Uitdagingen in het studentenpastoraat ~

Een persoonlijke notitie –

Gemeenschap in en van de Studentenkerk –

Vooraf –

Als we spreken over geloof, zingeving, religie, kerk en in het bijzonder over Studentenkerk dan is dat een algemeenheid die in feite geen recht doet aan het bijzondere dat we in de ervaring als zodanig meemaken als we in aanraking komen met geloof, zingeving, religie, kerk en Studentenkerk. We treden in het geval van de Studentenkerk niet alleen een gebouw binnen, maar ontmoeten er mensen en we hebben een gesprek over thema’s die naar voren worden gebracht. Dat kleurt en bepaalt onze indrukken die we dan opdoen en dat vormt de inhoud van onze ervaring en eventueel oordeel. Kort door de bocht gezegd: de mensen die wij ontmoeten kleuren onze ervaring. Dat geldt voor elk instituut, voor elke vorm en wijze van zingeving, Het zijn telkens de mensen en hun verhalen die een stempel drukken op de ontmoeting. Ook al spreken we later over de Studentenkerk als algemeen gegeven, als instituut, dan liggen die ervaringen daaronder verborgen. Het is goed om dit in het achterhoofd te houden als we spreken over thema’s als gemeenschap, inspiratie, traditie, zingeving, houvast, oriëntatie en baken.

Missie en visie

De Studentenkerk probeert op een eigentijdse wijze in de context van de universiteit en hogeschool een antwoord te geven op de vragen van studenten en medewerkers op het terrein van zingeving, (al dan niet religieuze) oriëntatie en levensinvulling. Alle studenten en medewerkers zijn welkom, ongeacht hun achtergrond of levensinstelling. Vandaar ook dat vragen met betrekking tot niet-religieuze oriëntatie hier gesteld kunnen worden naast vragen rond specifiek religieuze thema’s. Naar vermogen proberen wij iedereen te woord te staan en te ondersteunen bij deze persoonlijke vragen.

Daarnaast ondersteunen wij vormen van gemeenschap die in de Studentenkerk gestalte krijgen omdat mensen zich verbonden voelen en met elkaar willen verkeren als gemeenschap. Ook daarin bestaat variatie zowel in omvang, betrokkenheid en tijdsduur. De kracht van een gemeenschap bestaat erin dat individuen zich gesteund en gedragen kunnen voelen zodat zij niet alles alleen hoeven te doen. Op het terrein van zingeving en religie is dat fundamenteel.

De Studentenkerk vindt haar inspiratiebronnen in de religieuze christelijke traditie en laat zich daardoor leiden maar sluit andere inspiratiebronnen niet uit. Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging zijn fundamenteel. Betrokkenheid op wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen is noodzaak omdat de wereld voortdurend in verandering is en omdat de uitdagingen vanuit deze ontwikkelingen groot zijn. De Studentenkerk wil als religieuze instelling kritisch en betrokken aanwezig zijn in deze maatschappij.

Een waarde die de Studentenkerk wil uitdragen is gastvrijheid. Alle studenten en medewerkers zijn welkom, ook als zij in groepsverband iets willen organiseren dat binnen de doelstellingen van de Studentenkerk past. Deze restrictie wordt gemaakt omdat de ruimtes van de Studentenkerk specifiek zijn en voor bepaalde (religieuze) doelen worden gebruikt. Denk daarbij aan: ontmoeting, samen eten, werkgroepen, studie, vergadering, meditatie, rituele vieringen en gebed.

Tenslotte wil de Studentenkerk naar vermogen een bijdrage leveren aan specifieke vragen en behoeftes die leven vanuit de universiteit en hogeschool waar het thema’s betreft die onderwijs en onderzoek overstijgen en die vooral van doen hebben met de sociale samenhang, de maatschappelijke betrokkenheid en de inhoudelijke bezinning van en in de instellingen. Denk aan thema’s die nu maatschappelijk relevant zijn zoals ziekte en gezondheid, werkdruk en prestatie, eenzaamheid en verbondenheid, duurzaamheid en uitputting van de aarde, sociale en morele rechtvaardigheid.

Individu en gemeenschap

Onze maatschappij kent een ontwikkeling waarin het individu steeds meer op de voorgrond is geplaatst en waarbij vormen van gemeenschap aan betekenis hebben ingeboet. Daar lijden veel mensen onder omdat ze het gevoel hebben dat ze helemaal op zichzelf zijn gesteld en dus alles op eigen kracht moeten zien te bereiken. Op het terrein van zingeving en geloven is dit een funeste ontwikkeling. Zingeving, (zin in het leven ontdekken), vind je zelf niet uit, maak je niet zelf. Zin ervaren in activiteiten die je onderneemt en die betekenisvol voor je zijn is meestal een geschenk dat je toevalt en dat je samen met anderen mag ontdekken. Hetzelfde geldt op het terrein van geloven en verdieping. Het zijn anderen die je kunnen inspireren door hun gedachten en hun levenswandel. Betekenisvolle anderen zetten voor jou de weg uit die jij dan vervolgens kunt inslaan omdat je door hen geïnspireerd wordt. Ook toetsing aan criteria in onderlinge relaties hoort daarbij: ‘zit ik nog op de goede weg’, ‘ontleen ik nog zin aan mijn leven zoals ik dat nu leid’, zijn vragen die daarbij boven kunnen komen.

In onderlinge ontmoetingen, gezamenlijk gedragen projecten, rituele bijeenkomsten (zoals vieringen) worden deze zin-ervaringen verdiept, ontvangen deelnemers inspiratie en worden zij gedragen en voelen zich gedragen. In de Studentenkerk zijn er verschillende vormen van gemeenschap. Studenten die geregeld samen komen in een activiteit die in het kader staat van ontmoeten, samen eten, samen verdiepen, of het delen van persoonlijke ervaringen of het samen vieren en bidden. Bezoekers op zondag en op andere tijden die specifiek naar een viering komen om geïnspireerd te worden in hun religieus zelf-verstaan als christen en als lid van de christelijke gemeenschap. Incidentele gemeenschappen die gedurende een bepaalde periode behoefte hebben aan ontmoeting en bijeenkomsten zolang de activiteit duurt, denk daarbij aan projecten voor een goed doel, ter bezinning en verdieping, of een ander (bijvoorbeeld cultureel of maatschappelijk) thema. Een goed voorbeeld is de Groene Week die jaarlijks in ons gebouw wordt georganiseerd.

Voor al deze gemeenschappen geldt dat duur en omvang wisselend zijn en dat deelname sterk afhankelijk is van persoonlijke betrokkenheid en inzet. Persoonlijke betrokkenheid en gemeenschappelijke ervaringen versterken elkaar. Als een van beide polen ontbreekt is de gemeenschap geen lang leven beschoren. Gemeenschappen die zichzelf serieus nemen als gemeenschap zullen dan ook aandacht aan beide aspecten moeten besteden opdat individuen zich er thuis voelen en gedragen, gezien en gehoord.

Inspiratie, christelijke wortels en traditie

De christelijke traditie bevat een schat aan inspirerende inzichten, aan inhoud en aan vormgeving. Deze traditie is heel divers en kent een lange geschiedenis. Daarnaast is er een overlap door het contact met andere religieuze tradities en de geschiedenis van de filosofie en de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Een voorbeeld van onderlinge samenwerking tussen christenen is de oecumenische beweging. Deze oecumenische beweging, die in de vorige eeuw ontstond, is een vrucht van de inzet van diverse christelijke groepen die de scheiding van christelijke religies, vooral ook sinds de reformatie, niet meer als zodanig willen accepteren. In de Raad van Kerken worden daarom pogingen ondernomen om met elkaar vanuit de verschillende posities in gesprek te blijven. In de Studentenkerk is dit gedachtegoed vertaald in de samenwerking tussen pastores van verschillende achtergrond en in het samen vieren van elkaars geloof in oecumenische vieringen. Dat is praktijk sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw.

In de verschillende kerkgenootschappen, in de kerken als instituut op het niveau van het besturen en regelgeving, op het niveau van de geloofsleer en uitvoering hiervan in de praktijk, staan de neuzen niet dezelfde kant op. De oecumenische beweging is een beweging van onderop en is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Dat maakt het gesprek soms ook moeilijk en onoverzichtelijk. Ook wat onder oecumene moet worden verstaan en wat wel en wat niet geoorloofd is binnen de kerken is niet helder. Ideaal, ambitie en werkelijkheid komen vaak niet samen en leiden soms tot verhitte discussies en stellingnames.

In de Studentenkerk wordt getracht iedereen recht te doen en ieders geloofsovertuiging en inzet te respecteren. Maar dat betekent niet gelijke monniken gelijke kappen. Verscheidenheid van opvattingen en respect voor elkaars standpunten zijn leidend. Uiteindelijk is het appèl vanuit het evangelie de kern waar het om draait: werken in en aan deze wereld in de geest van Jezus van Nazareth, de Christus, opdat mens en wereld er beter van worden en tot hun recht mogen komen. De problemen in en van de wereld zijn zo groot en overweldigend dat onderlinge meningsverschillen als christenen eigenlijk secundair zouden moeten zijn. Gezamenlijk als christen optreden in deze wereld vanuit dit evangelie zou leidend moeten zijn. De Studentenkerk wil zich hiervoor sterk maken. In die zin beschouwt de Studentenkerk deze opdracht als een gemeenschappelijk ideaal voor alle christenen.

Zoekend naar houvast en zingeving

Veel studenten en ook medewerkers hebben het gevoel en kennen de ervaring dat zij het zelf zijn die op zoek moeten gaan naar een zinvolle levensinvulling en de ervaring van zin en zinvolheid. Velen zijn afgesloten van een traditie, hebben geen religieuze of andere achtergrond waar zij op kunnen bouwen en die hun een betekenisvol kader aanlevert waarmee zij uit de voeten kunnen. In de Studentenkerk ondernemen wij een poging om samen met hen deze vragen te verkennen en een onderzoekende route te volgen waarbij diverse vragen en antwoorden tegen het licht worden gehouden. Vragen kunnen dan bovenkomen als: ‘wat kunnen we leren van gemeenschappen die al eeuwenlang deze route bewandelen en hoe kan ik mij hiertoe als individu verhouden?’ ‘Wil ik mij wel hiertoe verhouden of kies ik liever een heel andere weg?’. De uitkomst en het antwoord is open. Wij gaan daarin niet sturend te werk, niet evangeliserend, (of gericht op bekering), maar we sluiten ook niet uit dat we onze eigen inspiratie ter sprake brengen. Geloof en twijfel mogen er beiden zijn.

Religie kan in de Studentenkerk een grote rol spelen maar dat hoeft niet. Soms zijn er in persoonlijke gesprekken of groepsgesprekken relationele en persoonlijke vragen aan de orde die een antwoord behoeven. Soms is een persoon zo verstrikt geraakt in het leven dat hij of zij dit leven als een kluwen ervaart en dat uitzicht op verbetering nauwelijks zichtbaar is.
Soms moet de persoon worden doorverwezen om de persoonlijke problematiek te complex is en psychologisch te specifiek om in de Studentenkerk aan de orde te stellen. Samenwerking met psychologen en andere hulpverleners is dus belangrijk naast het tijdig kunnen onderkennen van de eigen mogelijke inbreng en het ontbreken van de nodige deskundigheid.

In feite geeft de Studentenkerk, omdat ze laagdrempelig is, de mogelijkheid om direct in contact te treden met een van de pastores zonder dat er voorwaarden moeten worden vervuld, of dat er eerst een intake heeft moeten plaatsvinden voor een verdere vorm van gesprekken. Dat is een voordeel op een campus waar er soms lange wachtlijsten zijn om bij de psycholoog aan te kloppen. Ook de onpartijdigheid van de studentenpastores is een voordeel. Studenten (en medewerkers) worden niet beoordeeld op geleverde of te leveren (studie)prestaties maar zijn onvoorwaardelijk welkom om hun verhaal te vertellen en hun vragen te stellen. Op die wijze leveren wij op een heel ander niveau een bijdrage aan de universitaire gemeenschap die als gemeenschap voortdurend in ontwikkeling is en waarin andere prioriteiten worden gesteld als in de Studentenkerk.

Oriëntatie en baken zijn

De Studentenkerk vindt haar oriëntatie in het evangelie. Dat evangelie dat vanuit de hermeneutiek wordt gelezen (dat wil zeggen dat er verschillende betekenislagen zijn die elkaar aanvullen) kan een richting aangeven naar de toekomst ook in de huidige maatschappij. In de mate dat wij dit waarmaken in de Studentenkerk kunnen we anderen helpen om zich te oriënteren en kan de Studentenkerk ook een baken zijn.

Een aantal aandachtspunten is daarbij van belang: Hanspeter Nüesch onderscheidt een aantal thema’s in zijn artikel “Christliche Kontrastgesellschaft”, een christelijke contrastmaatschappij. Hij noemt (ik vertaal hier vrij en in mijn eigen woorden):

1. Naar eenheid en verzoening proberen te streven, ondanks toegenomen individualisme en een schijnbaar toegenomen chaos van ieder voor zich. Dat kan op veel terreinen, zowel individueel in het persoonlijke leven als in de maatschappij zelf.  Inzetten op gemeenschapsvorming in plaats van te blijven steken in massaliteit en uniformiteit. Met elkaar optrekken en voor elkaar je inzetten in plaats van een ego-cultuur. Liefde en verzoening bevorderen in plaats van haat, onverdraagzaamheid en uiteindelijk oorlog. Generaties bij elkaar brengen en houden in plaats van alle aandacht voor de jongerencultuur.

2. Onvergankelijke waardes en oriëntatie bieden in een samenleving waarin de oriëntering steeds meer ontbreekt.  Door zin en hoop te bieden in plaats van het ontbreken van perspectief en de toename van cynisme (dat uiteindelijk teleurgesteld idealisme is). Diep ingrijpende ervaringen mogelijk maken in plaats van een Hype-cultuur en het voortdurend deel moeten nemen aan evenementen. Wortelen in onvergankelijke waardes bevorderen in plaats van je enkel richten op het hier en nu en bevrediging van behoeftes en verlangens. Je oriënteren op de lange termijn in plaats van directe behoeftebevrediging en consumptie.

3.  Inzetten op een leven dat heel is (heilzaam) in plaats van toegeven aan een toenemende versplintering en desintegratie. Dat betekent sociale verantwoordelijkheid waarmaken en solidair gedrag tonen in plaats van het laten weg vallen van sociale netwerken. Zelfinperking in plaats van winstbejag en mateloosheid najagen. Discipline betrachten en verantwoordelijkheid in plaats van het verlies van autoriteit en alle kaarten op autonomie en persoonlijke vrijheid zetten. Je bescheiden opstellen en met realiteitszin in plaats van hoogmoedig en verwaand.

4. God dienen in plaats van mensen en dingen vergoddelijken, want het dienen kan leiden tot echte vreugde in plaats van depressie en vlucht uit het leven (verslavingen). Inzetten op standvastigheid en gelatenheid in plaats van op angst en onzekerheid, ook met betrekking tot de toekomst. Durven vertrouwen en het toepassen van (goddelijke) creativiteit in plaats van alle kaarten te zetten op meetbaarheid, resultaatgerichtheid en uniformiteit. Licht en warmte centraal stellen in onderlinge relaties in plaats van donkerte (afstandelijkheid) en koude. Want zo de opsteller van deze punten, “als wij het licht van de wereld zijn” zoals Jezus van Nazareth opperde, dan moeten wij ook ons licht en onze warmte laten stralen in deze wereld.

Deze aandachtspunten kunnen een raster vormen waarmee wij ons werk als studentenpastores gestalte geven en uitdragen in de wereld van de universiteit en hogeschool. Als inhoud staan deze punten niet haaks op wat wenselijk is in een moderne en humane samenleving waarin alle mensen er toe doen.

John Hacking

26 februari 2019

Gieveld – Slenaken