Leven na de dood?

Het thema leven na de dood of de vraag wat gebeurt er met mij na de dood, en is er een vorm van leven na de dood, is een thema, zo vermoed ik, dat de mens al zolang deze bestaat heeft bezig gehouden.
Om met deze vragen om te gaan moet je een beetje beslagen ten ijs komen. Daarom heb ik drie boeken meegebracht die hierover handelen. Een complete gids, met plaatjes, voor het leven na de dood, het boek van de hemel, een anthologie van geschriften van de oudheid tot en met het heden, met teksten uit de verschillende religies en tradities, van de hand van schrijvers en dichters, mystici. En het boek De hemel, een aardse geschiedenis. Een verkenning vanaf de oudste invullingen in de bijbel tot en met de hedendaagse theologie. U kunt de boeken na de viering inkijken.
U ziet het al, er is niet alleen veel over nagedacht en geschreven. Als je deze teksten bekijkt komt bij mij meteen de vraag boven: welke tekst, wie en wat moet ik nou geloven? Welke is waar, welke niet? Dat oordeel kan ik niet vellen. Want ik kan niet overzien hoe het zit. Omdat ik leef kan ik niet over de grens van mijn dood heen kijken. Alles wat daarna zou kunnen gebeuren, wat er zou kunnen zijn, is voor mij in nevelen gehuld.
Het is niet voor niets dat Paulus de vraag naar het concrete lichaam na de dood dwaas noemt, onverstand. Hij vindt het niet alleen dom, het is buiten de orde. Het is buiten de orde van ons kunnen begrijpen, van ons verstand. Daarom grijpt hij maar naar beelden, naar associaties, naar metaforen. Daarom staan de opgerolde balen van het geoogste koren op de voorkant van de liturgie. Wij zijn als het zaad, het koren dat wordt uitgezaaid en dat opnieuw zal groeien. Met een heel andere gestalte. Net zoals een pitje een appelboom kan worden. Of een zaad- en eicel een mens. Maar dat laatste wist Paulus toen nog niet.
Voor Paulus is het onderscheid aards en geestelijk, stof en geest, fundamenteel. Nu zijn wij aardse, stoffelijke, vergankelijke, kwetsbare mensen. Dan zijn we geestelijke, hemelse, onvergankelijke mensen, lichtwezens misschien. Een soort van engelen? Veel teksten in deze boeken beweren dat. Maar wat we niet gelezen hebben vandaag en waarop al deze gedachten rusten zijn de andere woorden uit dit hoofdstuk. Thuis een keer nalezen, huiswerk misschien.
Kernovertuiging voor Paulus is dood en opstanding van Jezus. Paulus zegt dan ook eerder in deze brief aam het begin van hfst 15: “als er geen opstanding van de doden is, is ook Christus niet opgewekt; En als Christus niet is opgewekt is immers onze prediking voor niets en voor niets ook uw geloof.” Met andere woorden, dan stort het kaartenhuis in elkaar, dan is het geloof in Jezus verrijzenis en de hoop op de eigen verrijzenis ijdel. Christen zijn, je leerling van Jezus noemen, volgeling zijn, betekent dus ook je kaarten zetten op de opstanding van de doden, de dood heeft niet het laatste woord.
Wat moeten we hiermee in deze zogenaamde verlichte tijd? Waarin voor velen “dood is dood” is en waarin de ziel of de geest niet bestaat? Ik vind dat een lastig probleem. Lastig ook omdat het niet op het niveau van de ratio, de argumenten, het verstand kan worden opgelost. Paulus was er zelfs van overtuigd dat tijdens zijn leven, in een oogwenk, sommigen veranderd zouden worden in een geestelijk lichaam. Hij verwachtte de terugkeer van de Christus, de Messias tijdens zijn leven. En daarmee de opstanding van de doden. Hij noemt dat verborgen, een mysterie. Maar we weten dat dit niet heeft plaatsgevonden. Die hoop, de verwachting is niet bewaarheid. Maar zijn zíjn andere woorden dan ook loos, ijdel en zinloos? Omdat niet uitkwam wat hij verwachtte?
Ik zou het probleem, ik zou de vraag op ons eigen bordje willen leggen. Wat geloof ik nou, wat hoop ik, wat verwacht ik? De boeken die ik hier bij me heb schetsen verschillende scenario’s. Ik weet dat velen na hun dood een hereniging verwachtingen met hun geliefden. Dat is een idee uit de Romantiek dat nu nog steeds voortleeft. Maar met een geestelijk lichaam is dat niet vanzelfsprekend lijkt me. Voortbestaan als engel in een hemel vol engelen, of als zondaar in de hel, ik weet het niet. Ook bij de oude Grieken heeft het leven na de dood veranderingen ondergaan. Verbleven de doden eerst als schimmen in de onderwereld, later kwam er ook de mogelijkheid van een soort paradijstuin bij. Kortom de beelden veranderen in de loop der tijd.
Mijn strategie zou zijn, als ik dit allemaal lees en tot me neem: we houden de vragen open, we trappen niet in de valkuil om antwoorden te geven. We houden de hoop levend door niet in te vullen, maar door hier in dit leven de weg te volgen die ons is voorgehouden: leven in het spoor van Jezus. Daar hebben we onze handen al vol genoeg aan. En ook onze hoofden en onze harten, als het goed is. Ik kan hier volmondig Amen op zeggen.

Gelezen: I Korinthe 15, 35-49

overweging Studentenkerk zondag 24 feb 2019

John Hacking

Genoemde boeken:
Neiman, C., Goldman, E., Afterlife. The complete Guide to Life after Death, London 1994 (Viking Studio Books)

Zaleski, C., Ph. (Ed.), The book of Heaven. An Anthology of Writings from Ancient tot Modern Times, Oxford 2000 (Oxford University Press)

Mc Dannell, C., Lang, B., De hemel, een aardse geschiedenis, Haarlem 1991 (Gott­mer)

great unknown

Bijlage: Uit: I Korinthe 15, 35-49

Maar, zal iemand zeggen: Hoe zullen de doden opgewekt worden, en met hoedanig een lichaam zullen zij komen? Gij dwaas, hetgeen gij zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is; En hetgeen gij zaait, daarvan zaait gij het lichaam niet, dat worden zal, maar een bloot graan, naar het voorvalt, van tarwe, of van enig der andere granen. Maar God geeft hetzelve een lichaam, gelijk Hij wil, en aan een iegelijk zaad zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde vlees; maar een ander is het vlees der mensen, en een ander is het vlees der beesten, en een ander der vissen, en een ander der vogelen. En er zijn hemelse lichamen, en er zijn aardse lichamen; maar een andere is de heerlijkheid der hemelse, en een andere der aardse. Een andere is de heerlijkheid der zon, en een andere is de heerlijkheid der maan, en een andere is de heerlijkheid der sterren; want de ene ster verschilt in heerlijkheid van de andere ster. Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid; Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam. Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest. Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den Hemel. Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en hoedanig de Hemelse is, zodanige zijn ook de hemelsen. En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.