Mierenperspectief

De vraag naar God blijft intrigeren. Vanmorgen op de fiets dacht ik dat we God toch nog altijd teveel beschrijven vanuit menselijk perspectief. God als schepper, als een soort van pottenbakker of creator van iets nieuws, als een kunstzinnige activiteit, het blijft menselijk al te menselijk. Hoe moet je je God dan voorstellen als wij Hem schepper noemen? Wat is scheppen? Een vorm van Creatio ex nihilo, maken/creëren uit het niets? Ik geloof er niets van. Want er valt niets te geloven. Het zijn woorden en nog eens woorden maar de werkelijkheid beantwoordt hier niet aan. God is geen kunstenaar, geen tovenaar en geen natuur- of scheikundige. Hij maakt niets en hij schept niets als je onder scheppen een vorm van maken en doen ontstaan verstaat. Waarom het een zo is gemaakt en het ander zo, is niet een kwestie van schepping maar van ontwikkeling, het resultaat van een proces. Er is niets gemaakt maar alles is op de een of andere wijze ontstaan. Dat wat gemaakt is slaat vaak op datgene wat uit de hand van mensen komt. Toch worden wij mensen het maaksel van God genoemd alsof wij door hem gemaakt zijn zoals in het scheppingsverhaal over de adem en de geboetseerde aarde verteld wordt. Een mooi en plastisch verhaal maar het is een sprookje, een manier van vertellen om mensen die hiernaar vragen iets duidelijk te maken in de context van die tijd. Kenmerkend aan de mens is het feit dat hij niet alleen aarde, geboetseerde klei is, maar dat er een levende ziel in hem woont en die hebben we van God ontvangen. Met andere woorden niet het productieproces staat hier centraal maar het feit dat materie levend geblazen wordt. Niet zoals in een glasfabriek waar de vorm ontstaat uit het draaien en blazen in de bel van vloeibaar glas, ook trouwens een mooi beeld, maar eigenlijk metaforisch omdat de ziel een mysterie blijft, een niet te pakken grootheid. De mens is bezielde materie, dat is wat hier wordt gezegd en het is begonnen met God en bij God.
Ziel, begin en God zijn drie grootheden die eigenlijk niet nader zijn bepaald want we kennen niet precies de inhoud. Alles wat we hierover zeggen is fictief, virtueel, inlegkunde. Het is vrome fictie, creatieve poëzie of wat dan ook maar het is geen wetenschappelijke en geen letterlijke beschrijving van een proces. “We treffen onszelf aan” om het maar eens op zijn Heideggeriaans te zeggen. Zo gauw we gaan vragen hoe dat dan zo gekomen is en waarom zo, staan we al snel met de mond vol tanden. Het scheppingsverhaal uit de bijbel vult deze leegte niet op maar duidt haar op een speciale manier. Het lag en ligt in God hand. Punt. En nu zijn we er en moeten we maar het beste ervan maken en als we straks dood zijn verlaat de ziel weer ons lichaam en vallen we terug in het stof. Dan zijn we er niet meer. Als we de illusie hebben en denken te weten waar het over gaat zijn we net zo kortzichtig als de grote ontkenners van God en zijn werkzaamheid. Want ook de ontkenners weten het niet en ze weten eigenlijk niet eens wat ze zo fel ontkennen. Als er toch niets is valt er ook niets te ontkennen. De ontkenning van God bevestigt zijn existentie.
Ons kennen is lichamelijk en gekleurd door onze lichamelijke existentie. Ik word niet moe om dit te onderstrepen. Dat betekent dat wij op onze wijze gestalte geven aan onze existentie vanuit datgene wat we kunnen kennen. Wat daarbuiten valt speelt niet mee. Net zoals de mieren gestalte geven aan hun mierensamenleving in een soms vijandige omgeving. Mieren ontdekken vooral twee dingen: ze maken kennis met andere mieren, dat zijn vijanden of vrienden (uit het eigen nest) en ze ontdekken wat eetbaar en bruikbaar is voor de gemeenschap waarin ze leven. Daarop is hun hele activiteit gericht. Ik vermoed dat de mieren een mens, een olifant en een voorbij schietende auto niet eens opmerken. Zo merken wij met onze blote ogen niet op dat er een ster ontploft in het universum of dat een virus een aanval uitvoert op een cel. Door onze techniek en wetenschap hebben we heel wat mogelijkheden erbij gekregen om de wereld om ons heen te ontdekken en te beschrijven. Zij vormen het verlengstuk van onze ogen en oren. En wij passen ons denken hieraan aan, en maken gebruik van de nieuwe mogelijkheden en ontwerpen nieuwe theorieën die dan vervolgens weer getoetst kunnen worden. Maar ten aanzien van de activiteit van God en zijn bestaan is er nog geen echt wetenschappelijke theorie verschenen die ook te toetsen valt. Ten aanzien van God zijn we minder dan de mieren. We hebben de klok horen luiden, maar waar de klok zich bevindt blijft volslagen in het donker. Typisch toch dat we wel al duizenden jaren belang hieraan hechten, ons leven er naar in richten en oorlogen voeren in naam van die God.
Waarom doen we dat dan als we zo weinig in handen hebben en zo weinig echt weten? Is het blind vertrouwen, is het projectie van onze eigen onmacht of omgekeerd grootheidswaanzin, is het een psychisch fenomeen, is het toeval dat we religieuze wezens zijn? Waarom zijn we religieus, waarom geloven we in God en waarom zijn er zoveel getuigen die in Gods naam zeggen te spreken? Vragen en nog eens vragen die vanuit het standpunt van onze ratio niet echt zijn te beantwoorden. Er zijn natuurlijk in de loop van de geschiedenis veel antwoorden gegeven maar in het licht van de wetenschap voldoen ze niet. Er is een andere wijze van vragen nodig en misschien ook een andere wijze van ervaren en waarnemen. Dan komen we op het terrein van de mystiek, het terrein van ondeelbare en bijna onmededeelbare ervaringen. Maar als we die al niet kunnen delen en meedelen, als het maar stamelen blijft wat moet je dan? Hopen dat ieder een dergelijke ervaring mag meemaken en duiden? Dat blijft er dan over en dan maar wachten op zoveel goodwill en geduld dat de mystieke ervaring zelf niet van de tafel wordt geveegd in naam van de ratio.
John Hacking
12 mei 2014

Een gedachte over “Mierenperspectief

  1. Beste John, Met belangstelling je verhaal gelezen over het mierenperspectief. Zou het niet kunnen zijn dat wij, als bezielde mensen, die ziel geleend gekregen hebben van god. God die zelf ziel is, zaligheid, leven, liefde, creativiteit, schepping. In die zin voel ik me ook deel aan de schepping; ‘the on going creation, from the beginning to the end, what is endless.’ Dat is de opdracht aan elk individu. Lerend scheppend zijn tot nut van elkaar. Met de ratio heeft dit niets van doen. Groet, Jaap J. Zonneveld

    Like

Reacties zijn gesloten.