virtueel VLEES

Het Engels kent het onderscheid tussen flesh en meat, in het Nederlands is het enkel vlees. Dat dekt beide ladingen: het lichaam dat we zijn en het vlees dat we eten. Wij zijn VLEES. Omdat we VLEES zijn, lichaam zijn, hebben we behoeftes en richten wij onze wereld op een materiële wijze in zodat aan die behoeftes voldaan kan worden. We bouwen huizen, dragen kleding en wij voeden ons. Daarnaast hebben we seks en slikken we medicijnen als het lichaam hapert. Daarom zijn er winkels, bestaat industrie en werken boeren op het land. De behoeftes zijn veel en groot. En ze moeten worden vervuld. Dat noemen we economie.

De materiële wereld kent eigen wetmatigheden. Arbeiders in die wereld werden nog niet zolang geleden beschouwd als onderdeel van het productieproces. Marxisten hebben er boeken over vol geschreven. Toch bestaat deze wereld grotendeels niet meer. Omdat de rol van de arbeider een andere is geworden. De meeste arbeiders zijn wat vroeger ambtenaren waren: mensen met een pak, mensen met een pen, mensen met een dossiermap. Werken is vandaag de dag ook denken, je verstand gebruiken, je machine zo bedienen dat deze al het werk uitvoert zonder haperingen. Werken is tegenwoordig ook nadenken over programma’s, software schrijven en toepassen, aan de knoppen zitten en achter de beeldschermen. Of je nou op een bank werkt, in een kantoor van de overheid, op school of in de wetenschap: de computer en het beeldscherm waarop alles zichtbaar wordt is het voornaamste instrument om je werkzaamheden uit te voeren. Dus wij zijn informatie-verwerkers en toepassers. Dat is arbeid: informatie verzamelen, doorgeven en ontwikkelen.

Maar hoe zit het dan met ons VLEES? Past het VLEES zich zo maar aan, aan deze nieuwe omstandigheden met totaal nieuwe behoeftes? Wat ervaart het VLEES van al die virtuele mogelijkheden en kansen? Ik stel deze vraag omdat het VLEES achter de computer niet meer volledig meedoet. Alleen handen en hoofd worden gebruikt en het denken staat vaak los van al de andere behoeftes zoals eten, drinken en slapen. Het VLEES past zich aan. De virtualiteit legt het VLEES zijn wil op en het VLEES gehoorzaamt. Het stort zich op alle snufjes en apps die er verschijnen en is blij als een kind. Maar dat duurt maar even daarom komen er elke dag veel nieuwe speelmogelijkheden bij. Dat is de vluchtigheid van onze nieuwe wereld. Maar aan de doorgeef-zijde van al deze informatie, dus niet aan de vluchtige consument zijde, is er geen vluchtigheid: alles wordt bewaard, opgeslagen, geanalyseerd door weer andere grotere computers met nog ijverigere ambtenaren; de geheime diensten en de markt-analisten, de reclame-bevorderaars en de entrepreneurs die virtueel hun geld verdienen. Dat is een vreemde vorm van ambivalentie: vluchtigheid tegenover vastigheid, amusement en vertier tegenover de gevangenis van het voor altijd willen bewaren. Kortstondigheid en eeuwigheid staan hier tegenover elkaar en het VLEES zit er middenin. Alleen het VLEES kijkt niet verder dan de neus lang is en doet mee met het verteren van alles wat er op de technische hulpmiddelen op een presenteerblaadje aangeboden wordt.

Er is nog een vreemde anomalie in onze samenleving. Politici denken nog steeds vanuit het VLEES en de materiële behoeftes ervan. Veel VLEES vormt een samenleving en een staat. Om dat VLEES aan te sturen en te begeleiden zijn er staatkundige vormen bedacht zoals het idee van democratie: het VLEES spreekt een woordje mee. In bepaalde politieke programma’s gaat men ervan uit dat een bepaalde hoeveelheid VLEES geconcentreerd kan worden binnen de materiële grenzen van een landschap of een continent. Dat noemen we dan land, staat, natie, waarin nationalisme een belangrijke waarde is omdat er een volkslied en een vlag is. En omdat er een geschiedenis wordt gedeeld. Maar hier wordt het al moeilijk want met wie deel je die geschiedenis. Dat is grotendeels een virtuele geschiedenis want als VLEES is je houdbaarheidsdatum zeer beperkt.

Sommige politici denken dat als ze de grenzen van de natie maar goed bewaken, als iedereen maar goed zijn best doet om de natie te ondersteunen, het dan allemaal goed zal komen met alle problemen. We krijgen dan: Een gelijke en eerlijke verdeling van de welvaart, gelijke kansen voor iedereen (die tot de natie wordt toegelaten of die er vanouds lid van is) en een einde aan alle oorlog en bedreigingen. Zij gaan er vanuit dat het VLEES dat in een natie leeft maar een beperkte hoeveelheid voedsel heeft en daarom willen zij niet delen met VLEES dat illegaal de natie is binnengekomen. Dat VLEES mag er niet in en moet eruit als ze er toch zijn.

Dat is kortzichtig. Want er zijn nog wel materiële staten maar de werkelijkheid van de virtuele arbeid wil zeggen dat niet de politici, noch het VLEES, maar de industrie en de economische machten de wetten stellen, zoals daar zijn banken en concerns. En die sectoren beslaan inmiddels de hele wereld. Dat heet globalisering. Zij kleuren ook de berichtgeving, bepalen het mediabeleid en hebben een vinger in de pap in alle politieke beslissingen.

Kinderen wegsturen naar een land waarin zij nooit zijn geweest alleen al omdat zij als VLEES afgekeurd zijn door politici is niet alleen inhumaan maar ook achterlijk en getuigend van een onvergeeflijke domheid. Wetgeving gebaseerd op het idee van eigen VLEES eerst, op egoïsme in de consumptie van goederen, op alles wat van buiten komt is verdacht, verkeerd, te wantrouwen, verdient die naam niet. Het zijn symptomen van dictatoriaal voor God willen spelen terwijl je als je niet oppast zomaar ligt te rotten in je graf omdat jouw VLEES de houdbaarheidsdatum heeft overschreden. Wat heb je dan bereikt, wie heb je gepleased? Hoeveel kiezers heb je achter je eigen VLEES propaganda gekregen en wat belangrijker is: hoeveel onrecht heb je veroorzaakt, hoeveel mensen in onzekerheid gestort die hier goede kansen zouden hebben gehad om iets voor de samenleving te betekenen?

Denken alleen vanuit het VLEES is een grote domheid. Het is volledig achterhaald en als je dit niet doorhebt zit je op de verkeerde plaats in de politiek.  De macht van het VLEES is definitief voorbij. Het VLEES is onderworpen aan de virtuele wereld en tegensputteren helpt niet. Dus het moet maar het beste ervan maken. De wereld is globaal: alles en iedereen doet mee – altijd en overal en overal tegelijk. Dat is bijna niet te bevatten maar het is wel zo. De virtuele wereld is een wereld waarin voor iedereen plaats is en waarin iedereen zijn plaats kan opeisen. Als je die kans laat liggen doe je niet mee en wordt er voor je beslist. Dan wordt jouw VLEES in het keurslijf van een softwareprogramma gekneed en gekneusd totdat het past. En dat softwareprogramma wordt zoveel mogelijk vlekkeloos uitgevoerd op de werkvloer zoals daar zijn onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, zorginstellingen, verkeer, kantoren, woningen etc. etc. Daarvoor zijn er weer andere ambtenaren omdat allemaal in goede banen te leiden. Dat noemen we managers. Zij managen de uitvoering van de programma’s en verdienen en er een goede boterham aan. En sommigen zijn zo behendig in de virtuele wereld dat ze zelfs cursussen aanbieden om computers te hacken en zo hun geld te verdienen. Of zulke grote sommen geld van de ene plek naar de andere virtuele plek te transporteren dat ze winsten maken op basis van het verschil in milliseconden tijd. En niemand kan dát nog controleren. Daarvoor gaat het te snel en is het teveel. Teveel data. Niemand heeft nog overzicht. Daarom willen al die overheden greep op de zaak want greep is macht is geld is winst. Informatie is letterlijk geld. Dat is de nieuwe gestalte van onze economie: de informatie is het nieuwe systeem van waarden, het vervangt de gouden standaard, informatie is kortom alles.

Een economie die nog uitgaat van VLEES loopt daarom hopeloos achter want het VLEES is bijzaak. Het VLEES brengt altijd nog wat op omdat het  VLEES nu eenmaal gekoesterd moet worden, maar het is, zeker in de toekomst, niet meer de hoofdzaak. Daarvoor staan we nu: leren om-denken van VLEES naar virtueel. Waar blijft die nieuwe app die dat wat makkelijker maakt?

John Hacking

2 oktober 2013