Communiceren in een tijd waarin alles informatie is

Het individu als subject in het informatieproces wordt belaagd, het wordt letterlijk subject, onderworpen, aan de nieuwe communicatiestrategieën die overal worden ingezet om subjecten voor de eigen zaak te winnen. Of dat nu deelname is aan een vorm van contact via sociale media of burgeralarm (bij ontij en onraad, verspreid door de politie) of de ondersteuning van een politieke partij, het tekenen van een petitie van een actiegroep of het ontvangen van gratis reclame in je mailbox, het zijn net zovele vormen van belegering: je aandacht wordt gevraagd en gevangen gehouden want de uit-knop om niets meer te ontvangen is ver weg gestopt. Met een beetje moeite kun je jezelf voor veel mailverkeer afmelden maar als je eenmaal deel bent geworden van een netwerk valt dat nog niet mee. Je staat in ieder geval genoteerd en als je ook al heel weinig van jezelf hebt prijsgegeven bij het ene netwerk maar iets meer bij het andere ben je toch het haasje waarop de jager kan jagen als hij echt naar jou op zoek is. Tik je naam maar bij een zoekmachine en zie het resultaat. De computer-lozen en niet verbondenen zullen noch opgeruimd adem kunnen halen maar voor hoelang nog? Iedereen staat geregistreerd bij tal van organisaties en overheden. Sta je niet virtueel in een bestand, dan existeer je niet. Kennen ze je niet bij de overheid, de belastingdienst en het bevolkingsregister, vraag dan maar eens een paspoort aan of meld je af bij overlijden.

Dat is een kant van de zaak. De andere kant is dat wij er ook van genieten en dat wij dankbaar gebruik maken van de vele mogelijkheden om onszelf te presenteren en contacten te leggen via de techniek. Het is een toegevoegde dimensie aan onze identiteit. Wij functioneren op een nieuwe ongekende wijze: we kunnen direct van ons hebben en houden getuigen via woord en beeld. Hele massa’s kunnen meegenieten van onze ontboezemingen, onze indrukken en emoties. En velen, zo lijkt het, kunnen dit niet meer missen. Zonder mobiel, Ipad of internetverbinding voelen zij zich ontheemd en radeloos. Zij zijn bijna letterlijk afgesneden van wat ze denken nodig te hebben om te existeren in de huidige wereld: on-line zijn en blijven, genieten van wat er komt, weten wat er speelt, op de hoogte zijn en blijven. Identiteit is tegenwoordig niet een substantieel iets maar functioneel. Je bent pas iemand als je verbonden bent en als je dat iedereen kunt laten zien. Je bestaat pas als op de sociale media duidelijk is dat je meedoet. Anders ben je een niemand, anoniem, onbekend, niemand vindt je leuk!

Maar wat is communicatie als je aan de ene kant belaagd wordt en aan de andere kant alles op het net gooit waar je hart vol van is? Is dit communicatie of is dit verspreiden van informatie die overbodig is? In principe is geen enkele informatie overbodig. Dit standpunt zullen de bespelers van de mediamarkt onderschrijven. Alles, letterlijk alles is bruikbaar, analyseer, om te zetten in geld via werving, reclame, onderzoek. Zelfs de meest grote verzameling van onbenulligheden levert nog aandacht op als je er een krantenartikel over schrijft. De plaats vanwaar je informatie vandaan komt, de hoeveelheid, duur, lengte, tijdstip gecombineerd met andere gegevens geeft inzicht in gedrag. Geheime diensten laten er verschillende methodes van analyse op los, filteren op begrippen, locatie, connecties en wat al niet meer om de voor hun saillante details op te vissen uit de brei van informatie. Elke informatie en vorm van informatie is in het informatietijdperk kostbaar, waardevol, aanwendbaar en te gebruiken voor andere doelen. Informatie over informatie, het innemen van diverse meta-standpunten is ook informatie, en is communicatie. Alles is informatie: het is een slang die zichzelf in de staart bijt. Informatie en communicatie zijn eigenlijk niet meer los van elkaar te verkrijgen. Zij vallen grotendeels samen en zijn op elkaar aangewezen. In de vorm van het doorgeven van informatie kun je nog onderscheiden. Gebeurt het via dialoog, via woord en wederwoord, luisteren naar elkaar, of is het een eenzijdig proces waarin de een dicteert en de ander ontvangt? Maar ook hier zijn de grenzen wankel. Want dialoog en discours zijn niet meer zo helder te onderscheiden als de subjecten niet meer de subjecten zijn die in beide vormen werden verondersteld. Als het subject in het informatieproces niet meer hetzelfde subject is als het subject dat 500 jaar geleden nog beschouwd werd als het wezen dat met andere subjecten in gesprek ging omdat de informatietechnologie zoveel invloed heeft op denken en handelen, dan kunnen we niet doen alsof we het nog over hetzelfde subject hebben. Dialoog is geen dialoog meer in de oorspronkelijke zin voordat de informatietechnologie haar intrede deed. De informatietechnologie vervormt de dialoog, maakt haar tot middel in haar eigen communicatiestrategie. Dat doet ze ook met het discours. Ook dat is daardoor veranderd. Kortom we leven in een nieuwe wereld met andere wetmatigheden, andere begrippen en vooral nieuwe functies. De functionaliteit van de dialoog en het discours van 500 jaar geleden (om het maar eens ruim te pakken) is een andere dan in het huidige communiceren. Natuurlijk, het is niet helemaal verdwenen, maar wel helemaal veranderd. Omdat we niet kunnen doen alsof we 500 jaar geleden leefden, omdat we de context van onze eigen tijd op onze schouders en in ons hoofd meedragen moet dat invloed hebben op deze wijze waarop we dialogeren en een discours geven. Kunnen we nog uren lang met elkaar een dialoog voeren? Ik vermoed dat dát velen niet meer zal lukken en dat velen dat ook niet zouden willen. Waarom niet? Kost het teveel inspanning? Teveel luisteren en te weinig afleiding? TV-programma’s die dit aanbieden zijn zeer zeer zeldzaam. En via het TV-programma ben je toch veroordeeld tot de rol van toehoorder en toeschouwer, je doet zelf niet mee. Nee, we willen spanning, afleiding, afwisseling, sensatie, bezig gehouden worden zonder zelf al te diepzinnig te hoeven nadenken over moeilijke en diepe vragen. Dat is onze tijd: amusement. Is dat verkeerd? Niet echt, maar al te weinig diepgang gaat heel snel vervelen en dat vervelen wij ons zoals een bekend media-onderzoeker al jaren geleden opmerkte snel ten dode. Daarom verdient onze tijd en onze samenleving een diepgaande analyse van hoe wij communiceren in deze tijd van informatie en wat hiervan de gevolgen zijn voor de inrichting van onze samenleving.

John Hacking

23 september 2013