Naar een nieuwe filosofie van de Kosmos

De Franse filosoof J.F. Lyotard gaat in een van zijn teksten van het uitgangspunt uit dat ook onze aarde en onze filosofie totaal voorbij zullen zijn als de zon expandeert. Een waarheid als een koe als we dan nog zouden leven. Ons zonnestelsel zal dan ten einde zijn. Maar we spreken over een tijdschaal die onze voorstelling ver overschrijdt: zolang zullen wij als mensheid (het dus) niet overleven. Maar zou er een andere vorm van overleven mogelijk zijn, niet met ons lichaam zoals wij dat nu kennen, maar in een andere constitutie? En is dit nodig, zou dit moeten? Enkele miljarden jaren lang? Is er iets in onze menselijke ontstaansgeschiedenis dat zo kostbaar is dat het zou moeten blijven voortbestaan in de kosmos, buiten ons zonnestelsel, of onafhankelijk daarvan?

Ik kan op het eerste gezicht niets verzinnen: herinneringen, gedachten, beelden, energie neergeslagen in creatieve uitingen? Waarom zou dat moeten blijven bestaan? Concrete materie? In een koude kosmos is veel relatief. Misschien is licht, is warmte kostbaar, waardevol? Is energie de term waarmee dat alles is te vangen? En de mensheid als energetisch veld verbeeld in een wolk van energie geladen gas dat op die wijze door de kosmos drijft – hier en daar andere gaswolken ontmoet – uitwisselt?

We hebben nog geen echte taal om deze ontwikkelingen te schetsen, laat staan te bevatten. We zitten nog teveel aan de aardse en lichamelijke werkelijkheid vast om buiten het lichaam en de aarde te kunnen denken. En, dat is mijn vermoeden, we beseffen pas nauwelijks wat het betekent dat wij lichamelijk zijn, lichamelijk evolueren, lichamelijk waarnemen en denken. Ook al bestaat de aarde al geruime tijd, als mensheid zijn wij op kosmische schaal gezien recentelijk nieuwkomers. En omdat we pas ook zo laat op het toneel van de aardse geschiedenis zijn verschenen zijn we, zo vermoed ik, nog niet eens gewend aan onze lichamelijke constitutie en afhankelijkheid van deze aarde. Met ons denken lopen we soms een paar passen vooruit, vergetend dat we uit vlees en bloed bestaan en dus niet zomaar mee kunnen in alle rationele ontwerpen: ik noem als voorbeeld slechts de wapentechnologie, de kracht van het atoomwapen, een kracht die absoluut geen rekening houdt met onze aardse constitutie en kwetsbaarheid. Zetten we deze wapens in, dan blijven er niet veel mensen over om het na te vertellen. Een zinloze actie dus: niet goed over nagedacht als je de mensheid zou willen behouden respectievelijk redden.

Ik vermoed, het blijven steeds vermoedens, dat wij het dierlijk stadium van het zoogdierbestaan nauwelijks ontstegen zijn. We zijn en blijven voorlopig “zoogdieren”. Ook al vinden we technisch gezien nog zulke leuke snufjes uit en zijn we binnenkort helemaal overgeleverd aan de machines. Misschien is machine dan ook al weer een anachronisme zoals fiets, trein, boot, vliegtuig. Tuigen van je paard optuigen, het tuig, en ook in de zin van Martin Heidegger, het zijn omschrijvingen die dan hopeloos achterhaald, passé zullen zijn omdat onze omgeving een totaal andere zal zijn geworden. Ik zal het niet meer meemaken, daarvoor ben ik al te oud en leef ik nog teveel in de “middeleeuwen” van de beschaving: gekenmerkt door de afhankelijkheid en de aansturing van mijzelf door mijn lichaam. Ik zal niet meer meemaken dat mijn lichaam gekoppeld zal worden aan de machine, aan de computer, aan een netwerk dat intelligent over mijn bestaan waakt en dat dit bestaan zal garanderen en verzekeren. Ik ga nog gewoon dood, en mijn lichaam zal uiteenvallen in materie waaruit het is opgebouwd.

Sommigen onder ons streven er met alle macht naar om die lichamelijke dood voorbij te streven, onschadelijk te maken of in de luren te leggen (cryonisme). Ik vermoed niet dat dit op korte termijn zal lukken. Maar stel eens, dat wij ons zoogdierenbestaan met hulp van de techniek in andere banen kunnen gaan leiden, stel eens dat het lichaam eenmaal gekoppeld aan een grotere intelligentie, van buiten bestuurd kan worden, gerepareerd (nano-technologie) door mini-robots en medicijnen die rechtstreeks ingrijpen in groei en ouderdom, wat zou dan de moeite waard zijn om als lichaam te blijven behouden? Gekoppeld aan een machine die ons in leven houdt, voedt, aanstuurt, van informatie voorziet, en laat communiceren met anderen, wat hebben we dan nog nodig van ons lichaam? Stel dat al onze input in onze hersenen niet meer plaatsvindt door waarneming en zich bevinden in een buitenwereld, een omgeving zoals dat nu het geval is, maar dat deze input in feite stamt uit een netwerk, wat heeft dat dan voor consequenties voor ons lichaam? Hebben we nog voeten nodig, of handen, of zintuigen? Sterven die dan langzaam af in de evolutie omdat ze overbodig zijn geworden? En onze huid, wordt dat een doorgangsorgaan voor energie of voedsel, in de vorm van licht bijvoorbeeld? Kleding zal een achterhaalde realiteit zijn want onze organische huid heeft geen planten of dieren meer nodig om mee te omgeven of om mee te pronken en te onderscheiden. Koude en warmte worden anders geregeld, de kunstmatige omgeving zorgt voor alles. Ook seks en andere verlangens doen er niet meer toe want de voortplanting vindt inmiddels buiten het lichaam plaats en seksualiteit maakt de boel alleen maar lastig ingewikkeld omdat het hormonale deel van het lichaam te eigenwijs is om te beheersen via de geest. Dat lossen we dan maar mechanisch op met medicijnen en aanpassingen waarbij hormonen overbodig worden. Hormonen, “dat is typisch iets uit het zoogdierentijdperk”, niet meer van deze tijd want lichamelijke aantrekking en afstoting werken zo niet meer. In feite doet het hele uiterlijk er niet meer toe want ons lichaam is niet meer belangrijk, het is slechts nog een tijdelijke, relatieve opslagplaats voor iets anders dat kostbaarder is: namelijk plek van verbinding zijn tussen velen, ideeënwerkplaats ten behoeve van het grotere geheel. Dat zou dus een antwoord kunnen zijn op bovengestelde vraag: wat doet er toe in het lichaam, dat zo waardevol is om te behouden in de toekomst. Niet meer de materie, de hersenen, vlees en bloed, maar ideeën, virtualiteit, fantasmen, “crazzy ideas” die de mensheid als nieuw creatur, als machineschepsel moet laten voortbestaan, ook als de zon eens explodeert. Waarom zouden er dan veel van die plekken, veel van die mensen behouden moeten blijven, waarom niet aan een paar (makkelijk te onderhouden) groepen genoeg gehad? Omdat veelheid, pluriformiteit, meer kansen biedt op overleven. Hoe meer mensen, hoe meer input, hoe meer putten uit oudere reserves en historisch bestanden die in de genen liggen opgeslagen als een onuitputtelijke bron van informatie en creativiteit. Misschien liggen in onze genen zelfs de sporen van het ontstaan van deze aarde en dit heelal opgeslagen, alleen kunnen we nu er nog bij omdat we niet weten waar we over spreken.

Stel dat we niet echt meer een afzonderlijk lichaam zouden hebben maar deel zouden zijn van een groter geheel, een groot netwerk, en dat onze autonomie (wat zou dat dan nog zijn in deze context) zou bestaan uit “waardevol doorgeefluik” zijn met een mogelijke potentie voor nieuwe ideeën, stel dat wij geen mensen meer laten sterven omdat dan waardevolle informatie verloren zou gaan (kun je trouwens nog van mensen spreken), wat zou dát dan betekenen voor ons zelfverstaan? Of is ook zelfverstaan een relict uit het verleden gekoppeld aan het zoogdierenbestaan maar niet meer van deze technische nieuwe tijd?

Dat zou betekenen dat elk mens zo kostbaar is geworden omwille van zijn informatiepotentieel dat dan pas is doorgedrongen hoe dom wij daarvoor hebben gehandeld door miljarden op te offeren aan wapengeweld ten behoeve van kortzichtige doelen. Deze metapositie van machinemens, doorgeefluik, informatiereserve, levert ons dan meteen een oordeel en een inzicht op ten aanzien van ons gewelddadig verleden. Maar dat is niet meer ongedaan te maken. Dood is dood. En alle nieuwe technieken zullen er niet in slagen om deze verloren en kostbare informatie terug te halen. Dat maakt ook meteen de unieke positie van ons mensen in deze kosmos zichtbaar: wij kunnen informatie opslaan en verwerken, toepassen en inzetten. Zijn wij daarin de enigen? De toekomst zal het leren. Vlak ook de dieren en plantenwereld niet uit die op hun niveau het nodige hebben verzet en die zich voortdurend aanpassen en evolueren. Kortom zal het leven het redden van de kosmische dood die ons bedreigt als de zon haar laatste fase ingaat? Er is nog heel wat denkwerk nodig om deze nieuwe kosmos in woord en beeld te vangen opdat wij erover kunnen communiceren.

John Hacking

27 oktober 2011