God als probleem?

 Afgelopen donderdag was een inspirerende dag. Wij vierden de Dies, de verjaardag van de universiteit. In de ochtend met een eucharistieviering waarin bisschop  Hurkmans voorging en waarin hij benadrukte dat in elk hart waarheid schuilt. In de middag in de Vereniging met de diesrede van Heino Falcke, astronoom en predikant in de hervormde kerk, een zeldzame combinatie van exacte  wetenschapper en gelovige en daarna het uitreiken van het eredoctoraat aan het voormalig hoofd van de Angelicaanse kerk: Rowan Lord Williams of Oystermouth. Na de ontvangst hield hij in zijn dankwoord ons als universiteit een uitstekende spiegel voor – woorden die je zo kan overnemen in het nieuwe strategisch plan van de universiteit.

Misschien vraagt u nu, wat hebben deze dingen te maken met de viering vandaag? Daarin kan ik kort zijn: alles! Zij hebben er alles mee te maken want ze helpen mij, ze geven mij een bril om de lezingen van vandaag te duiden. In beide lezingen is God het probleem. In Deuteronomium wordt uitgelegd waar al die geboden en regels goed voor zijn maar de voornaamste motivatie ligt in de zorg van God voor zijn volk. De kinderen die het zelf niet hebben meegemaakt, die bevrijding uit Egypte, moeten het toch als motivatie aanvoeren om het naleven van de regels te motiveren. U merkt het al, de kloof in de tijd, gaat hier problemen opleveren. Ze moeten het hebben van horen zeggen, van het doorgeven van de verhalen. De enige echte motivatie om de regels na te leven ligt dan ook niet in het getuigenis, maar in het doen: het doen zelf, het naleven zelf wordt zo tot getuigenis. Zolang de regels worden nageleefd wordt dit getuigenis afgelegd. Bij Jezus ligt het iets gecompliceerder vermoed ik. Ook hier de vraag naar God. Jezus zit zo op een lijn met God, zo zegt hij, dat wie hem ziet, de Vader ziet.

Ga er maar aan staan. Een echte tour de force voor de mensen in zijn tijd. En ik vermoed ook voor ons. Zien we God als we Jezus zien? Want heeft God de lichamelijke gestalte van Jezus aangenomen?  En dan de uitdrukking: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”.  Veel geciteerd, nauwelijks begrepen, te weinig nageleefd, om deze woorden die eigenlijk deel uitmaken van een mysterie, kort samen te vatten. De gelijkstelling van Jezus met God, met de Vader, wat een invulling van God is, en de oproep om te vertrouwen is performatieve taal. Performatief wil zeggen: het zal gaan gebeuren als je het doet, uitspreekt. Zoals je kunt zeggen: ik houd van jou en dan gebeurt er iets. Het is een taal die een soort van schaduw vooruitwerpt: een belofte kondigt zich aan. In het licht dat op Jezus wordt geworpen zien we langzaam de schaduw van God. Maar ook wij zitten met een kloof in de tijd: wij zijn geen letterlijke getuigen. We moeten het hebben van verhalen, overlevering en vooral navolging. Het feit dat wij hier rond brood en wijn, tekens die verwijzen naar Jezus, en rond het woord bijeen zijn is een getuigenis, een daad van navolging. Maar toch kan het probleem God blijven bestaan ondanks dit alles. Heino Falcke maakte donderdag duidelijk dat er een waarnemingshorizon, in het Engels, een Event Horizon, is in de kosmologie. Bij de rand van het zwarte gat is er geen terug meer mogelijk, alle kennis, in dit geval alle materie, alle licht, dus alle energie verdwijnt erin en keert nooit meer terug. Waar en wat is God in het licht van deze ontdekkingen, wat kunnen wij over Hem zeggen of nog zeggen? Bijvoorbeeld wat valt er over Hem te zeggen in dit licht als schepper? Is dat niet al te menselijk?

Wat kunnen we dan nog wel waarnemen in ons heelal: even voor de freaks: Wikipedia zegt: de lichtsnelheid van een seconde bedraagt 299.792 km. Ons heelal heeft een waarnemingshorizon van ongeveer 46,5 miljard lichtjaar. Het begint te duizelen. Dit is bovenmenselijk. Maar genoeg getallen. Alle ontdekken begint bij waarnemen. Dat is in de bijbel en in de wetenschap zo. Met onze techniek hebben wij onze lichamelijke waarneming ontzettend uitgebreid. Maar er is nog een andere vorm van waarnemen. Rowan Williams hield ons voor dat  een universiteit die zich baseert op christelijke waarden drie gebieden moet koesteren. Een, het gebied van de Artes, middeleeuws voor de kunsten en de  wetenschap. Nu ligt dat wat gedifferentieerder,  maar het gaat vooral om het creatieve proces in denken en doen. Daar zijn we als universiteit volop mee bezig: onderzoek en onderwijs centraal. Daarnaast is er het terrein van de politics: het handelen, inzet voor de maatschappij. Werken aan een rechtvaardige samenleving. Niet het eigen belang voorop stellen. En tenslotte is er het terrein van de contemplatie, introspectie, inkeer in jezelf, stilte. Gewoon zitten, ademen, wachten, luisteren, stil zijn. Zo zei hij.  Net zo belangrijk als de andere twee. Als je dat verwaarloost ben je maar een half mens en een halve universiteit, de naam niet waardig.

Norbert Whitehead noemt de intuïtie de weg naar innerlijke kennis, de weg naar de religieuze ervaring. En precies die religieuze ervaring kan bovenkomen  in de stilte, in de stilte van de contemplatie. Het is trouwens niet voor niets dat wij toch gemiddeld 8 uur per dag moeten slapen. Ons lichaam heeft dat nodig, maar onze geest nog meer. Ik vermoed dan ook dat de stelligheid waarmee Jezus spreekt over de Vader een ontdekking is van zijn contemplatieve leven. Hij drukt dat eigenlijk poëtisch uit als hij spreekt over het huis van de vader. En als hij de weg, de waarheid en het leven ter sprake brengt.  Hij opent een deur voor ons om die weg te bewandelen, te begaan. Als in elk van ons de waarheid woont, een stukje waarheid,  dan kunnen wij die ook ontdekken, door in te keren, door stil te zijn. In het tv programma op zoek naar God proberen ze dat voor de camera. Inclusief de opdracht om meditatief in de stilte de bijbel te lezen. Maar wij kunnen het ook thuis, in de tuin, op je kamer. Daarom veel inspiratie om de vraag naar God en naar Jezus en naar ons eigen leven en de zinvolheid ervan te verkennen.

John Hacking

overweging Studentenkerk 18 mei 2014