Markeringen

De ouders van mijn moeder waren keuterboertjes. Her en der verspreid hadden ze stukjes land. Mijn opa was daarnaast dagloner bij andere boeren die het beter getroffen hadden. Die hadden meer koeien en meer land. Zeker meer dan de 2 koeien die mijn opa en oma hadden. Daar werd in die dagen tegenop gekeken. Arm en rijker en rijk bepaalden het maatschappelijk leven. Een soort van standenmaatschappij dus waarin bezit bijna alles is. En als er bezittingen waren, dan moesten die worden beschermd en als land afgebakend.

Ik heb hier een foto van een steen die op het einde van een stukje land lag. Dat stukje land was van mijn opa en oma en de steen gaf de grens aan. Het is een zware kei, misschien wel in de ijstijd met een gletsjer aangevoerd. Een grenssteen die niet zo makkelijk is te verplaatsen. Het is een merkteken, een markeringssteen.

 

De tekst uit Jozua en de tekst uit Johannes gaan beiden over markeringen. Markeringen in de ruimte maar ook in de tijd. Met deze sleutel in handen wil ik ze nader bekijken.

Jozua verhaalt over de doortocht door de Jordaan, over de 12 stenen wordt de ark het beloofde land binnengebracht. Die stenen worden daarna als een symbool, een merkteken neergezet. Een oproep tot herinnering. Memoriestenen. 12 stenen voor de 12 stammen van Israël. Maar het is niet alleen een markering in de ruimte. Pesach, Pasen breekt aan en dat is de letterlijke herinnering aan de bevrijding uit Egypte, de uittocht uit de slavernij. Op de 14e dag van de 1e maand wordt het Pesach-offer bereid – zoals voorgeschreven. 40 jaar lang zwerven door de woestijn is ten einde gekomen – ook het manna dagelijks voedsel voor onderweg – stopt vanaf nu. Een nieuwe tijd breekt aan. De markering van de ruimte, een nieuw leef- en woongebied, het beloofde land is tegelijk een markering in de tijd – de uittocht / doortocht is definitief ten einde.

In het verhaal van Johannes is het ook kort voor Pasen, Pesach. Jezus ziet de menigte die hem is gevolgd en vraagt aan Filippus naar een “winkel” een plek waar brood gekocht kan worden. Jezus gaat er dus vanuit dat zij de menigte gaan voeden. Er staat dat hij het vraagt om Filippus op de proef te stellen, want hij wist zelf wel wat hij zou gaan doen. En hier zit de crux van het verhaal, in deze zin: hij weet wat hij gaat doen. Wat er gebeurt is een afwikkeling van het gebeuren: 5 gerstebroden (pesachbrood) en 2 vissen voeden de hele groep – en 12 korven blijven over. 12 korven voor de 12 stammen van Israël. Het volk reageert enthousiast en wil Jezus als koning. Deze ziet de bui al hangen en maakt dat hij wegkomt naar de woestijn. Hij trekt zich terug, alleen!

De markering in de tijd die hier plaatsvindt: Pesach, Pasen, het feest van de herinnering aan de bevrijding krijgt hier een nieuwe lading. Een lading die zichtbaar wordt in de persoon van Jezus. Het volk heeft dat in de gaten en wil hem meteen inpalmen. Maar Jezus zet als het ware geen markering in de ruimte neer, geen memorie, geen stenen, geen echte koning, met macht en een paleis, met een leger en een oorlog tegen de Romeinen, maar een markering in de tijd – het aanbreken van het nog onzichtbare Rijk Gods. Dat rijk breekt letterlijk aan in zijn persoon, als wij Johannes mogen geloven. Want Johannes laat Jezus optreden als de bewerker van dit rijk. Johannes beschrijft het optreden van Jezus vanuit een soort meta-positie. Het is allemaal de bedoeling, het moet zo zijn. Dat betekent dat Pasen, Pesach in de ogen van Johannes een vorm van te eten geven is. De maaltijd die bij de andere evangelisten terugkomt in het laatste avondmaal met de leerlingen ontbreekt in het evangelie van Johannes. Dat is typisch en tevens opmerkelijk.

Als ik even heel snel een conclusie trekt betekent dit dat het Pasen is als wij te eten geven. Dat bevrijding een feit wordt als wij hongerigen voeden. En het betekent dat wij het allemaal kunnen, dat het binnen onze macht ligt. Maar er moet misschien eerst iets gebeuren voordat wij zo kunnen handelen, voordat wij kunnen geloven dat we zo meewerken aan de tot standkoming van het Rijk Gods.Misschien moeten we eerst onze zelfgemaakte markeringen afbreken waarin wij onszelf hebben opgesloten, die als een keurslijf om ons dagelijks leven heen zitten. De grenzen waarbinnen wij ons leven gestalte geven omdat we denken dat het zo moet of zo hoort. Werken en werken – alsof de duivel je op de hielen zit. Te weinig rust, te weinig ontspanning. De angsten proberen los te laten ingegeven door xenofobie, angst voor het vreemde, de vreemdeling. De kaarten niet alleen maar te zetten op bezit en status maar ook op andere dingen die minder materieel zijn, zoals liefdevolle relaties, aandacht, zingeving, leunen op en steunen van elkaar.

Zelf weten we meestal heel goed wat we nodig hebben en waar we echt blij van worden. Daarnaar leren luisteren en ernaar handelen. Je gevoel serieus nemen, je zelf serieus nemen. Dit thema komt in gesprekken met studenten voortdurend bovendrijven. Mensen raken in de stress, krijgen een burn-out  omdat ze voortdurend over hun eigen grenzen heengaan, omdat ze te weinig waken over hun psychische, geestelijke gezondheid. En soms, na een tijdje zijn die grenzen zo vervaagd dat je als individu de weg niet meer terugvindt en niet meer weet wat normaal en wat overdreven is. Dan zijn de rapen gaar en wordt het etiket overspannen, burn-out, gestressed, op je geplakt. Dan zit je noodgedwongen thuis.

U hoort het: een dubbele boodschap. Markeringen geven houvast maar markeringen kunnen ook een gevangenis worden. Het gaat er maar net om hoe je zelf met die grenzen omgaat en hoe je de markering invult. De grens zelf is onzichtbaar – die zie je niet. We hebben stenen om ze te markeren, maar eigenlijk zie je niets. Dat geldt ook voor een grens, een markering in de tijd. Je ziet het niet, maar het is er wel. Net zoals de grens tussen hemel en aarde: je ziet haar niet maar ze is er wel. Ik vermoed dat Jezus geprobeerd heeft voortdurend te laten zien dat de hemel aan de aarde reikt. In zijn broodwonder werd het zichtbaar, in onze navolging krijgt het opnieuw gestalte. Daarom nu al van harte: zalig Pasen, zalig Pesach, zalig delen met elkaar. Amen.

Gelezen Jozua 4,19 -5,12 en Johannes 6,4-15