autotopisch zelf

Het zelf woont als het ware in het lichaam, het lichaam is de plek, de plaats waarin en waarmee het zelf zich manifesteert in de wereld, een ware autotopos. Wat doet dat nou met het zelf? Is het zelf zich hiervan echt bewust? Of neemt het het lichaam waar als een vanzelfsprekendheid en staat het er nauwelijks bij stil? Als je fietst, als je een beweging uitvoert met het lichaam die veel concentratie vereist, en als dat dan lijkt alsof het vanzelf gaat kun je spreken van idemiteit (Heinrich Rombach). De fietser is zich niet bewust van zijn lichaam en valt samen met zijn fiets en het fietsen. Zelf en lichaam vallen perfect samen in de actie die wordt uitgevoerd. Er is geen afstand, geen reflectie, geen voorbehoud. Als je met 70 km per uur naar beneden suist zou elke reflectie wel eens de laatste kunnen zijn omdat de angst dat je zomaar opeens het ravijn zou kunnen invliegen, kan toeslaan. Angst is dus in feite als een vorm van zelfbewustzijn die inhoudt, die zich niet overgeeft, die gedachten de boventoon laat voeren boven het aangaan van de beweging. Gedachten over wat zou kunnen gebeuren, overpeinzingen die gevoed door twijfels en onzekerheid verlammend kunnen werken. Een bange fietser wint nooit de Tour de France.

Het zelf als deel van het lichaam en het lichaam als deel van het zelf zijn onafscheidelijk. Hoewel in de geschiedenis van de filosofie wel getracht is beiden uit elkaar te halen door geest (ratio) en lichaam te scheiden, is dat toch eigelijk een poging gebleken die de werkelijkheid van onze lichamelijke existentie geen recht heeft gedaan. Ik zou dan ook willen pleiten voor een benadering van het lichaam en het zelf dat in en met dit lichaam leeft als een eenheid, als een semiotische verbinding die je niet filosofisch moet gaan uiteenrafelen in twee aparte grootheden.

Onderscheiding kan altijd, scheiding is een illusoir streven. Elke scheiding van lichaam en geest doet aan een van beide partijen tekort. Altijd is er een voorkeur, is er een voorkeursbehandeling. Meestal valt die niet goed uit voor het lichaam omdat het lichaam sterfelijk is. Maar met het sterfelijke lichaam sterft ook de geest die er in woont, het zelf dat het lichaam is. De geest kan niet zonder de kamers waarin hij rondwaart om maar eens een ruimtelijke metafoor te gebruiken. Als metafoor kan hij licht werpen op de situatie van het zelf in het lichaam maar als beschrijving van de werkelijkheid blijft hij gebrekkig. Wat we van ons lichaam waarnemen is feitelijk elke seconde ervaarbaar. Zonder geest zou dat niet lukken, maar zonder lichaam zou er helemaal niets te ervaren vallen.

Daarom pleit ik ervoor het zelf te beschouwen als een bewustzijn dat in en met het lichaam leeft als een auto in een topos. Het lichaam is een autotopie, een autotopos, een plek waar het zelf tot zelf wordt en als zelf functioneert.

John Hacking

25-2-2013