Autonomie of Ubuntu?

Overweging 18 februari 2018 Studentenkerk Radboud Universiteit Nijmegen

In onze westerse wereld staat al eeuwenlang een principe centraal: onze vrijheid gekoppeld aan onze autonomie. Dat is een individuele autonomie. Soms wordt die uitgebreid tot de autonomie van een groep, een partij, een land. In het laatste geval spreken wij over nationale identiteit.

Een thema dat weer actueel is omdat geopolitieke overwegingen het internationale speelveld in de politiek bepalen: wij moeten weer bang zijn voor andere landen. Het optimisme, van na Wereldoorlog Twee, en vooral na de Koude Oorlog, om te willen leven in een wereld van durende vrede, heeft een knauw gekregen. Het was, het is, te mooi om waar te zijn, zo lijkt het.

Landen staan weer tegenover elkaar. In feite een uitvergroting van individuen die tegenover elkaar staan: als politieke leiders elkaar niet liggen merk je dat meteen. In het conflict met Turkije en of Rusland spelen die persoonlijke banden een grote rol. Maar vandaag wil ik het niet hebben over de wereldpolitiek hoe belangrijk ook. Ik wil kijken naar intermenselijke relaties tussen individuen.

Zoals ik al zei, de persoonlijke autonomie, is onze westerse heilige koe. In veel Afrikaanse en Aziatische landen staat echter niet het individu maar de familie centraal. De eer van de familie is alles. Ook dat heeft nadelen, als het individu wordt opgeofferd om de familie-eer te redden. Zie de zuuraanvallen op meisjes die niet beantwoorden aan de familiemoraal om met de door de familie gekozen bruidegom te trouwen. De voorbeelden zijn talloos.

In Afrika kent men het Ubuntu principe. Het is de moeite waard om hier kennis van te nemen. Misschien biedt het wel een goed tegenwicht tegenover doorgeslagen autonomie.

“Ik ben omdat jij bent – en jij bent omdat wij zijn” dit Afrikaanse spreekwoord is de samenvatting van het Ubuntu principe. Desmond Tutu beschreef Ubuntu als volgt:

Iemand met Ubuntu staat open voor anderen en is toegankelijk voor hun wensen

en verlangens, hun noden en hun zorgen. Hij wijdt zich aan anderen, hij voelt zich niet bedreigd als anderen meer kunnen, want hij heeft genoeg zelfvertrouwen en geloof in eigen kwaliteiten. Dat zelfvertrouwen rust op het besef dat elk mens deel uitmaakt van een groter geheel. Dat vertrouwen krijgt een deuk als anderen worden onderdrukt, gemarteld, vermoord. Kortom: Ubuntu is de concrete en aansprekende of appellerende vorm van je verbonden voelen met elkaar. De ander is je iets waard, de relatie is belangrijk.

Misschien is dat wel een hedendaagse, en oude, vertaling van het Rijk van God, dat Jezus komt brengen. Niet dat het er al is, maar er zijn sporen zichtbaar. Het is niet voor niets dat Jezus oproept om geloof te hechten aan dit goede nieuws. Geloof hechten aan wil zeggen, erop vertrouwen en ernaar handelen. Dat dit allemaal niet makkelijk is, heeft Jezus aan den lijve ervaren, toen hij in de woestijn op de proef werd gesteld door de tegenstrever, de satan. Degene die voortdurend roet in het eten gooit en die je wil overhalen om eerst

en zonder uitzondering aan jezelf te denken en dan pas misschien aan een ander.

De Satan is de perfecte personificatie van een niets ontziende persoonlijkheid die alleen uit is op eigen gewin, ongeacht de kosten voor de ander! Dus die Satan is nog altijd voortdurend onder ons, anders zou er niet zo’n grote tegenstelling zijn tussen rijk en arm, en zou de rijkdom van enkelen niet zo groot zijn. In de oren van hen is de boodschap van het Rijk van God niet doorgedrongen. Maar ook over hen gaat het vandaag niet echt.

Het gaat over ons! We moeten het vandaag doen met de woorden van Jezus en met de woorden van God aan Noach. Mooi, zult u misschien denken, die woorden van God aan Noach, maar wat moet ik ermee? Zo lang geleden en zo ver van mijn bed misschien? En, als je ze even letterlijk neemt: God zegt dat als hij de boog in de wolken ziet verschijnen, dan zal hij denken aan het eeuwigdurende verbond tussen God en al wat leeft op aarde.

Dus, die keren dat de boog niet verschijnt niet? Hoe vaak verschijnt een regenboog? Is dat de reden dat wij vaak in ons leven moeten ervaren dat God afwezig lijkt? Maar misschien kijken we dan toch teveel naar de buitenkant en hebben we teveel een soort van magische voorstelling van God – als een soort van tovenaar.

Marc Alain Ouaknin, een Franse rabbijn en filosoof, is een van mijn persoonlijke inspiratiebronnen en ik heb veel van hem geleerd. Hij zegt dat je ook bij bijbelse teksten verder moet kijken dan je neus lang is. Iets wat we letterlijk zien uitgebeeld op het hongerdoek. Ouaknin zegt dat in onze taal, de woorden die we gebruiken, de woorden uit een andere taal en hun betekenis meeklinken. Ze kleuren ook ons verstaan ervan en ze geven nieuwe ruimte om onze betekenissen meer diepte te geven.

Ubuntu bijvoorbeeld kennen we niet als begrip – we horen het vandaag misschien voor het eerst, maar het principe klinkt ons niet vreemd in de oren, vermoed ik. Maar vanaf vandaag weten we dat er meer is dan enkel autonomie als weg naar geluk.

Een ander voorbeeld van betekenissen die onder de woorden liggen, een voorbeeld dat goed past bij onze lezing vandaag, is het volgende: God plaatst zijn boog in de wolken: boog, regenboog, in het Hebreeuws is dat: qèsjèt (קשת). Het Griekse woord voor regenboog in het NT is ιρις. De algemene betekenis van ιρις is: de bode van de goden, regenboog, iris, soort lelie. Iris, de Griekse godin uit de Griekse mythologie, (Iris komt van eiroo, spreken, vertellen), is de boodschapper van de goden.

Maar de iris of het regenboogvlies is ook het diafragma van het menselijk oog. Het is een ringvormig gepigmenteerd orgaan achter het hoornvlies dat de hoeveelheid doorgelaten licht naar het netvlies bepaalt door samentrekken.

Zo komen we van de regenboog uit bij het menselijk oog.

God gedenkt zijn verbond, voor eeuwig, telkens als de regenboog in de wolken verschijnt.

Of met andere woorden, even heel kort door de bocht, maar niet minder waar:

Het gelaat van de mens is het bewijs van het bestaan van God

De twee mensen op het hongerdoek kijken elkaar in de ogen. Kijken staat centraal!

En niet alleen dat, ze hebben ook elkaars handen op de schouders. Een vriendschapsgebaar dat de denkbeeldige grens tussen hen in overbrugt. De handen nemen telkens de kleur aan van de ander. Ook dat is betekenisvol. Dat wil eigenlijk zeggen: ik ben er voor jou!

En omgekeerd betekent dat ook volgens het Ubuntu principe: Ik ben er pas als ik er voor jou ben.

Mijn bestaan is wezenlijk gekleurd door de relatie die wij met elkaar hebben. De theoloog Paul Tillich heeft eens gezegd dat de grens een plek van inzicht kan zijn. De denkbeeldige grens, alsof het twee zijden van een pagina zijn op het doek, is precies die plek van inzicht en van gedrag dat eruit voortvloeit.

Marc Alain Ouaknin heeft hier nog een prachtige anekdote over. Iets wat wij ons in de oren mogen knopen als we nadenken over de opvang van vluchtelingen en de wijze waarop zij in ons westerse wereld met geweld worden onthaald door sommige politici, actiegroepen als Pegida, ook met Nederlandse aanhang, en vooral, ik noem het maar, bange aanhangers die bang zijn dat hun identiteit wordt bedreigd. Trouwens, wat stelt die dan voor als ze die zo makkelijk kwijt raken? Hoeveel zelfvertrouwen hebben ze dan? Zeker is dat ze geen Ubuntu hebben. Tijd dus om er kennis mee te maken.

Ouakin zegt dat de gast in het Hebreeuws een oreah is, een woord van een grote schoonheid, waarvan de wortel, Orach, ook ‘de weg’ betekent. We kunnen er ook de woorden or en reach in lezen, ‘licht’ en ‘parfum’.

Parfum, dat doet me denken aan geur, ook aan lichaamsgeur. Hoe werkt de neus in onze relaties? Aan elkaar snuffelen…elkaar leren kennen. Is dat aangenaam, of roept dat andere associaties op? Dat is weer wat anders dan kijken. Misschien is de angst voor de vreemdeling wel voor een groot deel ingegeven door de neus? Omdat we dan geuren ruiken die we niet kennen? Maar hoe terecht is het, om ons oordeel van onze neus af te laten hangen? En kijken we wel goed? Laten we onze ogen bedriegen door onze neus?

In het Hebreeuws, zegt Ouaknin, is het woord maaltijd aroecha. Het is van dezelfde stam als oreah/gast. De maaltijd delen met iemand is dus de ander als gast beschouwen en behandelen. Ouaknin zegt, ik citeer:

“Zo is brood delen je huis openzetten voor het licht en voor het parfum van het leven.

Het is door de ander te onthalen, dat je zelf diegene wordt die onthaald wordt door de ander, onthaald door het licht en het parfum.

De ambiguïteit van ‘wie onthaalt wie’ wordt sterk onderstreept in de Franse taal, die hetzelfde woord gebruikt voor gast en gastheer: l’hôte!”

Ubuntu dus in optima forma. Rijk Gods in concreto! Dus zo simpel is het. Samen eten, samen delen, samen genieten van het leven. Dat doen we ook zo dadelijk in het rituele gebaar van het delen van brood en wijn. Wij zijn elkaars gastheer, gastvrouw en elkaars gasten.

Ik wens ons veel Ubuntu toe ook thuis, op ons werk, in ons dagelijks leven.


John Hacking

Het vastendoek of hongerdoek 2018 van de Nederlandse Vastenactie.  Het is gemaakt door de Nigeriaanse kunstenaar Chidi Kwubiri.  “Ik ben omdat wij zijn” – dat is het thema van het doek, verwijzend naar een Afrikaans spreekwoord.


bronnen:

Ouaknin, Marc-Alain, God en de kunst van het vissen, Tielt 2016 (Lannoo)

Chidi Kwubiri http://www.chidi-kwubiri.com

hongerdoek vastenactie

interview met Chidi Kwubiri