder gar “Demokratieverdrossenheit” sind gewiss nicht unangebracht; ebenso wenig sind es Warnschilder nach dem Muster: “Wehret den Anfängen!” Aber derlei Rhetorik bleibt an der Oberfläche einer Untiefen-Problematik, die der Psalmist vor langer Zeit in die Formel goss:

Abyssus abyssum invocat.

Dass der Abgrund nach dem Abgrund rufe, mag zwar keine akkurate Übertragung aus dem Ursprungstext sein. Trotzdem formuliert sie ein Charakteristikum der vorerst diffusen Massengestimmtheit. Hinter den vordergründig umlaufenden “Verdrossenheiten” steckt, unschwer erahnbar, ein geschichtsträchtiges Bedürfnis: Heilsverlangen.

Die Völker der Moderne wollen nicht bloss Wohlstand und Freiheit und Rechtssicherheit. Sie wollen, darüber hinaus, mehr als eine nationale Identität, die schemenhaft bleibt, ein bleiches Phantasma, zusammengestückelt aus nostalgisch verbrämten Geschichtsresten. Es gibt die fortdauernde Sehnsucht nach umfassender Sinnstiftung, die gegen die zeitläufigen Widrigkeiten eine Geborgenheit im Kollektiv gewährt.

Das ist der lockende Abgrund.

Dabei geht es um nicht weniger als das Schicksal des Volkes, verkörpert durch einen Führer, der Züge eines religiösen Repräsentanten oder göttlichen Gesandten tragt. Und darin gründet, dass alle grossen Geschichtsverbrecher – der Name Hitlers steht uns am nächsten – eine Anziehungskraft ausüben, die zeitlos zu sein scheint, “ewig”, solange das historische Gedächtnis als Mythenschmiede reicht. Das Charisma des Führers ist numinos.”

Met een goddelijke leider, een alom aanbeden partijleider, een nieuwe ‘god’ die het weet en die het kan, moet het geluk wel binnen handbereik liggen. Daarom krijgen partijleiders zoveel krediet van hun volgelingen, hoe dom ze vaak ook acteren. Meneer Trump, meneer Poetin, meneer Erdogan, meneer Xi in China, zijn voorbeelden op wereldschaal van leiders die door hun volgelingen worden aanbeden. Op nationaal niveau zijn meneer Baudet en meneer Wilders voorbeelden die het in de ogen van hun aanhangers niet verkeerd kunnen doen. In het kader van praten met iedereen, (Baudet met een vermeende ‘racist’) ook al zijn de ideeën van de gesprekspartner verdacht, dubieus en controversieel, wordt het gedachtengoed van andere anti-humane, racistische en ondemocratische dwaallichten voor het voetlicht gebracht. Opeens mag weer worden gezegd dat het ‘blanke ras’ (wat dat dan ook moge zijn, want was is een ‘ras’) slimmer, intelligenter en van meer waarde is dan andere gekleurde ‘rassen’, ‘volken’, ‘stammen’, en daarmee zit je meteen in een racistisch gekleurd discours met dito vooronderstellingen. Of dat het Nederlandse volk (wat dat dan ook moge zijn) het meest waardevolle en kostbare is etc. etc. etc. Het is een vorm van benepenheid en kortzichtigheid die een gevaarlijk opstapje vormen tot een agressief beleden nationalisme en anti-humanisme.

In feite stelt Strasser dat de aanhang van deze leiders hen een soort van ‘goddelijke’ status toedicht, een ‘numineus’ charisma dat eigenlijk alleen een ‘god’ toekomt. Je ziet dus dat het verlangen naar verlossing, en de groote van de frustratie over het ervaren heden, ertoe leiden dat alle hoop gevestigd wordt op een nieuwe ‘god’. Dat mechanisme is zo oud als de mensheid. Maar ook de afgrond die daarmee gepaard gaat kennen we maar al te goed.

Waarom blijven mensen zo dom om te geloven in een messias, een verlosser terwijl uit de menselijke geschiedenis blijkt dat elke verlosser die oorlog gaat voeren een valse messias is, een dwaallicht die de ondergang van miljoenen en miljoenen bespoedigt. Hoe dom kan een mens zijn om zijn hele hebben en houden toe te vertrouwen aan dergelijke dwaallichten? Religies zijn ook groot geworden door deze vorm van vertrouwen maar ze hebben de mensheid er niet van kunnen weerhouden om vaak hun kaarten te zetten op deze seculiere verlossers. Met alle gevolgen van dien. Ook gelovigen, religieuze mensen, gingen en gaan in die beweging vaak mee waarin de afgrond wenkt: De oorlog die aan alle problemen een einde zal maken. Wat is in feite dan nationalisme? Dat is een beweging die je uiteindelijk dichter en sneller bij je dood brengt. Dat is de conclusie. Levert het wat op? Hoogstens korte termijn winst en vooral veel valse hoop. De mensheid als zodanig brengt het niet voorruit en het barbarendom blijft onderdeel van het proces omdat geweld de drijvende en motiverende kracht is om de eigen autonomie koste wat kost te beschermen en op de eerste plaats te zetten. Ik eerst en boven alles, de rest kan stikken – moraal. Dat is in een notendop het nationalisme in extremis waar deze dwaallichten voor staan.

Strasser houdt in zijn visie op het ‘Avondland’ een pleidooi voor de menselijke waarden, de christelijke inspiratie van naastenliefde en gerechtigheid, het humanisme en de strijd voor een menswaardig bestaan voor allen. Hij verwijst naar de inspiratie en de geestkracht van Pinksteren waardoor mensen bezield kunnen raken om op te komen voor het goede tegenover het radikaal boze. Velen voelen zich tegenwoordig slachtoffer. Het slachtofferschap wordt te pas en onpas ingezet om het eigen gelijk te halen in de politiek. Populisten roepen voortdurend dat ze slachtoffer zijn van de media, de pers, de linkse tegenwerking (hoe zo links, wat is nog links?), het ‘cultuurbolsjewisme’ (wat is dat eigenlijk?), de kliek aan de macht, de ‘grachtengordel intelligensia’ (wie zijn dat nou weer?), terwijl ze zelf deel uitmaken van een gekozen volksvertegenwoordiging. Wat willen ze dan nog meer? Dat de anderen de mond wordt gesnoerd, dat zij het alleenrecht hebben om te spreken en te schreeuwen?

Het is tijd voor actie, voor een tegengeluid met concrete daden van mede-menselijkheid. Als je die daden die licht brengen in een mensenleven niet laat zien kan de nacht wel eens snel en overweldigend binnentreden in onze samenleving. Dan is het een kwestie van jaren dat de hardste schreeuwers en de grootste barbaren bepalen welke kant het op moet. We zijn toch niet vrij geworden, vrij gemaakt, vrij geboren om ons als makke schapen naar de afgrond te laten leiden, al is het in naam van een ‘valse’ autonomie?

John Hacking

14 februari 2018

bron:

Hettche, Thomas, Unsere Leeren Herzen. Über Literatur, Köln 2017 (Kiepenheuer & Witsch), pag. 39

Strasser, Peter, Mein Abendland. Versuch über das unerreichbare Nahe, Paderborn 2017 (Wilhelm Fink) pag. 12-19; pag 30

 

boeken lichaam

Wereldbeeld en zelfbeeld (2011)

Het lichaam als auto-topie. Een zoektocht naar God in het lichaam. Een onderzoek in stappen naar de betekenis van het feit  dat wij de werkelijkheid lichamelijk waarnemen en duiden. gebonden 288 pag. 

 

Tevens een verkenning van het onmenselijke geweld in de menselijke geschiedenis (o.a. van de wereldoorlogen) en hoe dit mogelijk is

(te koop voor 10 euro)

https://levenshorizonten.wordpress.com/essays-john-hacking/