Futurum: sneller en meer

Toekomstverlangens

De mens is dus een “worden”, hij is op weg naar een toekomst die hem wacht en die nog donker in hem rust als een onbestemd verlangen. Bloch beschrijft dit als een experiment dat de wereld op het oog heeft. Hij doet dat in plastische beschrijvingen met gebruikmaking van woorden als draai, draaiing, heffen, opheffen. Als het ware uit zichzelf draaiend, uit zijn kern omhoog naar iets nieuws, zoals een plant zich draait om een stok op weg naar het licht. Misschien is onze cultuur en alles wat daarmee samenhangt wel product van deze draaiing. Bloch brengt het zo. Het boek krijgt op de omslag een motto mee dat stamt uit zijn boek “Das Prinzip Hoffnung”: “Das Reale enthält in seinem Sein die Möglichkeit eines Seins wie Utopie, das es gewiss noch nicht gibt, doch es gibt den fundierten, fundierbaren Vorschein davon und dessen utopisch-prinzipiellen Begriff…”

Volgens Bloch zit de utopie opgesloten in de realiteit, de wereld is er zwanger van. En er valt over te spreken, de utopie is te formuleren. Bloch probeert dit in zijn werk met het denken als instrument. Een denken dat wil blootleggen, een denken dat niet aan de hindernissen die het aantreft voorbij wil gaan zonder te vragen naar de oorzaken ervan en dat probeert vooruit te kijken naar een opheffing van die oorzaken die de mens gevangen houden in allerlei vormen van slavernij.

“Denken heisst Überschreiten. So jedoch dass Vorhandene nicht unterschlagen, nicht überschlagen wird. Weder in seiner Not, noch gar in der Bewegung aus ihr heraus. Weder in den Ursachen der Not, noch gar im Ansatz der Wende, der darin heranreift. Deshalb geht wirkliches Überschreiten auch nie ins bloss Luftleere eine Vor-uns, bloss schwärmend, bloss abstrakt ausmalend.”

Bloch gaat uit van een bewustzijn dat kan anticiperen op wat aanstaande is, wat wenselijk is, en wat mogelijk is. De mens is meer dan een wezen, een lichaam met driften: “Der bewusste Mensch ist das am schwersten zu sättigende Tier; er ist – in der Befriedigung seiner Wünsche – das Umwege machende Tier. Fehlt ihm das zum Leben Notwendige, so spürt er den Mangel wie kaum ein anderes Wesen: Hungervisionen tauchen auf. Hat er das Notwendige, so tauchen mit dem Genuss neue Begierde auf, die anders, doch nicht weniger quälen als vorher nackter Mangel. Die Reichen und Übersättigten (doch nicht nur sie) leiden gegebenenfalls am sonderbaren Kitzel des Ichweissnichtwas; der Luxus vor allem (der scheinbar doch alles erfüllt) ist ein unersättlicher Treiber.”

Nieuwe ontwikkelingen scheppen nieuwe behoeftes. Er wacht ons een cybernetische toekomst volgens de aanhangers van deze nieuwe religie. Alles gaat sneller en flitsender. Dus zorg voor het lichaam past zich daaraan aan.

Odo Marquard spreekt zelfs van en tijdperk van wereldvreemdheid. Hij beargumenteert dit met de volgende items: we leven volgens hem in de tijd waarin utopieën en apocalypsen elkaar afwisselen, waar verlossingsenthousiasme in het heden en rampenverwachting in de toekomst van stuivertje wisselen. Voortuitgangs-optimisten en pessimisten bepalen het discours.

Marquard stelt ook dat de mensen niet meer volwassen worden, ze blijven na de ontdekking van het kind sinds de 18e eeuw zelf kind(erlijk). De jeugd geldt al heel lang in onze maatschappij als de maatgevende leeftijd dit in tegenstelling tot de periodes waar de ouderdom het meeste ontzag genoot.

Een derde fenomeen benoemt hij als de tachogene wereldvreemdheid, de voortdurende toename van snelheid in de veranderingen in onze maatschappij. Onderdelen van deze verandering in snelheid zijn: een versnelde veroudering van de ervaring (Marquard geeft het voorbeeld van een plek waar 2000 jaar geleden een bos was, 1000 jaar geleden een veld, waar 500 jaar geleden een huis stond, 150 jaar geleden een weverij, 75 jaar geleden een station, 25 jaar geleden een vliegveld, en vandaag staat er een ‘wereldruimtesatelietterminal’ en wat er in de 10 komende tien jaar zal staan, we weten het niet). Het vertrouwde veroudert steeds sneller. Een ander kenmerk is de toename van de ervaring van het horen zeggen. We ondergaan de ervaringen niet zelf maar horen het van anderen. De tv en de computer brengt de snelle nieuwe wereld in onze huiskamers. Marquard noemt als kenmerk van de tachogene wereldvreemheid ook de expansie van de school.

Het leven wordt letterlijk een lange (leer)school om ervaringen op te doen die wij zelf niet kunnen hebben. De conjunctuur van het fictieve is een vierde kenmerk. Omdat de wereld steeds complexer wordt en zodoende vraagt om eenvoudige schema’s wordt deze vereenvoudiging ook een vorm van leugen volgens Marquardt. Hiermee snijdt hij een belangrijk punt aan want complexe situaties vragen tijd om geanalyseerd te worden en als de tijd verstreken is, is vaak ook de situatie al weer anders. De werkelijkheid positief voorstellen “Alles im Griff” miskent deze werkelijkheid en is dus fictief. De financiële crisis die onlangs plaatsvond is hiervan een sprekend voorbeeld. “So disponiert die tachogene Weltfremdheit zu Illusionen, durch die die Menschen – träumend – verkindlichen.”

Een vijfde kenmerk is de toename van wat hij noemt de “Illusionsbereitschaft” – een toename van de kloof tussen ervaring en verwachting, het dualisme tussen afkomst en toekomst. Marquard stelt dat steeds minder ervaring uit het verleden ervaring van de toekomst zal zijn en daardoor kan de toekomstige ervaring zich niet meer meten aan wat geweest is. Zo kan de verwachting mateloos worden omdat ze niet meer door opgedane ervaringen gecontroleerd worden. Ze neigt dus steeds meer naar een illusoire werkelijkheid. “Die Menschen werden zu erfahrungslosen Erwartern, zu Träumern.”

Verwacht wordt wat niet meer ervaren kan worden en dat is vertrouwdheid. En zo Marquardt, hoe meer vertrouwdheid ontbreekt hoe ongeduldiger de mens wordt om in het heden dit tekort op te heffen in de vorm van een zekere wereld waar je van op aan kunt. Hij vergelijkt het met kinderen die een teddybeer als troost ervaren als ze kennismaken met een vreemde wereld. Deze teddybeer staat voor een portie vertrouwen want hij is eigen en bekend. Zo is “die ideologische Naherwartung der heilen Diesseitwelt” de mentale teddybeer voor de moderne kinderlijke volwassene. Er is sprake van continuïteitverlies dat met illusies wordt opgevuld.

Naast de afwisseling tussen utopie en apocalyps, het uitblijven van de volwassenheid en de tachogene wereldvreemdheid is er nog een ander thema dat de wereldvreemheid mede vorm geeft, namelijk het instandhouden van de behoefte aan het negatieve. Ons vooruitgangsgeloof wordt door dit negatieve denken gestuurd. We zouden eigenlijk in het tijdperk van de ontnuchtering moeten leven, de dingen zoals kosten-baten goed moeten afwegen ook met het oog op het milieu en de mondiale gevolgen van ons streven naar economische groei. Tenslotte houdt Marquard een pleidooi voor een bewustzijn voor continuïteit waaronder hij verstaat vasthouden aan wat we uit de geschiedenis kunnen leren (historisch bewustzijn), bewustzijn voor “Usancen” gewoontes en gebruiken die houvast kunnen geven en tenslotte vasthouden aan de verworvenheden van de Verlichting met idealen als mondigheid en moed tot nuchterheid.Hartmut Rosa heeft het probleem van de verandering en toegenomen versnelling van ons dagelijks leven bestudeerd in “Beschleunigung. Die Veränderung der Zeitstrukturen in der Moderne.”

Ik noem deze thema’s van toegenomen wereldvreemdheid en versnelling van het leven omdat zij repercussies hebben op de wijze waarop wij voor ons lichaam kunnen zorgen. Zo noemt Ernst Bloch een aantal driften (in navolging van Sigmund Freud) die een rol spelen voor de mens en die ook in de toekomst medebepalend zullen zijn: de geslachtsdrift (samen met de doodsdrift als onderdeel hiervan), de ik-drift ( in samenhang met verdringing en sublimering), de machtsdrift (denk aan Nietzsche) en de verslavingsdrift. In de filosofie hebben deze driften sporadisch aandacht gekregen afhankelijk van periode en filosofisch interesse van betreffende filosoof. Zo worden in “Hoe te beminnen. Filosofen over seks” slechts een handjevol namen genoemd waaronder Plato, Schopenhauer, Kant, Kierkegard, Merleau-Ponty, Martha Nussbaum en Roger Scruton. Emmanuel Levinas spreekt over de fenomenologie van de Eros waarin hij de erotiek als een persoonsoverschrijdende kracht beschrijft die uiteindelijk weer terugkomt bij af. Ernst Bloch noemt de aandacht voor het lichaam bij het verschijnsel sport een onderdeel van de gezondheidsutopie die ons leven beheerst. De term gezondheidsutopie is van mijzelf. En zo komt er in “Das Prinzip Hoffnung” nog een scala aan utopieën voorbij.

dit is een excerpt van een langere tekst met noten op: complete tekst: http://philosophyofthebody.wordpress.com/wereldbeeld-als-lichaam/