Vertrouwen

 

Werken in de Studentenkerk: een kwestie van vertrouwen geven  – en van vertrouwen vinden…

In deze bijdrage bespreek ik de vraag waarom studenten kunnen vertrouwen op de Studentenkerk en wat dit vertrouwen hen kan opleveren. Vervolgens hoe je als studentenpastor dit vertrouwen kan winnen en behouden. Eerst echter sta ik stil bij het begrip vertrouwen en werk dat uit op basis van enkele overwegingen. Tenslotte sta ik stil wat dit alles kan betekenen voor een basaal religieus vertrouwen van de kant van de student en de studentenpastor.

 

1. Vertrouwen en trouw

 

Op vertrouwen en trouw is de wereld gegrondvest. Zonder vertrouwen vaar je níet wel want een leven gekleurd door argwaan is ‘zwaar’ (en) vermoeiend en niet te harden. Dit basisgegeven ligt eigelijk aan de oorsprong van ons beleven van de dagelijkse werkelijkheid. Misschien staan we er niet zo vaak bij stil en hebben we niet echt in de gaten dat vertrouwen de vaste grond onder onze voeten is. Maar hoe zou je anders kunnen genieten van wat de dag je brengt als je telkens bedacht moet zijn op bedreigingen, op tegenslag en op ongeluk. Kortom de wereld draait door, omdat mensen “grosso modo” ervan uitgaan dat morgen niet anders zal zijn dan vandaag, en dat de acties die vandaag worden ondernomen zin hebben voor de dag van morgen en overmorgen. Maar is dat werkelijk zo? Je eigen leven kan door een plotseling noodlot, een ongeluk een lichamelijke klacht opeens afgelopen zijn. Garanties heb je niet. Toch leven we meestal niet met de voortdurende angst voor dergelijke gevaren. Uitzonderingen natuurlijk daargelaten.

Vertrouwen is ook een andere vertaling van het begrip “geloven”. “Pisteuo”, Grieks voor geloven, betekent eerst en vooral vertrouwen op, durven te vertrouwen op iets dat groter dan jou is. Geloven in God is dus eigenlijk vertrouwen (op God) dat het (uiteindelijk) goed komt. Deze grondbetekenis van het woord geloven, in tegenstelling tot de betekenis van geloven in iets als “waarheid”, als “waar gegeven”, komt in discussies over de betekenis van geloof veel minder aan de orde. In geloven gaat het allereerst om vertrouwen. Daarna pas komen de inhoud van dat geloof en de vormgeving aan de orde. Maar meestal beginnen de discussies over zin en onzin van geloven meestal met de vorm en de inhoud. Stel nou dat je een discussie, ook met niet religieuze mensen, zou voeren over de garanties en zekerheden die je in je leven denkt te hebben vanuit je levensinstelling, je hoop en je verwachtingen en de uiteindelijke zinvolheid van de dingen die je onderneemt, dan zul je waarschijnlijk merken dat er niet zoveel tegenstellingen zijn als je op het eerste gezicht zou vermoeden. Dat laatste is natuurlijk mijn persoonlijke (maar ook stellige) overtuiging. Als je over de dingen praat ‘die er toe doen’, dan is er niet zoveel verschil tussen mensen.

Dat zelfde ervaren we ook in ons werk in de Studentenkerk. Studenten, gelovig en ongelovig, twijfelend en zoekend, komen met allerlei vragen en twijfels, allerlei onzekerheden en zijn soms op zoek naar vaste grond. Natuurlijk hebben wij de wijsheid en de waarheid niet in pacht. Ook hebben we meestal niet de antwoorden. Maar wat we wel kunnen doen is luisteren en mee-kijken, meeleven met de richting waarin gedacht en gevraagd wordt. Aldus soms even een pas op de plaats maken, even een adempauze, kijken welke richtingwijzers, welke handvaten je hebt om de situatie goed in te schatten.

Vanuit de Studentenkerk vinden wij het een belangrijke opdracht om trouw te zijn aan deze “missie” om studenten die bij ons aankloppen serieus te nemen en met hen in gesprek te gaan over de thema’s die hen bezig houden. Natuurlijk bewaken wij daarbij onze grenzen, dat wil zeggen dat het soms voorkomt dat studenten meer gebaat zijn met een gesprek bij de Dienst Studentenzaken. Dan verwijzen we hen door, dat gebeurt soms. Omgekeerd komt het ook voor dat studenten door de studentenpsycholoog worden doorgestuurd om met een van ons te praten over zingevingsvragen, religieuze vragen of andere thema’s die hun leven betreffen (o.a. rouw en verdriet omdat we twee keer per jaar een gespreksgroep voor studenten i.s.m. een psycholoog van de RU organiseren rond deze thematiek).

2. Vertrouwen in de Studentenkerk

 

Waarom kunnen studenten vertrouwen op de Studentenkerk? Het begrip Studentenkerk wil ik in dit verband versmallen tot de studentenpastores die hier werkzaam zijn omdat zij het zijn die de gesprekken voeren met studenten.

Integriteit en betrokkenheid staan bij ons hoog in het vaandel. Integer vooral ook in ons gedrag naar studenten toe. We praten niet over cliënten, niet over patiënten, we hebben het niet over onderdelen van de student (armen, benen, hoofden zoals vaak in de medische wereld), als we met studenten in gesprek raken. De hele persoon staat centraal, zoals hij of zij voor ons zit, met zijn of haar hele hebben en houden en de wijze waarop de persoon zelf betekenis geeft aan zijn leven en aan zijn ervaringen. Die betekenis gaan we niet afkeuren, niet corrigeren, niet aanpassen aan onze eigen waarden en normen. We laten haar staan voor wat ze is want het is de betekenis van de persoon zelf. Pas als de persoon in kwestie zelf vraagtekens zet bij zijn leven en de betekenissen die gegeven worden en een van ons uitnodigt om kritisch mee te kijken kun je indringende vragen stellen. Maar nogmaals, pas als we daartoe worden uitgenodigd om met de persoon ‘in gesprek te gaan’.

En dan nog is het makkelijk praten vanaf de zijlijn. Adviezen zijn snel gegeven maar of ze werkelijk zin hebben? Advies is een gevaarlijke gift, zei een van de elven al in de boeken van Tolkien “In de ban van de ring”. Gift zowel als gave en als vergift. Ieder mens staat in zijn eigen schoenen en die plek is niet verwisselbaar. Dat is een belangrijk uitgangspunt voor gesprek.

Daarnaast zijn we betrokken op de persoon en wel in zoverre we dat kunnen waarmaken vanuit onze professionaliteit. Zoals gezegd kun je voor studenten de echte problemen niet oplossen, dat moeten ze zelf leren doen, maar je kunt hen wel begeleiden, ‘coachen’ om deze hippe term maar eens te gebruiken, en bevragen. Betrokkenheid wil hier ook zeggen dat wij het als een van onze kernopdrachten beschouwen om mensen vanuit ons hele hebben en houden aan te spreken, met alle kwaliteiten en mogelijkheden die we zelf in huis hebben, leunend op onze eigen ervaringen en leermomenten uit ons leven.

We hoeven dus niet te schromen om af en toe persoonlijk opgedane ervaring in te brengen in het gesprek. Zelfs niet onze twijfels en onze eigen vragen. We zitten hier niet als deskundigen die op alles een antwoord hebben en die even zullen vertellen hoe het zou moeten. Zelf ervaren en bewust beleefde onzekerheden en twijfels spelen net zo goed een rol. Want ook voor ons geldt vaak genoeg dat leven ook soms een kwestie is van vallen en opstaan.

Tenslotte houden wij alles wat onder vier ogen en in vertrouwen wordt gezegd binnenskamers. Noem het maar ‘biechtgeheim’ of beroepseed, centraal staat dat je als student vrank en vrij bij ons kunt praten over wat je bezighoudt en waar je graag over in gesprek gaat. En als je dat van tevoren weet geeft dat een gevoel van veiligheid. Als studentenpastores kunnen wij ons onafhankelijk opstellen, want we zijn niet in dienst van Studentenzaken. We gaan niet over slagingspercentages, het behalen van diploma’s in een zo kort mogelijke tijd, het aangaan van een lening, het verlenen van een bindend studieadvies en noem maar op. Met ons kun je praten over wat je bezighoudt zonder repercussies voor de beoordeling van je studieresultaten. Ook dat bevordert de vrijheid en openheid in een gesprek.

3. Het vertrouwen winnen van studenten

Hoe winnen we het vertrouwen van studenten? Waarom zouden ze bij ons aankloppen, meedoen aan een activiteit, ons bevragen op onze mogelijkheden, ons raadplegen voor een gesprek? Dat is eigenlijk heel eenvoudig. Door open en transparant te zijn in ons optreden, geen verborgen agenda’s, geen zieltjes winnen voor een godsdienst, duidelijk communiceren waar we voor zijn en waar we voor staan. Ons gaat het welzijn van studenten ter harte, daarvoor zijn we aangesteld. Daarvoor zetten we ons in. We doen dat vanuit een christelijke (religieuze) inspiratie waarbij voor mij persoonlijk geldt dat het christendom zeker niet de enige maatstaf is. Andere religies en opvattingen hebben ook veel te bieden aan inspiratie en waardevolle gedachten en praktijken.

Wil je met ons praten over geloof, prima, wil je dat niet, ook goed. Wij bepalen niet de agenda van het gesprek. Wel bieden wij in onze bezinnings- en verdiepingsactiviteiten ook specifiek gekleurde christelijke onderdelen aan, dat is ook logisch, maar dat wil niet zeggen dat deze exclusief zijn en dat enkele gelovige studenten bij ons welkom zijn.

We hebben in de beeldvorming veel last van (voor)oordelen waar het onze naamgeving betreft omdat wij ons expliciet Studentenkerk noemen. We willen niet onder stoelen of banken steken dat wij ook ‘kerk” zijn, maar voor ons is dat begrip niet = gelijk aan geslotenheid, ouderwets, bekrompenheid, kortzichtigheid en intolerantie. De predikaten die ik hier heb opgenoemd voor het begrip kerk hoor je wel eens bij studenten die van mening zijn dat wij hen als Studentenkerk helemaal niets te bieden hebben op basis van deze kwalificaties. Alleen is het dan ook jammer dat deze studenten nooit de stap durven te zetten om de drempel te overschrijden en eens binnen te kijken naar wat we werkelijk te bieden hebben.

Om het vertrouwen van studenten te winnen zijn we niet bang om op studenten af te stappen en het gesprek aan te gaan. Dat geldt voor individuele studenten  als verenigingen van studenten. Thema’s die wij de moeite waard vinden en die volgens ons ook onder studenten leven brengen we ter sprake. Zo is het thema identiteit, de beleving van identiteit en de gestalte-geving van identiteit een thema dat breed leeft. Dat horen we voortdurend terug in gesprekken. Wie ben ik, wat wil ik, wat vind ik nou echt belangrijk, durf ik te zijn die ik wil zijn, of conformeer ik me nog steeds teveel aan opvattingen van belangrijke anderen zoals vrienden, partners, ouders, familie, medestudenten?

Het vertrouwen win je ook door een open houding. Als studenten het gevoel hebben dat ze serieus worden genomen, dat er echt naar hen wordt geluisterd is er al heel veel gewonnen. Kennismaking met de Studentenkerk via activiteiten, via bijeenkomsten en onderlinge gesprekken levert meestal positieve effecten op. Ons valt op dat vooral studenten die niet bang zijn de drempel durven te nemen om eens binnen te kijken wat we te bieden hebben. En als zij daar eenmaal van hebben geproefd volgen er vaak meerdere activiteiten waar ze aan deel willen nemen. De pretentieloosheid, het niet hoeven te presteren in de Studentenkerk, het jezelf kunnen zijn binnen onze muren en activiteiten, dat zijn belangrijke ontdekkingen. Even een rustmoment, een pas op de plaats, even aandacht voor jou als persoon, in combinatie met aandacht voor anderen binnen een groepsactiviteit of helemaal voor jezelf in een persoonlijk gesprek, dat kan ontzettend goed doen. Als je dat eenmaal hebt meegemaakt is het niet zo moeilijk om van vertrouwen te spreken en om dat vertrouwen vast te houden. Het zijn tenslotte de studenten zelf die bepalen of ze de inbreng van onze kant als zinvol en waardevol ervaren of dat ze geen behoefte hebben aan voortzetting en hernieuwd contact.

Wij zijn ons ook heel goed bewust dat veel contact incidenteel is, van voorbij gaande aard. Vier jaar studeren en dan weer op zoek naar een baan is een korte tijd. Veel studenten zetten hun eerste stappen pas binnen rond het afstuderen of als ze al een aantal jaren op de campus rondlopen. Helaas, zeggen wij dan, want we zijn overtuigd dat wij velen wat te bieden hebben.

 

4. Basaal religieus vertrouwen

Als je spreekt over het begrip vertrouwen en de werkelijkheid die hieraan ten grondslag ligt heb je het over een houding, een houding die kan uitgroeien tot een bewuste levenshouding. Hoe sta je in het leven? Wat is je basis, je grondhouding? Is dat er een van vertrouwen?

Als je spreekt over grondhouding mag je dat ook een vorm van religie noemen. Die vrijheid permitteer ik mij omdat ik religie en religieus verlangen basiskenmerken vind van het menszijn. Ik begrijp dat niet iedereen dat zo zal definiëren, maar ik neem die vrijheid. Godsdienst is voor mij een gekleurde vorm van religie, een verdere invulling waarin expliciet een “God” wordt beleden en riten en praktijken worden beoefend in het kader hiervan. Religie vind ik een breed en omvattend begrip. Religie zou ik willen definiëren als “het aanbrengen van een verbinding tussen het hier en nu en de uiteindelijke betekenissen die je aan je leven (en dat van je medemensen en deze wereld) zou willen geven.” Religie geeft dus op de een of andere wijze een antwoord op de vraag waarom je leeft en wat de zin van jouw leven is, hoe je die ervaart. Negatieve inkleuringen, atheïsme, het afzetten tegen vormen van godsdienst, het ontkennen van elke vorm van spiritualiteit en de zin ervan zouden ook wel eens heel religieus kunnen zijn omdat exact in het afzetten een missie wordt gevonden. En elke vorm van missie is een wijze van betekenisgeven en dus in mijn definitie een vorm van religiositeit. Ik vermoed dat de mens door en door religieus is, maar dan mag je dat begrip niet ‘eng-godsdienstig’ opvatten.

Als jij als mens het gevoel hebt dat jou leven een bepaalde zinvolheid heeft en dat het loont om daarover na te denken ben je in mijn ogen religieus en durf ik te spreken van een religieus en basaal vertrouwen. Vertrouwen is niet gelijk aan zeker weten, zekerheid hebben, of geen vragen meer hebben. Vertrouwen en een houding van vertrouwen wil niet zeggen dat er geen twijfels zijn of dat deze niet geoorloofd zijn.

Studenten die op zoek zijn naar vastere grond onder hun voeten verlangen vaak naar dit basale religieuze vertrouwen dat hun leven kan kleuren. Als ze ontdekken dat hun leven zinvol is, voor henzelf en voor anderen, gebeurt er iets. Opeens dagen er nieuwe perspectieven en is de horizon van zinbeleving anders gekleurd. Als ze ontdekken dat er wel degelijk vastere grond te vinden is, grond waarop ze kunnen staan en hun leven kunnen bouwen, dan durven ze ook op weg te gaan, stappen te zetten op hun levensweg, al is het op onbekend terrein. Wij maken dat mee met studenten die niet weten waarom ze leven, wat ze moeten ondernemen, welke keuzes ze moeten maken. Daaronder zit heel vaak een gevoel van “er niet mogen zijn, zoals je bent”, gevoed door ervaringen in het gezin en in de kennissen- en vriendenkring. De houding die dan wordt aangeleerd is er een van aanpassen om te overleven. Maar dat houd je niet een leven lang vol. In de Zelfkonfrontatiemethode die wij vanuit de Studentenkerk aanbieden blijkt dat soms heel pregnant. “Hoe lang wil je nog doorgaan met constant concessies te doen aan je omgeving en jezelf weg te cijferen?”. Dat laatste is eigenlijk een vorm van jezelf niet serieus nemen, niet goed voor jezelf zorgen en dus is dat uiteindelijk geen goede strategie. Moet je daar een leven mee doorgaan? Wat is de prijs die je gaat betalen hiervoor? Zelfvervreemding? Kortom elke bezinning start bij de vraag wie ben ik en wie mag ik zijn van mezelf, voor mezelf. Wie ben ik en waarop baseer ik dat, wat is de basis, de bodem onder mijn bestaan. Jezelf accepteren is het allereerste begin. De rest volgt daaruit. Ik noem dat laatste basaal religieus vertrouwen.

Als pastores proberen wij dat ook zelf uit te stralen. Wij hoeven niet perfect te zijn, niet fout-loos, geen supermens, geen supergelovige. Vaak hoor je dat wel eens dat men er soms vanuit gaat dat wij ook op het terrein van geloven een voorbeeld moeten geven en dat men van mening is dat ons geloof boven iedere twijfel verheven zou zijn alsof het hier abstracta betreft. Niets is minder waar. Voor mij persoonlijk geldt dat twijfel net zo waardevol is als vertrouwen (en geloven als vertrouwen). Want twijfel behoedt je voor overhaaste conclusies en valse zekerheden. Het leven kent veel te veel valstrikken en teleurstellingen dat je er zomaar van uit mag gaan dat twijfel overbodig zou zijn. Twijfel is echter geen argwaan, maar eerder een gezonde pas op de plaats, een stuk relativering en gezond mensenverstand. Niemand heeft ooit beweerd dat je je verstand moet thuislaten als je je inlaat met religie, met religieuze geschriften en godsdienstige praktijken. Ook binnen de geloven lopen veel idioten rond met absurde mensonvriendelijke ideeën. En die moet je zeker niet hun gang laten gaan. Want dergelijke mensen kunnen het voor veel anderen verpesten en daartoe hebben zij zeker niet het recht.

Als studentenpastor mag je je eigen gezicht laten zien zoals dat gekleurd is door je ervaringen en je verleden. Daarin oprecht zijn, trouw ook aan jezelf, je zwakke en sterke kanten goed zichtbaar, je mogelijkheden en onmogelijkheden bespreken en laten zien. Waarom niet, want wat heb je te verliezen. Met valse voorstellingen en foutieve verwachtingen kom je nergens. Zeker niet op het gebied waar dingen er echt toe doen zoals de serieuze vragen des levens. Daarom aan het slot hier geen moraal, maar een aansporing om niet bang te zijn, om te blijven zoeken, te hopen en te vertrouwen want je bent het zelf die dat vooral in de hand heeft en die daarin de stappen kan zetten die nodig zijn. Wij van onze kant zullen ons best doen om je vertrouwen in ons niet te beschamen. Nou heb ik dan toch nog een kleine “eigenwijze geloofsbelijdenis” uitgesproken, want ik ben van mening dat het hierop aankomt in alle menselijke relaties.

En mocht je met mij in gesprek of zoals je wilt in discussie willen gaan over deze bijdrage, aarzel dan niet. Mijn deur staat open. En die van mijn collega’s evenzeer.

John Hacking

dit artikel werd eerder gepubliceerd in Proviand – het blad van de Studentenkerk

www.ru.nl/studentenkerk